De eenzaamheid van Latijns-Amerika

 Leestijd: 5 minuten1

Die titel gaf Gabriel García Márquez eind 1982 aan zijn Nobelprijsspeech. In 2018 leken zijn woorden relevanter dan ooit. De Vlaamse berichtgeving over Latijns-Amerika was althans pover, met als dieptepunt het gebrek aan belangstelling voor de vijftigste verjaardag van het bloedbad van Tlatelolco in Mexico.

Dat Latijns-Amerika met de dag onbekender en eenzamer werd, was volgens García Márquez mede te wijten aan de eurocentrische beeldvorming: doordat de Europeanen Latijns-Amerika blijven benaderen met de eigen waardemeters en denkpatronen, gaan ze voorbij aan de identiteit en complexiteit van de regio.

Precies daaraan maakten de Vlaamse mainstreammedia zich in 2018 schuldig in hun berichtgeving over Latijns-Amerika. Vanzelfsprekend kregen we nu en dan verslag van een drugsafrekening of natuurramp – de vulkaanuitbarsting in Guatemala in juni bijvoorbeeld. Maar los daarvan waren enkel die gebeurtenissen nieuwswaardig die beantwoordden aan onze vooroordelen of gekoppeld konden worden hetzij aan onze kleine werkelijkheid, hetzij aan grotere westerse ontwikkelingen.

Zo schilderden de meeste media de nieuwe Braziliaanse president Jair Bolsonaro al snel af als ‘de Trump van de tropen’. Vlaamse journalisten vertaalden de oorspronkelijk Angelsaksische alliteratie gretig, in plaats van zich af te vragen of Bolsonaro niet veeleer een typische exponent was van de tropen zélf dan van het globale trumpisme.

Onder de Kreeftskeerkring

Op vergelijkbare wijze wekte de grote Midden-Amerikaanse migrantenkaravaan vooral interesse omdat ze zich naar het noorden begeeft en een bedreiging vormt voor het Amerika van Trump. Dat er al langer een nog grotere Venezolaanse migrantenkaravaan ronddoolt in Zuid-Amerika, kregen we amper te horen, zien of lezen.

Logisch: die karavaan blijft braafjes onder de Kreeftskeerkring en legt per slot van rekening vooral druk op de andere republieken uit de regio – Colombia alleen al kreeg een miljoen Venezolaanse vluchtelingen over de vloer. Ondertussen wordt de schaarste aan levensmiddelen in Venezuela almaar schrijnender en blijft president Nicolás Maduro hardnekkig ontkennen dat er honger heerst. Maar daarover kreeg de Vlaming nauwelijks nieuws, net zo weinig als over de financiële crisis en bijhorende ellende in Argentinië.

Van de studentenprotesten en repressie in Nicaragua zouden we normaal gesproken al helemaal niets vernomen hebben, ware het niet dat een van de opgesloten leiders, Amaya Coppens, toevallig de Belgische nationaliteit bezit. De bescheiden persaandacht bleef echter beperkt tot haar particuliere geval en ging niet gepaard met een vraag naar het waarom van de sociale onrust in Nicaragua, laat staan dat men de link legde met de gelijkaardige gebeurtenissen in Mexico precies vijftig jaar eerder.

Dat het bloedbad van Tlatelolco niet tot het internationale collectieve geheugen behoort, is dubbel zo treurig omdat dat nu net het opzet was van de Mexicaanse overheid

Dat laatste hoeft niet te verbazen, want ook in de reeks herdenkingen naar aanleiding van vijftig jaar 1968 was Latijns-Amerika vorig jaar de grote afwezige. Naast de moord op Martin Luther King haalde de Vlaamse pers uitgebreid herinneringen op aan mei ’68 in Parijs. De herdenking van de nochtans dramatischere ontwikkelingen in Tsjechoslowakije was al veel beperkter en al helemaal niemand onttrok de slachting in Mexico-Stad aan de vergetelheid.

Scherpschutters op de daken

Dat het bloedbad van Tlatelolco niet tot het internationale collectieve geheugen behoort, is dubbel zo treurig omdat dat nu net het opzet was van de Mexicaanse overheid. Het toont eens te meer aan dat ze alles met succes in de vergeetput heeft geveegd. Voeg daarbij de onverschilligheid van onze pers en je begrijpt dat veel Vlamingen – hoe belezen, hoog opgeleid en kosmopolitisch ze ook mogen zijn – uit de lucht vallen wanneer je vertelt dat de studenten ook in Mexico in 1968 in opstand kwamen en dat de autoriteiten hen met de mitrailleur van repliek dienden. Al helemaal onbekend is de naschok in 1971, de slachtpartij van Corpus Christi die Alfonso Cuarón in beeld brengt in zijn bejubelde film Roma.

De Mexicanen waren met hoge verwachtingen begonnen aan 1968. In oktober zou hun hoofdstad immers het schouwtoneel vormen van de eerste Olympische Spelen op Latijns-Amerikaans grondgebied. Dé gelegenheid voor het land om zich aan de wereld te tonen als een voorbeeld van vooruitgang en stabiliteit. Net daarom waren de studentenbetogingen een doorn in het oog van de schijndemocratie van de Partido Revolucionario Institucional (PRI).

De prehispaanse ruïnes en koloniale kerk van Tlatelolco in Mexico-Stad, met in de achtergrond de Plaza de las Tres Culturas (Foto: Jasper Vervaeke)

Ze braken uit aan het begin van de zomer, en toen ze in september nog altijd niet bedaard waren, kreeg president Gustavo Díaz Ordaz het Spaans benauwd. De Olympische Spelen naderden met rasse schreden. De studenten gingen het feest toch niet bederven en Mexico internationaal te kijk zetten?

Op 2 oktober 1968 verzamelden duizenden studenten en burgers op de Plaza de las Tres Culturas in Tlatelolco, iets ten noorden van het historische centrum van Mexico-Stad. Ze kwamen luisteren naar hun leiders, die hen toespraken vanop het balkon van een van de omringende appartementsgebouwen. Plots verplaatsten alle blikken zich verder naar boven. Fakkels Bengaals vuur lichtten op aan de hemel, scherpschutters op de daken losten de eerste salvo’s, paniek brak uit.

De lijken werden meteen afgevoerd, de bloedsporen van het plein geschrobd. Tien dagen later gingen de Spelen feestelijk van start

Wat er juist gebeurd is en hoeveel slachtoffers er gevallen zijn, werd nooit helemaal opgehelderd, niet het minst omdat het regime alles in het werk stelde om zijn blazoen op te poetsen voor het begin van de Spelen. De lijken werden meteen afgevoerd, de bloedsporen van het plein geschrobd; ‘s anderendaags bagatelliseerden de kranten het drama en schoven ze de schuld zoveel mogelijk in de schoenen van de studenten. Tien dagen later gingen de Spelen feestelijk van start.

Helderheid is niet zonder smet

De Mexicaanse intellectuelen schaarden zich als een man achter de slachtoffers. Het bekendst is Elena Poniatowska’s monumentale kroniek La noche de Tlatelolco (1971), waarin de schrijfster en journaliste de gebeurtenissen reconstrueert aan de hand van honderden getuigenissen. Dankzij de verhalen van ooggetuigen en van enkele aanwezige onafhankelijke journalisten, onder andere de Italiaanse Oriana Fallaci, ging de slachting niet helemaal onopgemerkt voorbij. The Guardian onderzocht de zaak en kwam uit op 325 doden en duizenden gewonden.

Nobelprijswinnaar Octavio Paz hanteert dezelfde cijfers in zijn Postdata (1970). De dichter en essayist was in 1968 Mexicaans ambassadeur in India. Het organiserend comité van de olympiade in Mexico had hem gevraagd om een gedicht te schrijven ter gelegenheid van de Spelen. In eerste instantie had Paz, wars van officiële gelegenheidsgedichten, beleefd bedankt. Maar na de gebeurtenissen in Tlatelolco stuurde hij het volgende gedicht naar het comité (vertaling Laurens Vancrevel):

Mexico: de Olympiade van 1968 

Aan Dore en Adja Yunkers

Helderheid
(misschien loont het de moeite
dit te schrijven op de helderheid
van dit witte vel)
is niet zonder smet:

ze is een razernij
(geelzwarte
kots van gal in woorden)
uitgestort op het papier.

Waarom?
Schaamte is woede
die terugslaat op jezelf:
indien
een hele natie zich moet schamen
is zij een leeuw die zich inhoudt
voor de sprong.
(de mensen van
Gemeentewerken reinigen het Plein
der offers van het Bloed.)

Kijk maar,
bezoedeld is ze
nog voordat er iets gezegd is
dat de moeite waard is,
de helderheid.

Onnodig te zeggen dat het gedicht op geen enkele Olympische ceremonie voorgedragen werd. Kort nadien nam Paz ontslag als ambassadeur in India, gedegouteerd van het regime dat hij als diplomaat moest vertegenwoordigen.

Het bloedbad wakkerde het wantrouwen van de Mexicanen in de autoriteiten alleen maar aan. Sindsdien is geen enkele regering erin geslaagd om het vertrouwen te herstellen. De nieuwe president, de linkse Andrés Manuel López Obrador, is vastberaden om het eindelijk terug te winnen. Op de grote herdenkingsplechtigheid in Tlatelolco afgelopen oktober zwoer hij dat hij de politie of het leger nooit zal bevelen om het volk te onderdrukken.

Ver van ons bed

Het gebrek aan aandacht voor het Mexicaanse ’68 was enigszins te verwachten van Vlaamse mainstreammedia die slaafser dan ooit de traditionele (Amerikaanse) normen van nieuwswaardigheid navolgen, in het bijzonder het criterium van de familiarity. Vrij vertaald: hoe verder van ons bed een feit zich afspeelt, hoe kouder het ons laat.

Uiteraard zijn er naast Latijns-Amerika veel andere systematisch onderbelichte niet-westerse regio’s. De internationale verslaggeving en duiding lijkt meer dan ooit afhankelijk van een handvol verbeten buitenlandredacteurs, freelancecorrespondenten en gelegenheidsmedewerkers die moeten vechten om hun stuk gepubliceerd of uitgezonden te krijgen.

Hoe teleurstellend ook, de onverschilligheid ten opzichte van Latijns-Amerika is verrassend noch nieuw. Ook de buitenlandberichtgeving plooit zich nu eenmaal naar de mode. De tijd dat Latijns-Amerika in was, begon precies zestig jaar geleden, toen Fidel Castro en zijn kameraden hun triomfantelijke intrede maakten in Havanna. Maar afgaande op García Márquez’ Nobelprijsspeech, was de internationale interesse begin jaren tachtig al aan het uitdoven. Hoog tijd voor een opflakkering.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Jasper Vervaeke

Jasper Vervaeke is gastprofessor Spaans-Amerikaanse literatuur (UGent en UAntwerpen), freelance redacteur (Brussels parlement) en taalassessor (Selor). Hij publiceerde artikels, recensies, essays, verhalen en vertalingen (Spaans-Nederlands) in vaktijdschriften, literaire magazines en kranten.