Moet het onderwijs niet leren dat lezen gewoon leuk is?

 Leestijd: 3 minuten0

‘Leerkrachten die zelf niet lezen zijn geen goede leerkracht.’ Enkele dagen na de bekendmaking dat Bart Moeyaert op 27 mei de Astrid Lindgren Memorial Award in ontvangst mag nemen, prijkt zowel op de voorpagina als boven het interview binnenin de krant deze titel.

Bart Moeyaert in de klas van gastauteur Jef Boden in de jaren '80. (Foto: Jef Boden)

Bart Moeyaert als gastspreker in de klas van gastauteur Jef Boden in de jaren ’80. (Foto: Jef Boden)

Zelfs al kan je moeilijk om dit gegeven heen, het zegt meer over de sensatiezucht van de krant (De Standaard van 6 april 2019) dan over de inhoud van het mooie, hele interview. In een extra titel wordt hij de beste jeugdschrijver ter wereld genoemd. Wat Bart Moeyaert zelf ongetwijfeld zal nuanceren. Elders in diezelfde krant nog twee volledige bladzijden over het problematische begrijpend lezen in ons onderwijs. Die twee zouden wel eens meer gemeen kunnen hebben dan we vermoeden.

Dalend niveau

De klaagzang over het dalende niveau van begrijpend lezen gaat ondertussen al jaren mee. Heel wat onderwijsmensen, voeten in de realiteit, en scholen die niet ziende blind zijn, hebben vandaag nauwelijks nog een boodschap aan het gejammer aan de zijkant. Enkele jaren geleden al waren wij een van de vele scholen waar het lezen een studiedag waard was.

‘Uit het boek ‘Leespraat’ ideeën putten zal de kennis van en de liefde voor onze moedertaal meer vooruit helpen dan wat nieuwe eindtermen’

Op zich was er weinig nieuws onder de zon. Een aantal leuke tips: vooral voor jongere collega’s een ontdekking om te horen uit welke massa mogelijkheden het leesonderwijs kan putten. Eerlijkheidshalve had men mogen vermelden waar de mosterd vandaan gehaald werd: vooral bij ‘Vertel eens‘ en ‘De leesomgeving‘ van Aidan Chambers. Voor wie het interesseert: beide boekjes zijn onlangs gebundeld heruitgegeven onder de titel Leespraat.

Uit dat boek wat ideeën putten zal de kennis van en de liefde voor onze moedertaal meer vooruit helpen dan wat nieuwe eindtermen of, erger nog, een uur Nederlands schrappen in de eerste graad van het secundair.

‘Mansoor’

Lezen is als liefde. Het magische ontdekken van letters, woorden en zinnen is als een verliefdheid. Daarop moet je met inhoud en niveau leerlingen uitdagen en blijven aanspreken om tot een duurzame relatie te komen. En ja, daarvoor is het wellicht nodig dat je weet wat je leerlingen in de handen stopt.

‘We lazen enkele bladzijden, vertelden elkaar wat er boeiend, verrassend, soms vreemd was. Hoe meer ze elkaar vertelden, hoe helderder het boekje voor de kinderen werd’

In 1997 ontving Bart Moeyaert een Boekenwelp voor ‘Mansoor’. Oorspronkelijk een piepklein boekje, 10 op 15 cm, voor 100 frank (2,5 euro nu) een gelegenheidsuitgave om de verjaardag van de uitgeverij te vieren. Dat jaar had ik het genoegen om deel uit te maken van de Boekenleeuwjury. Alle juryleden waren overtuigd van de absolute kwaliteit en we vroegen ons af wat de uitgeverij na de bekroning met dat mini-boekje zou doen.

Het kreeg snel een iets groter formaat en werd later herhaaldelijk met andere verhalen gebundeld. Een recensent schreef: “Ik weet niet of kinderen zelf dit verhaal graag zullen lezen … maar voor volwassenen is het hoogst interessant.” Twijfelde men toen al aan het begrijpend lezen in de scholen? In de klas bezorgde ik ieder kind zo’n piepklein boekje en we gingen aan de slag in de geest van Aidan Chambers.

We lazen enkele bladzijden, vertelden elkaar wat er boeiend, verrassend, soms vreemd was. Hoe meer ze elkaar vertelden, hoe helderder het boekje voor de kinderen werd. De wereld uit het verhaal herkenden ze maar al te goed. Vaak konden ze gelijkaardige ervaringen vertellen. Hoe meer we spraken, hoe meer het lezen begrijpend en leuker werd, hoe enthousiaster de reacties. Die hebben we dan netjes gebundeld en naar het blad van de bewuste recensie gezonden.

Vandaag doen we het nog steeds. We lezen in groepjes, proberen de boeken te kiezen die in het leesproces een volgende deur helpen openen. Wanneer de boekenkast opengaat en we een volgend boek kiezen, vraagt er wel eens iemand of ik al die boeken gelezen heb.

Enthousiaste bibliothecarissen

Een zeer goede partner in de (boekenliefdes)relatie is een bibliotheek met enthousiaste bibliothecarissen. Al onze klassen genieten jaarlijks van een ontmoeting met een auteur of illustrator. Onlangs werd mijn klas voorbereid op het maken van een animatiefilmachtige boekbespreking. Ze doken daarop met zijn allen de rekken in om een boek te zoeken. Dat is niet vanzelfsprekend.

‘Noch het lezen, noch wat je er in de klas mee doet, hoeft saai te zijn’

Binnen de week waren er enkele leerlingen voor wie het na enkele hoofdstukken individueel lezen te lastig werd. De afspraak is dat ik ze dan help om een ander boek, dat ze meer bevalt, dat vlotter te lezen is, te zoeken. Het loopt. Na het paasverlof gaan we met de bibliothecaris de indrukken in animatie omzetten. Noch het lezen, noch wat je er in de klas mee doet, hoeft saai te zijn. Ik ben benieuwd naar diegene die nu ‘Tegenwoordig heet iedereen Sorry‘ aan het lezen is. Zeker weten dat Bart Moeyaert ook een tikje nieuwsgierig wordt.

Enthousiasme

Of dat het begrijpend lezen vooruit helpt? Een belangrijke start is zeker een positieve aanpak errond. Wondermiddelen bestaan niet. Er zullen lezers van alle soorten blijven bestaan. Enthousiasme, gewoon tijd nemen om zonder schoolse verplichtingen samen te lezen, helpt zeker.

Niet toevallig kozen we met de school vorig jaar om begrijpend lezen, via een door de KULeuven ontwikkelde paralleltoets, bij de eindtoetsen te plaatsen. Het resultaat was net zo aangenaam als de vreugde die het lezen vooraf al had opgeleverd. Het is bizar te moeten zeggen dat het onderwijs moet leren dat lezen gewoon leuk mag zijn. Het enthousiasme bewaren verdiept op zich al de leesvaardigheid. Nog een laatste overbodige opmerking: terwijl de kinderen lezen, lees je als leerkracht toch zeker mee? Zien lezen doet lezen. Zo eenvoudig is het.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Jef Boden

Jef Boden is leraar in een basisschool in Brecht en schreef eerder o.a. opiniebijdragen over het onderwijs voor deredactie.be.