Klimaatactivisme: de laatste aarzeling op weg naar het ecosocialisme?


We kunnen eens goed lachen met de pogingen om de klimaatrevolte te demoniseren. Volgens Wouter Beke heeft “extreemlinks” de klimaatbeweging “gekaapt”, terwijl de patronale krant De Tijd zonder te verpinken stelt dat de revolte “een watermeloen” is: “een groene schil waaronder een dieprode kern schuilgaat”.

Potsierlijk natuurlijk: de wereldvreemdheid en overmoed van de elite maakt dat zij zich gewoonweg niet kan voorstellen dat gewone mensen diep vanbinnen frustraties over het (non-)beleid opstapelen, en dat een incident, een lokaal initiatief, een goed geformuleerde oproep plots de ketel kan doen overkoken. Zo’n eruptie van protest moet wel georchestreerd zijn, denkt men in die kringen.

“Gekaapt door extreemlinks”? Laten we eens enkele indicators bekijken van het gewicht van ‘extreemlinks’ klimaatactivisme in de massamedia. Ik ging in de digitale databank van de geschreven pers (Gopress) na hoe dikwijls het woord ‘ecosocialisme’ voorkomt in onze zeven Vlaamse kranten. De afgelopen 5 jaar (sinds 9 februari 2014) verschenen er 13.327 artikelen waarin het woord ‘klimaat’ voorkomt. In dezelfde periode kwam het woord ‘ecosocialisme’ 14 keer voor, en dan nog 13 van die 14 keer naar aanleiding van een verkiezingsprogramma van Di Rupo’s Parti Socialiste!

De slogan ‘System Change, Not Climate Change’ is het motto van alle activisten en bewegingen die gaan voor een sociaal rechtvaardig klimaatbeleid. Wel, dat devies komt in die periode van 5 jaar 1 (één) keer voor. Het boek ‘De mythe van de groene economie’ van Anneleen Kenis en Matthias Lievens werd in die periode 2 keer vermeld; mijn ecosocialistische boek ‘Als de laatste boom geveld is eten we ons geld wel op’ 1 keer.

Het neoliberale eenheidsdenken is zo diep ingesleten dat werkelijk alle gevestigde partijen en middenveldorganisaties het delen. Ecokapitalisme is een boven elke discussie verheven dogma

Daartegenover staan dus meer dan 13.300 artikelen die het over het klimaat hebben, waaronder vele honderden die de traditionele ecokapitalistische oplossingen aanreiken.
Het neoliberale eenheidsdenken is zo diep ingesleten dat werkelijk alle gevestigde partijen en middenveldorganisaties het delen. Ecokapitalisme is een boven elke discussie verheven dogma.

De recepten zijn de traditionele marktconforme maatregeltjes: CO2-heffingen, handel met koolstofbonnen, ecosubsidies voor het grootbedrijf om ‘een gelijk speelveld’ met buitenlandse concurrenten te garanderen. Alles kan, behalve limieten stellen aan de output van vervuilende, overbodige of gevaarlijke producten, laat staan raken aan de groeimotor die in het kapitalisme zit ingebakken. Een jaarlijkse groei die – zo hopen politici en CEO’s – 3% moet bedragen.

Samenzwering van de stilte

Sta hier even bij stil: 3% groei per jaar zorgt na 25 jaar voor een verdubbeling van de materiële productie… terwijl we vandaag al de atmosfeer, maar ook grondstofvoorraden, waterbassins, wouden, fauna, flora en oceanen plunderen!

Voorts staan ook, als doekje voor het bloeden, morele oproepen om anders te gaan consumeren en leven in de etalage. Afgezien van die goedbedoelde oproepen om ons individueel gedrag te veranderen, hebben die recepten ons aan de rand van een ecocide gebracht. Desondanks is het geloof in hun heilzame werking alomtegenwoordig. Alle publieke actoren met enig gewicht in de burgerlijke ruimte omarmen die aanpak: van CD&V, N-VA en Open Vld tot Sp.a en Groen, en ze slepen in hun zog milieuorganisaties en vakbonden mee, van de BBL en Natuurpunt over het WWF en de Fietsersbond tot de top van de vakbonden. En de vaders, moeders en kinderen die vandaag door de straten opstappen nemen die opvattingen natuurlijk mee.

Als we dus van een complot mogen spreken, dan zeker niet eentje bekokstoofd door ‘extreemlinks’, maar eerder – en nu provoceer ik met een boutade – als ‘een samenzwering van de stilte’ tegen ecosocialistische ideeën. Een ‘samenzwering’ die niet is ingegeven door een bewust georganiseerd complot van onze persgeneraals, maar wel het product is van de spontane, zelfcensurerende manier van werken van journalisten gesocialiseerd in het omarmen van de dominante neoliberale ideologie.

Geen ‘extreemlinkse’ hegemonie over de klimaatrevolte dus. En toch heeft die absurde beschuldiging een rationeel kantje. Het establishment is doodongerust. Wanneer burgers over oplossingen voor het klimaatvraagstuk beginnen na te denken, daarbij minder gehinderd door de a priori’s van de elite – en dat is vandaag het geval, doorheen de mobilisaties -, dan is de intuïtieve stap naar wat ik voor het gemak ‘ecosocialisme’ noem, niet zo groot meer. Want een kind begrijpt dat we moeten ingrijpen en dat de ingrepen structureel moeten zijn.

In De Standaard werd bericht over een scholierenactie in Kortrijk. Scholieren vragen “dat het debat over radicale keuzes gaat in plaats van over de zoveelste nuance”. Ze hadden duidelijk gestudeerd op het onderwerp: “Een scholier overhandigde mij een flyer die verwees naar het Carbon Majors Report waarin honderd bedrijven verantwoordelijk worden gesteld voor 71% van de wereldwijde uitstoot. Hoelang denken we deze jongens en meisjes nog wijs te kunnen maken dat alleen wat minder waterverbruik, een extra fietstocht of een gedoofde lamp het fundamentele verschil zal maken?” (De Standaard, ‘’Sois jeune’ en zwijg niet’, 15/1/2019)

Ecosocialisme

Structurele maatregelen en radicale keuzes? Dan smelt het geloof in de chaotische gang van zaken van ‘de vrije markt’ als sneeuw voor de zon weg. De idee schiet dan wortel dat de gemeenschap moet ingrijpen. Onze overheden dus. Dat de overheid de nodige instrumenten in handen moet krijgen om het design van onze manier van produceren en consumeren te hertekenen is dan een logische gevolgtrekking. Dus niet zomaar een overheid, maar een sterke – en dat staat haaks op de neoliberale race naar privatiseringen (van Belfius bijvoorbeeld) en het ideaal van een uitgeklede staat.

Even nodig blijkt dan een langetermijnvisie die verder reikt dan de eerstvolgende kwartaalcijfers van het grootbedrijf en de kortetermijnkijk van politici voor wie de horizon de eerstvolgende verkiezingen zijn. Democratische planning dus.

Mensen die in actie komen, zelfvertrouwen opdoen en zichzelf beginnen te zien als een politieke actor die kan wegen op de toekomst, zoeken naar voorstellen, worden creatief

Een sterke overheid, gedragen door de bevolking, die ingrijpende maatregelen plant en daarbij de grootvervuilers niet ontziet, maar ruimte biedt en ondersteuning van start-ups, coöperatieven, kleinhandel en nabije productie: ik noem het ecosocialisme. Het is een strategie die vandaag minder gek lijkt dan pakweg 5 jaar gelden. Of zelfs minder gek dan 2 maanden geleden. De klimaatmarsen transformeren de actievoerders. Mensen die in actie komen, zelfvertrouwen opdoen en zichzelf beginnen te zien als een politieke actor die kan wegen op de toekomst, zoeken naar voorstellen, worden creatief.

Dankzij de klimaatmarsen komen ze wat los van de pensée unique in de media. Op enkele weken tijd politiseren ze ingrijpender dan wat in ‘normale’ tijden – zelfs in het tijdsbestek van ‘ingedommelde’ jaren – het geval is. Dàt is het gevaar dat de elite bedreigt: die onbevangen zoektocht naar oplossingen zorgt voor bewustzijnssprongetjes die sommigen helpen het kapitalisme als olifant in de klimaatkamer te zien. Het bedreigt de publieke consensus die tot vandaag het establishment en zijn regeringen een blanco cheque gaf om door te gaan met de planeet naar de knoppen te helpen.

Ecologisch bewogen in het beste geval

Soms sijpelt de realiteit zelfs in tv-programma’s door. Met dank aan de klimaatrevolte. Het zijn kleine barsten in de pensée unique van de massamedia die nieuwe inzichten genereren, wég van de heilloze strategieën die ons al decennia worden opgelepeld. In ‘De Zevende dag’ (10 februari) kwam de CEO van het Antwerpse Havenbedrijf er samen met Matthias Bienstman van de BBL ‘Sign For My Future’ promoten. Bijna in een en dezelfde beweging verdedigde de havenbaas ook de miljardeninvestering van Ineos in de Antwerpse haven. Er komt een fabriek die ethyleen en propyleen produceert. Hoewel dat technisch niet nodig is, zal Ineos dat doen op basis van schaliegas, gewonnen met fracking.

Een ceo die gaat voor nulgroei wordt door de aandeelhouders op staande voet ontslagen

Fracking verwoest niet alleen de natuur, maar zorgt ook voor een energiebron die nog vele decennia lang voor broeikasgasuitstoot zal zorgen. Ineos investeerde immers veel geld in schaliegasexploitatie, en dat moet opbrengen… De CEO van Ineos waarschuwde ons land al voor ‘lasten’ die men het bedrijf zou willen opleggen: “Excessieve CO2-taksen of het heffen van invoerrechten op schaliegas dat afkomstig is uit de Verenigde Staten, zouden het investeringsproject geen goed doen.” (In De Standaard, 19 januari) En dan zwijgen we nog over de milieu-impact van het eindproduct, de plastics die de wereld zullen overspoelen. Matthias Bienstman zat erbij en keek ernaar.

Wat kon Bienstman ook zeggen? De man gelooft in de bedrijven als ‘partners’ in de strijd tegen de klimaatverandering, en dus in het project van ‘Sign For My Future’. De praktijk slaat dat geloof aan gruzelementen. CEO’s zijn in het beste geval ecologisch bewogen. Maar de jacht op winst, vrijwaring van het concurrentievermogen en zorg voor het gelijke speelveld met (buitenlandse) concurrenten blijven de categorische imperatieven.

De investering van chemiereus Ineos in Antwerpen is slechts een voetnoot in de mondiaal georganiseerde transformatie van de chemische industrie waarbij petroleum gedeeltelijk wordt ingeruild voor schaliegas, met als eindproduct plastics

Een keuze hebben ze niet: een CEO die gaat voor nulgroei wordt door de aandeelhouders op staande voet ontslagen. CEO’s gaan voor kortetermijnwinst, en dus voor efficiëntiewinsten, dat wel. Maar kosten van klimaatmaatregelen die de samenleving wil opleggen staan haaks op die winstzucht. Dat staat ook zo in de tekst waarmee SFMF zijn petitie slijt: een klimaatwet mag ‘een gelijk speelveld’ voor de bedrijven niet in gevaar brengen. Anders gezegd: klimaatkosten zijn niet voor hen maar voor de burgers, want dergelijke kosten zadelen bedrijven met een competitief nadeel op. Kortom, als je het grootbedrijf als ‘partner’ ziet, moet je de kosten wel afwentelen op de burgers. Wat natuurlijk de efficiëntie van de maatregelen ondermijnt én het draagvlak voor een efficiënt, ingrijpend klimaatbeleid aantast.

Matthias Bienstman, overigens een erg sympathieke jongen, is iemand die gelooft dat ‘de marktmacht’ van de winstgedreven economie ons op weg naar een duurzame samenleving zal zetten. (Zie zijn boek ‘Op eigen kracht’, 2017)

Op winst beluste bedrijven hebben met ‘de marktmacht’ echter iets anders voor dan waarvan Bienstman droomt. Een voorbeeld, uit één sector. De investering van chemiereus Ineos in Antwerpen is slechts een voetnoot in de mondiaal georganiseerde transformatie van de chemische industrie waarbij petroleum gedeeltelijk wordt ingeruild voor schaliegas, met als eindproduct plastics… Onderstaande grafiek over de gigantische investeringsgolf van de US Chemical Industry in deze activiteiten die de natuur en de atmosfeer verwoesten laat daar geen twijfel over bestaan.

De hoofdredacteur van MO* – een doorgaans erg lezenswaardig tijdschrift – zette in een artikel over Sign For My Future enkele auteurs weg als mensen die “in een bubbel” leven. Had hij het over Matthias Bienstman? Neen hoor, hij had het over de critici van SFMF, die gebrandmerkt werden als “gauchisten” die in die bubbel wachten op “een rode dageraad”. Hij deed dat nota bene onder de titel ‘Klimaatomwenteling komt er als honderd bloemen  kunnen bloeien’ – maar toch moet toch dat ene piepkleine bloemetje van het ecosocialisme op de schop. Zou het kunnen dat hij zo onbewust de schrik verwoordt van wat we het burgerlijke politieke bestel mogen noemen: politici, journalisten, opiniemakers, CEO’s en de toplui van milieuorganisaties en vakbonden?

Vooral de schrik van die laatste twee dan, wier entourage de hoofdmoot van zijn lezerspubliek vormt en vandaag, dankzij de klimaatrevolte, politiek ‘begint te schuiven’? Schrik opgewekt door voorstellen die breken met marktconforme maatregelen en als categorische imperatief een sociaal rechtvaardig klimaatbeleid koesteren, gericht op de uitbouw van een koolstofarm openbaar vervoer en een marshallplan voor de renovatie van energieslurpende achtergestelde volkswijken? En betaald met een klimaatbelasting op de grote fortuinen en de hoge inkomens?

Die ecosocialistische strategie heeft vandaag geen reële invloed op de dynamiek van de klimaatrevolte. Maar ze ligt voor het grijpen, en zou weleens het geruststellende neoliberale eenheidsdenken kunnen doorbreken. En het marktfundamentalisme is, zoals elk fundamentalisme, een gesloten systeem opgebouwd rond enkele dogma’s, een reus  op lemen voeten: als de eerste steen uit de muur is gehaald, wordt het hele bouwwerk al snel bouwvallig. Was het de Duitse ecofilosoof Rudolf Bahro niet die schreef dat het politieke milieuactivisme “de laatste aarzeling op weg naar het socialisme is”?

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Ludo De Witte

Ludo De Witte is auteur van o.m. ‘Crisis in Kongo’ (1996), ‘De moord op Lumumba’ (1999) en ‘Huurlingen, geheim agenten en diplomaten’ (2014). Hij publiceerde ook ‘Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op’ (2017) en ‘Wie is bang voor moslims?’ (2004).


Over dit artikel

BronApache [https://www.apache.be]
TitelKlimaatactivisme: de laatste aarzeling op weg naar het ecosocialisme?
Auteur(s)Ludo De Witte
Permalinkhttps://www.apache.be/?p=93175
Gepubliceerd 14 februari 2019 @ 08:56. Met update op 15 februari 2019 @ 12:18
Opgevraagd20 september 2020 @ 11:15
Klik hier om te printen