Advies voor een democratisch en pluralistisch cultuurbeleid


Beste minister van Cultuur,

Waarde Minister-President,

Zonder enige twijfel ondergaat u in de komende periode een lawine aan brieven boordevol verwachtingen. Vaak heel legitiem. Zeker de cultuursector torst zware zorgen. Ook daarom overweegt u wellicht om ons, scherpslijpers van cultuurbeleid, hieromtrent om advies te vragen. Daarop hebben we niet gewacht, ons voluntarisme genereerde volgende adviezen. Samen maken we immers een beter Vlaanderen.

Vooreerst felicitaties met uw aanstelling als minister met de belangrijkste Vlaamse bevoegdheid. We bedoelen daarmee voor de goede orde ‘cultuur’. Dat deze bevoegdheid meteen naar de gewichtigste ministerpost van Vlaanderen gaat, bewijst dat ook u heeft begrepen wat er op het spel staat.

Waar Marx de economie als onderbouw van de samenleving definieerde, vinden u en wij dat deze eer cultuur toekomt. Toch de absolute basis van onze Vlaamse gemeenschap, bakermat van canons en cultuurkanonnen, gesierd met een juist en voluptueus wapperende leeuwenvlag. Is cultuur niet het grote vat van zingeving, waaruit burgers slurpen om zichzelf en hun samenleving zin te geven. Heel vergelijkbaar met uw vakgebied, de politiek, toch een ernstige zaak die waarde, betekenis en samenleven vormgeeft. Smeden cultuur en politiek hier geen schoon huwelijk?

Laat ons van in het begin duidelijk zijn. In België, dus ook Vlaanderen, bepaalt een wet wat cultuur is. Het gaat over de begrenzing van de terreinen waarop u mag werken, verkaveld in onder andere de kunsten, het sociaal-cultureel werk, de bibliotheken, de luister van de taal, de media… We vermoedden al dat dat laatste wel uit uw portefeuille zou vallen. De sappige economische belangen prevaleren vaak. Daar stappen u en wij niet in mee. 

Voor ons kan cultuurbeleid, inclusief media, niet anders dan ideologisch zijn. Dus gebaseerd op een enigszins samenhangend kader van waarden en normen. Ook al zijn we het niet zo eens met uw ideologie, we waarderen het wel dat u die expliciet te kennen geeft. Daar kunnen we ons tenminste tegenover verhouden. We zijn overtuigd dat u als politiek ambachtsmens in staat bent om uw beleid te bouwen op wat u ethisch, moreel en politiek belangrijk vindt. In tegenstelling tot sommige van uw voorgangers, die toch liever de neutrale houding van manager en beheerder veinsden. Of ze re(a)geerden als een lauwe rentmeesteres, zonder enige overtuiging.

Deze opening naar ideologie en politiek grijpen we graag aan om u twee principes te adviseren. Voor ons kan een ‘goed en schoon’ cultuurbeleid niet anders dan democratisch en pluralistisch zijn. We beseffen de holle echo’s die deze begrippen vergezellen. Vandaar onze verdere concretisering en vooral de ‘actieve’ invulling ervan. 

Democratisch

In eerste instantie betekent dit vooral het verrijken van de wat starre delegatiedemocratie met grote doses deliberatieve democratie. Ze zijn prachtig complementair. Meer nog: ze genereren elkaar. Zo worden discussies, onderhandelingen en collaboraties van onderop steeds opnieuw mogelijk. Die beslaan een breed firmament, over procedures, regels en culturen (gebruiken, mogelijkheden, opvattingen…). Zet gerust het geheel van onze cultuurdecreten maar op zo’n werkbank. Daarbij zijn en blijven de communicatieprocessen minstens even belangrijk als de producten die eruit volgen. 

Het vraagt moed en kracht van een actieve democratie om steeds opnieuw ‘open ruimtes’ te (re)creëren, bijvoorbeeld minimaal 10% van het budget voor artistiek en sociaal-cultureel experiment zonder dat daar onheuse bureaucratische verantwoording tegenover staat. We hopen op een cultuurbeleid van vertrouwen, niet op een management van wantrouwen. Hier bepleiten we een breuk met de recente evoluties, waar de administratie beheren veeleer als beheersen ging invullen.

Er moet immers altijd, steeds opnieuw, voldoende ruimte zijn om met nieuwe keuzes te komen. Het hoe, wat, wanneer, hoeveel enz. van cultuur mogen overvloedig vloeibaar blijven. Dit betekent dat cultuurbeleid terug een markt in de oude betekenis van het woord wordt, een plaats van ontmoeten, gekibbel, ruilen en soms ook (ver)kopen.

Wij horen meteen de opgeluchte zucht vanuit uw liberale long. Denken we daarover hetzelfde? Voor ons is deze markt een plaats waar zowel de overheden, als verenigingen én – sterk gedisciplineerd – het bedrijfsleven hun spel spelen. Elk met hun eigen doelstelling. Uw voorganger vond vooral in de vrije marktreligie zijn inspiratie. Wij niet.

Slim als u bent, ziet u meteen een paradox: hoe kan de democratie pleiten voor een vrije ruimte als deze al bij voorbaat wordt beperkt. Juist. We willen een cultuurbeleid heel duidelijk binnen deze tegenstelling situeren. Want de creatie van een vrije ruimte voor deliberatieve processen vereist tegelijkertijd beschermingsmaatregelen. Zo moeten alle tendensen, visies en acties die zich op de vernietiging van een actieve democratie richten, ondubbelzinnig en virulent buiten spel worden gezet. Dit betekent zeker niet het uitschakelen van kritische functies, wel het fnuiken van benaderingen die de vernietiging van openheid en pluralisme beogen.

U hoeft niet ver te kijken, in uw onmiddellijke omgeving huilen hongerige aaseters. Daarom betreuren we dat cultuur en media gesplitst worden. Ze horen namelijk bij elkaar. In naam van de democratie. De creatieve industrie op de vrije markt biedt daarvoor nooit garanties. Integendeel. Het ‘postkapitalisme’ viert immers hoogtij. Het zou grote diversiteit waarborgen. Het tegendeel blijkt, iedereen klaagt over alsmaar meer culturele eenheidsworst. Is er nog werkelijk verschil tussen VRT en VTM?

Schaalvergroting en economische monopolies fnuiken de kansen op experiment, vernieuwing, stoutigheid én diversiteit. Dat komt geen enkele cultuur ten goede, ook de Vlaamse niet.

Zelfs een liberaal geïnspireerde politicus weet ondertussen dat een overheid hier niet alleen corrigerend, maar ook ordenend moet optreden. Anders verdwijnt de ‘vrije’ markt. Dit alles geldt zeker voor culturele aangelegenheden.

Daarnaast willen we in die geactiveerde, open democratische ruimte, nog een tweede ‘schot’ plaatsen. Dat van de herverdelende rechtvaardigheid. Al vele decennia blijft onze vrije, open samenleving, zelfs met een opvallende duurzaamheid, achterstelling, uitsluiting en onrechtvaardigheid genereren. Deze reproductie van ongelijkheid vereist niet alleen sociaaleconomisch, maar ook cultureel een structureel tegenoffensief.

Daartoe moet het cultuurbeleid, steeds opnieuw en actief de negatief discriminerende mechanismen detecteren en bestrijden met positieve discriminatie. Zonder schroom of zelfs afwijzing die we daaromtrent vandaag zo sterk ervaren (eigen schuld, dikke bult, de opmars van het individueel schuldmodel).

Kortom, het decor voor een ‘goed en schoon’ cultuurbeleid biedt een open podium, klaar voor debatten en deliberaties, in het centrum van een actieve democratie en herverdelende solidariteit.

Pluralistisch

Naast de actief democratische richtlijnen, voeren we een tweede en gelijkwaardig ideologisch advies op, dat van het pluralisme. Net als democratie lijkt, na zoveel decennia, het spannende hieromtrent al verkend. Niets blijkt minder waar.

Ook hier dringt zich een activerende aanpak op. Niet zonder argwaan observeren we de oprukkende ongewenste intimiteiten van overheden in instellingen en voorzieningen. Efficiëntie wordt gereduceerd tot fusies en schaalvergroting. De creatie van alsmaar grotere steunpunten en bureaucratische controlemechanismen belaagt de diversiteit én de normativiteit van visies.

Zoals welzijn en onderwijs, lijkt cultuur steeds meer een zaak van management en gestroomlijnde of overheidsbepaalde praktijken. We willen daar radicaal tegenin gaan. Niet uit angst voor meer slagkracht of doeltreffendheid. Wel vanuit het streven naar minder disciplinering of sturing van bovenaf. Een pluralistische deliberatie kan immers alleen als een liefst onbeheersbaar aantal culturo’s zijn opwachting maakt, van artistiek tot breed cultureel, van creatief en productief tot voorwaardenscheppend.

En dit alles graag met een ferme geut balorigheid. Actief pluralisme betekent immers het bottom-up initiatief omarmen. Het begrijpt de Vlaamse Gemeenschap als werkelijk ‘gemeen’ of ‘common’, een waar mensen autonoom culturen met elkaar kunnen delen. Zelfbestuur, uw eigen partij worstelt er al jaren mee. U heeft nu de kans om iedereen die zijn eigen cultuur opeist een stevige boost te geven.

Samengevat, geachte Minister, wij adviseren u sterk om uw beleid op twee benen te laten huppelen (eerder dan schrijden), namelijk hyperactieve democratie en dito pluralisme van onderop.

Horen we u nu wat vermoeid zuchten? Krijgt u dit niet aan uw driftige achterban uitgelegd? We zijn altijd bereid u daarbij te helpen. 

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Pascal Gielen

Professor Pascal Gielen is hoogleraar cultuursociologie verbonden aan het Antwerp Research Institute for the Arts van Universiteit Antwerpen.

Auteur: Guy Redig

Professor Guy Redig doceert onder meer agogiek aan de VUB.

Auteur: Bart Caron

Bart Caron is voormalig Vlaams volksvertegenwoordiger voor Groen


Over dit artikel

BronApache [https://www.apache.be]
TitelAdvies voor een democratisch en pluralistisch cultuurbeleid
Auteur(s)Pascal Gielen, Guy Redig & Bart Caron
Permalinkhttps://www.apache.be/?p=103995
Gepubliceerd 14 oktober 2019 @ 13:01
Opgevraagd15 december 2019 @ 14:31
Klik hier om te printen