Hoe het strafrechtelijk beleid de onafhankelijkheid van justitie ondermijnt


Artikel 6 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens verplicht tot eerbiediging van de vereisten van het ‘eerlijk proces’: recht op een onafhankelijke, een onpartijdige en een gemotiveerde rechterlijke beoordeling na een openbaar debat. Daar heeft het Grondwettelijk Hof nogmaals op gewezen bij de afkeuring van de afkoopwet omdat de uitgebreide minnelijke schikking niet aan die vereisten voldeed.

Eén van de dossiers van het omstreden bouwproject aan de Tunnelplaats werd door het parket opgevraagd maar zonder gevolg gerangschikt. (Foto: © Stef Arends)

‘Eén van de dossiers van het omstreden bouwproject aan de Tunnelplaats werd door het parket opgevraagd maar zonder gevolg gerangschikt.’ (Foto: © Stef Arends)

Een akkoord tussen het parket en de verdachten is geen onpartijdige beoordeling, het is vertrouwelijk en niet openbaar, en het moet daarom voorgelegd worden aan een daadwerkelijke rechterlijke beoordeling. Wat doen wij dan, indien het openbaar ministerie een zaak seponeert, zonder gevolg rangschikt? Dan is er zelfs geen akkoord tussen de procespartijen, is er geen enkel rechterlijk toezicht, geen gekende motivering, en dan blijft alles vertrouwelijk: ‘Not only must Justice be done; it must also be seen to be done‘?

Macht

Het Openbaar Ministerie heeft een algemene vervolgingsplicht en een vervolgingsrecht. Rekening houdend met de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid oordeelt de Procureur des Konings over de opportuniteit van de vervolging en geeft hij de redenen aan van de beslissing van seponering die hij neemt. Dit seponeringsrecht geeft aan de procureur een aanzienlijke macht.

Een beslissing tot niet-vervolging is een poort waarlangs de uitvoerende macht op vertrouwelijke wijze de rechtsgang in strafzaken naar zijn hand kan zetten

Vooral wanneer het om zwaarwichtige of politiek gevoelige dossiers gaat die het openbaar belang raken, is niet-vervolgen een belangrijke beslissing. Dat de procureur hierbij rekening moet houden met het strafrechtelijk beleid kan dergelijke beslissing zelfs tot een politieke beslissing maken. Het is immers de justitieminister die, alleen en persoonlijk, dit beleid bepaalt.

Omdat een beslissing tot niet-vervolging niet voldoet aan de vereisten van een eerlijk proces, houdt deze eenzijdige beslissing van een procespartij gevaren in die niet mogen onderschat worden: het is een poort waarlangs de uitvoerende macht op vertrouwelijke wijze de rechtsgang in strafzaken naar zijn hand kan zetten.

Dossiers

Volgens De Tijd heeft het Brussels parket zijn onderzoek naar gelobby voor Azerbeidzjan zonder gevolg geklasseerd: de ex-parlementsleden Stef Goris en Alain Destexhe moeten niet voor de correctionele rechtbank verschijnen, zo schreef De Tijd op 1 april.

“Het onderzoek kaderde in Azerigate, een schandaal dat losbarstte in januari 2013, toen een Duitse ngo leden en oud-leden van de Raad van Europa ervan beschuldigde dat ze zich hadden laten omkopen door de regering van Azerbeidzjan. Ze zouden in ruil een kritisch rapport over de situatie van politieke gevangenen in het land hebben weggestemd. In september 2017 raakte vervolgens bekend dat Destexhe en Goris in 2010 een vzw hadden opgericht, die tegen betaling positief zou hebben bericht over verkiezingen in Azerbeidzjan. Destexhe en Goris ontkenden dat ze omgekocht werden, maar een onderzoekscommissie van de Raad van Europa besloot toch dat ze de gedragscode voor parlementsleden met de voeten hadden getreden. Goris en Destexhe werden samen met nog andere oud-leden van de Raad van Europa voor het leven verbannen uit de internationale organisatie.”

In een reeks artikelen over de gang van zaken bij de Antwerpse bouwpromotoren gaf Apache meermaals feiten aan die mogelijk als misdrijven kunnen worden omschreven

Het journalistiek onderzoeksmedium Apache maakte een reeks artikelen over de gang van zaken bij Antwerpse bouwpromotoren. Daarin werden meermaals feiten aangegeven die mogelijk als misdrijven kunnen worden omschreven.

“Van oktober 2014 tot december 2017 betaalde de Antwerpse projectontwikkelaar Land Invest Group ruim 906.000 euro aan een zeer goede vriendin van Stéphane Moreau. Het overgrote deel van het geld werd betaald om wekelijks een niet verplichte vergadering van twee uur bij te wonen als ‘strategisch raadgever’”.

De factuur is een van de talloze documenten die deel uitmaken van de boekhouding van Land Invest Group die Apache en Le Vif konden inkijken.

De factuur is een van de talloze documenten die deeluitmaken van de boekhouding van Land Invest Group die Apache en Le Vif konden inkijken.

“Op 22 mei 2018 bezorgde Emmanuel Lejeune, de grote baas van het Luikse pensioenfonds Ogeo Fund, een factuur van ruim 261.000 euro aan de kersverse eigenaars van de Antwerpse projectontwikkelaar Land Invest Group. De factuur draait om vergoedingen voorzien voor de bestuurders – waaronder Emmanuel Lejeune zelf – die namens Ogeo Fund zetelden in de raad van bestuur van Land Invest Group in de periode van 2011 tot 2018. Lejeune heeft naar eigen zeggen recht op het geld dat hij al die jaren domweg ‘vergat’ te factureren.”

Seponering

Omdat het onderzoeksmedium Apache steunt op documenten en interne verklaringen, is de kans groot dat het hier om ontdragingen van vennootschapsgoederen gaat, uitbetalingen van niet-verschuldigde bedragen. Bovendien gaat het om geld dat afkomstig is van een pensioenfonds, en daarover is er toezicht van de beurswaakhond FSMA.

Zoals Het Laatste Nieuws rapporteerde, werd één van de dossiers, dat van het omstreden bouwproject aan de Tunnelplaatseen 44 meter hoge toren met 74 appartementen en 228 studentenkamers -, door het parket opgevraagd, maar binnen de kortste keren zonder gevolg gerangschikt: “Wat precies de aanleiding was voor de recente actie van het parket, is niet bekend. De zaak is in ieder geval geseponeerd”.

Zowel de Brusselse onderzoeksrechter als onze parlementairen zoeken al lang naar een antwoord op de vraag wat er gebeurde met de veertien miljard in beslag genomen Libische fondsen van dictator Kadhafi

Zowel de Brusselse onderzoeksrechter als onze parlementairen zoeken al heel lang naar een antwoord op de vraag wat er gebeurde met de veertien miljard in beslag genomen Libische fondsen van dictator Kadhafi. Minister Reynders gaf intussen een brief vrij waarin hij aan Libië vroeg om een aantal Belgische bedrijven die na de val van Kadhafi nog geld te goed hadden van het Noord-Afrikaanse land, te vergoeden.

Bij de bedrijven is onder meer de Waalse wapenfabrikant FN Herstal. Tussen 2011 en 2017 zijn er door België effectief honderden miljoenen euro, tot mogelijk twee miljard, aan interesten en andere opbrengsten vrijgegeven. Voor de uitbetaling van een bedrag van vijftig miljoen euro dat prins Laurant als schadevergoeding werd toegewezen door een uitspraak van de Brusselse rechtbank, is er echter een geld.

Vertrouwelijk

De procureur beoordeelt ook, zelfs wanneer een onderzoeksrechter is tussengekomen, welke vordering hij neemt wanneer de raadkamer, een rechter van de rechtbank van eerste aanleg, moet oordelen over het al dan niet behandelen van de zaak voor en door de strafrechter. Al is het dan een rechter die oordeelt, dan voldoet deze procedure evenmin aan de vereiste van openbaarheid. De behandeling voor de raadkamer is vertrouwelijk: ook hier wordt recht niet zichtbaar gedaan.

Hoewel meerdere bestuurders door de onderzoeksrechter in de Fortisaffaire in verdenking werden gesteld, vordert de procureur in Brussel nu de buitenvervolgingstelling

Dat is wat gebeurde met een onderzoek dat vele burgers aanbelangt, omdat zij er hun spaarcenten bij verloren: het Fortisschandaal. Hoewel meerdere bestuurders door de onderzoeksrechter in verdenking werden gesteld, wat betekent dat er volgens die rechter elementen zijn die wijzen op gepleegde misdrijven, vordert de procureur in Brussel nu de buitenvervolgingstelling.

In 2013 wilde ook het parket zeven ex-bestuurders van de Fortisgroep en Fortisbank voor de rechtbank brengen, omdat zij de aandeelhouders te rooskleurig geïnformeerd zouden hebben over de situatie van de groep ten tijde van de overname van de Nederlandse bank ABN Amro.

Wraakroepend

Maar na bijkomend onderzoek en eerdere gerechtelijke beslissingen in binnen- en buitenland, heeft het parket zijn visie bijgesteld: “Na grondige analyse van het dossier en op basis van recente informatie is besloten dat er onvoldoende elementen zijn om de vervolging te vragen. Het valt erg moeilijk te bewijzen dat de toenmalige toplui met opzet te optimistische informatie hebben verspreid. We zullen de raadkamer dan ook om de buitenvervolgstelling vragen.” (De Standaard van 20.12).

“Wraakroepend”, vindt professor fiscaal recht Michel Maus (VUB). “Dit is misschien wel het grootse bankendossier in de geschiedenis. Daar zat meer dan genoeg in om tot een correctioneel proces te leiden.” “Zeker als je ziet welke kleine zaken dagelijks voor de correctionele rechtbank komen, is dit wraakroepend. Vergeet ook niet welke maatschappelijke inspanningen er geleverd zijn om de bank te redden.”

Beleid

Is het een toeval dat de parketten in dergelijke dossiers niet meer vervolgen? Of gebeurt dat in navolging van het door de justitieminister bepaalde strafrechtelijk beleid? In het laatste geval gaat het dan niet meer om beslissingen van een onafhankelijke gerechtelijke macht, maar om politieke beslissingen en die zijn vatbaar voor onderzoek en toezicht door het parlement.

Zijn procureurs nog wel de onafhankelijke vervolgingsambtenaren die in eer en geweten zelf kunnen beslissen over de vervolging? Of zijn zij gewoon ‘ambtenaren’ die de richtlijnen van het politiek beleid moeten uitvoeren?

Hierdoor wordt ook het gewijzigd statuut van het Openbaar Ministerie erg zichtbaar. Zijn onze procureurs nog wel de onafhankelijke vervolgingsambtenaren die in eer en geweten zelf kunnen beslissen over de vervolging, of zijn zij gewoonweg ‘ambtenaren’ geworden die de richtlijnen van het politiek beleid moeten uitvoeren?

Het is dezelfde vraag als deze die uit het parlementair onderzoek op de Kazachgate, de wordingsgeschiedenis van de afkoopwet, naar voren kwam. Dit onderzoek toonde aan wat het statuut van onze parlementairen nog betekent: zij werden bij de voorbereiding en de stemming van de afkoopwet dermate bedrogen dat de werking van de wetgevende macht er tot op het hoogste niveau werd door ontwricht.

Is dat dan met de werking van de andere grondwettelijke macht, deze waartoe het Openbaar Ministerie meent te behoren, ook het geval? Ondermijnt het strafrechtelijk beleid, zoals het de wetgevende macht ontwrichtte, dan niet de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht?

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Walter De Smedt is gewezen raadslid van Comité I en Comité P.


Over dit artikel

BronApache [https://www.apache.be]
TitelHoe het strafrechtelijk beleid de onafhankelijkheid van justitie ondermijnt
Auteur(s)Walter De Smedt
Permalinkhttps://www.apache.be/?p=94807
Gepubliceerd 02 april 2019 @ 12:45
Opgevraagd17 juli 2019 @ 08:46
Klik hier om te printen