Verkiezingen 2019: tijd om onze politie au sérieux te nemen

 Leestijd: 8 minuten0

Zondag 26 mei. De meest cruciale dag van dit jaar, dag waarop we weer eens onze toekomst in handen leggen van enkelen in wie wij het volste vertrouwen zouden moeten hebben: zij menen het toch goed met onze belangen? 26 mei is de dag waarop we ‘vertegenwoordigers’ van ons allen, ‘het volk’, een mandaat geven om ons land een gerichte, hoopvolle toekomst te bieden op de diverse domeinen die ons nauw aan het hart liggen. En dat zijn er nogal wat.

'De malaise bij onze politieorganisatie wordt door vele politici als weinig onrustbarend ervaren, enkel het probleem van het personeelstekort kreeg tijdens deze legislatuur even de aandacht.' (Foto: Flickr (cc) Andrey Zhukov)

‘De malaise bij onze politieorganisatie wordt door vele politici als weinig onrustwekkend ervaren, enkel het probleem van het personeelstekort kreeg tijdens deze legislatuur even de aandacht.’ (Foto: Flickr (cc) Andrey Zhukov)

Voor onze jeugd is dat op dit ogenblik overduidelijk het klimaatbeheer, reden waarom zij in groten getale op straat kwamen en nog altijd volharden. Zij slikken het niet langer dat er steeds maar rond de pot wordt gedraaid en dat doeltreffende maatregelen ter zake uitblijven. En hun engagement wordt gehoord tot over onze grenzen heen.

Belgenmop

Hieraan kan het energiebeheer worden gekoppeld. Het toekomstig verwekken ervan, zonder dat het te belastend is voor ons milieu én ons klimaat, is al jaren een discussiepunt dat ook steeds maar verder op de lange baan wordt geschoven. Zo wordt de exploitatie van onze kramakkelige kerncentrales almaar langer in stand gehouden en moet daarbovenop nog aanhoudend dure buitenlandse energie worden aangekocht. Indachtig dat tot begin jaren 2000 er in ons eigenste land een overcapaciteit aan energie bestond, lijkt dit een rasechte Belgenmop.

Ons eens zo geprezen onderwijs boert dramatisch achteruit en is nog steeds onvoldoende ingespeeld op het latere leven van een volwassene in al zijn facetten

Verder worden de hedendaagse samenlevingskwesties matig aangepakt. Zo blijft men onveranderlijk het traditioneel gezin als model naar voren schuiven en heeft men te weinig oog voor de alleenstaanden en de eenoudergezinnen, die het gezin meer en meer verdringen. Ook de fenomenen armoede en eenzaamheid krijgen weinig aandacht, alsof het een nog uit te vinden item is.

Ons eens zo geprezen onderwijs boert er dramatisch op achteruit en is nog steeds onvoldoende ingespeeld op het latere leven van een volwassene in al zijn facetten.

Kibbelen

De beleidsmaatregelen voor de arbeidsmarkt sluiten onvoldoende aan bij de economische realiteit. Loopbaandenken blijkt op de diverse regeringsniveaus bestendig een abstract begrip; getuige daarvan is – onder meer – de aanpak van het stressbeleid in het arbeidscircuit en van de langdurig en chronische zieken, van wie de lijst steevast uitgebreider wordt.

Oud worden in dit land wordt gestaag ongeriefelijker: de pensioenleeftijd wordt verhoogd, aan de vergrijzing verbonden ziektes worden verwaarloosd en in weerwil van het bestaan van een rist sociale voorzieningen, wordt zelfredzaamheid voor velen een hoofdbekommernis.

De voorbije jaren voelden aan alsof onze bewindvoerders hun regeertijd prioritair spendeerden aan kibbelen

Samengevat voelden de voorbije jaren aan alsof onze bewindvoerders (de regering) hun regeertijd prioritair spendeerden aan kibbelen: onze ‘vertegenwoordigers’ hebben hun volk volkomen genegeerd. Maar misschien was dat allemaal te zoeken bij het ontbreken van een ‘draagvlak, dé courante term waarmee politici graag goochel(d)en.

Men kan zich dan ook terecht de vraag stellen of onze maatschappij op dit ogenblik wel zo eigentijds is ingesteld en nog vooruitgang boekt of eerder tot stilstand is gekomen, of erger aftakelt.

Marc Dutroux revisited

Onze politieorganisatie is zo’n representatief voorbeeld hiervan. Laat het vooreerst duidelijk zijn: de politie is een van de hoekstenen in een democratische samenleving zoals de onze. Hoe anders zou er zonder deze instantie orde kunnen heersen, overeenstemmend met de wetten ervan?

Ons huidig politiebestel ontstond op 1 april 2001 en kwam tot stand als een antwoord op wantoestanden die er onder meer heersten tussen de toen bestaande politiediensten. Die hadden voor de inwoners van dit land een hoogtepunt bereikt naar aanleiding van een gerechtelijk onderzoek, dat gekend staat als de ‘zaak Dutroux.

De gehele politieke orde was onder de indruk van de bezieling van het volk in de ‘Witte Mars’. Een parlementaire onderzoekscommissie werd in het leven geroepen

Daarin werd nagegaan hoe een genaamde Marc Dutroux zich schuldig had gemaakt aan ontvoering, gijzeling, misbruik en uiteindelijk het vermoorden van minderjarige meisjes. Een zondagse manifestatie, de Witte Mars genoemd, met ruim 300.000 deelnemers, trok door de Brusselse straten. Het was om het zo te zeggen een prerevolutionair moment, een gebeurtenis waarbij op niet mis te verstane wijze zichtbaar werd hoe fundamenteel het geloof in de rechtsstaat op dat moment was aangetast.

De gehele politieke orde werd bruusk wakker geschud en was onder de indruk van de bezieling van het volk. Een parlementaire onderzoekscommissie werd in het leven geroepen, om de ‘disfuncties’ in genoemd gerechtelijk onderzoek ‘tot op het bot’ te analyseren en, daaruit voortvloeiend, het politieapparaat onder de loep te nemen.

Gespecialiseerde dienst

De toenmalige regering Dehaene II ging aan de slag met wetgevende initiatieven. Maar door aardig te willen overkomen, werd wat overhaastig gereageerd en werd dé factor die de aanleiding was van het ganse gebeuren, uit het oog verloren. Meer bepaald waren dat twee nationale ietwat rivaliserende recherchediensten, met name de Bewaking- en Opsporingsbrigade (BOB), een afdeling van de toenmalige rijkswacht, en de autonome Gerechtelijke Politie bij de Parketten (GPP).

De rijkswacht en haar rechercheafdeling BOB stelden teleur in het onderzoek én het eindrapport van de parlementaire onderzoekscommissie

Voornamelijk de rijkswacht en hun rechercheafdeling BOB kwamen in het onderzoek, én het eindrapport, van die parlementaire onderzoekscommissie teleurstellend naar voren. In plaats van deze betrokken politietakken eens nader onder de loep te nemen, en/of tot de orde te roepen, werd besloten onze politieorganisatie in zijn geheel te hervormen en die twee recherchediensten gewoonweg samen te voegen.

Wat allemaal gebeurde zonder toepassing van enige overgangsmaatregel of ondersteuning, terwijl er bij beide een geheel andere, bijna tegenstrijdige, bedrijfscultuur aanwezig was. De kersverse recherchedienst werd ondergebracht bij de nieuwbakken opgerichte federale politie, waar hij momenteel gekend is onder de benaming Federale Gerechtelijke Politie (FGP) en optreedt onder het predicaat ‘gespecialiseerde dienst’.

Bachelordiploma

Met de formatie van de nieuwe geïntegreerde politie werden een aantal veranderingen doorgevoerd. Zo wordt als een toelatingsvoorwaarde voor indiensttreding bij het basiskader – de inspecteurs – bepaald ‘houder te zijn van een hoger secundair diploma’. Door interne bevordering kan men nadien overgaan naar het middenkader, de graad van hoofdinspecteur. Bovengenoemde gespecialiseerde recherchedienst wordt grotendeels gevormd uit in dienst zijnde politiemensen, die dit schoolniveau minimaal hebben behaald. Een wezenlijk verschil met de toenmalige Gerechtelijke Politie bij de Parketten, waar voor het middenkader – hier was zelfs geen basiskader aanwezig – sinds 1992 minstens een bachelordiploma vereist was.

Voor de officieren wordt als competentieprofiel voorgeschreven dat zij zich vooral met allerhande managementtaken moeten inlaten en niet langer met actief politiewerk

Ook voor de officieren – de (hoofd)commissarissen – gelden andere regels. Zo wordt nu voor hen als competentieprofiel voorgeschreven dat zij zich vooral met allerhande managementtaken moeten inlaten en niet langer met actief politiewerk. Wat ons tot de vraag brengt: welke bijdrage geeft dat aan expertise om de politiekrachten aan te sturen die het eigenlijk veldwerk verrichten. En: waarom heeft bij die federale gerechtelijke politie één officier/(hoofd)commissaris het beheer over ongeveer acht (hoofd)inspecteurs, terwijl dat bij lokale politiezones om een veelvoud gaat?

Om kort te gaan: men kan gaan twijfelen of de – destijds door de politici – zo geprezen politiehervorming in 2001 een serieuze verbetering was.

Michel I

Bij de vorming van de regering Michel I in het najaar van 2014 was men er zich wel van bewust dat er wat schortte aan onze politieorganisatie. Dat bleek uit het regeerakkoord: een hoofdstuk van vier pagina’s was hieraan gewijd. Verder was men zeer bekommerd over de veiligheid van de Belgische burger, want voor de eerste maal in onze politieke geschiedenis werd een minister van Veiligheid aangesteld.

Dat zo een ministerie geen overbodig departement was, werd later pijnlijk duidelijk door de terroristische aanslagen van 22 maart 2016. Jan Jambon kreeg het mandaat van  allereerste minister van Veiligheid en daar nog dat van minister van Binnenlandse Zaken bovenop. Zo nam hij ook het algemeen beheer van ons politieapparaat waar.

Het zeer nijpende personeelstekort zou worden aangepakt door jaarlijks 1.400 manschappen aan te werven. Dat streefcijfer werd nooit gehaald

In december 2015 kwam hij, meer dan één jaar na zijn aanstelling, aandraven met een 20-punten Kerntakenplan Politie, waarbij de weg zou worden vrijgemaakt opdat 2.500(!) politiemensen, die voornamelijk administratieve (neven)taken uitvoerden, ‘eigenlijk’ politiewerk zouden verrichten. Eind 2018, bijna drie jaar later en enkele maanden voor zijn ontslag, waren er reeds 98 (!) ‘geheroriënteerd’.

Het zeer nijpende personeelstekort zou verder ook worden aangepakt door jaarlijks 1.400 manschappen aan te werven. Dat streefcijfer werd evenwel nooit gehaald, zelfs niet eens benaderd, nadat men de selectienorm verlaagde waarbij men geen kernpunt meer maakte van het onbesproken gedrag van het gewenste profiel van de aangeworvene.

Abominabel tekort

Dat het tekort flagrante afmetingen aanneemt, is misschien het best merkbaar bij de Federale Gerechtelijke Politie. Het basis- en middenkader van deze federale politieafdeling, waarvan de getalsterkte wettelijk op 2.945 operationele leden werd vastgelegd, kampt inmiddels met een abominabel tekort dat de 30% heeft overschreden. Wanneer men dan ook rekening houdt met de dagelijkse afwezigheden wegens (langdurig) ziekte of verlof, kan men zich afvragen hoe deze gespecialiseerde dienst er desondanks in slaagt om doeltreffend werkzaam te blijven.

'De politie is één van de hoekstenen in onze democratische samenleving.' (Foto: Flickr (cc) Sophie)

‘De politie is een van de hoekstenen in onze democratische samenleving.’ (Foto: Flickr (cc) Sophie)

Hierbij dient te worden aangestipt dat het aandachtspunt van dit politieonderdeel ligt op de bestrijding van georganiseerde en maatschappij-ontwrichtende criminaliteit, op nationaal vlak. Het is nauwelijks te begrijpen waarom centrale diensten die ernstige economische en financiële misdrijven (CDGEFID), corruptie (CDBC) of misdrijven inzake kunsthandel (Cel Kunst en Antiek) behandelden en die gekend stonden omwille van hun waarlijk gespecialiseerde aard, ondertussen werden ontbonden, afgekalfd of gewoonweg opgedoekt. Nochtans spijsden deze diensten door hun activiteiten in het verleden danig de staatskas.

Op indexaanpassingen na is de verloning voor het basis- en middenkader van de politie ongewijzigd gebleven sinds de hervorming van april 2001

Een ander heikel punt is de verloning van onze politie. Behoudens aanpassingen door indexatie is deze voor het basis- en middenkader ongewijzigd gebleven sinds de hervorming feitelijk plaats vond op 1 april 2001. Tijdens een interpellatie op 18 oktober 2018 in de plenaire vergadering van de Kamer van Volksvertegenwoordigers – naar aanleiding van de heersende ‘politiegriep’ in Brussel (politiemensen meldden zich toen massaal ziek) -, verklaarde Jan Jambon dat op 1 januari 2019 een loonsverhoging zou gebeuren.

In werkelijkheid zal er in de toekomst een looncorrectie worden doorgevoerd voor enkele specifieke loonschalen, waarbij de lonen worden verhoogd tot het niveau van gelijkaardige openbare functies. Een kwestie van ‘correcte informatie mee te delen, zoals de minister tijdens zijn betoog benadrukte.

Wanneer nieuwe politiehervorming?

De malaise bij onze politieorganisatie wordt blijkbaar door vele verkozen politici als weinig onrustbarend ervaren, enkel het probleem van het personeelstekort kreeg tijdens deze legislatuur bijwijlen hun aandacht.

Dat er toch een parlementaire onderzoekscommissie werd ingesteld over de huidige werking, gebeurde enkel naar aanleiding van de terroristische aanslagen van 22 maart 2016.

Velen die van nabij bij onze politiewereld betrokken zijn, verwachtten dat de parlementaire commissie een nieuwe politiehervorming zou aanbevelen

Door velen die van nabij bij onze politiewereld betrokken zijn, werd bij die gelegenheid verwacht en zelfs als vanzelfsprekend aangenomen, dat door die commissie een nieuwe politiehervorming zou worden aanbevolen.

De commissieleden kwamen evenwel unaniem tot de vaststelling dat er enkel “wat zand in de machine zit”, maar “met hun aanbevelingen kan dat eruit worden gehaald en met wat aanpassingen, toevoegingen en wat smeerwerk zou het raderwerk” weer terug op het juiste spoor worden gezet.

Vlaamse, Waalse en Brusselse politie

Onbegrijpelijk dat zes maanden later, toen er rellen plaatsvonden op Brussels grondgebied, waar toch één van de terroristische aanslagen was gebeurd, plots door commissievoorzitter Patrick Dewael werd geroepen om een hervorming van de Brusselse politiezones.

In de aanloop van de verkiezingen legde Jan Jambon in februari plots het voorstel op tafel om de federale politie op te splitsen in een Vlaamse, Waalse en Brusselse afdeling, met als motto: ‘doordacht investeren in mensen en middelen’. Men kan hier ernstige vraagtekens plaatsen bij het rationele van deze optie.

Een zoveelste overbodig project en weggegooid belastinggeld, want klaarblijkelijk werd vooraf nooit ernstig overwogen om de structuur van de lokale politie aan te pakken

Waarom ineens, na meerdere jaren op het departement Binnenlandse zaken en nà zijn ontslag als minister, die mystieke keuze tot versnippering van federale middelen en niet een schaalvergroting van de lokale politiezones tot grotere zones?

Een recente studie van de UGent in opdracht van minister Jambon stelt dit laatste namelijk voor als doelmatige oplossing wat dat adagium betreft. Een (zoveelste) overbodig project dus, en weggegooid belastinggeld, want klaarblijkelijk werd vooraf nooit ernstig overwogen om de structuur van de lokale politie aan te pakken, niettegenstaande het gegeven dat het beleid van de lokale besturen nu al bij de deelstaten ligt, waar toch een minister van Binnenlands Bestuur is.

Klimaatjeugd

Anderzijds maakt de gedachtegang om de federale politie te herstructureren weinig kans gezien de huidige commissaris-generaal van de federale politie Marc De Mesmaeker bij zijn aantreden in een interview verklaarde: “Zolang ik commissaris-generaal ben, komt er geen nieuwe grondige hervorming meer van de structuren van de federale politie.” (De Morgen van 15 juni 2018.) Men zou dus vanuit deze korpsleiding, die een verleden heeft bij de opgeheven rijkswacht, wel wat tegenkantingen kunnen verwachten.

Ondanks een veelbelovende start oogt het eindresultaat van de federale regering Michel I, en I bis, al bij al wat magertjes, en dat niet alleen op het vlak van onze politie. Dit politieverhaal kan worden doorgetrokken naar diverse andere domeinen in een ter zake aangepaste versie.

Hoe anders moet de roep om een klimaatwet op te nemen in de Grondwet, worden geïnterpreteerd dan dat het vertrouwen in de politiek de vriestemperatuur heeft bereikt?

Dat een dergelijk bewind niet langer wordt gesmaakt, laat staan getolereerd, blijkt overduidelijk uit de klimaatprotesten door onze spijbelende jeugd, de toekomstige burgers van dit land. Dat zij daarbij ruggensteun krijgen van hun grootouders, is veelbelovend.

Dit signaal verwaarlozen is het hoofd in het spreekwoordelijke zand steken en terug in de ivoren toren kruipen. Immers, hun vingerwijzing drukt de hoop en de betrachting uit op een volkomen tegendraads politiek denken én handelen, waarbij de bevolking – eindelijk – uit het verdomhoekje wordt gehaald. Of hoe anders moet de roep om een klimaatwet op te nemen in de Grondwet, worden geïnterpreteerd dan dat het vertrouwen in de politiek de vriestemperatuur heeft bereikt.

Maar voor die verandering is in de eerste plaats moed nodig, geen kracht. Met kracht alleen komt men veelal niet verder dan beloftes, met moed gaat men over tot daden. Dat leert ons de geschiedenis.

Wie die handschoen van moed politiek durft op te nemen, wordt veel succes toegewenst.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: John Buelens

John Buelens was gedurende ruim 30 jaar operationeel lid bij het middenkader van de Belgische politie.