Oosterweel: moeten we wel juichen om het compromis?

 Leestijd: 5 minuten5

De bewegingen Ademloos en st(R)aten-generaal kanaliseerden succesvol de stijgende afkeer van steeds meer burgers voor de manier waarop de stadsbesturen (van toen en nu) de mobiliteits- en milieu-infarcten van ’t Stad aanpakten. De arrogantie van de macht – walk and don’t look back – en het dedain van nieuwrechts en flinks frustreerden vele Antwerpenaren.

Op een slimme manier vertaalden Manu Claeys en Peter Vermeulen – als coryfeeën van de ‘echte’ participatie – deze ongenoegens in een breed gedragen protestbeweging. Opvallende, sociale marketing lanceerde het concept Ringland. Voorwaar een staaltje agogisch of agiterend werk van hoog niveau. Dit kritische project sloeg aan, de groeiende tegenwind woei de vergevorderde planning (bv. Lange Wapper) naar de mythologie. Even dreigde een onoverbrugbaar conflict. Tot plots iedereen – van De Wever, Kennis, Bourgeois en Weyts, tot Claeys, Vermeulen en van Hees gezamenlijk op de foto hun breedste glimlach vertoonden. Want de eindoplossing voor zowat alle problemen stond in de overeengekomen plannen geschreven. Als consensus. Driewerf hoera. Toekomst gered.

Maar zelfs vanuit een goedgezind karakter wekt deze consensus vele vragen, twijfels en argwaan. Waarom wriemelen deze kritische reflecties? Wat zorgt ervoor dat deze bejubelde, blijkbaar eensgezinde oplossing misschien verdoken gevaren en verholen valsheid inhoudt? Hierbij het verzoek aan de hoofdrolspelers om afdoende en vooral schone antwoorden te formuleren op de volgende overwegingen – niet in volgorde van belangrijkheid.

Problemen allemaal opgelost?

De ganse heisa rond Oosterweel legde helemaal terecht een focus op twee onmiskenbare en fundamentele Antwerpse, bij uitbreiding Vlaamse problemen (maatschappelijk, ecologisch, economisch, mobiliteit), nl. de ronduit slechte luchtkwaliteit en de onwaarschijnlijk vele en lange files op zowat alle invalswegen. De vraag stelt zich: hoe zullen die euvels evolueren tijdens het uitgerekte decennium waarin Oosterweel met Ringland zichzelf verwezenlijkt?

Want een groot aantal van de politici en actievoerders zal bij het einde van de realisaties misschien licht dementerend z’n oude dag slijten of proper rondfietsen in een hiernamaals

Eerst en vooral de ademloze lucht. Zelfs een pessimist geeft toe dat rond 2030 de uitstoot van (vracht)wagens voor het grootste deel ‘proper’ zal zijn. Roetige diesels worden aan ijltempo herleid tot ongewenste oudjes. Hopelijk betere dan elektrische motoren zullen weinig schadelijke uitstoot verwekken. Tja. Dit euvel lijkt zich (veel te laat, maar toch) eindelijk op te lossen, zeker tegen het vermoedelijke eindpunt der werken, die nu zijn gestart en de komende tien jaar blijven duren.

Ten tweede is er de onhoudbare verkeersdrukte. Hier borrelt een onvermijdelijke vraag: welke ondertekenaar van voorliggend compromis kan waarborgen dat de geplande ingrepen ook een einde aan de resem verkeersinfarcten zullen betekenen. Nog nooit durfde een ernstig mobiliteitsexpert deze garantie uitspreken. Dat politici en actievoerders dit wel doen, heeft alles te maken met het tijdsperspectief. Want een groot aantal van hen zal bij het einde van de realisaties misschien licht dementerend z’n oude dag slijten of proper rondfietsen in een hiernamaals. Kortom, de hamvraag luidt: biedt het voorliggende plan structurele oplossingen voor de verkeersproblemen van straks? Het antwoord klinkt minstens twijfelachtig. Nog recent uitte Wouter Vanbesien hieromtrent zijn twijfels.

Peter Vermeulen van Ringland op de tweede editie van het Ringland-festival, op zondag 28 juni 2015, in Antwerpen. (Foto: Nicolas Maeterlinck, Belga)

Groene en open ruimte

De creatie van veel groene, open ruimte en een aansluiting tussen intra- en extra-muros vormen een belangrijk én een zeer enthousiasmerend onderdeel van de bereikte consensus. Terecht, de bevolkingsdensiteit en het acute tekort aan open, publieke ruimte behoren tot de meest schrijnende noden van Antwerpen. Hoe schoon zou het zijn dat een overkapte ring plots zoveel letterlijke openheid zou creëren? Geen kwaad woord daarover. Ook al ligt enkele honderden meters een belachelijk overbodige luchthaven op creatieve en sociale ontwikkeling te wachten.

Aan Hof Terlo/parking Spoor Oost vult een resem gebouwen alle ruimte die naast de Ring overblijft. (…) Het lijdt weinig twijfel dat ook hier de wellust van kantoorbouwers zal toeslaan.

Maar wat als men de huidige aanpak van de rand van de ring observeert? De hitsigheid van de immobiliënsector lijkt ook hier moeilijk te onderschatten, laat staan te beteugelen. Bekijk wat men aan gebouwen produceert aan Berchem-Station (waar heel even een spiksplinternieuw postsorteercentrum stond – quid duurzaamheid?) of aan de kant van Hof Terlo/parking Spoor Oost. Een resem gebouwen vult voluptueus alle ruimte die naast de Ring overblijft.

De laakbare Antwerpse gewoontes en praktijken qua immobiliën vergoelijken hier een geut cynisme; het lijdt weinig twijfel dat ook hier de wellust van kantoorbouwers zal toeslaan. Zo creëert men sluipend een hoge betonnen muur tussen Singel en Ring. De aansluiting via open ruimte van binnen en buiten de muren krijgt daardoor nauwelijks kans. Hier rijst, eenzaam en grijs, een corridor van hoge gebouwen. Die metselt het uitzicht, dat nu ondanks de verkeersaders wel helemaal open is, hopeloos dicht. Wie durft hier en nu verzekeren dat deze sappige ontwikkelingspercelen gevrijwaard blijven… zeker in het licht van de volgende twijfel, nl. de betaalbaarheid?

Investeren zonder opbrengst?

Zelfs het gedeeltelijk overkappen van de Ring en de andere geplande werken zullen veel geld kosten. In die mate dat een evenwichtige Vlaamse begroting erdoor wankelt. Als Europa niet aanvaardt dat deze berg kosten buiten de begroting wordt geplaatst, zakt ze hopeloos door haar poten.

Het gaat hier over investeringen vanuit het overheidsbudget. Dat trapt al vele jaren op zijn adem. Op dit moment snakt zowat alle publieke infrastructuur naar meer en beter: van kinderopvang en scholen tot sport- en speelruimte; van fietspaden tot verkeersremmers allerlei; van openbaar vervoer tot ontmoetings- en cultuurhuizen; van ziekenhuizen tot sociale huisvesting. De investeringsbudgetten van gemeenten en Vlaamse overheid bonken al vele jaren tegen hun grenzen.

Dan stelt zich de prangende vraag: waar haalt men plots de extra middelen om deze overkapping en bijhorende ingrepen aan baanvakken, bruggen, openbaar vervoer enz. te bekostigen? Uiteraard door op de andere investeringen te beknotten. Of door inkomsten uit deze operatie te puren? Dit kan, door bv. de randen van de Singel lekker vol te bouwen met lucratieve kantoren of woningen. Uiteraard aangevuld door de onvermijdelijke tolgelden, onverkort een verhoogde belastingdruk. Wat blijft er dan over van al dat groen, open ruimte, licht, lucht en verbinding tussen binnen en buiten de muren?

Unheimlich participeren

Een consensus is zelden verwerpelijk. Behalve als de meest cruciale elementen van de verhoopte oplossingen niet meer standhouden

De beweging gecreëerd door Ademloos en st(R)aten-generaal vertoonde vele kenmerken van een schone participatie. Mensen voelden zich geroerd en bewogen door de rabiate en terechte afwijzing van wat ‘het systeem’ als oplossingen knutselde. De laakbare manier waarop een wezenlijk gemeenschapsprobleem door de expertocratie werd mismeesterd, gaf voldoende brandstof om een (h)eerlijk vuurtje te stoken. Daarover geen cynische reflectie. Deze schoonheid wijzigde drastisch toen plots de oplossing werd gescrabbeld. Niet iedereen wist juist waar de knopen werden ontward; iedere betrokkene vond nog een stukje van de eigen bekommernis in het eindverdict. Een consensus is zelden verwerpelijk. Behalve als de meest cruciale elementen van de verhoopte oplossingen niet meer standhouden. Juist daarover gingen de eerdere vragen in deze bijdrage.

Wat dreef de roergangers van de participatie tot deze overeenkomst? Er zijn – in wisselende mate van slechtgeaardheid – enkele verklaringen. Sommige insiders verwijzen naar het Stockholmsyndroom. Als tegenstanders te lang samen in een penibel verband verblijven, dan ontstaat wel eens een positieve wederzijdse affectie. De ooit bitsige onderhandelaars werden hartelijke strijdmakkers. Anderen stellen dat de voortrekkers gepaaid zijn door langgerekte opdrachten om dit compromis mee te verwezenlijken. Bij deze een verwijzing naar het pleidooi van Manu Claeys voor een meerderheid tussen N-VA en Groen voor Antwerpen bij de coalitievorming na de gemeenteraadsverkiezingen 2017. Een minderheid vermoedt dat ze op snelheid en naïviteit zijn gepakt.

In elk geval blijken veel voorstanders van Ringland en Co 1) amper tot niet op de hoogte van het uiteindelijke compromis en 2) vooral overtuigd en blij dat hier, althans in de gecreëerde perceptie, een overwinning werd behaald. Voelt de Ringland-achterban zich echt mede-eigenaar van de bereikte consensus? Niet echt. Is er een knagende twijfel dat dit compromis misschien een Pyrrus-effect heeft? Steeds meer. Het lijkt dat een dynamisch participatieproces uitmondde in een betonnen compromis dat geen van de oorspronkelijke doelstellingen dient. Proces con brio geslaagd. Product: zwaar gebuisd?

Tenslotte

De creatie van Ringland was een communicatief hoogstandje. Gedesemd in een meer dan verantwoorde kwaadheid op de burgerblinde en arrogante oude en actuele bestuurders van stad en gewest. De milieu- en mobiliteitsinfarcten bleken meer dan voldoende relevant om een ‘volksbrede’ tegenbeweging te generen. De participatievlag wapperde fier. Ringland werd zelfs een Vlaams exportproduct op vele vormingsmomenten. Het bezorgde zijn handelsvertegenwoordigers een goedgevulde agenda en verwekte een gesmaakt (maar vederlicht) boekwerk.

Tegelijkertijd vertoont het eindpunt van dit traject een compromis waarbij de kopstukken van de vermaledijde overheden en de leiders van de schone volkse beweging ‘collaboratief’ de hoopvolle vrede en eenstemmige passie prediken. Deze collaboratie verwekt kritische vragen… zelfs grote argwaan. De kritische sneer hieromtrent van Joël De Ceulaer in zijn recent essay over democratie slaat hier nagels met koppen. Kunnen de hoofdrolspelers hier overtuigende antwoorden formuleren? Hoop doet leven.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Guy Redig

Professor Guy Redig doceert onder meer agogiek aan de VUB.