‘Radicaal digitaal’ in arm Vlaanderen

 Leestijd: 6 minuten3

De eerste verschijning van de verse minister-president eindigde in mineur. Iets met het verzoek om een blanco cheque te tekenen. Aan partijvazallen kan je zoiets vragen: die moet je vragen minder te applaudisseren zodat een ongelezen turf van meer dan 300 bladzijden kon goedgekeurd worden en de excellenties ingezworen.

De oppositie daarentegen had geen legitieme reden om in deze onzin mee te gaan en deed wat een oppositie behoort te doen: een vraag stellen en verontwaardigd vaststellen dat ze onbeantwoord blijft en – in dit geval – intussen een arrogante blik vol misprijzen ondergaan. Het is al vaak gezegd, en bij deze bevestigd: we hebben een echte staatsman aan het hoofd van de nieuwe Vlaamse regering.

‘Slimme’ omgevingen zijn ook omgevingen waarin nooit nog de vluchtigheid die zo kenmerkend is voor publieke ruimten kan bestaan

Niet dat de vraag niet relevant was. Want wat moet dat kosten, “van innovatie en digitale transformatie een speerpunt” van het beleid maken, Vlaanderen tot “smaakmaker en voortrekker” maken “in de nieuwe data-economie en artificiële intelligentie”? En wie betaalt de “zo snel mogelijke invoering van het 5G-netwerk in heel Vlaanderen”, “Want dat zal ervoor zorgen dat we de nieuwste spitstechnologieën kunnen inzetten om Vlaanderen gezonder te maken”. Gezondheid is voor de technologiesector wat seks is voor de auto-industrie: het glijmiddel. “Verkeersstromen beter op elkaar af te stemmen, energie te besparen, informatie efficiënter uit te wisselen, fraudeurs sneller te klissen, maar ook bijvoorbeeld nieuwe roboticatoepassingen te lanceren of zware videobestanden in een oogwenk door te sturen” (Vlaamse Regering 2019-2024, p. 7). Wat moet dat allemaal gaan kosten? Dat komen we dus niet te weten. Nog niet.

Belangrijker dan het kostenplaatje te tonen, of zelfs maar uit te leggen wat er precies bedoeld wordt en waarom we daar noodzakelijk enig heil moeten van verwachten, is het ons om de oren te slaan met slogans die allemaal al wel een keer werden voorgekauwd – door iconen uit de lokale digitale technologiewereld, dat behoeft geen verdere toelichting.

Wat te denken van “radicaal digitaal”? Ik herinner me nog welke krant deze lekkerbekkende slogan in de mond van een lokale goeroe had gelegd. De titel boven een redelijk vrijblijvend gesprekje. In de weekendeditie. Goed voor een milde glimlach van de lezer, tussen het sinaasappelsapje en croissantje in.

Als die slogan opduikt in een regeerakkoord, is die mildheid minder gepast. Argwaan is dan beter op z’n plaats. En de bereidheid om het document nog aandachtiger te lezen om te achterhalen wat er in ‘s hemelsnaam zou bedoeld worden. Die aandacht – liefst aangevuld met een meer dan modaal inzicht in de wondere wereld van de technologielobbyisten en de schaamteloosheid van hun maatschappelijk schadelijke “oplossingen” – is nodig om te begrijpen wat de excellenties – of beter: de ondernemers voor wie ze rijden – van plan zijn.

Alles digitaal

Waarom dat zo is, wordt ons niet verteld, maar digitale technologie brengt de verlossing. Daarom is het plan om de tentakels van Artificiële Intelligentie, Big Data, Blockchain (en wie weet welk volgend buzzword dan ook) te verweven in elk aspect van het weefsel dat de Vlaamse samenleving uitmaakt. Zorgsector, Onderwijs (p.33), Kunsten… allen worden ze liefdevol opgenomen in het Vlaamse innovatie-ecosysteem (p. 43), de bron van alle digitale vooruitgang, waarin data delen het nieuwe hoogste goed is.

Maken we even abstractie van het feit dat nergens de moeite genomen wordt om de toverwoorden uit het digitale arsenaal van een preciezere betekenis te voorzien; meer zelfs: laten we er goedmoedig vanuit gaan dat er wel een paar mensen zijn die weten waar ze precies mee bezig zijn, valt er dan niet iets te zeggen over zo’n sterk doorgedreven integratie?

Natuurlijk wel. Neem bijvoorbeeld het ‘only once’-principe (p. 129). In theorie werkt zo’n principe tijd- en kostenbesparend. Data wordt slechts één keer ingezameld: wanneer zulks relevant is – omdat de gegevens noodzakelijk zijn en nog niet in databases opgeslagen liggen, of omdat door een veranderde situatie gegevens verouderd zijn. Een betrouwbaar systeem van gekoppelde databases zorgt er dan voor dat de gegevens raadpleegbaar zijn, wanneer dat relevant is. Door bevoegde personen. Met respect voor de privacyregels.

Volgens het akkoord zit het wel snor met die betrouwbaarheid, met respect en bevoegdheden. Er is per slot van rekening voorzien in een decreet dat dit regelt. Juist. Een decreet?

Voor bepaalde problemen hebben we andere oplossingen nodig dan digitaal-technologische en daar schijnen onze beleidsmakers in hun enthousiasme voor digitale dingen graag aan voorbij te gaan

Het leidt geen twijfel dat digitale technologie ons bij bepaalde problemen te hulp kan komen. Voor andere problemen hebben we andere oplossingen nodig, en daar schijnen onze beleidsmakers in hun enthousiasme voor digitale dingen graag aan voorbij te gaan. Een voorbeeld: eenzaamheid wordt erkend als een probleem. Gelukkig maar. En het voornemen wordt geformuleerd om te voorzien in voldoende ontmoetingsplaatsen. “Fijn, laten we extra investeren in mobiliteit” wil een mens dan wel eens denken. Niet: “ook digitaal”. Digitale ontmoetingsplaatsen in de strijd tegen eenzaamheid (p. 100)?

Radicaal, zonder hinderpaal

Zorgwekkend is het voornemen om de inzichten in de bereidheid van technologiespelers om zorgvuldig te handelen en ethiek in het epicentrum van hun activiteiten straal te negeren. Wat doet een verantwoordelijke regering met een sector waarin roekeloosheid verheerlijkt wordt, waarin dingen mogen stukgemaakt worden als dat de snelheid bevordert, om Zuckerberg te parafraseren?

De Vlaamse regering dereguleert, maar rept over regelluwte, over regelluwe zones (p.58). Daarmee komt de regering de verzuchtingen van de sector tegemoet. Die vonden hun neerslag in een aanhoudende stroom opiniestukken, waarin de predikers van de digitale revolutie emmerden over de nefaste gevolgen van wetten en reglementen voor de snelheid waarmee ze konden innoveren. Niet dat ook maar een van hen ooit overtuigend kon antwoorden welke regels ze dan precies bedoelden. Regels moesten eruit. De Vlaamse regering bedient hen nu dus op hun wenken en voorziet in speeltuintjes waarin naar hartenlust mag geëxperimenteerd worden. Met technologieën die zelfs Silicon Valley-halfgoden een occasionele slapeloze nacht bezorgen, zoals artificiële intelligentie.

Slim Vlaanderen

Wanneer ‘slim’ wordt toegelicht, rijst immers bij nogal wat mensen de vraag of dat wel zo slim is, een slimme stad

Geen technologisch geïnspireerde tekst zonder de vermelding van “slimme dingen”. In het regeerakkoord zijn er aardig wat opgenomen. Steden, dat spreekt voor zich – met Antwerpen op kop. En regio’s. Waarom niet heel Vlaanderen? Gebieden die zich wat verder van de metropool bevinden, zijn in de tekst alvast niet vergeten. Want een tekst is maar een tekst.

Opnieuw wordt zorgvuldig vermeden om te preciseren wat we mogen verstaan onder een “slimme stad”. Dat is wellicht niet volledig toe te schrijven aan onkunde of een vergetelheidje. Wanneer “slim” wordt toegelicht, rijst immers bij nogal wat mensen de vraag of dat wel zo slim is, een slimme stad. En voor je ’t weet lezen die mensen over hoe fout de slimme stad is gelopen, in Toronto.

Beleidsbeslissingen hoeven niet langer toevertrouwd aan falende beleidsmakers: we kunnen meten en “meten is weten”. Dat staat er echt! Op pagina 123.

Het akkoord mag dan wel gewag maken van een ecosysteem waarin alle partijen – dus ook gewone burgers zoals u en ik (en misschien een enkele nieuwkomer?) – vertegenwoordigd zijn; in de praktijk komt een slimme stad er vaak op neer dat private ondernemingen – Alphabet, om er eentje te noemen – gevraagd wordt om de publieke ruimte te vullen met apparaatjes die dingen kunnen meten (dat is wat sensoren doen) of observeren (dat is wat camera’s doen). Die dingetjes zijn verbonden met een netwerk – the Internet of Things, weet u wel – en met databases, die naar hartenlust kunnen ontgonnen worden. En die brengen dan de verlossing. Beleidsbeslissingen hoeven niet langer toevertrouwd aan falende beleidsmakers: we kunnen meten en “meten is weten”. Dat staat er echt! Op pagina 123.

Goed, laten we opnieuw genadig zijn – weliswaar niet na de korte mededeling: ‘meten’ en ‘weten’ zijn twee verschillende activiteiten! Het tweede is altijd ook een politieke daad. Wat doet ‘slim’? Data genereren? Meten?

Ja. Maar ook zoveel meer. Evgeny Morozov heeft een punt als hij ‘smart’ leest als een acroniem voor “surveillance marketed as revolutionary technology”. Slimme omgevingen zijn ook omgevingen waarin nooit nog de vluchtigheid die zo kenmerkend is voor publieke ruimten kan bestaan. Indien goed genoeg geïmplementeerd – en dat durft in Vlaanderen nog wel een keer fout te gaan – is een slimme stad ook een goed uitgeruste omgeving voor permanente surveillance.

Wie een dergelijke infrastructuur voorstelt, kan maar beter ook alles in het werk stellen om garanties te geven dat de ingezamelde gegevens niet in de verkeerde handen terechtkomen – Alphabet, om er opnieuw eentje te noemen. En dan helpt een passage zoals “het eigenaarschap van data blijft daarbij, tenzij anders overeengekomen, bij de bestuurlijke entiteit liggen” echt niet. Want reken maar dat anders zal overeengekomen worden. In het spel van slim ligt de macht heus niet bij de Vlaamse overheid.

Tot slot.

Uiteraard verdient het aanbeveling om weloverwogen te investeren in technologisch onderzoek, maar dat veronderstelt een totaal andere houding dan het euforisch gekakel dat in het akkoord te lezen valt

Een overheid mag best ambitieus zijn, maar kan het binnen de perken blijven?
Uiteraard verdient het aanbeveling om weloverwogen te investeren in technologisch onderzoek, maar dat veronderstelt een totaal andere houding dan het euforisch gekakel dat in het akkoord te lezen valt. Uiteraard moeten Vlaamse ondernemingen in staat gesteld worden om te onderzoeken hoe bijvoorbeeld artificiële intelligentie een invloed zal uitoefenen, zodra we het tijdperk van goed verpakte experimenten achter ons gelaten hebben en beschikken over technologie die de naam echt verdient. Maar koploper? Komaan. Een beetje redelijk blijven. Is er iemand die meewerkte aan dit akkoord die niet in de lach schoot toen die “ambities” werden neergeschreven? Of waren ze te druk bezig met na te denken over wie van de vrienden in aanmerking kan komen om als “technologie-attaché” (p. 49) te zetelen in de regio’s die echt meedingen naar een plaatsje in de top 5?

Met dit akkoord heeft de Vlaamse regering zich een perfecte dienaar van de technologiesector getoond. Innovatie is nergens te bespeuren. Het document heeft gewoon de aanbevelingen die maanden geleden al besteld werden overgenomen.
Het zou pas echt van zin voor innovatie hebben getuigd mocht een akkoord gesloten zijn over projecten waarin alle betrokken actoren samenwerken aan een model waarin technologie daadwerkelijk ingezet wordt voor een algemeen maatschappelijk doel; waarin de Vlaamse burger niet als een weerloze en onwetende producent van data wordt gezien, klaar voor exploitatie, maar als actieve medewerker aan een toekomst die niet alleen schittert voor de aandeelhouders van de technologiesector.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Ben Caudron

Ben Caudron is technologiesocioloog en verbonden aan de Erasmushogeschool Brussel.