Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

'Jambon I dwingt kunst en cultuur in een Vlaams-nationalistisch keurslijf'

14 november 2019 Tom De Meester
Protest tegen besparingen op cultuur (Foto: © Laura Groeseneken)
Protest tegen besparingen op cultuur (Foto: © Laura Groeseneken)

Het was een woelige commissie van cultuur in het Vlaams parlement. Buiten betoogden 600 kunstenaars tegen de rücksichtlose besparingen in de kunstsector. “Wij nemen niemand iets af”, probeerde Jan Jambon. Alsof de projectpot niet krimpt van 8,5 naar 3,4 miljoen per jaar. Alsof dat fantoombesparingen zijn. Alsof achter die centen geen mensen schuilen, en organisaties die elke zuurstof worden afgesneden door het hakbijlbeleid van N-VA en co.

Hoezo, iedereen bespaart?

“Iedereen moet besparen, dus ook de kunsten”, verdedigt Jan Jambon, “dat is een kwestie van solidariteit.” Solidariteit? De Vlaamse regering heeft op 10 jaar tijd al 25 miljoen euro weggesneden uit de cultuursector: dat is choquerend. Dit is geen kaasschaaf meer, maar een culturele kaalslag. Minder dan 1% van de Vlaamse begroting gaat naar cultuur. 

Neen, niet iedereen bespaart. De lineaire besparing op de toplonen van de Vlaamse ministers heb ik in elk geval gemist. Op zijn Facebookpagina plaatste jazzpianist Jef Neve een lange lijst met de uittredingsvergoedingen voor Vlaamse parlementsleden die fin de carrière zijn. De lijst is goed voor negen miljoen euro. Daar is blijkbaar wél geld voor. 

Subsidiejunkies

Het Vlaams Belang verdedigde de kaalslag in de kunsten. “Blij dat er toch iets is overgebleven van de onderhandelingen die we deze zomer met de N-VA gevoerd hebben”, glunderde Filip Brusselmans in de commissie. Dat is dan duidelijk. “Tijd om eens écht te gaan besparen op deze subsidiejunkies, in plaats van wat symbolische procentjes”, vulde Kamerlid Dries Van Langenhove op Twitter aan, niet beseffend dat hijzelf met zijn parlementaire wedde van 7.000 euro per maand tot de 1% grootverdieners van het land behoort. Integraal betaald met, jawel, subsidiegeld. 

Het nekschot voor de kunstensector staat in schril contrast met de aanzwellende subsidiestroom richting Vlaams exportkapitaal, dat – blijkbaar in tegenstelling tot de kunsten – wél de nodige fondsen verdient om te kunnen excelleren.

“Als de kunstensector met een alternatief budget op de proppen komt, dan wil ik daar zeker over praten”, aldus Jambon. Wij niet. Waarom zouden wij ons tegen elkaar laten uitspelen, erfgoed tegen hedendaagse kunsten, kunstinstellingen tegen individuele kunstenaars? Waarom zouden wij ons laten opsluiten in een budgettaire dwangbuis van drastische besparingen, terwijl de Vlaamse subsidies voor bedrijven op vijf jaar tijd verdubbeld zijn? De steunmechanismen voor VOKA-Vlaanderen waren in 2012 nog goed voor 189 miljoen euro, vorig jaar steeg dat bedrag naar 400 miljoen euro. Vierhonderd miljoen. Hoezo, er is geen geld?

Besparen op de toekomst 

Al bij de vorige subsidieronde was er veel te weinig geld. Slechts 17% van de projectaanvragen kreeg groen licht. Zelfs bij de 131 ‘zeer goede’ dossiers (op een totaal van 520 aanvragen) vielen 41 projecten uit de boot. Om alle ‘zeer goede’ dossiers te financieren was er 1,43 miljoen extra nodig. Maar in plaats daarvan schrapt de Vlaamse regering nu nog eens 60% van de projectsubsidies, ook al belooft het huidige Kunstendecreet “een inhaalbeweging”. 

Het is duidelijk wie de rekening betaalt: de vele getalenteerde maar schromelijk ondergewaardeerde kunstenaars die – onderbetaald en zonder duidelijk statuut – nauwelijks kunnen overleven zonder levenslijn. Door startsubsidies te schrappen verhinder je dat vernieuwende, kritische, jonge kunstenaars doorstromen, boet je in op diversiteit en snij je de kunstensector de adem af. De Vlaamse regering schrapt de ondersteuning voor de Jan Van Eycks en Jacques Brels van morgen. Zeg dan gewoon dat je de kunstensector kapot wil, Jan Jambon.

Vlaamse meesters

Het is kunst en cultuur eigen te emanciperen, buiten de lijntjes te kleuren, te innoveren en de samenleving een spiegel voor te houden. Maar voor de Vlaamse regering moet cultuur de vector zijn voor de Vlaamse identiteit. “Erfgoed is het DNA van onze samenleving. Wat we uit het verleden hebben overgeërfd, waaraan we waarde hechten en betekenis geven, en wat we willen doorgeven aan de volgende generaties.” De canon van Vlaanderen past in dezelfde strategie en moet het verhaal vertellen “van de historische en culturele ontwikkeling van Vlaanderen als Europese natie”.

Kunst als instrument voor de Vlaamse natievorming en als vehikel voor nationalistische propaganda. “De Vlaamse meesters – uit heden en verleden en in alle creatieve richtingen – moeten het uithangbord worden van de grootsheid die Vlaanderen in zich heeft”, zo staat het in het beleidsplan van Jambon. 

De roeptoeter van Fernand Huts

Terwijl Jambon 60% van de projectsubsidies voor kunstenaars liquideert, wordt via een “ambassadeursprogramma” wél extra belastinggeld doorgesluisd naar “private instanties die extra inspanningen leveren om de reputatie van Vlaamse Meesters in het buitenland te versterken”. Dat de Phoebus Foundation van Fernand Huts in de beleidsnota expliciet als voorbeeld wordt aangehaald is veelzeggend. Huts is het prototype van de ondernemer-verzamelaar voor wie kunst een koopwaar en een winstmaker is, de roeptoeter van een nationalistisch Vlaanderen.

Grote schoonmaak

Niet alleen de kunsten krijgen klappen, de Vlaamse regering neemt de hele cultuur van de samenleving onder vuur. In 2020 komt er een nieuwe subsidieronde voor het brede sociaal-culturele middenveld: van OKRA en de Gezinsbond over Oxfam Wereldwinkels tot de KWB.

De Vlaamse regering is vast van plan om hier een grote schoonmaak te houden. “Initiatieven die zich terugplooien op etnisch-culturele afkomst worden niet meer gesubsidieerd”, staat er in de beleidsnota, ook al doen die organisaties perfect wat het decreet sociaal-cultureel werk voor ogen houdt: “bijdragen aan de emancipatie van mensen en groepen en aan de versterking van een democratische, inclusieve en duurzame samenleving”. 

Het primaat van de politiek

Alle sociaal-culturele organisaties worden door de Vlaamse regering tegen het licht gehouden. Ze zullen voortaan moeten “passen in een landschapstekening”, “inzetten op gemeenschapsvorming”  en de Vlaamse regering zal ook “het draagvlak en de maatschappelijke relevantie van een organisatie” grondig evalueren.

De slagkracht van de onafhankelijke beoordelingscommissies wordt drastisch ingeperkt. Externe experten mogen nog wel advies geven, maar “de finale inhoudelijke afweging” en de beslissing over de subsidies berust voortaan “zonder beperking autonoom bij de regering”. Het primaat van de politiek, heet dat. De boodschap aan het sociale middenveld is glashelder: wie in het nationalistische Vlaanderen van de N-VA al dan niet nog relevant is, da gade gij nie bepalen.

Monddood

Met elke regeringsdeelname van de N-VA gaat het crescendo: het inhakken op de sociale zekerheid, op al wie roots heeft in de migratie en niet op het lijntje loopt, op de broodnodige budgetten voor onderwijs, zorg en cultuur. Zelfs de pers blijft niet meer buiten schot. Naast het kritische middenveld en de culturele dwarsliggers botst ook de onafhankelijke journalistiek op de Vlaamse canon. Zo schrapt de Vlaamse regering volgend jaar het pas vorig jaar opgericht Vlaams Journalistiek Fonds en zowat het hele budget voor onafhankelijke journalistiek.

Terwijl de onafhankelijke journalistiek een uitwijzingsbevel krijgt, richt de Vlaamse regering wel een eigen persdesk op. PressFlanders moet het “merk Vlaanderen” versterken en “alle (overheids)communicatie richting buitenlandse opiniemakers gevestigd in ons land monitoren en proactief stroomlijnen naar de juiste kanalen.”

De staatszender, genaamd VRT

De strategie van de N-VA is duidelijk: kritische, onafhankelijke media als Apache, StampMedia, rekto:verso, Mo* en DeWereldMorgen het zwijgen opleggen. En dat terwijl de mediaconcentratie hand over hand toeneemt en een fel verzwakte openbare omroep in een ideologisch keurslijf wordt gedwongen. De VRT moet niet alleen 44 miljoen besparen, maar wordt door de Vlaamse regering ook verweten ‘te links’ te zijn. 

“Ik zal mij nooit, maar dan ook nooit bemoeien met de redactionele keuzes van de VRT”, zweert Dalle, om er dan in één adem aan toe te voegen dat de Vlaamse regering wil “kwantificeren” hoeveel deze of gene politieke strekking op de VRT aan bod komt. Dat heet: de journalistieke onafhankelijkheid van de VRT aan banden leggen. Jan Jambon laat er overigens geen twijfel over bestaan wat de N-VA voor ogen heeft: “Bij de N-VA vinden we dat links een te groot forum krijgt in vergelijking met hun maatschappelijke relevantie.” Onder het mom van pluralisme en diversiteit moet de VRT de Vlaamse identiteit propageren en de hegemonie van een rechtse maatschappijvisie versterken. Een rechts, nationalistisch en kapitalistisch Vlaanderen, dat is “maatschappelijk relevant” voor de N-VA.

Wie nu nog zwijgt, moet alles vrezen

In de culturele sector wordt ontzettend hard gewerkt, door veel getalenteerde mensen met een hart voor de samenleving. Enkelingen verdienen goed hun boterham, maar voor de meeste kunstenaars is het hard knokken om te overleven in een markt die steeds competitiever wordt. Kunst en cultuur mogen geen koude koopwaar zijn, maar bieden schoonheid, troost, kritische reflectie en rebelse verbeelding. 

Als je de graad van beschaving kunt afmeten aan de manier waarop regeringen omgaan met kunstenaars en cultuurmakers, dan is deze Vlaamse regering een toonbeeld van barbarij. Dat de N-VA kunst en cultuur wil herleiden tot hefbomen voor haar rechts en nationalistisch maatschappijproject stond in de sterren geschreven. Echter, dat CD&V en Open VLD die kaalslag in de kunsten en het brede sociaal-culturele middenveld zomaar aanvaarden, daar zijn geen woorden voor. Het is tijd voor verzet. Wie nu nog zwijgt, moet alles vrezen.

LEES OOK