Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Is de EU echt het kwaad?

18 december 2018 Maarten van den Oever
EU Foto Flickr Bundesverband
EU Foto Flickr Bundesverband

In het publieke debat wordt de Europese Unie in de regel afgeschilderd als de boosdoener, die het door zijn overmatige regeldrift onmogelijk maakt nog eerlijk zaken te doen. Een daarvoor bezorgde Nederlandse minister-president Mark Rutte kan welhaast nooit nalaten te benadrukken dat we daarom niet meer maar juist minder Europa nodig hebben. Maar hoe oprecht zijn de oprispingen van onze eerste minister, als het over de Europese regeldrift gaat? Een concreet voorbeeld helpt misschien te begrijpen.

Witwaspraktijken: meer of minder Europa? (Foto: Flickr (cc) Leon Yaakov)
Europese regeldrift en witwaspraktijken: meer of minder Europa? (Foto: Flickr (cc) Leon Yaakov)

Een grote stad in het midden van ons land, waar de economie bloeit en groeit. Twee heren van middelbare leeftijd bezoeken de notaris. Zij komen namens beider vennootschappen een nieuwe vennootschap oprichten met het omvangrijke oprichtingskapitaal van 1 euro. De vriendelijke notaris kent dit ritueel. Er komen vaker heren namens vennootschappen vennootschappen oprichten, en zolang het kapitaal enkel 1 euro is, heeft de notaris niets te vermoeden en dus ook niets te melden.

Nieuwe vennootschap

De heren verlaten glimlachend het kantoor, en eenmaal buitengekomen neemt een van beiden zijn gsm ter hand, toetst een nummer in en zegt: "Het is in orde, de overdracht kan nu worden getekend." Wat er gaat worden getekend, is de overdracht van de aandelen van de juist opgerichte vennootschap. Wie de nieuwe eigenaars van de aandelen zijn, is onbekend, maar dat zij zullen registreren in de vorm van minstens twee vennootschappen is zeker.

In de nieuwe vennootschap blijkt plots het kapitaal aanwezig te zijn om bezit te verwerven, zeg bijvoorbeeld een groepje huizen voor rond de vier miljoen euro

De nieuwe eigenaren geven de twee oprichters een keurige vergoeding, want die blijven directie van de opgerichte vennootschap, en worden zo legaal vergoed. Maar waarvan komen de middelen voor de vergoeding, want die zullen in een Nederlandse vennootschap verantwoord moeten worden.

Wel, die komen uit de nieuwe vennootschap zelf, want daarin blijkt nu plots het kapitaal aanwezig te zijn om bezit te verwerven, zeg bijvoorbeeld een groepje huizen voor rond de vier miljoen euro; en die brengen huur op waaruit de heren vergoed worden. De loop van deze gebeurtenissen staat ook niet op zichzelf, de heren deden het eerder in datzelfde jaar en toen voor zes miljoen euro. Het is haast routine.

Eén aandeelhouder

Je zou zeggen: 'rare gang van zaken, doet hier niemand navraag?' En ja, zo iemand bestaat wel, maar wat treft die aan? Een zeer bijzondere regel in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Daarin worden vennootschappen ingeschreven met hun oprichter of oprichters en met de aandeelhouder, jawel één aandeelhouder!

Dan denk je: mooi, dan kunnen de nieuwe eigenaars toch worden aangesproken? Neen dus

Want zo gauw als het er meer dan één is, worden die niet ingeschreven en hoeven die niet gemeld te worden. ‘Ja maar', werp je dan als vragensteller tegen, 'moeten die niet bekend worden gemaakt?' En het antwoord luidt dan met de wet in de hand: ‘Nee’.

Want wanneer verwerft iemand een aandeel? Wanneer dit wordt geleverd, en een levering van aandelen bestaat wanneer de vennootschap waarop de aandelen recht geven, de levering heeft erkend of de akte van overdracht aan haar is betekend (art. 196a van het BW, eerste lid). Oh, denk je dan, dat is mooi, want dan kunnen die nieuwe eigenaars toch worden aangesproken. Nee, want art. 196a van het BW lid 3 zegt dan:

Indien een rechtshandeling als bedoeld in het eerste lid heeft plaatsgevonden zonder dat dit heeft geleid tot een daarop aansluitende wijziging in het register van aandeelhouders, kan deze noch aan de vennootschap noch aan anderen die te goeder trouw in het aandelenregister ingeschreven als aandeelhouder of eigenaar van een beperkt recht op een aandeel worden beschouwd, worden tegengeworpen.

Zo, dus in het eerste lid staat dat je simpel aandeelhouder wordt door erkenning door de vennootschap van dat aandeelhouderschap, en in het derde lid staat dat als dat toevallig niet in het aandeelhoudersregister staat, dat dat je door bijvoorbeeld de fiscus niet kan worden ‘tegengeworpen’.

Laten we nu eens aannemen dat de nette vennootschap er wel een aandelenregister op nahoudt

Dat getuigt misschien wel van te veel argwaan van onze kant! Laten we nu eens aannemen dat de nette vennootschap er wel een aandelenregister op nahoudt. Dan hoef je toch niets anders te doen dan erheen te gaan en in het aandelenregister te kijken. Nee, hoor, want:

Art. 194 van het BW lid 4 zegt:

Het bestuur legt het register ten kantore van de vennootschap ter inzage van de aandeelhouders, de vruchtgebruikers en pandhouders ...

En dus niet aan anderen. Om dat te benadrukken zegt de laatste zin van dit artikel:

De gegevens van het register omtrent niet-volgestorte aandelen zijn ter inzage van eenieder, ...

Opdat u maar wilt begrijpen dat dat voor de volgestorte aandelen echt niet het geval is.

Eeuwig raadsel

Kortom, de KvK maakt geen aandeelhouders bekend, het aandelenregister doet dat niet, en als sommige aandeelhouders onverhoopt niet eens in dat register staan, dan kan hen dat niet worden tegengeworpen.

Dus, waar beide heren het kapitaal vandaan zagen komen voor de mooie gebouwen, zal een eeuwig raadsel blijven. Of hebben we daar, proper fiscaal land als we toch zijn, middelen voor? De overheid, die denkt dat wel, want in het geval dat zoiets voorkomt in een transactie met hen, zet men de BIBOB-wetgeving in en gelooft men zo het probleem opgelost te hebben.

Als je als brave burger plots een renteloze lening krijgt aangeboden van onbeperkte omvang en tegen 0% rente, doe je op zich niks verkeerd

Zo bijvoorbeeld de gemeente Utrecht die dat onlangs nog (op 12 september 2018) zo meldde aan de gemeenteraad. Dat vertrouwen in de zuiverheid die dan ontstaat, komt er om twee redenen: de BIBOB-wet screent kopers van gemeentelijk aangeboden vastgoed op strafbare feiten, en wat zulke heren als die uit onze intro deden, is geen strafbaar feit.

Als je als brave burger van ons land plots een renteloze lening krijgt aangeboden van onbeperkte omvang en tegen nul procent rente, doe je op zich niks verkeerd, en al helemaal niet als niet eens jijzelf maar een vennootschap die al lang niet meer in jouw bezit is, dat geld ontvangt. De BIBOB-wetgeving, voluit geheten Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, voorziet ook helemaal niet in de opsporing van dat soort gebeurtenissen, maar dat doet de FIOD wel, alleen wordt die niet door gemeentes geraadpleegd.

Kortom, om het even samen te vatten: onze wet- en regelgeving geeft allerlei mensen, eerbaar of niet, oorbaar of niet, heel grote mogelijkheden voor creatief financieel handelen, door sommige EU-ambtenaren onlangs aangeduid als ‘witwassen’ (maar dat is uiteraard helemaal voor hun verantwoording).

Onbekende investeerders

Want natuurlijk was bovenbeschreven uitnodiging van onze vaderlandse overheid om uitgebreid wit te wassen in vastgoed, niet onopgemerkt gebleven in Brussel. De verrassende snelle boom in het vastgoed en de intocht van allerlei onbekende investeerders en aandeelhouders kon niet onopgemerkt blijven. De vastgoedmarkt werd deels minstens met middelen van een duistere kleursoort opgepompt.

Daarom vaardigde de EU in 2015 de witwasrichtlijn, AMLD 4 ofwel richtlijn 2015/849 uit: een regelrechte poging tot fiscale eerlijkheid. De richtlijn trekt fel van leer tegen allerlei pogingen van nationale overheden die naar de mening van de EU terrorismefinanciering en witwassen mogelijk maken. Men eist verandering, controleerbaarheid, en daartoe ook de opzet van een centraal UBO-register.

UBO’s zweven niet door het zwerk maar lopen hier op aarde tussen u en mij rond, maar willen wel onbekend blijven

UBO’s zweven, in tegenstelling tot ufo’s, niet door het zwerk maar lopen hier op aarde tussen u en mij rond, maar willen wel, evenals hun geestverwanten daarboven, onbekend blijven. UBO’s zijn Ultimate Beneficient Owners, oftewel degenen die in laatste instantie profijt trekken van een bezit. De gezellige overnemers van de vennootschapsaandelen van beide oprichtende heren van het begin, die al dan niet via allerlei tussenliggende vennootschapjes zo profijt trekken van hun ingelegde kapitaal, zijn typische UBO’s.

Streep door de rekening

En, zo zegt de EU, wij vinden de typische verholen manier van optreden van zulke UBO’s wel een reden om aan te nemen dat deze heren niet kunnen uitleggen langs welke legale weg ze aan deze middelen zijn gekomen, noch plausibel kunnen maken dat ze over de opbrengsten van deze middelen voornemens zijn belastingen te betalen. De UBO-registratie was dus een lelijke streep door de rekening voor wie ons land via gaten in de wetgeving aantrekkelijk wilde houden voor minder eerlijke investeerders.

En dat vonden de Nederlandse wetgevers dus ook. En men sleutelt, de Nederlandse krachtdadigheid indachtig, onmiddellijk een oplossing in elkaar. Op 12 juli 2018 legt Advocatuur Stibbe keurig uit wat de overheid voor ons (via een ontwerp uitvoeringsbesluit Wwft) gaat doen. Voor wie het onderwerp wordt van een speurtocht door overheden naar de UBO-identiteit, geldt het volgende:

Indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen UBO is achterhaald of indien er enige twijfel bestaat of de achterhaalde persoon of personen de UBO is, respectievelijk zijn, dient de rechtspersoon (= de vennootschap) de zogenaamde ‘pseudo-UBO’ te registreren: het hoger leidinggevend personeel van de rechtspersoon zelf. In het ontwerpbesluit is verduidelijkt dat hieronder wordt verstaan het statutair bestuur.

Dus, even teruggaand naar onze beide brave heren uit de intro: zij worden als bestuurders in functie nu benoemd tot pseudo–UBO. Dat is geen ramp, want ze waren toch al de enigen die zichtbaar profijt trokken, via hun inkomen uit huur. En zo blijven de echte UBO’s uiteraard opnieuw keurig buiten schot en heeft onze brave eerlijke overheid de helpende hand toegestoken aan de o zo welkome witwassers.

Reparatie-instructies

De EU heeft dat kennelijk met lede ogen zien aankomen. Op 30 mei 2018 komen ze door middel van richtlijn 2018/843 terug met reparatie-instructies ten opzichte van die eerste richtlijn van 2015 die door onder andere onze Nederlandse overheid zo onbetamelijk werd afgeschoten. De tekst getuigt met enige verbetenheid: punt 4 ter intro van de richtlijn:

Hoewel de lidstaten de afgelopen jaren aanzienlijke vooruitgang hebben geboekt bij de vaststelling en toepassing van de standaarden van de Financial Action Task Force (FATF) ….., is het duidelijk dat de algemene transparantie van het economische en financiële klimaat van de Unie moet worden vergroot. Het voorkomen van het witwassen van geld en van terrorisme financiering kan slechts doeltreffend zijn als de omgeving vijandig is voor criminelen die hun financiën willen beschermen door middel van ondoorzichtige structuren. De integriteit van het financiële stelsel van de Unie is afhankelijk van de transparantie van vennootschapsvormen en andere juridische entiteiten, trusts en soortgelijke constructies. Deze richtlijn heeft niet alleen tot doel het witwassen van geld op te sporen en te onderzoeken, maar ook witwassen te voorkomen, Meer transparantie zou een krachtig afschrikkend effect kunnen hebben.

Het is duidelijk dat de EU-autoriteiten niet gediend zijn van de blokkades die de Nederlandse wetgevers bedacht hebben. Art 25:

De lidstaten moeten er thans voor zorgen dat binnen hun grondgebied opgerichte vennootschappen andere juridische entiteiten toereikende, accurate en actuele informatie over hun uiteindelijke begunstigen inwinnen en bijhouden.

Etc.

Brusselse eerlijkheid

Ja, en ‘wat nu’ moeten ze in Den Haag gedacht hebben. ‘Voorlopig maar op de lange baan dan, misschien dat er nog nieuwe zijpaden in zicht komen’. En dus, aldus Stibbe, was de vijfde anti-witwaslijn, hierboven aangehaald, de reden om de invoering van het UBO-register weer uit te stellen tot begin 2019, waarna nog aan een periode van achttien maanden is gedacht alvorens die in werking kan treden. Geen wonder dat die brave mevrouw van de KvK in 2018 aan de telefoon nog nooit van de UBO-richtlijn had gehoord die al in 2015 had ingevoerd moeten zijn: Den Haag ziet die ook liever helemaal niet komen.

EU-richtlijnen zijn niet heilig, en mogelijk wel eens betuttelend. Maar of het eerlijk is om te hoop te lopen tegen een of twee richtlijnen die regelrecht bedrog op de vastgoedmarkt onmogelijk maken, dat lijkt me niet. Brusselse eerlijkheid bevalt me dan wel.

LEES OOK