‘Nieuwe besparingen zijn onverantwoord en onrechtvaardig’

 Leestijd: 4 minuten1

Als we de recepten van het VBO en de rechterzijde blindelings volgen, dan blijft niet alleen het begrotingstekort groeien, maar zal België ook nooit het hoofd kunnen bieden aan de sociale ravage die een volgende crisis met zich zal meebrengen.

Vorige week deed het VBO een oproep om de komende jaren 5% te besparen op de overheidsuitgaven en opnieuw publiek te investeren. Het lijkt een simpel en zaligmakend idee dat beide zaken hand in hand gaan, maar niets is minder waar.
Ook de ‘zware saneringen’ die De Croo (Open VLD) naar voren schuift dragen geen enkele verantwoordelijkheid of langetermijnvisie in zich. De voorgestelde doorstartregering is bij voorbaat kansloos om op een sociaal rechtvaardige manier de uitdagingen van de toekomst aan te gaan en het begrotingstekort structureel aan te pakken.

Sociale zekerheid als baken van economische stabiliteit

De rechterzijde wil traditioneel besparen op de overheid en doelt daarmee in eerste instantie op de sociale zekerheid. Maar net daar zou het zakenleven zich in het eigen vel snijden als de Belgische economie in zwaar weer komt, want de sociale zekerheid werkt immers als economische stabilisator als het slecht gaat.

Onze sociale zekerheid heeft een herverdelende functie en net op dat vlak is er geen marge meer, want de pensioenen zijn nu al te laag om de rusthuizen te kunnen betalen. Ons model houdt echter niet alleen mensen boven water, maar ook de economie wordt een hand boven het hoofd gehouden door te voorkomen dat de basale consumptie-uitgaven wegvallen. Op die manier komt de economie in tijden van crisis niet in een diepere recessie terecht. Niet het geld van de rijken, maar het geld van de gewone man doet de economie immers draaien.

Een doodlopende straat van besparingen

De besparingen van de afgelopen jaren hebben niets aan de Belgische economie toegevoegd en zullen dat ook nu niet doen. Ook de nieuwe besparingen die in de sociale zekerheid worden aangekondigd dienen enkel om het gat in de begroting te dichten dat ontstaan is door de ongedekte cheques aan de grote bedrijven via de ‘taxshift’. Sinds 2014 kreeg het bedrijfsleven immers een fikse korting op de patronale bijdragen aan de sociale zekerheid, terwijl basisvoorzieningen zoals broodnodige medicatie via besparingen schandalig duurder werden.

Wie besparingen in één zin noemt met overheidsefficiëntie, heeft eigenlijk niet veel van de problemen begrepen

Dat geld kwam echter niet in onze economie terecht, maar in de zakken van het Belgisch kapitaal. In plaats van te investeren, werden de winstmarges verder afgeroomd en bleef de stijging van de tewerkstelling in België zelfs onder het gemiddelde van de Eurozone. Wie de vrijheid van ondernemen geniet, hoort ook verantwoordelijkheid op te nemen en dat is niet gebeurd.

Besparingen zullen dus ook geen zoden aan de dijk brengen bij de openbare diensten, integendeel. Wie besparingen in één zin noemt met overheidsefficiëntie, heeft eigenlijk niet veel van de problemen begrepen. Om onze openbare diensten daadkrachtiger en performanter te maken, dient er veel meer geïnvesteerd te worden op lange termijn: zo spring je pas echt verantwoordelijk om met de staatskas.

Openbare diensten en het algemeen belang

Vele openbare diensten zitten vandaag op het einde van hun Latijn. Er is te weinig geld om noodzakelijke digitaliseringsprojecten door te voeren, waardoor de Belgische overheid soms lichtjaren achterop hinkt en de ambtenaren niet de dienstverlening kunnen bieden die ze zelf verlangen. In 2019 waren er door allerlei technische problemen meermaals wachttijden van meer dan 10 minuten bij de noodcentrale (!). Sterke openbare diensten zijn soms ook letterlijk van levensbelang.

Het Directoraat-Generaal voor Personen met een Handicap kon de afgelopen maanden zelfs de telefoon niet meer opnemen op woensdag door een tekort aan medewerkers. Mensen met een handicap die recht hadden op belangrijke bijstand of een parkeerkaart moesten daardoor maandenlang wachten op een teken van leven. De 38 tijdelijke werkkrachten die sindsdien werden ingeschakeld en zich hebben ingewerkt, dreigen nu allemaal weer te moeten afvloeien omdat er nog geen budget gevonden is om hun aanwervingen vast te leggen. Dát is pas inefficiënt en onverantwoord beheer van zowel menselijk als financieel kapitaal.

PPS als publieke investering: an accident waiting to happen

Publieke investeringen zijn de komende jaren essentieel voor de toekomst en de welvaart van het land, maar dat het VBO en het Belgisch kapitaal daarvoor besparingen op de sociale zekerheid noodzakelijk achten, is slechts een rookgordijn.
Onder leiding van de regering Michel werd in 2018 een Nationaal Investeringsplan opgesteld door een Strategisch Comité, dat uitsluitend bestond uit afgevaardigden van het bedrijfsleven. Wie het leest, weet snel wat erin zit voor het zakenleven.

Tegen 2030 moet er €150 miljard geïnvesteerd worden in domeinen zoals onderwijs, gezondheidszorg, mobiliteit en energie. Van de overheid wordt echter verlangd dat daarvoor de baan vrijgemaakt wordt voor publiek-private samenwerkingen (PPS) op grote schaal. De financiële elite doet de rest wel.

Via investeringsfondsen zouden openbare diensten en cruciale infrastructuur omgevormd worden tot privaat verhandelbare financiële activa. Zo’n massale privatisering waarbij private belangen de invulling van onze openbare diensten bepalen, staat haaks op de richting waar we naartoe moeten. Dat pad leidt enkel tot een slechtere dienstverlening voor een hogere prijs. Openbare diensten horen niet onderhevig te zijn aan winstdoelstellingen, maar vormen een fundamenteel onderdeel van onze bestaansmiddelen als burger van dit land.

Investeren om te groeien: de tijd is nu

Wat België echt nodig heeft, is een groene industriële revolutie, a Green New Deal

De regering-Michel toonde met het mislukte begrotingsbeleid duidelijk aan dat het spreekwoordelijke snoeien om te bloeien niet werkt. De ambigue rol die Charles Michel de komende maanden zal moeten spelen, illustreert dat voortreffelijk: vandaag zegt premier Michel dat de Belgische regering knap werk geleverd heeft, morgen zal Europees president Michel België wegens begrotingsproblemen op de vingers moeten tikken.

Wat België echt nodig heeft, is een groene industriële revolutie, a Green New Deal. We hebben een doortastend investeringsplan nodig dat het energielandschap volledig hertekent, waarbij we de economische transformatie nauwgezet coördineren en het Belgische model van overleg een nieuw elan geven. Ons overlegmodel geldt immers als Europees voorbeeld en de herwaardering ervan stelt ons in staat om een economisch beleid te voeren dat ecologisch en rechtvaardig is.

Federaal volksvertegenwoordiger Anja Vanrobaeys (sp.a)

En daarbij zullen ook heilige huisjes moeten sneuvelen, zoals de huidige begrotingsregels van het Europees Stabiliteits-en Groeipact. Die zijn niet langer houdbaar inzake publieke investeringen. Het begrotingstekort zal pas werkelijk gefinancierd kunnen worden door de massale investeringen te doen die onze planeet broodnodig heeft. Na de vertraging van de afgelopen jaren hebben we geen dag meer te verliezen. De rente is vandaag zelfs negatief voor de Belgische staat: waar wachten we nog op?

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Anja Vanrobaeys

Anja Vanrobaeys zetelt in de Kamer van Volksvertegenwoordigers voor sp.a.