Op zoek naar uw innerlijke econoom

 Leestijd: 5 minuten0

De grootste fout die wordt gemaakt wanneer we het over economie hebben zou wel eens deze kunnen zijn: de overtuiging dat we altijd die keuze zouden maken die ons het grootste gewin oplevert. Dit is verkeerd om minstens twee redenen.

De eerste is dat dit geen rekening houdt met de complexiteit van zowat elke werkelijke keuze. Het idee dat er een rechtlijnig verband bestaat tussen de hoeveelheid van iets en het nut dat dit oplevert, geldt enkel wanneer al de rest onveranderd blijft. En dat is maar zelden het geval. We kunnen wel zeggen dat meer geld verdienen beter is dan minder geld verdienen, maar wanneer we de keuze hebben tussen twee jobs is het salaris gewoonlijk niet het enige verschil. De beter betaalde baan kan onbetaald overwerk betekenen, reizen in je eigen tijd, gevaar inhouden, en wat al meer. Een groter huis is aantrekkelijker dan een met weinig kamers – als je er ook de schoonmaak bijkrijgt. Zo niet zou het vooruitzicht de bibliotheek, de TV-kamer, de speelkamer, de muziekkamer, de eetkamer, het kantoor en een reeks slaapkamers te moeten schoonmaken vast een domper zetten op de pret.

Het verwaarlozen van zulke afwegingen is echter niet het grootste probleem. Wanneer er enkel aandacht is voor de materiële aspecten van een keuze wordt over het hoofd gezien dat bijna niemand geïnteresseerd is in rijkdom op zich. De stripfiguur van Oom Dagobert, die er wél plezier in lijkt te hebben letterlijk in het geld te zwemmen is slechts een verzinsel van Walt Disney’s brein.

Het inherente nut van geld voor Oom Dagobert

Materiële welstand is voor ons een middel, en geen doel. We gebruiken geld om dingen te kopen, die zaken leveren ons nut, en dat nut komt uiteindelijk overeen met de positieve emotie die we ervaren als gevolg. We offeren materiële rijkdom op in ruil voor emotioneel nut. Een bankstel, een goed passend T-shirt met een grappig opschrift, een fles lekkere wijn, een CD, een haarknipbeurt, een vakantie, een nieuwe auto, zelfs een volle tank benzine (de vrijheid te rijden waarheen je maar wil maak ons toch blij?) – ze geven ons allemaal emotioneel nut.

Vanzelfsprekend, als je het zo bekijkt. Maar toch is er iets vreemds mee aan de hand. Net als bij de illusies van het eendkonijn en van de jonge/oude vrouw is het bijna onmogelijk beide tegelijkertijd te zien. Wanneer het gaat om iets dat ons gelukkig maakt bijvoorbeeld, kijken we naar de emotie en niet naar de overeenkomstige kost. Wanneer het iets is dat iemand anders gelukkig maakt, maar ons niet, dan zien we de materiële keerzijde, en vragen ons af hoe iemand in vredesnaam zoveel geld kan uitgeven aan iets waardeloos.

Politiek (en) klimaat

Enkele dagen geleden werd de voormalige stafchef van de Britse premier Theresa May, Nick Timothy, geïnterviewd door de BBC. Over de nauwe schoentjes waarin de regering zich bevindt zei hij: “Ik denk dat een van de redenen waarom we zijn waar we zijn is dat veel ministers, en daar hoort ook Theresa bij, moeite hebben met het vinden van economische pluspunten in Brexit.” Timothy is een Brexiteer, maar hij drukt een courant standpunt uit van de pro-EU kant, en levert ons een voortreffelijk voorbeeld van de dichotomie.

Mensen met een positief (of minstens een neutraal) beeld van de Europese Unie verbazen zich erover dat iemand überhaupt een toekomst zou willen zonder economische pluspunten, en zelfs met de rampzalige minpunten van een no-deal Brexit. Voor hen zijn de economische voordelen van lidmaatschap van de douane-unie en de interne markt, met vrij verkeer van personen en al, een vanzelfsprekende win-win. Voor diegenen die daarentegen een negatief gevoel hebben bij de EU moet er een afweging worden gemaakt, en aan de uitstap uit de EU kan dus best een prijskaartje hangen en dus een economisch minpunt.

Zwaarwichtige emoties kunnen een keuze aansturen, maar ze kunnen ook onze keuzes beperken

Zo’n politieke keuze is niet anders dan de keuzes die we elke dag maken in verband met eten, meubelen, vermaak, en honderd andere thema’s. Of we een pot jam of een blik kaviaar kopen, een IKEA-stoel of een designer-zitbank, een kaartje voor de bioscoop of voor de opera: hier zijn ook geen economische pluspunten. Integendeel: we maken een materieel offer, in ruil voor emotioneel nut.

Eigenlijk is er wél een verschil. We voelen ons immers niet diep verbonden met wat we op onze toast eten, waar we ons achterwerk neervlijen, of wat we op vrijdagavond doen. Het emotionele nut dat we bekomen wanneer we deze zaken kopen mag dan al primeren in onze gedachten, we verliezen de kost niet helemaal uit het oog. Hoe meer de emotionele kant van een keuze verbonden is met onze diepste overtuigingen of onze identiteit echter, hoe meer gewicht die in de schaal werpt, en hoe moeilijker we het vinden zelfs maar te proberen aandacht te hebben voor de materiële kant.

Zwaarwichtige emoties kunnen een keuze aansturen, maar ze kunnen ook onze keuzes beperken. Het beleid inzake klimaatverandering spitst zich in grote mate toe op het overstappen naar hernieuwbare energie – dat is de dominante verhaallijn. Maar kan zonne- en windenergie werkelijk in al onze noden voorzien, of is er toch wat wishful thinking bij de voorstanders? Zou nucleaire opwekking niet als alternatief of als complement moeten worden beschouwd voor de hernieuwbare bronnen om de koolstofemissies terug te brengen, of is dat taboe?

Wanneer diepe overtuigingen in het spel zijn, kunnen we worden verleid tot zogenaamd motivated reasoning. De overtuiging dat de optie die onze voorkeur heeft de enige juiste is, en dat alle andere opties verkeerd zijn, vervormt ons redeneringsproces, en we beoordelen de mogelijke uitkomsten (of wegen daarnaar) navenant. We baseren onze stelling op een eenzijdige inschatting van het bewijsmateriaal. We zijn selectief in het inroepen van voorbeelden waarin onze voorkeur manifest beter is, en waarin de alternatieven jammerlijk de mist ingaan. Het is altijd mogelijk werkelijke of hypothetische feiten te vinden die onze positie dienen – maar dat wil niet veel zeggen.

De argumenten die voortspruiten uit zo’n gemotiveerde redenering lijken compleet rationeel wanneer ze de onze zijn, en totaal ongegrond in het andere geval. Dat leidt tot de typische futiele discussies rond complexe en controversiële thema’s: beide kanten debatteren vanuit een vermeende positie van onwrikbaar gelijk.

Wanneer overtuiging de realiteit ontmoet

Maar het probleem van rotsvaste overtuiging dat onze keuze de enige juiste is uit zich niet enkel in discussie met andersgezinden. Er is niets mis met het geloof dat een bepaalde richting de beste is, en met dromen over een wereld waarin die richting wordt gevolgd. Maar als die droom werkelijkheid wil worden, dan moet onze overtuiging de confrontatie met de realiteit kunnen overleven.

Kern of wind – wie heeft gelijk? (foto: Jeanne Menjoulet CC BY)

We kunnen dromen van een wereld waarin we niet langer koolstof de atmosfeer in blazen dankzij windturbines en zonnepanelen, of dankzij kerncentrales, maar de emotionele pluspunten van die wereld verschijnen niet vanzelf. Er zullen kosten mee gepaard gaan (in cash, of als verstoring van onze levenswijze), er moet aan voorwaarden worden voldaan, of er zullen condities hangen aan de gekozen oplossing. Er zullen neveneffecten zijn die moeten worden opgevangen, en er zullen offers moeten worden gebracht.

Er zullen materiële minpunten zijn. En om een goede keuze te maken moeten we de appels van de emotionele pluspunten vergelijken met de peren van de materiële minpunten.

Maar het promoten of verdedigen van datgene waarvan we geloven dat het absoluut het juiste is, richt onze blik te veel op de emotionele pluspunten en doet ons de materiële minpunten verwaarlozen. Want in het leven gaat het tenslotte niet om materiële zaken, maar om emoties, toch? Dat is handig, want we houden er niet van geld te spenderen, onze levensstijl te moeten veranderen, of het hoofd te moeten bieden aan ongewenste neveneffecten en gevolgen. Vroeg of laat moeten we echter toch de materiële rekening betalen voor onze emotionele pluspunten.

Economisch denken kan ons helpen niet verblind te raken door de overtuiging dat wij gelijk hebben

Economisch denken kan ons helpen niet verblind te raken door de overtuiging dat wij gelijk hebben, en ervoor zorgen dat we de minpunten van onze keuze niet over het hoofd zien. Laten we de zogenaamde feiten bekijken die we citeren ter ondersteuning van ons standpunt. Zou een tegenstander die ook gebruiken, op dezelfde manier? Zo niet, dan zijn we wellicht wat te selectief bezig. We moeten ook kijken naar de feiten die tegen onze overtuiging ingaan, en een beeld vormen van de materiële minpunten – en dus de emotionele minpunten. Wanneer we doen alsof de minpunten niet bestaan zijn de geweldige pluspunten niet meer dan gebakken lucht.

Houdt dat ons dan niet tegen om nog te dromen? Dat hoeft helemaal niet. Wat het wel zal doen is onze dromen polijsten, door ze tegenover de realiteit te plaatsen. Als ze de test van de echte wereld kunnen doorstaan, als we begrijpen wat we ervoor zullen moeten opofferen, dan zijn het dromen die het waard zijn te worden nagejaagd, want ze kunnen echt worden gerealiseerd. En als we daarbij onze overtuigingen wat moeten aanpassen, wel, dat zij dan maar zo.

Ga op zoek naar uw innerlijke econoom. Laat haar of hem los op de emotionele pluspunten en de materiële minpunten van uw overtuigingen. Dat is hoe uw dromen werkelijkheid kunnen worden.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.