Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Een wetenschappelijke kijk op ideologie

10 oktober 2019 Thomas Jacobs
sharon-pittaway-4_hFxTsmaO4-unsplash
Foto: Sharon Pittaway, Unsplash

Op zich allemaal niets mis mee natuurlijk. Politiek is uiteindelijk in essentie een spel van retoriek, interpretatie, en betekenisverschuiving. Maar precies omdat betekenisverschuivingen politiek geladen zijn en een onwelriekend doel kunnen dienen, moeten we proberen sommige herinterpretaties te stoppen. 

In België is een van de ergst getroffen termen het begrip 'ideologie'. Vaak wordt ideologie als synoniem gebruikt voor 'links', en als antoniem voor 'wetenschap'. Dit is bijvoorbeeld het geval in de beschrijving van postmodernisme als een 'ideologie' die 'links en feitenvrij' is, en dus vijandig tegenover de wetenschap staat. Genderstudies worden ook wel eens aangestipt als een bron van 'ideologisch eenheidsdenken' – lees: gender studies is links en onwetenschappelijk.

Deze interpretatie is natuurlijk dubbel leuk voor 'rechts'. Enerzijds kan de rechtse denker zich framen als een onderdrukt slachtoffer van de vijanden van de wetenschap, aangenaam aanschurkend tegen Galilei en Lavoisier (“la révolution n’a pas besoin des savants”, weet u wel).

Opiniestukken over hoe feministische dogma’s het onderzoek naar de evolutionaire rol van verkrachting verhinderen, bevatten zelfs geen obligate referentie naar het feit dat zulks onderzoek ideologisch enorm rechts gekleurd is

Anderzijds creëert het de bizarre suggestie dat rechts denken niet ideologisch is. Opiniestukken over hoe feministische dogma’s het onderzoek naar de evolutionaire rol van verkrachting verhinderen, bevatten zelfs geen obligate referentie naar het feit dat zulks onderzoek ideologisch enorm rechts gekleurd is. Het is omwille van de linkse policor dat er geen onderzoek is naar de link tussen erfelijkheid en IQ – het feit dat die link quatsch is (zoals Nassim Taleb zowat dagelijks op Twitter uitlegt), is blijkbaar irrelevant. En als kritiek op "klimaatfanatici” “briljant” en “volledig gerechtvaardigd” is, is het onnodig te vermelden dat de criticasters extreemrechtse complottheoretici zijn.

Het is tragisch dat veel opiniemakers die 'ideologie' als 'links' en 'onwetenschappelijk' framen, van beroep wetenschappers zijn. De interpretatie van 'ideologie' als 'links' en 'onwetenschappelijk' is namelijk vanuit politiekwetenschappelijk oogpunt een erg gedateerde, om niet te zeggen achterhaalde visie, die nauwelijks nog aanhang vindt. De manier waarop deze interpretatie haar eigen ideologisch karakter en haar markante politieke implicaties compleet miskent, is wetenschappelijk gesproken erg problematisch. Dit stuk verkent hoe politieke wetenschappers over ideologie denken, en wat het opiniemakers hiervan kunnen opsteken.

Ideologie is complex

De Standaard vroeg zich recent af: “Kleurt ideologie de wetenschap?” (DS 20/09). De framing is direct duidelijk. Jammer dat die vreselijke, verderfelijke ideologie de pure, nobele, en zuivere wetenschap bezoedelt. Dit is een erg klassieke insteek, die teruggaat op – oh ironie – Karl Marx. Marx en de zijnen gebruikten de notie ‘ideologie’ als verklaring voor het uitblijven van hun communistische revolutie. De proletariër zag de ware structuur van de geschiedenis en de samenleving niet, omdat hij verblind was door ‘ideologie’.

De valse ideeën van de ideologie verhinderden de werkman om de wereld juist en correct (zoals Marx) te zien, en op de barricades te kruipen om zijn objectieve belangen te verdedigen. Dezelfde redenering bestaat vandaag nog steeds, alleen is ‘de revolutie’ vervangen door ‘de wetenschap’: ideologie wordt geframed als een obstakel voor de zuivere, objectieve wetenschap, net zoals ze tweehonderd jaar geleden zuivere revolutionaire inzichten onmogelijk maakte. 

Gelukkig is het onderzoek naar ideologie intussen bijna tweehonderd jaar verder – en denken sociale wetenschappers op een veel gesofisticeerdere manier na over ideologie. Ideologieën gaan véél verder dan enkel 'links' en 'rechts', en functioneren op een véél complexere manier dan louter als gordijnen die de waarheid toedekken.

Modern onderzoek naar ideologie heeft tout court weinig te maken met of een claim waar is of niet. De visie die schuilgaat achter 'ideologie is de vijand van de wetenschap' wordt bijvoorbeeld als een schoolvoorbeeld van een ideologisch denkpatroon beschouwd. Enkele wel erg radicale menswetenschappers gaan zelfs zo ver om ‘de wetenschap’ in zijn geheel als een ideologie te analyseren. Dit soort onderzoek is op zijn beurt erg ideologisch geïnspireerd, en hetzelfde geldt voor schimpscheuten dat dit soort onderzoek geen “wetenschap maar linkse onzin” is. 

De reeks ‘Wetenschap en ideologie’, die op dit moment loopt in De Standaard is een nieuw dieptepunt in het jammerlijk normaliseringsproces van extreemrechts

Ideologie is, kortom, een complex en divers fenomeen, dat opduikt zowat overal waar mensen nadenken over de wereld. Ideologie laat zich zeker niet beperken tot links of rechts, en laat zich absoluut niet weren uit de wetenschap. Precies omdat ideologie alomtegenwoordig is, kan het ook helemaal geen kwaad dat een uitspraak ideologisch is. Dat de claim “postmodernisme is onwetenschappelijk” ideologisch is, impliceert geen waardeoordeel. Pas wanneer het ideologisch karakter van die claim miskend wordt, komen we in de problemen. 

Ideologie is alomtegenwoordig

Een toegankelijke manier om over ideologie te spreken, is via de term ‘wereldbeeld’. Wereldbeelden zijn vaak deels (een mix van) links of rechts, maar ze reiken veel verder dan dat, en beslaan nagenoeg de hele ideeënwereld – een wereld die voor de meeste gezonde mensen meer dimensies heeft dan louter de partijpolitiek. Vandaar dat de (erg ideologische) vernauwing van de term ‘ideologie’  tot een synoniem voor ‘links’ in het debat over ideologie en wetenschap ervoor zorgt dat veel razend interessante ideologische dynamieken binnen de wetenschap, buiten beeld blijven. 

Zo is er in de psychologie op dit moment sprake van een replicatiecrisis. Heel veel onderzoeksresultaten blijken, bij herhaling van het experiment door een andere wetenschapper dan de originele uitvoerder, niet reproduceerbaar te zijn. Dit is uiteraard een ernstig probleem – replicatie is een cruciaal onderdeel van de wetenschappelijke methode.

Maar hoe komt het dat die crisis zo hard gevoeld wordt in de psychologie, en nauwelijks humane wetenschappen, die nochtans door de band genomen veel minder methodologische grundlichkeit aan de dag leggen? Precies omdat veel psychologen de exacte wetenschappen als ideaalbeeld hebben, terwijl weinig humane wetenschappers zo ambitieus (hoogmoedig?) zijn. Bijgevolg ervaart de psychologie haar methodologisch falen als een diepgaande disciplinaire crisis, terwijl humane wetenschappers veel minder ontgoocheld zijn bij tegenspraak, omdat ze lagere (en realistischere?) verwachtingen van hun eigen onderzoek hebben. Verschillende ideologieën maken dat twee disciplines op een totaal verschillende manier omgaan met eenzelfde probleem.

Ook de economische wetenschappen zijn erg fascinerend voor wie geïnteresseerd is in ideologie. Economen zien zichzelf, net als psychologen, vaak als exacte wetenschappers. Dit wereldbeeld heeft vreemde gevolgen. Om hun onderzoek ‘wetenschappelijker’ te maken, gebruiken economen steeds complexere wiskundige modellen, wat er bizar genoeg voor zorgt dat hun onderzoek steeds minder te maken heeft met de eigenlijke economie.

Hun exact-wetenschappelijke aspiraties maken economen ook veel blinder voor hun eigen biases dan veel andere menswetenschappers. Het recentste voorbeeld hiervan, is de manier waarop economen keken naar het Europese zuinigheidsbeleid. Dat zuinigheidsbeleid werd initieel toegejuicht als ‘de oplossing’, maar bleek uit onderzoek achteraf een zeer politiek geladen interventie met een aantal nefaste consequenties te zijn, die vooral overtuigde omdat ze resoneerde met de ideologische kaders van haar cheerleaders.

Ideologie is niet onderhevig aan de wetenschappelijke methode 

Een cruciaal onderdeel van de opmars van extreemrechts is dat nieuwsmedia haar visie normaliseren door haar voor te stellen als één van de mogelijke politieke standpunten

Een andere term die vaak gehanteerd wordt in modern onderzoek naar ideologie, is ‘normalisering’. Ideologieën zijn op hun sterkst als ze hun ideeën en redeneringen als normaal kunnen voorstellen. Het onderwerp van dit stuk, de manier waarop het in het maatschappelijk debat vanzelfsprekend geworden is dat ideologie onwetenschappelijk links denken impliceert, is hier een goed voorbeeld van. 

In de communicatiewetenschap focust het meeste onderzoek over normalisering en ideologie op de mainstreaming van extreemrechtse ideeën via de media. Een cruciaal onderdeel van de opmars van extreemrechts is dat nieuwsmedia haar visie normaliseren door haar voor te stellen als één van de mogelijke politieke standpunten.

Zelfs wanneer wordt aangegeven dat een bepaald radicaal standpunt feitelijk fout of politiek extreem is, verkrijgt het desalniettemin veel legitimiteit doordat het wordt gepresenteerd als een plausibele positie die de overweging en reflectie waard is. De legitimiteit die verkregen wordt door coverage in de mainstream media geeft zeer veel krediet. De kritiek die in sommige gevallen gepaard gaat met die coverage, kan altijd weerlegd of bestreden worden.

De reeks ‘wetenschap en ideologie’ die op dit moment loopt in De Standaard is een nieuw dieptepunt in het jammerlijk normaliseringsproces van extreemrechts. Het feit dat een kwaliteitsmedium als De Standaard stilstaat bij overpeinzingen als “het zouden linkiewinkies zijn, onze wetenschappers”, geeft enorm veel zuurstof aan het extreemrechtse idee dat onze universiteiten linkse bastions zijn. Dat deze suggestie vervolgens halfhartig wordt tegengesproken, doet daar niets aan af.

Ideologieën functioneren niet volgens de wetenschappelijke methode, ze verdwijnen niet wanneer ze empirisch worden weerlegd. Vandaar dat de suggestie dat we raswetenschappelijke waanbeelden moeten onderzoeken zodat we racisten eerlijk intellectueel eerlijk kunnen bekampen, onversneden waanzin is. Alsof eugenetici geïnteresseerd zijn in een intellectueel eerlijk debat, waarin kritiek serieus genomen wordt en argumenten inhoudelijk worden geëvalueerd.

Extreemrechtse ideeën hebben nood aan de herhaling en de normalisering van hun denkpatronen om furore te maken, en dat is precies wat De Standaard, hoogstwaarschijnlijk onvrijwillig, faciliteert. Het feit dat de krant “de aantijgingen van rechtse politici, als zouden onze universiteiten rode bolwerken zijn, […] nuanceert” doet niets af aan de weergaloze overwinning die deze reeks is voor Vlaams Belang, Dries Van Langenhove, en andere proponenten van een “ontlinksing” van de academie. Hun standpunten worden gelegitimeerd, serieus genomen, en genormaliseerd, en het feit dat de journalist het niet eens is met de politicus, ach ja, dat is gewoon omdat journalisten linkiewinkies zijn.

LEES OOK