Elchardus en het migratiebeleid

 Leestijd: 4 minuten0

Bij de boekpresentatie van ‘Migratie in 24 vragen en antwoorden’ verzorgde collega Elchardus de inleiding. Hij stelt dat Francken en Vermeersch, de auteurs, drie legitieme doelstellingen hebben: het asielrecht behouden; streven naar een dienstbare migratie; illegale migratie ontmoedigen. Hij sluit zich daarbij aan. Ik ook.

Aanvechtbare tweedeling

Elchardus ziet twee houdingen die diametraal tegenover elkaar staan en de houding tegenover migraties bepalen. Je hebt de individualisten die de soevereiniteit van het individu verdedigen, en je hebt de gemeenschapsdenkers. Van gemeenschapsdenkers heet het dat zij de “individuele vrijheid, individuele zelfbeschikking uitermate belangrijk achten, maar…”.

Bij de individualisten (waartoe men toch ook de personalisten zou kunnen rekenen?), wordt omgekeerd niet vermeld dat velen onder hen “de rechten en belangen van individuen” uit de eigen gemeenschap even belangrijk vinden als die van de nieuwkomers. Het aandacht hebben voor mensen uit de eigen gemeenschap is toch niet het exclusieve voorrecht van gemeenschapsdenkers?! Elchardus ziet zichzelf, zoals Francken en Vermeersch, als een gemeenschapsdenker. Maar kunnen de opvattingen over het gewenste migratiebeleid ten gronde tot de geschetste tweedeling herleid worden? Ik kom hierop terug, in de feiten.

Quid realiteitsprincipe?

Elchardus stelt drie principes voor waar een migratiebeleid moet aan beantwoorden: een principe van integriteit (d.i. het recht op controle van de toegang tot de eigen gemeenschap), van bescherming (ten overstaan van iedereen die door de eigen gemeenschap bedreigd wordt), en van bestendiging (recht op selectie en socialisatie van nieuwkomers).

Nieuw probleem. Ik ben akkoord met die drie principes, maar zie nog een vierde: het realiteitsprincipe. Akkoord, het is het principe dat het moeilijkst vooraf in te vullen is, maar het is helaas het punt waar beleidvoering geen wetenschap, maar een kunde wordt. Het is ook het principe waarom meningsverschillen en ‘trial and error’ bij migratiebeleid zo normaal zijn, zeker in een globaliserende wereld.

Een voorbeeld. Het zou best kunnen dat mensen als Elchardus (of Francken en Vermeersch) en personalisten uit het feit dat onze samenleving een “verlengstuk van vorige generaties” is, andere conclusies trekken op vlak van selectie of socialisatie. Niet elke personalist is een individualistische extreme multiculturalist, hoor… Mensen die het belang van de individuele persoon, van waar ook, centraal stellen, kunnen wel degelijk tegelijk een grote zorg hebben voor de eigen gemeenschap als “verlengstuk van vorige generaties”. Het is de inschatting door hun realiteitsprincipe waar de verschillen kunnen om draaien. En sommigen kunnen daarbij meer belang hechten aan dialoog dan aan het doordrukken van het eigen vermeende realiteitsinzicht.

Dialoogdenken?

Verwijzend naar de literatuur over reguliere migraties onderscheidt Elchardus twee ideaaltypes: de arbeidsmigratie en de migratie gebaseerd op gezinshereniging. Hij noemt dit terecht een “vereenvoudigde” voorstelling. België had tot midden de jaren 1970 wat men een arbeidsmigratie noemt… Ik vermoed dat Elchardus dit toch niet wil idealiseren? Daarnaast zou ik het tweede type niet herleiden tot gezinshereniging, maar ruimer de problematiek aanhalen van de netwerk- en kettingmigraties, waar gezinshereniging een onderdeel van is.

Met wat hij in wezen met het beheer van reguliere migraties bedoelt, stem ik echter in. Je moet eisen durven stellen aan migranten en aan nieuwkomers, zoals aan iedereen, ook aan niet-migranten. Je moet durven vragen om bij te dragen (economisch, sociaal) aan de samenleving en niet alleen om te krijgen. Obama formuleerde het zo mooi, eertijds. En sociaal-cultureel moet je durven eisen dat de sociale cohesie niet afgebroken wordt.

Maar laat dit nu net datgene zijn waar het Koninklijk Commissariaat voor het migrantenbeleid in zijn novemberrapport uit 1989 zo op aandrong. In dat rapport stond als dringend advies, om oriënterende samenlevingsprincipes voor ogen te houden inzake emancipatie van de vrouw in Westerse zin, kennis van de omgangstaal, wederkerig levensbeschouwelijk pluralisme, de vervanging van de Saoedische directie van de Brusselse Grote Moskee, enzovoort…

Ik moet dus even slikken als ik nu, 30 jaar later, lees dat het de genoemde gemeenschapsdenkers zijn die dit – eindelijk! – ontdekt zouden hebben. Dertig jaar geleden zagen we dit als een ontdekking vanuit het personalisme. Vandaag zou ik dit dialoogdenken noemen. En ik geef het graag toe: er kwam kritiek van sommige academici die een opvatting huldigden die Elchardus nu als “individualistisch” samenvat.

Asiel en illegale migratie

Onder die titel somt Elchardus een reeks zaken op die vaak verkeerd lopen in ons land. Sommige zaken zijn juist, andere verdienen precisering. Zo bijvoorbeeld als hij schrijft dat in 2017 21.165 mensen in de illegaliteit konden verdwijnen, omdat er 32.235 uitwijzingen uitgesproken werden en er slechts 11.070 tot een vrijwillige of een gedwongen terugkeer geleid hebben. Ik begeleidde ooit een doctoraatsonderzoeker die startte met 20 Nigeriaanse onregelmatig verblijvenden in Brussel, en er na 3 jaar nog slechts 5 in Brussel terugvond, omdat de anderen ofwel naar Frankrijk, naar de UK, Nederland of Duitsland doorgereisd waren. De interne EU mobiliteit mag niet onderschat worden, ook niet bij illegaal verblijvenden.

Dit is het deel waar het realititeitsprincipe het zwaarst doorweegt om een akkoord te vinden over hoe een beleid er best uitziet. Dat dit niet evident is, toont Elchardus aan door zelf terechte vraagtekens te plaatsen bij sommige in het boek voorgestelde maatregelen. Wat mij persoonlijk het meest ongemakkelijk maakt, is het inroepen van het Australisch model. Wat hier als zodanig voorgesteld wordt, klopt maar half. Ik heb de ruimte niet om dat te ontwikkelen. Elchardus stelt terecht voor om dit label te laten vallen en meer over afzonderlijke maatregelen te debatteren.

De meeste maatregelen die ik lees om de mensensmokkel aan te pakken, noem ik morrelen in de marge, waarbij vooral de grootste sukkelaars getroffen worden

Hij ziet meer heil in maatregelen waarbij “we sancties en hulp koppelen aan de mate waarin landen ernstige inspanningen leveren om hun demografie onder controle te krijgen”. Ik ook en ik voeg eraan toe dat we dit ook best nog koppelen aan de afbouw van corruptie ginds ter plaatse. Maar het is dan wel zo, dat China zich daar minder om bekommert… Dat economische ontwikkeling in Afrika de migratiedruk een tijdlang niet zal verlagen, maar verhogen, is eveneens waar. Het is op dit soort uitdagingen dat onze Europese creativiteit moet gericht zijn. Misschien moeten er meer tijdelijke maar zich herhalende uitwisselingspramma’s komen tussen Europese en Afrikaanse instellingen, zodat Afrikanen minder reden hebben om Afrika definitief te verlaten.

Johan Leman (Foto: CC Wikipedia)

Wat in elk geval niet waar is, is dat “we zullen intenser met die landen moeten samenwerken, ongeacht de aard van de regimes daar.” Het feit dat we daar geen Westerse democratieën kunnen eisen, betekent nog niet dat we “ongeacht de aard van de regimes” moeten samenwerken. Tenzij we onze toekomstige problemen en de haat tegen het Westen willen blijven voeden. Het jihadisme is zich vandaag al aan het installeren ter hoogte van Mali, Niger, Boerkina.

Dat de harde aanpak van de mensensmokkel herleid wordt tot het “zware straffen stellen op wie tegen betaling drenkeling wordt”, komt bij mij wat verrassend over en geloof me: ik ken vrij goed de literatuur over mensensmokkel en ben er zelf in de jaren 1990 veel mee bezig geweest. Dat er vraagtekens kunnen geplaatst worden bij het functioneren van de ngo-schepen in Libische wateren, aanvaard ik, maar alla… De meeste maatregelen die ik lees om de mensensmokkel aan te pakken, noem ik morrelen in de marge, waarbij vooral de grootste sukkelaars getroffen worden. Er zal iets moeten gebeuren dat veel ernstiger en grondiger doordacht is en waar dan nog op EU- en wellicht VN-vlak een consensus rond bekomen wordt. Mij ontbreekt hier de ruimte om erop in te gaan. Maar ik ben wat verwonderd dat collega Elchardus daar zelf toch ook niet op wijst.

Op het eind van deze analyse wens ik overigens geen waardeoordeel neer te schijven over de mensen die hun land verlaten. Collega Elchardus is overtuigd dat hij het niet zou doen – “uit idealisme en moed” – wel, voor mezelf… weet ik het niet. Ik ben blij dat ik in een situatie leef waar ik kan schrijven dat ik het niet weet.

 

Lees hier de tekst van Mark Elchardus

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Johan Leman

Johan Leman is antropoloog, voorzitter van Foyer vzw Molenbeek en emeritus professor aan de KU Leuven.