Over lezen wat er niet staat

 Leestijd: 7 minuten1

Ik bekende vroeger al een keer dat ik meer voel voor Mark Zuckerberg dan alleen maar het diepste misprijzen. Heel af en toe voel ik ook deernis. Dat overkomt me vooral als ik er weer maar eens getuige (in MO*) van ben hoe de gewezen sympathieke halfgod moet spitsroede lopen, alsof hij en hij alleen het Kwade dat zich sinds kort schijnt op te houden in Silicon Valley incarneert. Omdat iemand de prijs moet betalen voor de flater die we ons herinneren als ‘Hillary for President’. Soms ben ik ook wel een beetje bezorgd en vraag ik me af wat dat met een mens doet: de hele tijd door liegen alsof het gedrukt staat. Echt gezond kan dat toch niet zijn.

'Het opiniestuk van Zuckerberg is veel, maar een bocht is het niet. Het is vooral een schaamteloos manoeuvre van een arrogante leerling-goochelaar die de kneepjes maar niet onder de knie krijgt.' (Foto: Flickr (cc)Maurieio Pesce)

‘Het opiniestuk van Zuckerberg in de Washington Post is veel, maar een bocht is het niet. Het is vooral een schaamteloos manoeuvre van een arrogante leerling-goochelaar die de kneepjes maar niet onder de knie krijgt.’ (Foto: Flickr (cc) Maurizio Pesce)

Ik voel wel vaker wat. Verontwaardiging, bijvoorbeeld. Daar is Zuckerberg doorgaans alleen maar indirect voor verantwoordelijk en het is eerder de volslagen oppervlakkigheid waarmee de gevestigde waarden uit de nieuwsindustrie kond doen van de zoveelste stunt van het Facebook-opperhoofd, die mijn toorn ontsteekt. Dat overkomt me de laatste tijd steeds meer. Niet omdat ik wel ouder maar niet milder word. Wel omdat de fratsen van Zuckerberg nog amper bij te houden zijn en bijgevolg kolommen vol lege echo’s worden gepubliceerd.

Langgerekte leugen

Dan voel ik ook vaak ongeloof. Hoe moeilijk kan het zijn om de stortvloed aan verontschuldigingen en plechtige beloften om het leven te beteren te ontmaskeren als een langgerekte leugen? Oké, het kost misschien wat moeite om uit de opperste leegheid waarmee Zuckerberg steeds langere epistels produceert, te halen wat er niet staat – de waarschijnlijke toedracht – maar als een eenvoudige ziel als ik dat kan, moet het de bedreven broodschrijvers zeker lukken.

Niet dus.

Zoveel werd duidelijk in de nasleep van de onzin die Zuckerberg eind maart met ons deelde. In een Op Ed voor de Washington Post dan nog wel. Met een titel die niets dan dodelijke ernst doet vermoeden: The Internet needs new rules. Let’s start in these four areas.

‘Is hier Zuckerberg aan het woord die pertinent weigerde ook maar een zinnig antwoord te geven op de vragen van overheden, als hij de legitimiteit van die overheid zelf al niet ontkende?’

‘Krijg nu wat’, was het eerste wat ik dacht toen ik die titel las. Staat hier een smeekbede van de man die tot voor kort elke aanzet tot suggestie van overheidsregulering in de kiem smoorde met een enkele ijzige grijnslach? Is hier de man aan het woord die pertinent weigerde ook maar een zinnig antwoord te geven op de vragen van overheden, als hij de legitimiteit van die overheid zelf al niet ontkende? Vraagt Zuckerberg de overheid echt om regels die hem en zijn kompanen in bedwang moeten houden?

Ja en nee.

Meester-derwisj

Ja, dit is wat Zuckerberg ons graag wil laten geloven. Dit is ook wat nogal wat media ons vertellen. Die hebben het over weergaloze bochten, over pivots een NBA-finale waardig. Als we hen mogen geloven is Zuckerberg een meester-derwisj.

Nee, dit is uiteraard niet wat Zuckerberg bedoelt, zoveel is duidelijk voor wie goed wil lezen wat er niet staat, voor wie vertrouwd is met het uitgebreide oeuvre van Zuckerberg en de moeite doet om een en ander te contextualiseren. Kortom, voor wie niets om handen heeft.

Wat staat er dan wel?

Zuckerberg begint zijn stuk met iets wat in de buurt komt van een gedachte-experiment: wat als hij vandaag zou starten met Facebook. Zou hij zich dan opnieuw bedienen van een discours waarin weeïg messianisme vermengd wordt met de libertaire Silicon Valley-doctrine waarin de overheid enkel welkom is om de voorwaarden voor de markt te financieren en moet opkrassen, zodra er geld wordt verdiend? Neoliberalisme gehuld in hoodies?

De wereld redden blijkt een taak die zelfs Zuckerberg te zwaar valt en daarom zou hij het vandaag anders aanpakken

Nee, kreunt Zuckerberg. De wereld redden blijkt een taak die zelfs hem te zwaar valt en daarom zou hij het vandaag anders aanpakken. Vandaag zou hij de overheid meteen om regels vragen. Zegt hij, zonder daar ook maar een zinnig argument voor aan te dragen. Die regels moeten helpen om er levensgrote problemen mee te bezweren. Om van de virtuele wereld weer een veilige plek te maken, dankzij de groothartigheid van Zuckerberg, dat spreekt voor zich.

Electorale manipulatie

Nu is Zuckerberg vooralsnog niet volslagen gek. Daarom hoedt hij zich ervoor om de keuze van de te reguleren problemen aan de overheid over te laten. Met de hem kenmerkende arrogantie bakent hij de speelruimte van de overheid netjes af.

Volgens Zuckerberg dreigen we ten onder te gaan aan vier levensbedreigende problemen. Twee ervan hebben te maken met de voorliefde van gebruikers om Facebook te misbruiken om andere gebruikers te koeioneren en voor te liegen: haatboodschappen en electorale manipulatie. De overige twee hebben dan weer te maken met de voorliefde van Facebook om argeloze gebruikers te misbruiken en gaan over privacy en ander lucratief gebruik van data. Om deze problemen voor eens en altijd uit de wereld te helpen, heeft Facebook de overheid nodig. Wat van die overheid precies wordt verwacht, hangt een beetje van het probleem af en blijft nogal vaag.

‘Zuckerberg is het er vooral om te doen om niet telkens opnieuw als hoofdverdachte aangewezen te worden door de analisten van de calamiteit van de dag’

Neem nu het probleem van de haatboodschappen. Zelfs Zuckerberg begrijpt dat dit probleem veel complexer is dan op het eerste zicht blijkt, al hoedt hij zich ervoor om in te gaan op de ethische en politieke vragen die opgeworpen worden. Zuckerberg is het er vooral om te doen om niet telkens opnieuw als hoofdverdachte aangewezen te worden door de analisten van de calamiteit van de dag die een voorliefde hebben voor nietszeggend maar wel spectaculair reductionisme en dus altijd weer uitkomen bij Facebook. Het Kwaad 2.0.

Mee in het bad

Omdat de samenwerkingsverbanden die hij sloot met ‘onafhankelijke instellingen’ blijkbaar onvoldoende soelaas brengen – hoe zou het ook? Alsof zo’n samenwerking vanzelf de fundamentele vragen van onbetwistbare antwoorden voorziet! – wil Zuckerberg nu ook de overheid mee in het bad.

Van die overheid wordt een raamwerk verwacht, een instrument waarmee inhoud kan afgetoetst worden aan de norm. Dat raamwerk kan dan dwingend opgelegd worden aan elk platform waarop mensen meningen spuien.

Wat kan een mens hier nu op tegen hebben? Wel, nogal wat.

Over het vileine trekje van een monopolist die via regulering probeert om potentiële concurrenten de toegang te ontzeggen door intrede duurder te maken, hoeven we het niet eens te hebben.

‘Ik beperk me tot de bedenking dat de installatie van een censuurinfrastructuur wel heel erg dichtbij komt’

Aan het ontbreken van welk zinvol bewijs dan ook voor de impliciete veronderstelling dat de overheid wel in staat zou zijn om op eenduidige, onbetwistbare wijze haatboodschappen te detecteren en te sanctioneren, kunnen juristen gerust een paar colloquia wijden. Ik beperk me tot de bedenking dat de installatie van een censuurinfrastructuur wel heel erg dichtbij komt en vraag me af wanneer we nu ook alweer besloten hebben dat betekenissen niet vooral ontleend worden aan referentiekaders, die de vervelende eigenschap hebben nogal relatief te zijn.

Emotionele gebruikers

Over deze en nog een pak andere pertinente vragen hoeven we het niet eens te hebben om Zuckerbergs vraag naar waarde te schatten. Het volstaat om het patroon te zien. Zuckerberg lijkt er maar niet in te lukken zich te bekwamen in de edele kunst van de afleiding. Want daar gaat dit voorstel over: over afleiding van een essentieel kenmerk van Facebook.

Facebook leeft bij de gratie van de tijd die mensen er willen doorbrengen en heeft er aardig wat voor over om die tijd te rekken. Terwijl Experience Designers permanent sleutelen aan de verpakking, putten gedragswetenschappers zich uit in experimenten waaruit we leren hoe we nog meer emotionele betrokkenheid kunnen stimuleren. Emotionele gebruikers blijken immers geëngageerde gebruikers.

‘Als Zuckerberg al iets wil veranderen wat geld kost, is dat toch vooral om een nog groter verlies af te wenden’

Als het Zuckerberg menens is, hoeft hij alleen maar het algoritme zo te veranderen dat gebruikers een gebalanceerd aanbod wordt geserveerd, waarin niet alleen wordt ingespeeld op de meest basale reacties van mensen. Een emancipatorische confrontatie met de complexiteit van een paradoxale wereld in je nieuwsstroom. Het zou een keer wat anders zijn. Het zou ook zeer slecht zijn voor de bottom line. Als Zuckerberg al iets wil veranderen wat geld kost, is dat toch vooral om een nog groter verlies af te wenden.

GDPR

Ik zou het fileerwerk kunnen verderzetten en er bijvoorbeeld op wijzen dat het wel heel bevreemdend is dat uitgerekend Zuckerberg een pleidooi lijkt te voeren voor een bredere toepassing van de GDPR. Het volstaat om ons te herinneren hoeveel inwoners van Facebookland met een simpele juridische ingreep onttrokken werden aan de invloed van de Europese directieve om te beseffen dat Zuckerberg nog steeds geen hol geeft om privacy, ook al put de man zich uit om ons van het tegendeel te overtuigen.

‘Uiteindelijk blijft Zuckerberg een solutionist: die lost elk probleem dat gecreëerd wordt door technologie op met nog meer technologie’

Herinner je zijn vorige mededeling aan de mensheid. Die ging ook al over privacy en leek te beloven dat Facebook zou omgebouwd worden. De luidruchtige foor zou plaats maken voor geborgenheid van de doorsnee woonkamer. Zou. Want dat was opnieuw niet wat Zuckerberg echt vertelde. Facebook blijft gewoon Facebook, maar dan uitgebreid. Uiteindelijk blijft Zuckerberg een Solutionist. Die lost elk probleem dat gecreëerd wordt door technologie op met nog meer technologie.

Het is Zuckerberg er vooral om te doen om ernstige regulering af te wenden. Nu steeds meer politieke stemmen opgaan om komaf te maken met de vrijbuiters in Silicon Valley en geen idee meer schuwen, volstaan arrogantie en ‘sorry’ niet langer.

Arrogante leerling-goochelaar

Al hoeven we niet meteen te veel te verwachten van het voorstel van Elisabeth Warren om Facebook (en andere monopolisten?) op te splitsen, het risico is niet langer totaal ondenkbaar en kan maar beter snel genoeg afgewend worden. Waarom kondigt Zuckerberg aan dat de nu nog onafhankelijke diensten Facebook, Instagram en Whatsapp gebaat zijn bij integratie? Dat zijn ze immers helemaal niet. Tenzij om later te kunnen betogen dat een opsplitsing van het bedrijf onmogelijk is, wegens … te geïntegreerd.

‘Wil Zuckerberg vermijden dat de krijtlijnen van de GDPR worden overgenomen door staten zoals Californië, het thuisland van all things digital?’

Zou het kunnen dat de plotse liefde voor de principes van de GDPR alles te maken heeft met de zeer reële mogelijkheid dat Europa van dit raamwerk gebruik maakt om Facebook een gepeperde rekening te presenteren voor de schier oneindige reeks inbreuken waar het bedrijf zich schuldig aan maakte? Of wil Zuckerberg vermijden dat de krijtlijnen van de GDPR worden overgenomen door staten zoals Californië, het thuisland van all things digital? Zou het niet veel eenvoudiger, goedkoper en doeltreffender zijn om te lobbyen voor regulering op federaal niveau. Het verleden leerde immers dat die federale regels niet altijd even letterlijk moeten genomen worden.

Het opiniestuk van Zuckerberg is veel, maar een bocht is het niet. Het is vooral een schaamteloos manoeuvre van een arrogante leerling-goochelaar die de kneepjes maar niet onder de knie krijgt. Hij mag dan druk gesticuleren, zijn manipulerende hand blijft te zichtbaar. De truc met de duif lukt ook hem niet: de duif is dood.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Ben Caudron

Ben Caudron is technologiesocioloog en verbonden aan de Erasmushogeschool Brussel.