Visafraude: vallen stemmen onder ‘voorwaarden van welke aard ook’?

 Leestijd: 2 minuten2

Het gerechtelijk onderzoek over het Mechels gemeenteraadslid Melikan Kucam (N-VA) gaat niet enkel over de vraag of deze man geld verdiende aan de meer dan tweehonderd visa die hij van het kabinet Francken kon bekomen.

Als het waar is dat Kucam er 2.000 tot 10.000 per visum aan verdiende is dat natuurlijk verzwarend. Om van het misdrijf ‘corruptie’ te kunnen spreken moet evenwel niet bewezen worden dat er geld werd betaald: een aanbod, een belofte of een voordeel van welke aard dan ook aannemen of ontvangen, om zonder medeweten en zonder machtiging een handeling van zijn functie of een door zijn functie vergemakkelijkte handeling te verrichten of na te laten is eveneens strafbare corruptie. In dit onderzoek is het daarom ook de vraag waartoe het systeem diende dat door de gewezen staatsecretaris werd gebruikt en waarbij hij met ‘vertrouwenspersonen’ werkte: was dat enkel uit ‘humanitaire’ overwegingen of was het ook de bedoeling er stemmen door te verwerven?

Systeem

Buiten de mogelijke persoonlijke verrijking van Kucam is het onderzoek naar een mogelijk systeem nog belangrijker. Het gaat in het tweede geval immers niet enkel over individuele feiten maar om een georganiseerde werkwijze waarbij de normale procedure van goed bestuur worden ondergraven.

Als dat dan gebeurt om er politiek gewin, om er stemmen aan te verdienen, is dat nog bedenkelijker. En het wordt nog erger als het om misbruik van een humanitair doel gaat.

Dat een politieker aan sociaal dienstbetoon doet maakt deel uit van zijn opdracht. Het opzetten van een systeem waarbij normale handelingen achterwege worden gelaten of dat willekeur toelaat is evenwel wat anders: de vraag waarom de gewezen staatssecretaris enkel met ‘vertrouwenspersonen’ werkte en niet met een instelling of met ngo’s is dus gewettigd. Als de dienst vreemdelingenzaken, in die gevallen en in tegenstelling met de andere aanvragen, geen onderzoek deed moet daar een aanvaardbare reden voor zijn: vertrouwen in een bepaald persoon is als antwoord sterk onvoldoende.

De vraag waarom de gewezen staatssecretaris enkel met ‘vertrouwenspersonen’ werkte en niet met een instelling of met ngo’s is gewettigd

Corruptie

Iedereen weet dat corruptie het gehele maatschappelijk leven ondergraaft. Voor de lakse aanpak van corruptie bij parlementsleden, rechters en procureurs, kreeg ons land een fameuse uitbrander van de GRECO, de groep van de Raad van Europa tegen corruptie. “Van de vijftien aanbevelingen die twee jaar geleden zijn gelanceerd, heeft België er geen enkele voldoende in de praktijk gebracht. Slechts vier keer is dat gedeeltelijk gebeurd, in de overige gevallen helemaal niet. In het evaluatieverslag van de GRECO van 28 maart 2014 wordt aangegeven waar de echte problemen zitten.“

Volgens verscheidene door het GET ontmoete gesprekspartners zou de strijd tegen corruptie in België niet meer de aandacht krijgen die hij verdient. De media zouden niet langer de rol spelen van tegengestelde macht, bij gebrek aan onafhankelijkheid, en zouden weinig bezig zijn met onderzoeksjournalistiek.

Dat zou verklaren waarom de openbare controverses inzake integriteitskwesties vaak snel vergeten zijn. De organisaties van het maatschappelijk middenveld die werken rond de thema’s transparantie, integriteit en de strijd tegen corruptie lijken thans kracht en steun te hebben verloren. Het gebrek aan middelen bij politie en justitie zou hen sterk beperken in de mogelijkheid om binnen de nodige termijnen te werken aan grote dossiers inzake economische en financiële delinquentie alsook inzake verborgen delinquentie zoals corruptie.

Dat de politiediensten niet de nodige middelen hebben om doelmatig werk te doen is echter geen toevalligheid: eens had ons land een gespecialiseerde dienst voor het onderzoek naar corruptie: het Hoog Comité van Toezicht. Deze in 1910 opgerichte anticorruptie dienst werd tweemaal ‘geïntegreerd’: in 1998 in de Gerechtelijke Politie bij de Parketten, en in 2001 in de Federale Politie. Waarom dat gebeurde en wat er het gevolg van was werd door Georges Timmerman kundig uiteengezet in zijn boek ‘De Doofpotten – De sabotage van het Hoog Comité van Toezicht‘.

Om in de ‘leemte’ te voorzien werd dan de Centrale Dienst voor de Bestrijding van Corruptie (CDBC) opgericht. Maar ook deze dienst onderging hetzelfde lot. De federale dienst werd ontmanteld en de speurders verspreid. In de Tijd noemde Lars Bové het ‘Een klein Kiekenkot’: “Iedereen loopt er weg want ze zijn gedegouteerd. Nochtans liggen voldoende fraudedossiers klaar”.

Andermaal

Wat nu naar boven komt is niets anders dan wat in alle voorgaande bestuurlijke onderzoeken werd vastgesteld: Publifin, de Kazachgate, Samusocial, maar ook Land Invest, de afgeschermde handelswijze van het Antwerps stadsbestuur met een geprefereerde bouwpromotor. Wat is het nut en vooral het gevolg van dergelijke bestuurlijke onderzoeken? Maar ook: waartoe dient een gerechtelijk onderzoek indien, zoals in het dossier over de verbrandingsoven van Intradel de vervolging van een parlementair, hier zoon Mathot, stuit op een weigering om de parlementaire onschendbaarheid op te heffen? Als je de vele corruptiedossiers van de afgelopen kwarteeuw op een rijtje zet kan je niet rond de vaststelling dat er, buiten onderzoek, weinig of niets mee gebeurt: dat is meer dan nalatigheid, het is onwil.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Walter De Smedt is gewezen raadslid van Comité I en Comité P.