Politieke afwegingen

 Leestijd: 5 minuten0

Beeld u verkiezingen in waarin een partij die minder dan twee maanden tevoren niet eens bestond een derde van de stemmen haalt, en niet alleen de regeringspartij naar de vijfde plaats, maar ook de grootste oppositie partij naar de derde plaats duwt. Of nee, laat maar – dat is niet nodig, want dit is namelijk wat werkelijk gebeurde in de verkiezingen voor het Europese parlement in het VK.

Deze verkiezingen hoorden eigenlijk niet eens plaats te vinden, want het land had de EU moeten verlaten op 29 maart. Maar ze geschiedden toch, en ze zouden wel eens het Britse politieke landschap grondig kunnen veranderen.

De Europese verkiezingen zijn nochtans altijd een beetje een fait-divers geweest in het VK. Noch de kiezer, noch de media besteedden er veel aandacht aan. De opkomst was steeds een stuk lager (nooit meer dan 38%) dan die voor de parlementaire verkiezingen (typisch 60-70% turnout in recente tijden). Zelfs de belangrijkste politieke partijen waren er eerder onverschillig over. Voor de Britten was politiek voor Westminster, niet voor Brussel of Straatsburg.

Maar niet deze keer. Lang voor de dag van de verkiezingen voorspelden de peilingen al een ramp voor de regerende Conservatieven én, opmerkelijk toch, voor de Labour-oppositie, en een overwinning voor de Brexitpartij van Nigel Farage. En deze keer zaten de prognoses er boenk op. De Brexitparij pikte bijna alle stemmen in die UKIP, toentertijd geleid door Farage, in 2014 kreeg, en lijfde ook een flinke hap in van de stemmen van de twee grootste partijen in het land. Labour en de Conservatieve Tories die in 2014 samen bijna de helft van de stemmen haalden kwamen nu niet eens aan een kwart. En dat allemaal door Brexit.
Maar waarom heeft Brexit zo hard in de steun van de traditionele partijen gehakt?

Kiezers maken (geen) afwegingen

Een mogelijke verklaring ligt in de afwegingen waar politici en kiezers voor staan. Want politiek, en meer nog partijpolitiek, is inherent een mechanisme voor het evalueren en maken van afwegingen tussen beleidsopties die met elkaar in strijd zijn. Weinige kiezers stemmen in met elk punt van een partijprogramma. Ze zijn het sterk eens met sommige, en minder sterk met andere. Nog andere punten laten hen wellicht onverschillig, en er is waarschijnlijk zelfs een deelgroep van het programma waarmee ze het oneens zijn. Kiezers wegen dat allemaal af, en geven hun steun aan die partij waar de netto balans van overeenstemming en onenigheid met beleidskeuzes de hoogste is.

Of dat is tenminste wat een kiezer die ten gronde redeneert over hoe te stemmen tewerk zou gaan. In werkelijkheid betekent ons gedrag immers niet noodzakelijk dat we terdege alle afwegingen hebben gemaakt, en dat geldt ook voor ons stemgedrag. Vele kiezers hebben nauwelijks een idee van wat er in een partijprogramma staat.

Elke stem is een afweging… of toch niet? (foto: Element5 Digital)

Misschien is het, meer nog dan individuele beleidspunten, de algemene filosofie van een partij die de kiezer aanspreekt (of afschrikt). Traditionele partijen zijn gevormd rond min of meer coherente waarden, waaruit hun beleidsopties dan volgen. Kiezers wier eigen waarden overeenkomen met die van een partij zullen daar dan worden toe aangetrokken – zelfs als die bepaalde beleidspunten voorstaat waarmee ze het oneens zijn. Er zijn altijd inherente en onvermijdelijke compromissen tussen de beleidslijnen van een partij, maar haar waarden verzachten de tegenstellingen, stellen de aanhangers gerust, en vormen de lijm die ze samen en achter de partij geschaard houdt.

Meer geld beloven voor kinderopvang zal in goede aarde vallen bij ouders met jonge kinderen. Maar het zou ook tot ongenoegen kunnen leiden bij oudere kiezers

Het ontwikkelen van doelmatige compromissen is natuurlijk geen makkelijke taak voor de partijen. Meer geld beloven voor kinderopvang zal in goede aarde vallen bij ouders met jonge kinderen. Maar het zou ook tot ongenoegen kunnen leiden bij oudere kiezers met een meer traditionele kijk op gezinnen: jonge moeders moeten maar thuisblijven, en dat geld zou beter naar pensioenen en bejaardenzorg gaan. Hoe groter de partij, hoe meer zulke afwegingen moeten worden gemaakt. Maar zolang de overkoepelende waarden die ze projecteert weerklank vinden bij de achterban, lukt dat meestal wel.

Slechts één punt, da’s makkelijk

Voor kleinere partijen daarentegen is dat niet zo’n groot probleem. Hun basis is meer homogeen, en er zijn meestal geen grote tegenstellingen tussen de beleidsopties die uit hun waarden volgen. Dat is nog meer het geval voor partijen met slechts één programmapunt, zoals de Brexitpartij. Hun simpele en compromisloze boodschap (simplistisch zouden sommigen ze wellicht noemen) slaat aan bij kiezers die, om welke reden ook, niet geïnteresseerd zijn in het maken van moeilijke en complexe afwegingen.

Zulke éénpuntpartijen spreken vaak tot het ongenoegen met de traditionele partijen. Zij zetten in de verf hoe hun beleid ingaat tegen de wensen van het volk. Vaak komen ze nauwelijks van de grond, maar wanneer er een groot, harig, polariserend dilemma opduikt dat niet netjes overeenkomt met de waarden van de andere partijen is dat wel anders. Brexit is net zo’n dilemma.

Zeker, de stoere retoriek van premier Theresa May (“Brexit betekent Brexit” en “Geen deal is beter dan een slechte deal”) suggereert een eenduidige aanpak van Brexit. Maar desondanks zijn er flink wat Toryparlementsleden die gekant zijn tegen een compromisloze no deal. Zelfs nu hebben sommige van de Brexitsupporters, die binnenkort mevrouw May hopen op te volgen, het over de “politieke zelfmoord” die een no deal Brexit zou betekenen. Labour heeft een ander probleem, dat uiteindelijk toch bijna hetzelfde is: de districten in het oude industriële noorden, die traditioneel Labour stemmen, maar zich ook sterk voor de Brexit uitspraken, maken het erg moeilijk voor de partij om zich voor een zachtere Brexit of een tweede referendum uit te spreken.

Beide traditionele partijen hebben de laatste jaren angstvallig geprobeerd uit te vissen welke kant het electoraat op aan het gaan is – ze zijn gaan volgen, eerder dan leiding te geven. Maar pogingen om een diep verdeeld kiespubliek te volgen kunnen, zoals we zien, dramatisch slecht aflopen. Bovendien zet de afwezigheid van duidelijk, overtuigend leiderschap de deur wijd open voor demagogen die geen boodschap hebben aan de compromissen die essentieel zijn voor het besturen van een land. Doordat zij nu de agendapunten bepalen, worden de interne tegenstellingen binnen de oude partijen almaar groter – tot brekens toe.

Gedaan met afwegingen en compromissen

Demagogie voedt ook een verandering in de attitude van de kiezers. De meeste mensen konden zich vroeger best vinden in een brede politieke familie gebaseerd op haar waarden, zolang het gekozen beleid grotendeels overeenkwam met hun wensen. Ze schaarden zich inherent achter de afwegingen en compromissen die een grote partij inhoudt. Nu echter is een groeiend deel van het electoraat niet langer bereid die afwegingen en compromissen te accepteren. Zij denken niet langer “dat ligt me niet echt, maar ik kan er wel mee leven”, maar zien beleidspunten als binaire keuzes: aanvaardbaar of onaanvaardbaar. Ze zijn op zoek naar een puurheid die geheel onrealistisch is, maar die wel wordt aangekaart door de éénpuntspartijen. Grijstinten hebben geen plaats in dit discours: wie anders denkt is een verrader en een saboteur.

Het einde van het ‘sterke en stabiele leiderschap’, toen het allemaal uit elkaar begon te vallen (beeld via youtube)

De leiders van de traditionele partijen concentreren zich vooral op het tegenhouden van de uitstroom naar de nieuwe partijtjes. David Cameron’s belangrijkste motief voor het houden van het Bexitreferendum was de zwakke prestatie van de Tory’s tijdens de Europese verkiezingen van 2014 (ze vielen terug van de eerste naar de derde plaats, en UKIP won 10 punten waardoor ze met 27% van de stemmen de grootste partij werden). Labour probeert nu ook haar eigen Brexit-stemmende kiespubliek binnen de rangen te houden.

Helaas was het moment voor compromissen sluiten net na het referendum, niet drie jaar later. Er is nu geen meerderheid voor elk van de drie mogelijke richtingen: de overeenkomst die Theresa May sloot met de EU, een no deal Brexit, en het herroepen van Artikel 50 (wat zou betekenen dat het VK lid blijft van de EU). De meeste peilingen tonen eenzelfde beeld voor het land als geheel. En een compromis tussen deze drie opties is zo goed als onbegonnen werk.

Zwak of compromisloos leiderschap is niet de uitweg uit deze impasse. May begon compromisloos (met haar drie rode lijnen), en eindigde zwak (met drie opeenvolgende spectaculaire nederlagen), en we weten nu waartoe dat heeft geleid. Het aanhoudende geschipper van Labourleider Jeremy Corbyn is niet minder problematisch. Over enkele weken zullen we weten wie May’s opvolger wordt, en zullen we zien of de nieuwe premier ‘sterk en stabiel leiderschap’ betekent. Mogelijk zijn er ook aan Labourzijde veranderingen op til.

Dat zal nodig zijn om de Britse politiek te herstellen, en haar te redden van hen die pretenderen dat compromissen en afwegingen niet langer hoeven. Politiek is de kunst van wat mogelijk is, zei Otto von Bismarck. Daarvoor moeten politici en burgers in staat zijn de onvermijdelijke afwegingen te herkennen, te confronteren en te maken.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.