In geval van twijfel, doe (n)iets

 Leestijd: 5 minuten0

Beeld u in dat u de keeper bent van een grote voetbalploeg in de finale van een kampioenschap. De match is bijna voorbij, en u staat 2-1 voor, maar door een ongelukkige fout van een collega in de laatste minuut van de blessuretijd staat u voor een penalty. Hou hem tegen, en u zal op de handen worden gedragen, maar laat hem binnen, en dankzij u is het extra time, en wie weet de nederlaag. Wat is uw plan – naar links duiken, naar rechts duiken… of in het midden blijven?

Strafschoppen vinden plaats op de grens van de menselijke reactietijd. De speler moet beslissen waar zij of hij de bal zal plaatsen voor de keeper beweegt, en die moet op haar of zijn beurt kiezen wat te doen voor de voet van de speler de bal raakt. Als u doet zoals de meeste keepers, dan duikt u naar links of naar rechts. Helaas worden ongeveer een derde van alle penalty’s in het midden van het doel geplaatst, zoals een studie geleid door Michael Bar Eli, een psycholoog aan de Ben Gurion Universiteit, vaststelde. Daarin werden 286 penalty’s in topmatchen geanalyseerd door archiefmateriaal te bekijken (onderzoek kan soms hard werk zijn!), en berekende men dat 29% strafschoppen in het centrum van het doel werden getrapt, 32% naar links, en 39% naar rechts. De doelman echter sprong naar links in 49% van de gevallen, naar rechts was dat 45%, en bleef slechts in 6% van de gevallen in het midden.

“We moeten iets doen”… maar moet dat echt?

Vanwaar deze tendens om te duiken, eerder dan te blijven staan als dat de kans op het stoppen van de penalty verhoogt? Dit wordt action bias genoemd – de tendens om te handelen. Mensen voelen soms dat ze “iets moeten doen”, mogelijk omdat ze, als ze dat niet zouden doen en het loopt slecht af, verwijten zouden krijgen of spijt zouden voelen. Wanneer ze daarentegen actie ondernemen, dan kan niemand zeggen dat ze niet hebben geprobeerd. Dit fenomeen zie je overigens niet enkel in de sport, maar ook in beleidsvorming en bedrijfsvoering. “Er moet iets gebeuren, dit is iets, dus laten we dat maar gaan doen”, vaak met weinig aandacht voor de doelmatigheid van de actie.

‘Er moet iets gebeuren, dit is iets, dus laten we dat maar gaan doen’

Soms toch. In andere gevallen lijkt men dan weer geneigd niets te doen. Een voorbeeld hiervan is de controverse rond vaccinatie. Een nogal alarmerende vaststelling van een studie door de Wellcome Trust die afgelopen woensdag werd gepubliceerd is dat in West-Europa 22% van de bevolking het oneens, of sterk oneens is met de stelling dat vaccins veilig zijn. In Frankrijk loopt dat zelfs op tot 30%. Geen wonder dat men daar een ernstige toename van het aantal gevallen van mazelen ondervindt, omdat ouders hun kinderen niet meer laten inenten.

Gebrek aan vertrouwen, gebrek aan actie (bron: Wellcome Global Monitor 2018)

Net als bij de strafschop moet er een beslissing worden genomen betreffende een onzekere toekomst, maar hier kiezen sommigen voor passiviteit, eerder dan actie. Misschien is dat omdat het resultaat van ‘iets doen’ – tenminste in de ogen van de besluitnemer – ernstiger kan zijn dan het verlies van de kampioenstitel. Of is er toch meer aan de hand?

Dit doet denken aan het klassieke gedachte-experiment uit de filosofie, het zogenaamde trolleyprobleem. Geconfronteerd met een losgekomen wagon die afstevent op een spoor waar vijf werklieden de dood wacht, zou u een hendel omgooien waardoor de wagon wordt afgeleid naar een ander spoor waar slechts één arbeider zal omkomen? Dat is inderdaad wat ongeveer 9 op 10 mensen zouden doen. Wanneer echter de methode om vijf levens te redden door er één op te offeren niet het omklappen van een hendel is, maar een zwaarlijvig persoon op de sporen duwen, dan daalt die verhouding aanzienlijk. We bekijken situaties waarin mensen lijden omdat we niets deden heel anders dan situaties waarin ze lijden als direct gevolg van wat we deden – ook al zijn beide het gevolg van een bewuste keuze.

Maar wat het trolleyprobleem, tenminste in zijn canonieke vorm (er zijn inmiddels talloze varianten), niet weerspiegelt, is de onzekerheid in het probleem van de doelman of de ouder. Zij weten niet precies wat het resultaat zal zijn wanneer ze al dan niet actie ondernemen. En het is net die onwetendheid over het gevolg van de beslissing die ze zo moeilijk maakt.

We zien dit ook in de terughoudendheid van sommige vrouwen ten opzichte van hormoonvervangingstherapie (HRT) om de gevolgen van de menopauze tegen te gaan. Voor veel vrouwen kunnen die tot een serieuze vermindering van de levenskwaliteit leiden: verlies van libido, pijnlijke seks, beenderverlies en verhoogde kans op fracturen, gewichtstoename, gewrichtspijn en meer. HRT kan zeer doeltreffend deze symptomen verminderen, maar in 2002 bleek de behandeling ook geassocieerd te zijn met een toename van het risico op borstkanker. Een vrouw tussen 50 en 59 jaar oud die 5-9 jaar lang HRT ondergaat heeft ongeveer vier keer meer kans borstkanker te ontwikkelen als een vrouw die dat niet doet. Dat is weliswaar van een laag vertrekpunt: het risico gaat van ongeveer 2% naar 8%. Anderzijds is overgewicht (een van de consequenties van de menopauze) ook geassocieerd met een verhoogd risico op borstkanker.

Twee cognitieve biases

Sedert de revelatie, 17 jaar terug, dat HRT wel eens tot borstkanker zou kunnen leiden, zijn vele vrouwen ermee gestopt (of er nooit mee gestart), ondanks de aanzienlijke verbeteringen in levenskwaliteit en gezondheidsvoordelen die ze kan opleveren. Dit is best wel een moeilijke afweging, en twee cognitieve biases bemoeien zich met onze capaciteit hierover sereen te redeneren: verliesaversie en vaagheidsaversie.

Verliesaversie beschrijft hoe we een verlies als meer intens ervaren dan de ervaring van een winst van dezelfde grootte. Vaagheidsaversie is de naam voor de neiging situaties te vermijden waarin de kansen onbekend zijn. Een voorbeeld: u mag een bal halen uit één van twee urnen, en als het een witte bal is wint u. De ene urn bevat 50 zwarte en 50 witte ballen, de andere bevat 100 ballen, zwarte en witte, maar u weet niet hoeveel van elk. Als u verkiest een bal uit de eerste urn te halen, dan vertoont u vaagheidaversie.

Onzekerheid in elk geval… spuitje ja, of spuitje neen? (foto: Victoria Borodinova)

Het is natuurlijk niet makkelijk het ‘verlies’ van het ontwikkelen van borstkanker te vergelijken met de ‘winst’ van het reduceren of elimineren van de symptomen van de menopauze, maar het vooruitzicht op kanker kan zwaar wegen in onze perceptie van de keuze. Samen met een afkeer van vaagheid kan dit de balans doen overslaan: we weten niet precies hoe erg de menopauzesymptomen zullen zijn, en wie weet kunnen we er ons best wel in schikken. Anderzijds weten we niet of we kanker zullen krijgen, maar we weten wel (“zeker”) dat het mogelijk is. En plots wordt de keuze een stuk duidelijker.

Een vergelijkbaar denkproces kan de keuze verklaren van de ouders hun kinderen niet te laten inenten: mazelen zijn voorlopig nog een relatief zeldzame ziekte, en wanneer men overtuigd is dat vaccinatie tot autisme kan leiden bij kinderen, dan is de beslissing gauw gemaakt. In beide situaties kan een bestaand geloof dat HRT en vaccins “onnatuurlijk” zijn, en dat farmaceutische bedrijven en regeringen onder een hoedje spelen, de keuze nog verder ondersteunen – zulke ondubbelzinnige overtuigingen zijn krachtige argumenten voor wie een afkeer heeft van vaagheid.

Wanneer we niet bewust kunnen (of willen) redeneren om de opties die voor ons liggen te evalueren, steunen we op simplistische vuistregels

Natuurlijk hangt onze uiteindelijke keuze sterk af van onze perceptie en van onze gezindheid. We zouden net zo goed een gelijkaardig pleidooi vóór vaccinatie en HRT kunnen opbouwen. Misschien hebben vaccins nog onbekende nadelen (hoge vaagheid), maar we weten wel dat ze goed werken tegen een ernstige ziekte (lage vaagheid). We weten niet of we borstkanker zullen krijgen als gevolg van HRT (hoge vaagheid), maar we weten dat ze onze levenskwaliteit na de menopauze aanzienlijk zal verbeteren (lage vaagheid). En als we vertrouwen hebben in de wetenschappers en de robuustheid van hun wetenschappelijke methodes die de inzichten opleveren die we gebruiken, dan zal dat ook onze keuze ondersteunen.

Wanneer we niet bewust kunnen (of willen) redeneren om de opties die voor ons liggen te evalueren, steunen we op simplistische vuistregels. Jammer genoeg zijn we een vat vol tegenstrijdigheden, en afhankelijk van hoe we tegen de wereld aankijken kiezen we ervoor iets te doen, of niets te doen. Geen van beide garandeert ons de correcte oplossing.

Gelukkig beschikken we naast onze tegenstrijdige tendensen nog over een ander krachtig vermogen: de overtuiging achteraf dat we voor de juiste keuze zijn gegaan – zelfs al was dat de keuze niets te doen.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.