Generositijd

 Leestijd: 4 minuten0

Tegen het einde van de jaren 1930 keek De Beers, de firma die toentertijd het merendeel van de wereldwijde productie van ruwe diamant controleerde, terug op bijna een decennium van slechte zaken. Tijdens de Grote Depressie hadden mensen immers andere zorgen dan het kopen van juwelen (en dus diamanten).

Maar nu de economische omstandigheden verbeterden, had men een geniaal idee om de vraag weer aan te zwengelen: een verband tussen diamanten en verloving. Tegenwoordig bevatten 83% van alle verlovingsringen een diamant als centrale steen, maar 100 jaar geleden was dat slechts 10%. Hun campagne heeft duidelijk vruchten afgeworpen, maar dat was vooral dankzij een tweede geniaal idee. Men legde namelijk ook een verband tussen de kost van een diamanten verlovingsring en een tijdsperiode.

Aanbidders moesten een maandsalaris uitgeven aan een verlovingsring, zo suggereerden de advertenties. Dit was een uitzonderlijk slimme zet: door geen specifieke prijs voorop te stellen, werd niet alleen de grote diversiteit in koopkracht van de minnaars erkend, maar werd ook de omvang van de verbintenis expliciet voor iedereen, ongeacht hun inkomen.

Het signaal dat het offer van een hele maand arbeid uitzond, kon moeilijk meer betekenisvol zijn, zowel voor de aanstaande bruid als voor de aanstaande bruidegom. (Als reactie op de toegenomen welvaart sedertdien verdubbelde De Beers de maatstaf naar twee maandsalarissen tijdens de jaren 1980.)

(Niet het geld telt, maar de tijd) Foto © Debeers

De basismunteenheid van vrijgevigheid

Misschien ontdekten De Beers en hun advertentiebureau onbewust een belangrijke eigenschap van het geven. Tenzij we zodanig rijk zijn dat we geen seconde hoeven te werken, en iemand kunnen betalen om een geschenk te kopen, vertegenwoordigt wat we geven onze tijd, zowel indirect als direct: de tijd die we nodig hebben om het geld te verdienen voor een geschenk, en de tijd om het te vinden en te kopen.

Zo kun je zeggen dat tijd de basismunteenheid is van vrijgevigheid – en niet enkel wanneer het om formele geschenken gaat.

Russ Roberts, een econoom die bekend staat voor het omarmen en verkondigen van de filosofische wijsheid van Adam Smith evenzeer als zijn economische wijsheid, postte vorige maand twee pakkende draadjes op Twitter, die dit levendig illustreren.

In een ervan (dat hij ook in een blogpost goot), heeft hij het over de musical Come From Away, over de gebeurtenissen in het kleine Canadese stadje Gander op het ruige Newfoundland, op 11 september 2001. Toen het Amerikaanse luchtruim werd gesloten kort na de terreuraanslagen, werden 38 internationale vluchten met een bestemming in de VS afgeleid naar haar bescheiden luchthaven, waar 6.595 passagiers en bemanningsleden werden gedropt in een stadje van destijds amper 9.000 inwoners. Die hadden allemaal nood aan iets te eten en een plek om te slapen.

En dat is waar de bewoners ven Gander voor zorgden. De hele gemeenschap verwelkomde de “Come From Away” mensen (op het eiland betekent ‘away’ ‘niet van Newfoundland’, dus een “come from away” persoon is een vreemdeling), als waren ze familie. Hun vrijgevigheid bleek bovenal uit de tijd die ze overhadden voor de gestrande reizigers. Naast de materiële steun (waarvoor de mensen van Gander natuurlijk hadden moeten werken, net als aanstaande bruidegoms moeten werken om een diamanten verlovingsring te kopen), moest er slaapgelegenheid worden geïmproviseerd, voedsel worden gezocht en klaargemaakt, manieren worden gevonden om mensen te helpen het thuisfront te contacteren en wat al meer… en daarvoor moesten alle andere bezigheden wijken – daarvoor was nu even geen tijd.

Tijd voor vreemden

Maar vrijgevig zijn met onze tijd vereist geen spectaculaire situaties als deze, zoals blijkt uit het tweede Twitterdraadje, waarin Dr. Roberts zelf optreedt. Hij bevindt zich in de luchthaven van Washington Dulles, op de pendeltrein naar de terminal vanwaar zijn vlucht zal vertrekken. Twee vrouwen stappen ook op en zetten zich neer, wanneer plots een van de twee zich realiseert dat ze haar handtas op de bank heeft achtergelaten. Ze rent naar buiten om ze te nemen, maar voor ze weer op de trein kan stappen sluiten de deuren en blijft ze achter op het perron, haar tassen in de trein. Naast Russ zijn twee anderen getuige van het voorval: een airhostess, en de gezellin van de dame die achterbleef. Ze reizen niet echt samen, zo blijkt, maar ze weet wel dat de achtergebleven persoon van de C-uitgangen zou vertrekken. Ze voegt er ook meteen aan toe dat ze geen tijd heeft om zich met het probleem van de achtergelaten bagage bezig te houden.

Russ vraagt aan de stewardess hoe laat haar vlucht is, maar die antwoordt enkel dat ook zij geen tijd heeft. Hijzelf lijdt aan een licht neurotische drang om minstens een uur voor de vluchttijd aan de uitgang te zijn, maar verklaart dan toch, met enige tegenzin, dat hij wel tijd heeft: hij zal uitstappen bij de C-gates met de tassen van de dame, in de verwachting dat ze de volgende pendeltrein zal nemen.

Wanneer de trein aankomt bij de C-gates, staat de stewardess op samen met Russ, en zegt dat ze toch samen met hem zal wachten. Het is uiteraard helemaal niet nodig dat er twee mensen bij de tassen blijven, maar ze dringt aan: ze heeft absoluut tien minuten de tijd, en Russ apprecieert de morele steun. De volgende trein komt eraan, maar er is geen spoor van de vrouw. Ze overleggen en besluiten dat, als de dame niet op de volgende trein zit, ze de tassen naar de klantenbalie zullen brengen.

[Zou u vrijgevig zijn met uw tijd, en de tassen van een vreemde in de gaten houden? (Foto © Steven Taschuk CC BY)

Dat blijkt echter niet nodig: de dame stapt uit de tweede trein, dolblij haar bagage terug te vinden. Ze geeft de stewardess en Russ een stevige omhelzing en gaat vervolgens op weg naar haar gate. Maar ook de airhostess dankt Russ, en zegt dat het fout zou zijn geweest de tassen gewoon achter te laten: “Ik wist dat bij de tassen wachten het juiste ding was om te doen – mijn geweten zou me niet met rust hebben gelaten als ik was doorgereden.” En Russ zelf bekent dan dat ook hij in de verleiding was de tassen gewoon neer te zetten op het perron bij de C-uitgangen in de hoop dat alles zo in orde zou komen, en toe te geven aan zijn irrationele angst te laat te komen aan zijn gate.

Ondanks hun aanvankelijke neiging, beslisten ze allebei om toch hun schaarse tijd op te geven. Zoals Adam Smith het stelt: de mens streeft ernaar beminnelijk te zijn, en dat was ook het geval met de anonieme stewardess en Russ Roberts. Het was niet makkelijk, maar het was het juiste ding om te doen.

Meester van de tijd

Vaak hebben we best wel tijd voor anderen, of kunnen we, als we dat willen, tijd maken voor anderen door onze eigen prioriteiten te herbekijken – of het nu om vreemden gaat, of om vrienden of naaste familie. Vaak is onze eigen tijd op een zeker ogenblik niet bijzonder waardevol, maar kan hij van grote waarde zijn voor anderen, zoals voor de vrouw in de luchthaven. En het is aan ons om te beslissen of we onze tijd over hebben voor iemand anders.

Bovendien kunnen we, zelfs als we niet speciaal onze tijd weg willen geven, toch besluiten de tijd van anderen niet weg te nemen. Hoe vaak maken we geen keuzes die anderen tijd kosten? Laat arriveren op een vergadering en dus collega’s met hun duimen laten draaien terwijl ze op ons wachten, of zaken laten slingeren in huis die dan door iemand anders moeten worden opgeruimd – zo stelen we andermans tijd, om onze eigen tijd te sparen. We kunnen ervoor kiezen ons beter bewust te zijn van deze tijdgerelateerde externaliteiten, en respect op te brengen voor andermans tijd, net zoals we willen dat zij de onze respecteren.

Daarom, beste lezer, is dit mijn wens voor u in 2020: moge u een goede meester van de tijd zijn. Tijd is de ultieme schaarse hulpbron, waardevol zowel bij het geven als bij het ontvangen. Moge u er vrijgevig mee zijn ten opzichte van anderen, en moge anderen vrijgevig zijn met hun tijd naar u toe. Een gelukkig nieuwjaar!

Uitgelichte afbeelding © Chris Zúniga CC BY

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.