Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Gehechtheid heeft zijn prijs

15 februari 2019 Koen Smets
box of junk

Gelukkig kon ik na wat speurwerk de bron van het kwaad identificeren, en het probleem oplossen. Technisch was dat een koud kunstje, maar dat was maar een deel van het verhaal. Het was immers niet het mislopen van enkele e-mails dat zo verschrikkelijk was.

Een tijdmachine

De obstructie zat hem in een G-mailrekening waardoor al de inkomende mail van mijn verschillende primaire brievenbussen passeert. Die heeft een capaciteit van 15GB – een enorm, abstract getal dat, zo stelde ik vast, overeenkomt met 170.000 mails (waarvan sommige met forse bijlagen). Meer dan zeven jaar lang, sedert de creatie ervan, had dit postvak-in geen aandacht vereist. Maar uiteindelijk, afgelopen weekend, zat het helemaal vol en weigerde het nog verder e-mails door te laten.

Ik bekijk geregeld mijn primaire brievenbussen, en verwijder de oudste mail nadat ik de belangrijkste boodschappen heb gearchiveerd. Maar hier werd ik plots geconfronteerd met e-mails die teruggingen tot 2011. Het was alsof ik een tijdmachine stapte. Ik zag correspondentie met een oude vriend waar ik al jaren niets van gehoord heb. De agenda van een managementmeeting bij een voormalige werkgever. Een aankoop op eBay. Een grapje van een van mijn kinderen. Al deze e-mails, mijn e-mails, bevatten zovele sporen van mijn verleden waarvan ik niet besefte dat ik ze nog had.

 

mails
Vasthouden aan mijn e-mails. *Mijn* e-mails

Hier waren talrijke boodschappen die ik vast niet had gearchiveerd, en het herontdekken ervan maakte me huiverig om ze te wissen. Ik voelde echt bijna fysiek pijn wanneer ik er uiteindelijk 30.000 naar de prullenmand verwees om ruimte te maken en mijn e-maildienst te herstellen. Ik was een ernstig geval van het zogenaamde endowment effect.

Dat is de Engelse naam die wordt gegeven aan de neiging die de meesten onder ons vertonen, om meer waarde toe te kennen aan datgene wat we bezitten. De stapels oude tijdschriften, dozen met bouten, moeren, schroeven, eindjes draad en stekkers, stukjes hout en andere diverse items die zolders, kelders en schuurtjes bevolken, ze getuigen allemaal van het fenomeen. We geven er natuurlijk vaak een draai van redelijkheid aan: we houden het allemaal bij “want het kan nog eens te pas komen”. Soms kunnen we zelfs een voorbeeld aanhalen van precies die juiste schroef die we vonden tussen het bonte allegaartje. Maar de werkelijke reden dat we het allemaal bijhouden is simpelweg dat we het al in ons bezit hebben.

Beeld u in hoe weinig u bereid zou zijn te betalen voor een doos vol met andermans oude rommel. En beeld u in hoeveel u zou moeten krijgen voor u ermee instemt een doos met uw eigen oude rommel weg te gooien. Dat verschil tussen Bereidheid te betalen en Bereidheid te accepteren is een manier om dat endowment effect te kwantificeren.

Koppie koppie

Een van de vele experimenten die dit demonstreren wordt beschreven in een klassieke paper van Daniel Kahneman, Jack Knetsch en Richard Thaler. Zij gaven aan de helft van de studenten in een auditorium aan de Cornell-universiteit een kop die tegen 6 dollar werd verkocht in de plaatselijke winkel, en gingen dan na tegen welke prijs zij die er een hadden gekregen ze zouden willen verkopen, en hoeveel zij die er geen hadden er zouden voor willen betalen. De mediane vraagprijs was 5,25 dollar, de mediane geboden prijs varieerde tussen 4,25 en 4,75 dollar over vier ronden.

We zien het endowment effect vooral bij fysische objecten. Maar het is ook van toepassing voor het ontastbare, zoals ik kon vaststellen – en niet voor het eerst. De harde schijf van mijn computer staat bol van de oude bestanden, want “je weet maar nooit”, net zoals met de ijzerwinkel in de doos in de kelder. Ik koop nog liever een grotere schijf dan te moeten wieden onder die oude files en mappen. Ze zijn van mij!

Nog opmerkelijker is misschien de situatie met opgenomen TV-programma’s. Ik heb er dozijnen op de TiVo-recorder, en op stapels DVD’s en zelfs oude VHS-cassettes. Zou ik ze opnieuw opnemen als ze vandaag werden uitgezonden? Het merendeel vast niet. En toch, ik kan er niet toe komen die oude cassettes en DVD’s weg te gooien, of de programma’s te wissen die al twee jaar onbekeken ruimte zitten in te nemen op de TiVo (die permanent voor 95% vol staat). Op een of andere manier heeft het feit zelf dat ik ze ooit opnam deze programma’s waarde toegekend – zoveel waarde dat ik er geen afstand van kan doen.

Eigenaarschap niet vereist

We blijken overigens niet eens technisch eigenaar te moeten zijn om ergens meer waarde aan te hechten. Drie Canadese onderzoekers, Charan Bagga, Neil Bendle en June Cotte, onderzochten hoe mensen voorwerpen waarderen die ze huurden of leenden, of die niet in hun bezit waren.

Een van hun studies vond plaats op een schaatsbaan, waar de meeste bezoekers hun eigen materiaal meebrachten, maar waar elke dag toch 20-30 mensen ze van de zaak huurden voor 6 dollar (vooraf te betalen). Over een periode van 10 dagen verdeelden ze de schaatsers die geen eigen schaatsen meebrachten in drie groepen. Een eerste groep (de huurders) betaalde gewoon voor het huren van hun schaatsen, terwijl een tweede groep (de leners) te horen kreeg dat er een speciale promotie gold, waarbij ze de schaatsen gratis konden lenen. In beide gevallen werd aan de schaatsers gevraagd, wanneer ze het materiaal terugbrachten, hoeveel ze zouden bereid zijn te betalen voor de schaatsen. De derde groep (de niet-bezitters) werd aan de schaatsers gevraagd hoeveel ze zouden betalen voor de schaatsen, nadat ze ze hadden gekozen, maar voor ze de huur hadden betaald.

skates
Gekocht, gehuurd, of geleend? (foto: guvo59)

Wat bleek? Zij die de schaatsen hadden gehuurd wilden aanzienlijk meer betalen (bijna 39 dollar) dan zij die ze hadden geleend (26,60 dollar) of diegenen in de niet-bezittersgroep (iets meer dan 30 dollar). (Het verschil tussen de laatste twee bedragen was niet statistisch significant.) In drie volgende studies (met theekoppen, pennen, en bierpullen) werden de hypothesen verder getest, en werd bevestigd dat huren het endowment effect activeert, terwijl lenen dat niet doet.

Het is niet verrassend dat je zo’n krachtig en alomtegenwoordig effect her en der in actie kunt zien – niet enkel in bolstaande postvakken, zolders en kelders, of harde schijven. We overwaarderen wat we bezitten, en dat kan bijvoorbeeld investeerders aandelen laten vasthouden die ze beter zouden verkopen. Wie een huis verkoopt kan een te hoge prijs vragen ten opzichte van wat de markt suggereert, en dus langer op een koper moeten wachten.

Autoverkopers nodigen would-be kopers uit in de wagens in hun toonzaal te gaan zitten, en vragen hen zich in te beelden waar ze naartoe zouden rijden in deze auto – of dringen erop aan dat ze een testrit maken, misschien wel een heel weekend – om de kans op een verkoop te verhogen. Men biedt ons een gratis proeftijd aan, of de mogelijkheid items terug te sturen wanneer ze ons niet bevallen.

Maar we kunnen het ook gebruiken bij het maken van moeilijke keuzes. Stel dat u een vakantie aan het boeken bent, en men stelt u een upgrade voor: een flat met zeezicht voor 100 euro extra. Is dat een koopje? Is twee weken uitkijken op de zee in plaats van op het parkeerterrein dat soort geld waard? Dat kan moeilijk zijn om te bepalen. In dat geval, beeld u in dat u er al voor hebt betaald, en men stelt u een downgrade voor: betaal 100 euro minder wanneer u geen zicht op zee wil. Als het endowment effect sterk genoeg is, dan zult u er geen spijt van hebben 100 euro extra te betalen; als u daarentegen met plezier de downgrade aanvaardt, dan houdt u het best bij de standaardoptie.

Nog een laatste bedenking. Zou het kunnen dat dit endowment effect, dat zo sterk onze gehechtheid illustreert aan datgene wat we bezitten, verklaart waarom privé-eigendom zo’n belangrijke hoeksteen is van de meeste maatschappijen in de wereld – en misschien zelfs waarom maatschappijen die gebaseerd zijn op collectief eigendom zoveel moeite hebben van de grond te komen en te blijven bestaan?

LEES OOK
Georges Timmerman / 31-10-2011

Goossens Paul

Paul Goossens, geboren in 1943 in Mechelen, is de man die De Morgen uit de grond stampte. Hij werd in 1978 de eerste hoofdredacteur van de krant, die werd opgericht door de…
apache
Georges Timmerman / 31-10-2011

De Bock Walter

Walter De Bock (1946-2007) was de grootmeester van de onderzoeksjournalistiek in Vlaanderen. In de periode 1992 tot 1994, tussen het vertrek van zijn voorganger Piet Piryns en de…
apache
Redactie Apache / 01-03-2010

Vlaamse uitgevers en hun gevecht tegen de bierkaai

[REKTO:VERSO] Met de aankoop van Meulenhoff Boekerij door Lannoo wordt de wens van de Vlaamse uitgeverij om zich met fictie bezig te gaan houden werkelijkheid. Maar volgens de…
Kevin Absillis