Ondenkbaar

 Leestijd: 4 minuten1

Hebt u ooit geprobeerd u aan te melden op een website die u slechts zelden gebruikt, waar dan bleek dat uw wachtwoord niet geldig was? En probeerde u dan hetzelfde wachtwoord opnieuw in te geven, maar met wat meer aandrang (misschien zelfs een derde keer)? Ik wel.

Hoe meer we geloven dat iets waar of correct is – zelfs iets zo onbenulligs als wat ons wachtwoord is – hoe meer we aanwijzingen verwerpen dat we het mis hebben. We blijven niet alleen vasthouden aan onze overtuiging, we zetten ze ook nog eens kracht bij. De toetsen harder aanslaan maakt hoegenaamd geen verschil – natuurlijk weten we dat. En toch voelt het alsof het er op een of andere manier zal voor zorgen dat het wachtwoord dan toch zal worden herkend, want we kunnen ons gewoon niet voorstellen dat het verkeerd zou zijn.

De persistente premier

Ik moet de laatste tijd wel vaker aan dit soort opmerkelijke persistentie denken wanneer ik de Britse premier Theresa May bezig zie. Hardnekkig poogt ze het Brexit-uittredingsakkoord dat ze onderhandelde met de Europese Unie goedgekeurd te krijgen door het parlement – al meer dan drie maanden lang.

Hoe meer we geloven dat iets waar of correct is, hoe meer we aanwijzingen verwerpen dat we het mis hebben

Het plan was dat het zou bekrachtigd worden op 11 december 2018, ruim op tijd voor de Brexit-dag, 29 maart 2019. Maar toen zeven ministers (waaronder de Brexitminister zelf) ontslag namen uit de regering uit protest tegen het akkoord, stelde ze de stemming uit, omdat ze vreesde “met een ruime marge verslagen te worden”. Die vrees was zeker gerechtvaardigd. Op 15 januari 2019 stemde het Lagerhuis immers het akkoord weg met 432 stemmen tegen 202. Zelfs rekening houdend met de flinterdunne meerderheid van de regering – met de steun van de 10 parlementsleden van de Noord-Ierse Democratische Unionisten kan ze op amper 326 van de 650 zetels rekenen – was dit een ware historische nederlaag, op een schaal die al meer dan 100 jaar niet is gezien.

Brexit uitgesteld? Ondenkbaar maar waar (foto via youtube)

En toch, net als de persoon die niet kan geloven dat zijn wachtwoord verkeerd is en die exact dezelfde combinatie opnieuw in het klavier hamert, probeerde ze opnieuw. En eens te meer werd het akkoord – met nominale en onbeduidende veranderingen – afgewezen in de tweede ‘betekenisvolle stemming’ op 12 maart, deze keer met 391 stemmen tegen 242. Onverschrokken legde ze het een derde keer voor op 29 maart (de originele Brexit-dag), met de belofte dat ze zou aftreden als het akkoord zou worden gesteund. Maar zelfs die verbintenis was onvoldoende: opnieuw werd het weggestemd, met 344 stemmen tegen 286. Een regeringswoordvoerder zei zonder enige ironie: “We gaan alvast in de goede richting”. En er wordt nu ernstig gedacht aan een vierde stemming.

Wat zit er achter deze opmerkelijke opeenvolging van mislukte pogingen? Het heeft alle kenmerken van iemand die handelt uit de overtuiging dat de alternatieven ondenkbaar zijn. Voor mevrouw May zijn die alternatieven het herroepen van Artikel 50 (en dus de Brexit afvoeren), een lang uitstel (dat het houden van Europese verkiezingen zou inhouden), en de EU verlaten zonder akkoord. Allemaal onaanvaardbaar, en dus onvoorstelbaar voor haar.

Ze is overigens niet alleen in het parlement met dat soort overtuiging. Voor de extreme Brexiteers is de zogenaamde backstop die een harde grens tussen Noord-Ierland en de republiek moet vermijden, en die in het akkoord is opgenomen, ondenkbaar. Die zou het VK ertoe verbinden Noord-Ierland in de douane-unie te houden en de provincie onderhevig te maken aan de regels van de eengemaakte markt, tot wanneer de EU ermee zou instemmen dat het niet langer nodig was. Aan de andere kant besloot een meerderheid van de parlementsleden dan weer dat het ‘no deal’-scenario, uitstappen zonder akkoord, ondenkbaar is – het werd weggestemd met 400 stemmen tegen 240.

Ondenkbare stadia

Wanneer we het woord ‘ondenkbaar’ gebruiken gaat het vaak om een taalkundige overdrijving, die de kracht van onze overtuiging of onze opinie moet onderstrepen. Het is een beetje als het voornemen een ongewenste uitkomst te vermijden “koste wat het kost”, of zeggen dat we “alles zouden doen” om iets tegen te houden. En zo lang het enkel om grootspraak gaat, zo lang er geen kans is dat we werkelijk stappen moeten ondernemen en letterlijk “alles doen”, is dat prima – sterke woorden maken nu eenmaal deel uit van ons vocabularium.

Als we handelswijzen of uitkomsten als ondenkbaar beschouwen, dan riskeren we met de realiteit te worden geconfronteerd

Maar als we het écht menen, en handelswijzen of uitkomsten als werkelijk ondenkbaar beschouwen, dan riskeren we met de realiteit te worden geconfronteerd: niet in staat, onvoorbereid, en onwillig ‘om het even wat te doen’. Hoe gebeurt zoiets?

Je kunt het bekijken als een opeenvolging van stadia. Aan het begin geeft het bestempelen van iets onwenselijks als ondenkbaar ons de permissie om enkel die toekomst voor ogen te houden waarin het helemaal niet voorkomt. Het ondenkbare zal gewoon niet gebeuren, dus waarover zouden we ons zorgen moeten maken?

In de tweede fase begint de twijfel binnen te sluipen, maar dan nemen we onze toevlucht tot gemotiveerd redeneren. We verzinnen redenen waarom het ondenkbare niet zal gebeuren, of manieren waarop het zal worden afgewend of verhinderd. Wanneer we het bijvoorbeeld ondenkbaar vinden dat het stijgende zeeniveau ten gevolge van de klimaatopwarming Antwerpen (of Londen, Shanghai of Miami) onder water zal zetten, dan kunnen we de wetenschap die dat voorspelt afwimpelen als enkel speculatie, of we kunnen ons vertrouwen stellen in de daadkracht en de vindingrijkheid van regeringen en bouwkundigen, die vast wel een oplossing zullen verzinnen.

Zolang het ondenkbaar is, is alles OK

Als we terugkeren naar de Brexitsituatie in het Britse parlement, zien we hoe die volgende stap zich ook daar manifesteert. Wellicht verwacht premier May dat de harde Brexiteers, uit angst voor het vooruitzicht op een verwaterde of zelfs helemaal geen Brexit, dan toch haar deal zullen goedkeuren, en dat ook de voorstanders van een zachtere Brexit (en de weerbarstige Remainers), bang voor een uittreding zonder akkoord, de voorkeur zullen geven aan haar deal. Haar tactische zetten sedert december 2018 lijken dit te bevestigen.

De harde Eurosceptici geloven echter dat Theresa May uiteindelijk niet anders zal kunnen dan te handelen naar het partijprogramma waarmee de Conservatieven in 2017 naar de verkiezingen gingen, en de Brexit te voltrekken – zonder backstop, en desnoods zonder akkoord. Aan de andere zijde zien we parlementsleden die erop vertrouwen dat mevrouw May uiteindelijk zal handelen in het belang van de natie, en zal verhinderen dat het land de afgrond van een harde Brexit zal induiken.

Het derde stadium is wanneer de realiteit van het ondenkbare begint te dagen. Het ondenkbare verhinderen vereist actie. De backstop is ondenkbaar, maar helemaal geen Brexit is dat ook – vandaar dat we nu sommige parlementsleden, die zich voorheen krachtdadig tegen het akkoord hadden verzet, er toch voor zagen stemmen. En we zagen mevrouw May, voor wie de idee niet op 29 maart de EU te verlaten voorheen ondenkbaar was, naar de EU gaan om te vragen Brexit uit te stellen, om haar deal te redden.

In de laatste fase moeten de schrille keuzes ook werkelijk worden gemaakt: hoe ondenkbaar is ‘ondenkbaar’ echt? Het parlement verwierp de ‘no deal’ optie met een buitengewoon grote meerderheid van 240. Maar ze moeten nu bepalen wat ze denkbaar vinden. De tijd is op, er kan niet opnieuw worden onderhandeld met de EU om een alternatief akkoord te bereiken. En de harde realiteit is dat er enkel twee andere ondenkbaarheden overblijven: een lang uitstel, of het herroepen van Artikel 50.

Het verloop van Brexit is een dure zaak geweest: het heeft ongemene hoeveelheden parlementaire tijd geconsumeerd, en grote sommen geld gekost aan bedrijven en de regering ter voorbereiding. Maar het proces levert ons ook een heilzame les hoe niet met het ondenkbare om te gaan.

Het is niet genoeg datgene wat we niet wensen als ondenkbaar te betitelen. We moeten duidelijk zeggen wat we in plaats daarvan denkbaar vinden. We moeten weten hoe dat denkbare alternatief zal worden gerealiseerd. En bovenal moeten we beseffen welke offers we zullen moeten brengen om te eindigen met een denkbare uitkomst, in plaats van een ondenkbare. Je zou er nauwelijks aan durven te denken…

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.