Brexit: enkele lessen in besluitvorming

 Leestijd: 7 minuten0

“Het leven is een reis, eerder dan een bestemming”, zo beweert een citaat (dat verkeerdelijk aan meerdere auteurs wordt toegeschreven . Je zou precies hetzelfde kunnen zeggen over het eindeloze Brexit-proces. En net zoals het leven interessanter kan zijn als je het als een reis bekijkt, zo ook zorgt Brexit voor interessante observaties, in het bijzonder wat betreft de beslissingen die onderweg zijn genomen. Kunnen we daaruit lessen trekken?

Jazeker, dat kunnen we. Laten we bij het begin beginnen: premier Camerons beslissing om een referendum te houden. Was dat een goede beslissing? Leavers en Remainers zouden wel eens een verschillend antwoord kunnen geven op die vraag. Maar de kwaliteit van een beslissing mag er niet van afhangen of men van het resultaat houdt of niet. We graven best wat dieper, vanuit een onpartijdig standpunt. (*)

De keuze van Cameron

Strikt gezien had Cameron geen keuze: het referendum rond het EU-lidmaatschap was een verbintenis in het programma van de Conservatieve partij voor de verkiezingen van 2015. Maar al had de regering dus een morele verplichting het referendum te houden, ze was vrij te kiezen hoe dat zou verlopen. Wanneer je stappen onderneemt die tot twee verschillende uitkomsten kunnen leiden, dan is het aangeraden om een plan te hebben voor allebei. Het plan, mocht de kiezer beslissen dat het VK lid moet blijven van de EU was simpel: business as usual. Het plan voor de alternatieve uitkomst was… wel ja, wat was het?

David Cameron – een optimist zonder vel in het spel? (Foto: Wikimedia commons)

De geschiedenis leert ons dat de regering-Cameron er geen had. Het had ervoor gekozen niet eens een schets te maken van wat te doen, mocht Leave het referendum winnen. Weinigen zullen betwisten dat mét een uitgedokterde route van EU-lidmaatschap naar niet-lidmaatschap, die rekening houdt met de aanzienlijke complexiteit en het brede gamma van knelpunten die moeten worden aangepakt, het VK nu niet zo in de puree zou zitten. Waarom was er dan niet zo’n plan?

Er bestaan verschillende cognitieve en gedragsmatige neigingen die samen kunnen leiden tot het compleet negeren van een bepaalde mogelijkheid. Een ervan is onrealistisch optimisme (ook bekend als de optimisme-bias). Als je gelooft dat alles naar wens zal lopen, dan ga je minder gemakkelijk plannen maken voor het tegenovergestelde geval. David Cameron (die campagne voerde aan de Remain-kant) leek zelfverzekerd dat Remain het pleit zou winnen, gesterkt door de negatieve economische voorspellingen voor de verschillende Brexit-scenario’s die destijds de ronde deden.

En dit suggereert een tweede type van blinde vlek: de overtuiging dat anderen in het algemeen net denken zoals wij, en dat wat voor óns belangrijk is dat ook voor hén is (men noemt dit het valse consensus-effect). Als je enkel oog hebt voor wat van materieel belang is voor jou, dan riskeer je al de rest over het hoofd te zien – tot het te laat is om er nog wat aan te doen. Het fundamentele argument pro-Brexit was economisch, maar de Leave-kant bespeelde de emoties van het electoraat met boodschappen rond het herwinnen van soevereiniteit en “taking back control” over de Britse handel, wetten en grenzen. En dat haalde de bovenhand.

Tenslotte had Cameron geen skin in the game, zijn vel stond niet op het spel. Hij wendde manifest alle verantwoordelijkheid voor het voleindigen van Brexit af door, enkele uren nadat het resultaat werd bekendgemaakt op 24 juni, aan te kondigen dat hij zou opstappen voor de herfst: “Ik denk niet dat het juist zou zijn voor mij om te proberen de kapitein te zijn die ons land naar zijn volgende bestemming loodst.” Op 11 juli, wanneer duidelijk was wie hem zou opvolgen, verklaarde hij (bij het neuriën van een vrolijk deuntje) dat hij twee dagen later ontslag zou nemen. Theresa May moest dan maar met een plan op de proppen komen. Als het er niet toe doet of je een plan hebt, waarom zou je dan de inspanning doen?

De keuze van May

Theresa May was een lauwe Remainer, die nu Brexit tot een goed einde zou moeten brengen. Misschien om duidelijk aan te geven dat ze te vertrouwen was met die opdracht, draaide ze de retoriekknop naar 11, en maakte ze “Brexit betekent Brexit” haar motto. Ze sprak stoere taal tijdens haar eerste partijcongres als partijleider en eerste minister, en opteerde voor de meest extreme interpretatie van het resultaat van het referendum: uit de douane-unie (“het wordt geen ‘Noorwegen’-model”), uit de eengemaakte markt (“het wordt geen ‘Zwitserland’-model”), en uit het rechtsgebied van het Europese Gerechtshof. En ze herhaalde haar rode lijnen tijdens haar roemruchte Lancaster House toespraak.

Theresa May: stoere taal en koppigheid geen partij voor de realiteit? (Foto: Wikimedia commons)

Nu komen bij sommige diepgaande beslissingen, naast materiële kosten en baten, wel eens principes en overtuigingen kijken. Wanneer je ervoor kiest deze laatste (hier in de vorm van politieke ideologie) het overwicht te geven, dan loop je twee risico’s, vooral wanneer je dat doet zonder dat je een goed beeld hebt van de realiteit waarin aan je principiële eisen moet worden voldaan.

Het eerste is dat je door zo’n compromisloze positie de kosten over het hoofd ziet – m.a.w. wat je zult moeten opofferen om je principiële beloften waar te maken. Het tweede is dat je in aanvaring komt met de realiteit, en dat er geen enkele uitkomst mogelijk is die aan al je eisen beantwoordt.

Zo geschiedde ook met mevrouw May. Ze moest vaststellen dat het Goedevrijdagakkoord niet compatibel was met het uittreden uit de douane-unie, en dat dwong haar tot het compromis om ‘tijdelijk’ in de douane-unie te blijven als backstop. Tot drie keer toe poogde ze parlementaire steun te krijgen voor haar uittredingsakkoord, met drie nederlagen als gevolg. The standvastigheid (sommigen zouden zeggen: koppigheid) waarmee ze handelde is overigens niet noodzakelijk een sterkte in besluitvorming. Als je vastberadenheid voor een bepaalde aanpak onvoorwaardelijk is, dan riskeer je je te ver te engageren en uiteindelijk – zoals bij Theresa May – toch te falen.

De keuze van het parlement

De regering-May wilde aanvankelijk het uittredingsproces starten (door het inroepen van Artikel 50 van het EU-verdrag) zonder het parlement daarbij te betrekken. Maar een rechtszaak voor het Opperste Gerechtshof leidde tot een besluit dat een expliciete parlementaire wet nodig was om dat inroepen toe te staan.

Helaas gebruikte het parlement die gelegenheid niet om na te denken over wat er zou gebeuren als onderhandelingen niet tot een akkoord tussen de EU en het VK zouden leiden, of wanneer zo’n akkoord zou worden verworpen door het Britse of het Europese parlement. Ze keurden in plaats daarvan prompt het inroepen goed met een grote meerderheid (498 stemmen voor, 114 tegen – de Conservatieven hadden op dat ogenblik 330 zetels, dus er stemden ook 168 leden van de oppositie voor). Maar door dat te doen maakten ze (per ongeluk?) van de retoriek van “no-deal is beter dan een slechte deal” een realiteit. Als er geen goedgekeurd akkoord was twee jaar na het inroepen van Artikel50, dan zou het VK de EU verlaten zonder akkoord – punt uit.

Het parlement: een thuis voor gemotiveerd redeneren? (image: Wikimedia commons)

Het spreekwoord ‘haastige spoed is zelden goed’ lijkt wel van toepassing. Hadden de parlementsleden deze onvermijdelijke uitkomst overwogen voor ze de betekening goedkeurden, en toentertijd het nodige hadden gedaan om ervoor te zorgen dat ‘no deal’ nooit op de tafel zou komen, dan zouden ze nu niet zo in nesten zitten. Waarom deden ze dat dan niet?

Er zijn verschillende mogelijke verklaringen. De parlementairen wilden gewoon opschieten met de Brexit (een geval van actiebias), en oordeelden wellicht dat de termijn van twee jaar die het Artikel 50-proces vooropstelde ruim voldoende was om een goed uittredingsakkoord te bereiken (een voorbeeld van planning fallacy).
Beiden kunnen gemotiveerd redeneren aanmoedigen, dat doen we wanneer we weliswaar bewust redeneren, maar daarbij onze motieven en wensen het proces laten beïnvloeden.

Toentertijd, net als nu, verwierp het parlement een no-deal Brexit, en dus redeneerden ze dat de onderhandelingen van de regering vast wel tot een goed akkoord zouden leiden. Gemotiveerd redeneren is een van de meest nefaste cognitieve problemen: wanneer het ongewenste het ondenkbare wordt, is het opletten geblazen.

De keuzes van Johnson

Boris Johnson is nog maar enkele maanden premier, maar hij heeft al flink wat beslissingen op zijn actief die als twijfelachtig kunnen worden beschouwd. Hij heeft een sterke neiging om te bullshitten, in de filosofische betekenis: niet om de waarheid geven, en er enkel op uit zijn indruk te maken (ik kan in verband hiermee ten zeerste Harry Frankfurts On Bullshit aanraden). Zo hield hij tijdens de verkiezing voor het leiderschap van zijn partij in Juni vol dat de kans op een “no deal” 1 op 1 miljoen was, maar in September moest hij erkennen dat er een “grote kans was op een no-deal Brexit”. Bulshitten en moeten terugkomen op eerdere grootsprakerigheid is niet meteen goed voor je reputatie.

Boris Johnson: Impulsief bullshitten? (Image: Wikimedia commons)

Ernstiger waren zijn keuzes om het parlement op te schorten  en 21 parlementsleden buiten te gooien omdat ze tegen de regering hadden gestemd om een no-deal Brexit tegen te houden.

De eerste keuze maakte hem onbetrouwbaar in de ogen van vele parlementsleden, en wakkerde ongetwijfeld hun vastberadenheid om zo’n no-deal Brexit te verhinderen. De tweede keuze leidde ertoe dat hij zijn meerderheid in het parlement kwijt was, wat het hem erg moeilijk maakt om de stemmingen te winnen die hij nodig heeft om zijn belofte “de EU hoe dan ook vast en zeker te verlaten op 31 oktober”. Impulsieve reacties kunnen lonend aanvoelen op het ogenblik zelf, maar je riskeert er wel nadelige gevolgen op lange termijn mee.

Misschien krijgen we de meest leerzame observatie in de klaarblijkelijke obsessie voor de deadline van 31 oktober. Natuurlijk worden ons soms deadlines opgelegd van buitenaf, en dan worden besluiteloosheid en aarzelen beter vermeden. Maar hier is de deadline er een van eigen keuze. Er kan werkelijk een afweging worden gemaakt tussen een no-deal Brexit op deze dag, en een deal op een latere datum. Er zijn zeker mensen die het hele Brexit-proces beu zijn, maar zijn ze daarom ook bereid een no-deal Brexit te accepteren, vooral wanneer je bedenkt dat het uittreden lang niet het einde van Brexit betekent?

Zodra het VK is uitgestapt, beginnen de onderhandelingen over een handelsovereenkomst, en die zullen naar alle waarschijnlijkheid vele jaren duren.

Vertraging of uitstel vermijden door snel een beslissing te nemen lijkt vaak de beste keuze op het moment zelf, zodanig dat we er zelfs bereid toe zijn ‘tegen elke prijs’. Die kosten, en de consequenties van een overhaaste beslissing zien er vaag en ver weg uit. Maar die gevolgen zullen vaak nog flink voelbaar zijn wanneer de vertraging al lang is vergeten. Tijdsdruk vervormt ons oordeel, en geeft emoties, overtuiging en ideologie extra gewicht ten nadele van weloverwogen, berekend redeneren.

Laten we bovenal onthouden dat de beslissingen die hier worden aangehaald door mensen als u en ik werden gemaakt. Wij kunnen makkelijk zien hoe, en misschien zelfs waarom, ze gebrekkig waren, vanuit onze comfortabele positie van een omstander met een perfecte terugblik. Eerder dan ze met de vinger te wijzen, doen we er best aan voor onszelf te erkennen hoe wij evenzeer in staat zijn dezelfde fouten te begaan, als we niet bijzonder goed opletten.

(*): Is het belangrijk dat de vermoedens in dit stukje al dan niet accuraat zijn? Niet zozeer: zolang ze aannemelijke verklaringen zijn voor de gebreken in de beslissingen in kwestie kunnen ze ons helpen problemen te herkennen en betere beslissingen te nemen.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.