Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Labour verraadde de arbeidersklasse niet

18 december 2019 Jonas Vanderschueren
49203923398_913ec25fb8_k
Labour voert campagne in Middlesbrough (CC BY 2.0 UK Labour Party)

Na een verbluffend verkiezingsresultaat behaald te hebben bij de Britse parlementsverkiezingen in 2017, waarbij Labour haar grootste stemmenwinst behaalde sinds 1945, besloot de partijleiding af te wachten. In de nieuwe politieke situatie die was ontstaan, waarin de besturende Conservatieve Partij van Theresa May geen meerderheid meer had in het parlement, zou het volstaan om toe te kijken hoe de Tories zichzelf kapotscheurden rond Brexit. De regering zou vallen, en met het land in een onzekere chaos, zou de kersverse premier Jeremy Corbyn het land stabiliseren en het leiden naar het beloofde land. Het liefst nadat May de verantwoordelijkheid voor Brexit op zich had genomen.

Het lijkt wel eeuwen geleden, maar tot 29 maart 2019 was dit de facto de strategie van Labour. Zelfs toen de eerste Brexit-deadline niet gehaald werd en May gedwongen werd om te onderhandelen met Labour, in een wanhopige poging de partij mee in het bad te trekken en de verantwoordelijkheid te delen, bleef de partij vasthouden aan een wait-and-see houding. Verschrikkelijke resultaten bij de lokale verkiezingen en de Europese verkiezingen in mei 2019 schudden de partij niet wakker, aangezien de Tories het nog slechter gedaan hadden. 

Waar de partij echter niet op gerekend had, was dat May vervangen zou worden door de pyromaan die het huis in brand gestoken had: Boris Johnson. Zonder enige schroom of schaamte drapeerde die zich in een mantel van leugens, waardoor een narratief ontstond dat niet Brexit zelf het probleem was, maar de Britse volksvertegenwoordigers in het Lagerhuis. Gekoppeld aan een reeks bedrieglijke investeringsbeloften, werd de boodschap glashelder: Get Brexit Done en krijg een beter leven. 

Wie is de arbeidersklasse?

Wat er daarna gebeurde, is gekend. De Conservatieven behaalden een absolute meerderheid van meer dan 80 zetels, en Labour behaalde haar slechtste verkiezingsresultaat in termen van zetels sinds 1935 – toen de partij bijna vernield werd door het verraad van Ramsey MacDonald.

In de media worden er vergelijkingen gemaakt met de nederlaag van Michael Foot in 1983, waarbij de implicatie hoort dat de volgende leider de partij opnieuw naar ‘het centrum’ moet trekken – het liefst zonder het tussenstadium van een Neil Kinnock. Oude Blairites zoals Alan Johnson gaan zelfs zo ver dat ze eisen dat de linkse grassroots-organisatie Momentum uit de partij wordt gezet

Niet de nederlaag zelf, maar vooral de omvang ervan zorgde voor een schokgolf op links. Tot op het laatste moment werd er gehoopt dat net zoals in 2017 de peilingen ernaast zaten en dat een hoge opkomst (en tactisch stemmen) de Conservatieven weg zouden houden van een absolute meerderheid.

Nu blijkt dat de meeste peilingen correct waren en Labour net het hardste verloor in haar heartlands in de voormalige geïndustrialiseerde gebieden van Noord-Engeland, regent het aan analyses die stellen dat de partij de arbeidersklasse in de steek liet door Brexit in vraag te stellen, en veel te veel toegaf aan ‘grootstedelijke kosmopolieten’ en minderheden. Veelzeggend is het feit dat er steeds vaker gesproken wordt over ‘het verraad van de witte arbeidersklasse’.

Los van het feit dat deze argumentatie veel gelijkenissen vertoont met de analyses van vermaledijde Blairites zoals Alan Johnson, negeert ze ook het feit dat Labour de afgelopen vier jaar fundamenteel veranderd is. De partij is niet langer een centristische kaderpartij die volledig afhankelijk is van externe media en een aantal rijke donoren.

Onder Corbyn werd Labour opnieuw een massapartij met meer dan een half miljoen leden, ontstond er een functionerende interne partijdemocratie, en voor het eerst in haar geschiedenis werd Labour ook programmatisch een echte socialistische partij.

Tegenwoordig vertegenwoordigt de partij niet enkel de arbeidersklasse, maar de arbeidersklasse is ook de drijvende kracht binnen de partij, in al haar diversiteit. Zoals Paul Mason schrijft in The New Statesman: een wereldbeeld dat stelt dat Labour onder Corbyn de arbeidersklasse in de steek gelaten heeft en een partij werd van de liberale elite, is een wereldbeeld dat faalt om de complexiteit van de hedendaagse realiteit van het laatkapitalisme te vatten.

Er is geen enkele reden om aan te nemen dat arbeiders uit superdiverse steden als London, Birmingham en Manchester – die Labour stemden - minder representatief zijn voor de arbeidersklasse dan arbeiders in plaatsen als Newcastle, Sedgefield en Leigh – die overgingen naar de Conservatieven. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de Poolse migrante die werkt in de Britse gezondheidszorg minder onderdeel is van de arbeidersklasse dan een Engelse loodgieter, net zomin dat de discriminatie, armoede en geweld die de LGBTQ+-gemeenschap elke dag ondergaat geen belangrijk klassenelement in zich draagt. 

In plaats van delen van de arbeidersklasse te delegitimeren ten voordele van ‘witte (impliciet vaak mannelijke) arbeiders’, wat ironisch genoeg exact de vorm van identiteitspolitiek is die verweten wordt aan ‘grootstedelijke kosmopolieten’, lijkt het zinvoller om de vraag te stellen waarom er een nieuwe breuklijn ontstaan is binnen de arbeidersklasse zelf. Die vraag stellen, is niet hetzelfde als het belang van klassenpolitiek in twijfel trekken zoals neoliberalen en conservatieven doen.

Als we accepteren dat een transformatieve politiek enkel mogelijk is door de politieke organisatie van de arbeidersklasse, is het net cruciaal om haar diversiteit te erkennen en strategieën te ontwikkelen die daaruit vertrekken.

49164994527_3a7f11a065_k
Jeremy Corbyn voert campagne in Londen (CC BY 2.0 UK Labour Party)

Wie is de natie?

Het zal vermoedelijk nog enkele maanden duren voor alle data beschikbaar zijn om meer gedetailleerde analyses te kunnen maken van het verkiezingsresultaat van afgelopen donderdag. Het lijkt echter overduidelijk dat Brexit de splijtzwam geworden is voor Labour. Niet enkel omdat het letterlijk de partij verdeeld heeft in Leave- en Remain-fracties, maar vooral omdat Brexit het centrale narratief van Corbyns’ Labour onderuit haalde: straight talking, clear politics.

Een van de grote sterktes van Labour’s verkiezingscampagne in 2017 was het feit dat Corbyn gezien werd als een zeldzaam iets: een eerlijke politicus die het politieke establishment en het systeem uitdaagde.

Die perceptie werd echter volledig vernield toen Corbyn er niet in slaagde om een heldere lijn uit te zetten rond Brexit na het missen van de eerste Brexit-deadline in maart 2019. Plots lag de focus niet langer op de interne verdeeldheid binnen de Conservatieven, maar binnen Labour, en opnieuw kreeg het narratief de overhand dat ‘alle politici dezelfde zijn’ en ‘het toch allemaal niets uitmaakt’, een narratief dat versterkt werd door de vijandige houding van de Britse mainstreammedia.

Dat cynisme creëerde de opening voor Johnson om alle percepties op zijn kop te draaien en zichzelf om te toveren tot de vaandeldrager van de Britse soevereiniteit en die opnieuw te enten op een lange historische traditie van Engelse superioriteit, zoals Wouter Goedertier omschreef in zijn bijdrage voor Apache

Ironisch genoeg kon Johnson daarbij putten uit een andere historische traditie, die van de historische linkervleugel van Labour. Decennialang was zowel de leiding als de linkervleugel van Labour gekant tegen de Britse toetreding van de Europese Economische Gemeenschap (later Europese Unie).

De Schotse nationalisten wonnen opnieuw de verkiezingen exact dankzij een retoriek van nationale soevereiniteit en de belofte tot sociale en economische herverdeling

Beroemd zijn de woorden van Hugh Gaiskill, een rechtse voormalige leider, die in 1962 de mogelijke toetreding van het VK tot de Europese instellingen omschreef als ‘het einde van duizend jaar geschiedenis’. Figuren zoals Michael Foot en Tony Benn, de mentor van Corbyn, streden jarenlang tegen de beknotting van de soevereiniteit van het Britse parlement. Wie hun werk en hun woorden analyseert, ziet meteen dat de parallellen tussen hun denken en de retoriek van Johnson en Nigel Farage geen toeval zijn.

Het is daarom niet ondenkbaar dat veel oudere arbeiders in de voormalige heartlands, cynisch geworden door jaren van de Derde Weg en het ‘verraad’ van Corbyn, hun stem voor de Conservatieven motiveerden door terug te grijpen naar de oude argumenten over soevereiniteit die de linkervleugel van Labour ooit maakte. Dat maakt de arbeiders die voor Johnson kozen niet racistisch of dom, maar dat neemt ook niet weg dat het politieke project van Johnson een racistisch nationalisme promoot en een dystopische toekomst voorstaat die het VK wil omtoveren tot Singapore-on-Thames. 

Die paradox lijkt vooral te verklaren door het fenomeen van wat Oliver Nachtwey ‘sociale regressie’ noemt, waarbij de beloftes van sociale mobiliteit die kenmerkend waren voor de hoogdagen van de sociaaldemocratie niet langer waargemaakt kunnen worden. Decennialang kregen mensen te horen dat de resulterende teloorgang aan toekomstperspectieven helemaal de verantwoordelijkheid was van het individu.

Tot aan de financiële crisis van 2008 bood quasi alleen extreemrechts het alternatief van collectieve verantwoordelijkheid aan in een raciale vorm: ‘onze jobs worden gestolen door buitenlanders’, ‘profiteurs’ en ‘eigen volk eerst’ zijn slogans die dit sentiment perfect illustreren. Het is in die context dat Corbyn in 2015 Labour begon te hervormen, en achteraf bekeken lijkt het ietwat naïef om te denken dat in vier jaar tijd die decennialange schade omgekeerd kon worden.

In plaats daarvan kan het interessant zijn om te kijken naar Schotland, waar de Schotse nationalisten opnieuw de verkiezingen wonnen exact dankzij een retoriek van nationale soevereiniteit en de belofte tot sociale en economische herverdeling. Net zoals Johnson de retoriek van Britse (impliciet Engelse) soevereiniteit gebruikte om de Engelse arbeidersklasse te verdelen, slaagde de SNP erin om de oude retoriek van Scottish Labour uit de jaren ’80 en vroege jaren ‘90 aan te wenden om hegemonisch te worden in het land.

De situatie in Schotland lijkt te suggereren dat het perfect mogelijk is om racisme en etnisch nationalisme tegen te gaan door een inclusief nationalisme te ontwikkelen, dat erkent dat identiteiten per definitie meerledig en niet noodzakelijk elkaar uitsluiten. In plaats van nationale identiteit gelijk te stellen met een taal, cultuur of etnie, is het ook mogelijk die te koppelen aan politiek zelfbestuur, een aantal nationale instellingen zoals de Schotse NHS, en internationale solidariteit.

Er is weinig verbeelding nodig om hier economisch zelfbestuur aan toe te voegen en daaruit een pad te zien naar een alternatieve, linkse conceptie van een nationale identiteit. 

Geen permanente nederlaag

Labour verloor de verkiezingen vorige week niet omdat ze de arbeidersklasse in de steek liet, maar omdat ze politieke kansen aan zich voorbij liet gaan en geen coherent antwoord ontwikkelde op het etnisch nationalisme van Boris Johnson en zijn Conservatieven.

Deze fenomenen zijn echter niet nieuw: ook Margaret Thatcher won de verkiezingen in 1979 dankzij een deel van de arbeidersklasse, en uiteindelijk slaagde Labour erin om een nieuwe kiescoalitie te ontwikkelen die de Tories een generatie lang van de macht verdreef. Wat belangrijker is, is dat vandaag de linkervleugel Labour bestuurt, en dat de partij vandaag een echte arbeiderspartij is die een radicale transformatie van de samenleving voorstaat. 

Zoals Tony Benn ooit zei, bestaat er niet zoiets als een permanente overwinning – er is dus ook geen permanente nederlaag. De nederlaag van Corbyn is niet het einde van de heropleving van links in Europa, maar eerder een belangrijk tussenpunt, waarbij er eindelijk belangrijke strategische beslissingen gemaakt moeten worden. Tegelijkertijd kunnen de veranderingen die plaatsvonden binnen de Britse Labourpartij een belangrijk voorbeeld zijn voor andere socialistische en sociaaldemocratische partijen in Europa.

Ook al verloor Corbyn de afgelopen verkiezingen, toch bieden zijn hervormingen een interessant model om links opnieuw uit te vinden. Mochten andere partijen zijn lessen leren, kunnen ze opnieuw relevant worden en actief deelnemen aan de politieke en sociale strijd om de samenleving radicaal te veranderen. Het alternatief is een achterhoedegevecht met mythische ‘grootstedelijke kosmopolieten’ en een dystopische toekomst.

49203923398_913ec25fb8_k
Labour voert campagne in Middlesbrough (CC BY 2.0 UK Labour Party)
LEES OOK
Frank Olbrechts / 15-03-2022

Hoe Poetin de geschiedenis in zijn kraam doet passen

Vladimir Poetin rechtvaardigt met verdraaide historische claims de brutale invasie van Oekraïne.
Rusland politiek religie
Anton Jäger / 26-05-2021

Rebelse regio's (1)

Gaat het Verenigd Koninkrijk binnenkort ten onder aan zijn regionale verdeeldheid? Kan het Engelse Noorden iets leren van Wallonië, dat gelijktijdig industrialiseerde en wel een…
London_2012_olympics_industrial_revolution
Frank Olbrechts / 15-01-2021

'Beleidsteksten Vlaamse overheid negeren probleem van racisme'

Vlaamse beleidsteksten rond onderwijs en werk hebben de laatste jaren steeds minder oog voor gelijke kansen, ook wanneer die in het gedrang komen door racisme. Dat concludeert…
racisme discriminatie antipode