Wat wals is, vals is?

 Leestijd: 3 minuten5

‘Wat wals is, vals is?’ Sinds ik het Vlaamse regeerakkoord onderging, dreunt deze slogan als een mantra door mijn systeem. Het is de strijdkreet die Hendrik Conscience aan de Guldensporenslag koppelde. Koene Vlamingen hakten er succesvol in op pretentieuze Franse ridders. Een schone mythe, waarvan we ondertussen weten dat het verhaal lekt als een vergiet.

Het gaat hier en nu niet over de Walen. Wel over de afgeleide betekenis van ‘wals’, namelijk schrikaanjagend vreemd. De gemeen rustige wijze waarop Jan Jambon over ons warm en sociaal Vlaanderen getuigt, verbergt amper een radicale veldtocht tegen interculturaliteit en actief pluralisme. De nieuwe Vlaamse Regering zal geen uiting van etnisch-cultureel diverse identiteit meer dulden. ’t Is nu genoeg geweest met het (h)erkennen van bv. zelforganisaties. Die zijn niet zozeer overbodig, veeleer vijandig voor het assimilatieverhaal.

Laten we daarover duidelijk zijn: het Vlaamse regeerakkoord lijkt wel een catalogus van rabiaat rechtse remedies tegen het recht op een etnisch-culturele identiteit die zich binnen een Vlaamse gemeenschap mag en kan ontwikkelen. Weg met het respect voor diversiteit, het actief pluralisme op de schopstoel. Vanaf nu werkt een sterk bekrachtigde rem op het actief organiseren van ontmoetingen tussen uiteenlopende gemeenschappen. In zowat alles waar de overheid greep op heeft, zal een verbod op uiterlijke religieuze kenmerken zegevieren. Nieuwsgierigheid naar andere culturen wordt herleid tot argwaan, waarbij een (weerom) mythische Vlaamse identiteit als een krappe pasvorm over ieders hoofd wordt getrokken.

Nog niet zolang geleden, in Zuid-Afrika, werden de ijveraars voor zo’n versmachtende identiteitsinvulling – via de Apartheid – als verkramptes beschreven. Dit etiket plak ik nu zonder schroom op de schrijvers van het Vlaams regeerakkoord. Ook al beschikken de Vlamingen vandaag over verregaande autonomie, zijn ze de economisch sterkste kracht, toch blijven oude frustraties de toekomst overweldigen. Nog steeds proef ik in dit regeerakkoord de smaak van “hit back”. ‘t Is nu aan “ons” om de plak te zwaaien. Tot en met de futiliteit van de burgemeesterssjerp, het kappen met Unia en wat nu ongetwijfeld nog allemaal zal volgen.

Waar is het respect voor de vele culturele gemeenschappen? Beseffen onze nieuwe Vlaamse excellenties wel hoe deze op hun ziel worden getrapt?

De verkrampte omgang met diversiteit en een niet aflatende strijd tegen alles wat religieus of eigen-aardig zou kunnen zijn, komt er nu aan met rasse schreden. Ze zal diepe wonden slaan. Zoals eerder de Antwerpse burgemeester zijn stad verdeelde, gaat ook de Vlaamse gemeenschap in steriele contramine over de mate van respect, de constructieve omgang met veelvuldigheid en nieuwsgierigheid naar elkaars verschillen én gemeenschappelijkheid. Waar bleef een minimale empathie voor de honderden duizenden gelovigen, grote groepen christenen, moslims, joden enz.? Waar is het respect voor de vele culturele gemeenschappen? Beseffen onze nieuwe Vlaamse excellenties wel hoe deze op hun ziel worden getrapt?

Eerder (2009 -20015) deed ik een doctoraatsonderzoek naar Vlaamse en Brusselse zelforganisaties op basis van etnisch-culturele diversiteit. Twee besluiten klonken overdonderend eensgezind. Ten eerste de vele, concrete en positieve mogelijkheden van etnisch diverse verenigingen bij het succesvol verbinden met zowat alle maatschappelijke voorzieningen (onderwijs, zorg, justitie, cultuur…). Een tweede vaststelling bewees dat deze “witte” instellingen van welzijn en geluk nog steeds, na meer dan vijf decennia immigratie, worstelen om etnisch-cultureel diverse mensen met hun aanbod te bereiken. Zelforganisaties, op basis van welke eigenschap ook, verdienen per definitie steun en waardering van onze overheden. Ze zijn straffe bondgenoten op weg naar een open, slagkrachtige en ook vriendelijke samenleving. Ze verhogen het probleemoplossend vermogen, ze openen deuren, ze stimuleren burgerschap. Juist hier zet dit regeerakkoord de sluizen van boycot, misprijzen en argwaan open. Averechts.

De cumul van pesterijen in het Vlaams regeerakkoord bevestigen soms woordelijk deze angstwekkende analyse. Het wordt tragisch duidelijk dat deze Vlaamse regering hierover helemaal geen hoopvol verhaal wil vertellen. Het modewoord verbinding verwerd tot een verblinding, de verdwenen positieve kijk op diversiteit en actief pluralisme.

De keuze van deze regering is dom en gevaarlijk. Ze spelen met vuur en miskennen de enorme mogelijkheden van dit sociaal-cultureel veld

Het gaat misschien in tegen de gedachte van de goegemeente, maar het staat wel als een paal boven water: slechts zij die gerespecteerd worden in hun eigenheid en zich gerespecteerd voelen binnen het geheel, zullen verantwoordelijkheid opnemen naar die groep. Indien men waarachtig wil samen-leven, moet men respect opbrengen voor de culturele eigenheid van mensen. Enkel dan zal men komen tot een inclusieve en warme gemeenschap.

Zonder dat noodzakelijk respect zullen die etnisch-culturele gemeenschappen zich afzetten tegen een Vlaamse gemeenschap waarin ze zich niet betrokken en erkend voelen. Het afstraffen van etnisch-culturele zelforganisaties en hun koepels zal leiden tot isolement en segregatie. Er zal niet minder diversiteit door ontstaan. Er zal enkel meer vervreemding door groeien. De keuze van deze regering is dom en gevaarlijk. Ze spelen met vuur en miskennen de enorme mogelijkheden van dit sociaal-cultureel veld. Er zal enkel minder samenleving door ontstaan. Ik lees en ril bij de steile opmars van een verkrampte identitaire benadering. De slogan ‘wat wals is, vals is’ kreeg een geactualiseerde invulling. Op weg naar een mythische Vlaamse gemeenschap, strompelend op verkrampte en kromme benen.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Bert Anciaux

Bert Anciaux is senator voor de sp.a, gewezen minister en auteur van o.a. ‘Zelforganisaties in Vlaanderen. Onderzoek naar plaatselijke (zelf)organisaties op basis van etnisch-culturele identiteit’