Wie u (denkt dat u) bent bepaalt mee wat u denkt


Toen ik nog in België woonde beschouwde ik mezelf eerder als een Vlaamse Brusselaar dan als een Brusselse Vlaming, maar ik stond er eigenlijk nooit bij stil of dat nu echt een betekenisvol onderscheid was. Zo’n verschil zou echter wel eens minder oppervlakkig kunnen zijn dan het op het eerste zicht lijkt.

Foto Wikipedia

Foto: © Wikipedia

De bekende Britse comedy-reeks Yes, Minister en haar opvolger Yes, Prime Minister blijven, meer dan dertig jaar nadat de laatste episode voor het eerst werd uitgezonden, niet enkel een voorbeeld van uitstekende humor, maar ook van fijnzinnige portrettering van cognitieve fenomenen. Een van de mooiste illustraties van framing (de manier waarop informatie of een voorstel wordt geformuleerd om een welbepaalde respons uit te lokken) is een dialoog tussen de listige topambtenaar Sir Humphrey Appleby en de privésecretaris van premier Jim Hacker, Bernard Woolley.

Sir Humphrey

Het betreft de mogelijke herinvoering van militaire dienstplicht, want een opiniepeiling die zijn partij liet uitvoeren, heeft de eerste minister ervan overtuigd dat het idee populair is bij de kiezer. Sir Humphrey toont hoe een nieuwe peiling het omgekeerde resultaat zou opleveren, enkel door de vraagstelling te wijzigen.

yesminister

(Bron: Yes, Minister)

Dit is een ander soort toepassing van het concept framing dan we meestal ontmoeten, bijvoorbeeld in de winkel. Zo vinden ‘één kopen, één gratis’ aanbiedingen bijvoorbeeld meer bijval dan een korting van 50% (ook al is het voordeel hetzelfde, en al moet je zelfs meer kopen om ervan te genieten!). We zijn trouwens nogal gevoelig voor de manier waarop getallen worden voorgesteld in het algemeen. In een klassieke paper beschrijven Amos Tversky en Daniel Kahneman een experiment waarin moest worden gekozen tussen twee interventies (a) en (b) om een ziekte te lijf te gaan die 600 slachtoffers zou maken. Ze splitsten de deelnemers in twee groepen:

  • Groep 1: (a) 200 mensen worden gered, (b) 1/3 kans dat 600 mensen worden gered en 2/3 kans dat niemand wordt gered.
  • Groep 2: (a) 400 mensen overlijden, (b) 1/3 kans dat niemand sterft en 2/3 kans dat 600 mensen overlijden.

De twee versies van (a) en (b) vertegenwoordigen identieke uitkomsten, maar in Groep 1, waar de opties worden voorgesteld als ‘geredde levens’, koos 72% voor optie (a), terwijl in Groep 2, waarin men het over overlijdens heeft, dat slechts 22% was.

Niet enkel hoe het wordt voorgesteld

Zoals het gesprek tussen Sir Humphrey en Bernard suggereert, kan een geraffineerd kunstgreepje ons manipuleren en onze voorkeur doen omklappen, zelfs wanneer er geen getallen bij komen kijken. Maar hoe we denken over prijzen, ziektebestrijding of dienstplicht, hangt niet enkel af van hoe anderen de informatie voorstellen.

De onderzoekers stelden vast dat de deelnemers snel een voorkeur ontwikkelden voor leden van hun in-groep in vergelijking met de uit-groep

Jenny Xiao en Jay Van Bavel, twee Amerikaanse psychologen, onderzochten hoe onze sociale identiteit onze impliciete attitudes kan beïnvloeden. Ze splitsten deelnemers arbitrair op in een rood en een blauw team, en gingen hun impliciete evaluatie na met betrekking tot het eigen team (de in-groep) en het andere team (de uit-groep). In een gelijkaardig experiment vertelden ze de deelnemers eerst of hun team concurreerde, dan wel samenwerkte met het andere team, en in een laatste experiment gingen ze na of de impliciete evaluatie van een deelnemer veranderde nadat die bij het andere team werd ingedeeld.

De onderzoekers stelden vast dat de deelnemers snel een voorkeur ontwikkelden voor leden van hun in-groep in vergelijking met de uit-groep. Dat gold ook wanneer hun vooraf werd gezegd dat ze concurreerden met het andere team, maar wanneer men zei dat ze samenwerkten met het andere team, was er geen voorkeur. Het meest opvallende resultaat trad op wanneer mensen van team werden veranderd: onmiddellijk klapte hun voorkeur om naar leden van hun nieuwe team (dat tot net tevoren nog de out-groep was). Dit effect was extra uitgesproken voor personen die een sterkere drang vertoonden om ‘erbij te horen’.

Is dit uw in-groep? (Foto legopeople)

Is dit uw in-groep? (Foto: © Legopeople)

Impliciete voorkeuren worden traditioneel beschouwd als onbewust en emotiegebonden – diep verankerd en dus moeilijk om te wijzigen. Maar dit onderzoek doet hierover twijfels rijzen.

Meerdere identiteiten

En al zijn dit laboratoriumexperimenten, de resultaten suggereren dat de identiteit die we op een bepaald ogenblik ‘voelen’, onze impliciete, automatische voorkeuren sterk kan beïnvloeden. Wanneer we leden van onze in-groep gunstig gezind zijn, kan dat betekenen dat we meer geneigd zijn hun opinies te accepteren en te delen, of hun voorstellen te ondersteunen.

We hebben natuurlijk ook meerdere identiteiten, elk met verschillende in-groepen en uit-groepen

Het kan ook betekenen dat we meer tolerant zijn wanneer ze morele grenzen overschrijden. Maar het lijkt er ook naar dat dit snel kan verschuiven wanneer we van in-groep veranderen – wanneer we een andere identiteit activeren. En we hebben natuurlijk ook meerdere identiteiten, elk met verschillende in-groepen en uit-groepen. Leden van onze familie of vreemden, medeburgers met de zelfde nationaliteit als wij en buitenlanders, of opdelingen volgens ras, opleiding, sociale klasse, en ga zo maar door.

Starbucksincident

In een tweet observeert medeauteur van de studie Jay Van Bavel dat hun resultaten kunnen betekenen dat pogingen om impliciete bias, bijvoorbeeld rond ras, tot mislukken zijn gedoemd. Een klein jaar geleden zorgde een incident in een Amerikaanse vestiging van Starbucks voor nogal wat commotie. Het personeel had aan twee zwarte mannen gevraagd de zaak te verlaten, omdat ze het toilet zouden hebben gebruikt zonder eerst iets te bestellen.

Starbucksbaas Kevin Johnson bood zijn diepe verontschuldigingen aan, en kondigde aan dat de firma 175.000 medewerkers zou trainen in het verminderen van onbewuste raciale vooroordelen

Wanneer ze dat weigerden (ze zeiden dat ze wachtten op een vriend), werd de politie erbij gehaald, en toen ze bleven weigeren, arresteerde die hen. (Op dat moment verscheen overigens ook de vriend op wie ze zeiden te wachten.) Starbucksbaas Kevin Johnson bood zijn diepe verontschuldigingen aan, en kondigde aan dat de firma 175.000 medewerkers zou trainen in het verminderen van onbewuste raciale vooroordelen.

Alias onszelf

Sedertdien zijn er blijkbaar geen verdere zulke incidenten geweest, maar daarom mogen we nog niet besluiten dat die bewuste training heeft gewerkt. Onderzoek door psycholoog Calvin Lai en collega’s stelde vast dat negen interventies van het soort dat in de Starbuckstraining werd gebruikt (een ervan was zelfs nep), inderdaad kortstondig impliciete voorkeuren verzwakte. Na hooguit een paar dagen was het effect echter weggeëbd. Dit bevestigt de twijfels van Van Bavel.

De sociale identiteit kan sterk variëren met de sociale context: we kunnen onszelf zien als leden van een breed gamma van in-groepen

Eerder werk van de sociale psycholoog John Turner en collega’s geeft een context voor deze observaties. De zogenaamde zelf-categoriseringstheorie maakt een onderscheid tussen een ‘persoonlijke’ identiteit (hoe we onszelf zien als verschillend van de andere leden van onze in-groep), en een ‘sociale’ identiteit (hoe we onszelf definiëren door middel van gelijkenissen die we delen met leden van zekere sociale categorieën in tegenstelling tot andere sociale categorieën). En die sociale identiteit kan sterk variëren met de sociale context: we kunnen onszelf zien als leden van een breed gamma van in-groepen.

Hoe we de wereld zien en interpreteren, hangt dus af van de identiteit die we op dat ogenblik aannemen. Wat betekent dat in de praktijk?

Opgepast voor Sir Humphrey. (Foto: youtube)

Opgepast voor Sir Humphrey. (Foto: © YouTube)

Een eerste inzicht is dat we, in tegenstelling tot hoe dat misschien aanvoelt, vaak niet zo’n vaste opinies hebben. We zijn er ons wellicht zelfs helemaal niet bewust van welke identiteit precies onze mening inspireert. Misschien niet zo’n slecht idee dus om zowel onze eigen opinie als die van anderen met een korreltje zout te nemen. We moeten daarnaast op onze hoede zijn voor personen die, in de stijl van Sir Humphrey, ons trachten te overtuigen voor of tegen een bepaalde zaak te zijn door een bepaalde identiteit aan te spreken.

Tenslotte kunnen we er ook gebruik van maken in conflictsituaties. Meningsverschillen met iemand kunnen er plots een stuk minder dramatisch uitzien wanneer je een gedeelde identiteit ontdekt – stel je voor hoe een verhitte discussie zou veranderen wanneer je leert dat je tegenstander, net als jij, thuis met een balorige puber te maken heeft, of voor Club Brugge supportert.

Maar misschien is het meest waardevolle inzicht dat het niet zozeer is wie we zijn, dat bepaalt wat we denken, maar wie we kiezen te zijn. Laat dat een wijze keuze zijn.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.


Over dit artikel

BronApache [https://www.apache.be]
TitelWie u (denkt dat u) bent bepaalt mee wat u denkt
Auteur(s)Koen Smets
Permalinkhttps://www.apache.be/?p=94081
Gepubliceerd 15 maart 2019 @ 10:16
Opgevraagd25 juni 2019 @ 06:32
Klik hier om te printen