Een weinig (triviale) kennis…

 Leestijd: 5 minuten0

Hier is een raadsel. Een man en zijn zoon rijden samen in de auto, en geraken betrokken bij een ernstig verkeersongeval, waarin de vader om het leven komt. De zoon wordt zwaargewond naar het ziekenhuis gebracht, recht naar de operatiezaal. Wanneer de operatie op het punt staat te beginnen zegt de chirurg, “Ik kan deze operatie niet uitvoeren – die patiënt is mijn zoon!”

Als u dit raadsel nog niet eerder hebt gehoord of gezien, neem dan even de tijd om uit te zoeken wat deze situatie kan verklaren.
Gevonden? Indien niet, hier is een korte video die het antwoord onthult (u vindt het ook onderaan dit artikel). Wanneer we over een persoon denken, of het nu een chirurg is, een politieofficier, een schoolhoofd of wat dan ook, maken we gemakkelijk impliciete veronderstellingen over hun geslacht, hun leeftijd, hun huidskleur en diverse andere eigenschappen.

Een persoon zonder geslacht en zonder huidskleur

Het is lastig zulke karakteristieken niet concreet te maken wanneer we ons de persoon voor de geest halen achter het label – zou u meteen aan een heavy metal drummer denken die niet een blanke man is? We hebben moeite ons een persoon voor te stellen zonder geslacht, zonder leeftijd en met een huid zonder kleur. Dit geeft onvermijdelijk vorm aan de manier waarop we de wereld aanschouwen, en vaak ook aan de keuzes die we maken, zonder dat we ons daarvan bewust zijn.

Geef ons een attribuut, en we maken meteen veronderstellingen over de persoon in kwestie die niet noodzakelijk gerechtvaardigd zijn – en dat is gaat een stuk verder dan geslacht of huidskleur. Uw correspondent herinnert zich nog de Hollandermoppen op de speelplaats van toen hij een klein gastje was, die de spot dreven met de zuinige noorderburen. Wat bestelt een Hollandse familie met drie kinderen op café? Een cola met vijf rietjes. Of, hilarisch voor een achtjarige: hoe herken je een huis waar Hollanders wonen? Het toiletpapier hangt te drogen aan de waslijn.

Zouden Belgen echt doorrijden met een 5m hoge vrachtwagen?

Natuurlijk geven de Nederlanders weerwerk met hun Belgenmoppen: voor hen zijn de Belgen een beetje achterlijk, zoals de twee kerels in een vrachtauto die bij een brug aankomen met een waarschuwingsbord dat de maximale doorrijhoogte 4,5m is. Ze stappen uit om hun truck te meten en stellen vast dat hij 5m hoog is. “Geen probleem”, zegt de bestuurder, “ik zie hier geen politie dus we kunnen gewoon doorrijden”.

Alle flauwe grappen daargelaten, we moeten toch wat voorzichtig zijn met het toeschrijven van bepaalde eigenschappen aan iemand, enkel en alleen op basis van hun paspoort. Een meta-analyse door psycholoog Jairo Fuentes en collega’s vond bijvoorbeeld sterke aanwijzingen dat sprekers met een standaardaccent hoger worden ingeschat qua intelligentie en sociale klasse dan zij die met een ander accent spreken.

Vreemdelingen die onze taal (of desgevallend Engels) proberen te spreken zullen dat bijna altijd doen met een zware tongval, waarmee het makkelijk spotten is. Conclusies zijn dan gauw getrokken, en stereotypen gevormd en bestendigd.
Toch blijven we aangetrokken tot frivole informatie. Vorige week, toen Ursula von der Leyen werd verkozen als de nieuwe voorzitter van de EU commissie, was de krantenkop in de Times, ‘Moeder van zeven neemt de EU over’. (Pikant detail: de kop werd naderhand veranderd, zoals deze link bevestigt, maar kijkt u toch eens naar de URL…)

We kunnen de vraag stellen of een kop die verwees naar haar carrière als dokter, of naar haar latere politieke loopbaan als minister in Duitse regionale en federale regeringen bijzonder relevant zou zijn geweest met betrekking tot haar nakende nieuwe job. Maar er lijkt alvast geen enkele waarneembare reden te zijn waarom of ze kinderen heeft, laat staan hoeveel, van enig belang is, net zomin als haar schoenmaat, of hoeveel kopjes koffie ze drinkt gedurende de dag.

Frivole weetjes leiden tot verschillen

Nochtans zijn het dat soort oppervlakkige weetjes waar de media op inzoomen, en die hun publiek lijkt te waarderen. We zouden die informatie opzij kunnen leggen en negeren, maar dat doen we niet: ze heeft wel degelijk een betekenis. Weinigen onder ons kennen wellicht persoonlijk moeders met zeven kinderen, maar dat houdt ons niet tegen er allerlei uit op te maken. Welk soort vrouw heeft vandaag de dag nog zeven kinderen? Geeft ze dan niet om het effect op het milieu van overbevolking? En, gezien haar professionele carrière, hoe kan ze dan een goede moeder zijn geweest? Misschien is de reden waarom ze dat kon haar bevoorrechte achtergrond, waardoor ze zich dure kinderopvang kon veroorloven – en is ze dus eens te meer een vertegenwoordiger van de elite die de gewone man en vrouw overheerst?

We tolereren veel meer van diegenen waar we van houden, dan van wildvreemden of van diegenen waar we een afkeer van hebben

Bij toeval viel mijn oog afgelopen week op een paper van Michael Norton (een psycholoog aan de Harvard Business School) en collega’s, dat onderzoekt of we meer gaan houden van een persoon naarmate we er meer over te weten komen. Dit is wat algemeen wordt aangenomen, maar hun bevindingen suggereren het tegendeel: gemiddeld leidt meer informatie over iemand dat we ze minder leuk gaan vinden. We hebben de neiging mensen meer sympathiek te vinden wanneer ze zijn zoals wij (gaande van gedeelde persoonlijkheidskenmerken en waarden, tot gemeenschappelijke verjaardagen), dan wanneer ze van ons verschillen. En dit onderzoek heeft het over een dissimilarity cascade, een waterval van verschillen. Wanneer we aanwijzingen zien van divergentie, wordt het meer waarschijnlijk dat we ook nieuwe informatie op die manier gaan interpreteren, en bijgevolg gaan we de persoon in kwestie minder en minder leuk vinden.

Zijn er dan niet tal van mensen die we goed kennen, en waar we wel van houden? Natuurlijk, maar dat is een combinatie van twee effecten: het overlevingseffect en wat we zien is al wat er is (WYSIATI – what you see is all there is). We kennen die mensen goed omdat we ze leuk vinden, niet omgekeerd. Als de eerste paar weetjes die we vernemen over iemand gelijkenissen blootleggen, dan gaan we ze best leuk vinden. Op dat ogenblik is wat we zien en weten al wat er is, en deze initiële feiten hebben een overdreven invloed op ons oordeel. Zolang we geen verschil tegenkomen, wordt dat gevoel almaar sterker, en als er dan al eens een verschilletje opduikt, dan maakt dat niet zoveel uit. (We tolereren veel meer van diegenen waar we van houden, dan van wildvreemden of van diegenen waar we een afkeer van hebben.) Diegenen die we niet leuk vinden verdwijnen uiteindelijk van onze radar, en dus blijven diegenen over die ons voortdurend toetsen hebben overleefd: de mensen die we kennen, en die we leuk vinden.

Willekeurige feiten hebben natuurlijk een grotere kans op een verschil te wijzen dan op een gelijkenis. Terwijl andere moeders van zeven misschien meteen een voorliefde ontwikkelen voor mevrouw von der Leyen, zullen anderen (waarvan er aanzienlijk meer zijn) wellicht niet zo door haar worden gecharmeerd. De meesten onder ons wisten voorheen weinig of niets over haar, en nu weten we dit ene ding, dat dan ons hele oordeel over haar vorm geeft.

Ze hebben wel een vreemd accent, maar de Russen houden ook van hun kinderen (foto via YouTube)

Dit is ook het geval voor mensen die we in ons dagelijks leven ontmoeten. Verkopers gaan op zoek naar iets wat ze gemeenschappelijk hebben met de koper, om zo op een goed blaadje te komen: “O, u komt uit België? Ik heb een paar jaar geleden een fijn weekend doorgebracht in Brugge, en jullie nationale voetbalploeg is erg goed, niet?” En zelfs de zwakste vooroordelen kunnen, wanneer al wat we zien alles is wat er is, ons klaarzetten om zo’n verschillenwaterval te gaan volgen: de familienaam van een kandidaat op een cv die een vreemde origine suggereert, of de voornaam dat het om een vrouw gaat; het accent waarmee een nieuw zakelijk contact spreekt; de auto waarmee iemand rijdt; de stad waar ze wonen; hun politieke voorkeuren… we kunnen zo nog een tijdje doorgaan.

In deze polariserende tijden is het meer dan ooit makkelijk en verleidelijk om mensen snel in een hokje te plaatsen met het etiket ‘wij’ of ‘zij’. Als we ons oordeel over iemand bouwen op de grondvesten van het eerste willekeurige weetje, dan zijn ze zo goed als gedoemd in het ‘zij’ hokje terecht te komen.

Misschien moesten we maar proberen ons tegen die neiging te verzetten, en ons oordeel in beraad houden tot wanneer we wat meer, en wat meer relevants weten over een persoon. Tenslotte hebben we meer gemeen met de meeste van onze medemensen, dan ons afzondert van elkaar – niet enkel ons DNA, maar ook ons medeleven met anderen, ons verlangen naar vriendschap, het streven naar een betere wereld, of de liefde voor onze kinderen, die Sting, meer dan 30 jaar geleden bezong als iets wat mensen van het Westen en uit Rusland verenigt.

Laten we eerst aandacht hebben voor dat gemeenschappelijke, eerder dan voor willekeurige verschillen.

(Het antwoord op het raadsel: de chirurg is de moeder van de zoon.)

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.