Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Mentale boekhouders zonder het te beseffen

25 januari 2019 Koen Smets
hourglasses

Misschien wel. Maar wat als mijn experiment zou vereisen dat u dat uur zou moeten besteden op een tijdstip dat ik kies? Dat zou midden in de nacht kunnen zijn, tijdens een dagje uit met de familie, of 59 minuten voor u een trein moet halen (zodat u 1 minuut te laat zult zijn en hem zult missen). In die gevallen zult u wellicht meer eisen dan uw standaardtarief.

De waarde van uw tijd (en die van ons allemaal) is duidelijk niet uniform. Zo verdient men met overuren (net als met weekend- of nachtwerk) doorgaans meer dan met vergelijkbaar werk tijdens ‘normale’ uren. Overwerk komt uit uw eigen vrije tijd, en daar hangt een hoger prijskaartje aan. En men wil ook meer geld om te werken wanneer anderen slapen of zich amuseren.

Een geld-stuk

Time is money, zegt men wel eens, maar in dit opzicht verschillen ze toch. Geld is geheel vervangbaar: de ene euro is wel degelijk de andere, ongeacht waar hij vandaan komt, of op welke rekening hij staat. Er zijn zoals we zagen goede redenen om aan mentale boekhouding te doen met onze tijd – een minuut vrije tijd is niet hetzelfde als een minuut werk of een minuut slaap. Maar met geld doen we dat ook: we stoppen het in ingebeelde potten, en versassen het niet zomaar van de ene pot naar de andere.

In een van hun beroemde papers beschrijven Daniel Kahneman en Amos Tversky een experiment waarin ze hun proefpersonen de volgende twee vragen stellen:

• Stel u voor dat u besloten hebt een theaterstuk te gaan zien en de toegangsprijs hebt betaald van 10 dollar voor een ticket. Wanneer u het theater binnengaat, merkt u dat u het ticket hebt verloren. Het was geen genummerde plaats, en het ticket kan niet worden gerecupereerd. Zou u 10 dollar betalen voor een nieuw ticket?

• Stel u voor dat u besloten hebt een theaterstuk te gaan zien waarvoor de toegangsprijs 10 dollar is voor een ticket. Wanneer u het theater binnengaat merkt u dat u een biljet van 10 dollar hebt verloren. Zou u nog steeds 10 dollar betalen voor een ticket voor het stuk?

Zou u hetzelfde antwoord geven in beide gevallen? In principe zou dat moeten, want beide situaties zijn geheel equivalent wat betreft winst en verlies: als u het stuk wil zien, zult u 20 dollar armer zijn (en niet 10 dollar, zoals u had gepland). Als u besluit het stuk niet te zien, dan maakt het verlies u 10 dollar armer. Maar als u een verschillend antwoord gaf, bent u niet alleen. Kahneman en Tversky vonden dat 46% een nieuw ticket zouden kopen in de eerste situatie, terwijl bijna dubbel zoveel mensen (88%) toch het ticket zouden kopen in de tweede.

ticket
Kost het nu 10 dollar of 20 dollar? (foto: Brent Moore CC BY)

Vanwaar dat verschil? In het eerste geval zat de uitgave voor het ticket in de theater- of de amusementsrekening. Een tweede ticket kopen zou nog eens 10 dollar op die rekening zetten, en dat zou misschien wel uw budget overschrijden – 20 dollar, is dat niet wat veel voor het theater? In het tweede geval zat het geld nog in uw portemonnee, en was het nog niet toegewezen. Omdat het nog niet in de entertainmentpot zat, zou het kopen van een ticket en het realiseren van het verlies geen effect hebben op uw entertainmentbudget. (Deze amusante video is een mooi voorbeeld: Gene Hackman en Dustin Hoffman hebben het over hoe ze hun geld beheerden toen ze nog armoedige acteurs waren – aan de hand van wezenlijke potten, eerder dan mentale potten.)

Maar het is niet omdat we betere redenen hebben om aan mentale boekhouding te doen met onze tijd, dat het er altijd zo rationeel aan toegaat.

Tijdskaderen

Afgelopen zaterdag reed ik, bij het krieken van de dag, naar de supermarkt voor mijn tweewekelijkse boodschappen aldaar. Ik heb twee goede redenen om er vroeg bij te zijn. Later op de ochtend moet je laveren tussen massa’s shoppers, en dat kost mij tijd. En omdat ik in het centrum van mijn stadje woon, dicht bij de winkelstraten, is het onmogelijk na 9u nog een parkeerplaats te vinden op minder dan 200m van mijn voordeur.

Wanneer ik dus onderweg werd opgehouden door een leerling-bestuurder die er al twee keer niet in was geslaagd met succes door een groen licht te rijden voelde ik me licht ambetant worden. Die seconden (misschien wel minuten!) die ik daar stond te verkwisten voelden uiterst waardevol aan. Maar waren ze dat ook? Hoeveel zou ik bereid zijn te betalen om de leerling in te kunnen halen en mijn reis verder ongehinderd voort te zetten? Niet zo veel, besloot ik. Ja, die paar minuten vertegenwoordigden inderdaad wel 10% van mijn heen-en-weerrit. Maar ik zou even gemakkelijk een paar minuten kunnen verliezen bij het zoeken naar een obscuur item op mijn boodschappenlijstje. En die luttele minuten zouden nauwelijks een verschil maken op de drukte, en op mijn kans om een degelijke parkeerplek te vinden bij mijn deur. Overigens, in vergelijking met mijn hele shoppingexpeditie, en niet enkel mijn mentale reistijdrekening, zouden die minuten amper 3% betekenen. Niet de moeite om je over op te winden.

Dus relaxte ik, en bleef achter de auto met de L-plaat aansjokken. De bestuurder achter mij was echter minder geduldig. Plots schoot een Porsche langs mij heen aan de verkeerde kant van de weg, en haalde mij en de langzame auto voor mij in. Maar nauwelijks 10 seconden later stond ik vlak achter de sportwagen, om voorrang te geven aan het verkeer op een drukke rotonde (de leerling-chauffeur stond inmiddels in een ander rijvak). Natuurlijk had de bestuurder van de Porsche geluk kunnen hebben en nu een mijl voorsprong hebben. Toch vond ik, een beetje zelfvoldaan, dat mijn weloverwogen mentale tijdsboekhouding superieur was gebleken aan de meer impulsieve versie.

15 minuten is niets. Als frequente reiziger ben ik al verheugd als een vlucht niet meer dan 15 minuten vertraging heeft

Maar wat als het om grotere hoeveelheden tijd gaat? Mijn dochter en haar gezin zijn onlangs verhuisd en de rit naar hen toe is nu zo’n 15 minuten langer. Voor mijn vrouw is dat een ernstige afknapper, voor mij zo goed als onbeduidend. Het verschil is geheel een kwestie van mentaal boekhouden.

stopwatch
Hoeveel is 15 minuten? (foto: Ansgar Koreng CC BY)

Haar argumenten: het is een half uur langer (de heen-en-weerrit duurt nu in totaal anderhalf uur). Dat is een toename in de reistijd van 50%. We besteden typisch zo’n drie uur aan een bezoekje, dus in plaats van een uur te rijden voor twee uur bij hen (een verhouding van 1:2) zitten we nu 1,5 uur in de auto voor slechts 1,5 uur ter plaatse. Dat extra half uur reistijd betekent een half uur minder bij hen – die relatieve opportuniteitskost maakt het nauwelijks de moeite waard.

Mijn argumenten: 15 minuten is niets. Als frequente reiziger ben ik al verheugd als een vlucht niet meer dan 15 minuten vertraging heeft. Zelfs de reis naar het oude huis van mijn dochter kostte ons vaak meer dan 30 minuten, dat was eigenlijk eerder een best-case tijd. 15 minuten is 1% van een dag, en 0,15% van een week, dus echt wel onbenullig in het bredere plaatje (en we gaan er niet eens elke week heen). Maar belangrijkst van al, er is geen enkele reden waarom we voor de extra reistijd moeten ‘betalen’ door de tijd van ons verblijf in te korten – tijd te verschuiven van de mentale ‘tijd met familie’ rekening naar de reistijdpot. We kunnen net zo goed een kwartier vroeger vertrekken, en 15 minuten later weer thuiskomen, en een half uur minder besteden aan een andere activiteit. Desnoods kunnen we een kwartier vroeger opstaan en een kwartier later gaan slapen.

Rondt dit de discussie dan af? Niet echt. Maar het meningsverschil illustreert de hoge mate waarin onze perceptie kan worden beïnvloed door de manier waarop we aan mentaal boekhouden doen met onze tijd. En dat is een keuze die we zelf kunnen maken. We mogen dan al mentale boekhouders zijn, we hoeven geen onwetende mentale boekhouders te zijn.

LEES OOK
Anton Jäger / 21-01-2023

Van eenzame bowler tot reaguurder

Anton Jäger over eenzaamheid in het hedendaagse kapitalisme en het levensbelang van het middenveld.
stoel eenzaam alleen
Frederik Polfliet / 16-01-2023

Globalisering, persoonlijk en dichtbij

Volgens John Vandaele ligt in internationale vervlechting zowel onze kwetsbaarheid als onze hoop besloten.
aarde wereld
Koen Smets / 13-01-2023

Dagdagelijkse externaliteiten

Externaliteiten zijn een begrip uit de economie waar we allemaal mee te maken hebben en die meer aandacht verdienen.
externality window