50 jaar cao-wet: lang leve de cao

 Leestijd: 6 minuten0

Vandaag 5 december vieren we de vijftigste verjaardag van de ‘Wet van 1968 op de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités’. Laten we even trots zijn.
Al waren er de laatste weken feestbedervers genoeg.

Waarom nog cao’s, als zoveel meer maatwerk mogelijk is door individuele akkoorden? Waarom nog sectorale cao’s via de paritaire comités, als de bedrijven zo uiteenlopend zijn, ook naar financiële mogelijkheden? Als je dan toch met sectorale cao’s wil werken, waarom bedrijven dan niet toelaten uit de cao te stappen, de zogenaamde opting out?

(Foto Flickr (cc) © William Helsen)

Vijftig jaar cao (Foto Flickr (cc) © William Helsen)

En waarom zou de overheid niet systematisch controleren of zo’n cao wel een goede zaak is voor de economie of de arbeidsmarkt? In het verleden kreeg je dat soort signalen eerst en meest van de organisaties die geen plaats hadden aan de onderhandelingstafel. In Vlaanderen was dat het VKW (het huidige Etion) en later ook VOKA. Nadien kwam de druk vooral van de Europese en internationale financieel-economische waakhonden: de Europese Centrale Bank, OESO, IMF, Wereldbank. En dat meer uit (neoliberale) ideologie, dan uit betrouwbare analyse.

Duitse mythe

Maar nu zie je het ook opduiken vanuit de columnisten vanuit de wetenschappelijke wereld, al evenmin op basis van gedegen analyse. En zeker niet van een gedegen kennis over de bocht die de voormelde internationale waakhonden maakten, nu die toch wat meer evidence based zijn beginnen werken. Die zijn immers gaan beseffen hoe belangrijk solidair cao-overleg is als herverdelingsmechanisme, als rem op de groeiende ongelijkheid en als katalysator voor de sociale cohesie.

De OESO zelf is gaan erkennen dat Duitsland absoluut geen model was voor ‘georganiseerde decentralisatie’

Die hebben uit de financiële crash van 2008 geleerd hoe solidaire cao’s, zonder mogelijkheid van opting out, samen met de progressieve fiscaliteit en de sociale zekerheid, als automatische stabilisator kunnen werken voor de economie. Die zijn al lang afgestapt van hun voorliefde voor decentralisering. Eerst het IMF onder Olivier Blanchard, recentelijk ook de OESO in het kader van zijn hernieuwde Job Strategy.

Voor beide was het wel wat met de rem op. Bij het IMF via het mantra: the devil is in the detail. Bij de OESO door ruimte te laten voor ‘georganiseerde centralisatie’. Wat dat in de beide gevallen vooral codetaal is voor opting out. Daarbij werd lang Duitsland als voorbeeld genomen. Terwijl ze nu bij de OESO zelf zijn gaan erkennen dat Duitsland absoluut geen model was voor ‘georganiseerde decentralisatie’ en dat je dat alleen maar mag overwegen met sterke vakbondsaanwezigheid.

Druk, druk, druk

Maar kennelijk hebben columnist-wetenschappers het te druk om de laatste inzichten bij te houden. Zomin als ze zich realiseren dat het recht op collectieve onderhandelingen een fundamentele arbeidsnorm is, mensenrecht zelfs, en als dusdanig ook verankerd zit in Europese en internationale verdragen. En dat er daardoor zware beperkingen worden gesteld aan de overheidsbemoeienis. Het is aan de sociale partners te bepalen welk overlegniveau ze prefereren. Zoals de Internationale Arbeidsorganisatie ook verbiedt te pas en te onpas in te grijpen in de autonomie van het sociale overleg.

Centraal overleg, of minstens coördinatie van het overleg, heeft een duidelijke meerwaarde

Nu, we zijn als vakbond gevoelig voor het probleem van werkdruk van wetenschappers. En daarom durven we hen nauwelijks te vragen misschien ook eens te bekijken wat vandaag in België al mogelijk is aan opting out. Zelfs algemeen verbindend verklaarde sectorale cao’s laten dit perfect toe, op voorwaarde dat de cao dit effectief mogelijk maakt. Al evenmin durven we hen aanraden om na te gaan wat al die vermaledijde cao’s van de laatste vijftig jaar bijbrachten, aan economische voorspoed en sociale vooruitgang.

Laat staan dat we durven aanbevelen om in te calculeren welke neerwaartse spiraal je zou ontketenen door individualisering, decentralisering en opting out. Centraal overleg, of minstens coördinatie van het overleg, heeft een duidelijke meerwaarde, kon je in de laatste Employment Outlook van de OESO lezen. En dat op basis van landenvergelijking.

Corporatistisch model

Maar het is goed ook naar de dynamiek te kijken. Waarom bijvoorbeeld zou een werkgever nog mandaat geven voor een sectorale cao, als hij weet dat een concurrent binnenkort zijn loonkost kan drukken en flexibiliteit mag verhogen met een opting out? Dat doodt ten langen leste het solidaire overleg. En dat is misschien minder een probleem voor de werknemers die sterk staan op de sectorale arbeidsmarkt en/of werken in bedrijven met sterke vakbondsaanwezigheid.

Wie zwak staat, het personeel van de kmo’s voorop, zal de eerste dupe zijn

Maar wie zwak staat, het personeel van de kmo’s voorop, zal de eerste dupe zijn. En dan krijgen we nog het verwijt dat we als vakbonden niet inclusief werken, dat dit jobs voor kortgeschoolden doodt. Het is maar hoe je het bekijkt. Is het dan beter ons overleg te verschrompelen tot een corporatistisch model voor het personeel van de grote bedrijven en de rest aan zijn lot over te laten? Het kan, want het bestaat in andere landen. Maar het is niet onze stijl. We steken onze kop niet in het zand voor de lage werkzaamheidsgraad van kortgeschoolden, vergeleken bij andere landen. Maar wie zegt dat dit de schuld is van ons inclusief overlegmodel? Dat wordt misprijzend beweerd, maar niet gedegen bewezen.

Dakloze werknemers

Om maar te zeggen, laat ons vooral vieren vandaag. Ook wij hebben wel wat kritiek op de cao-wet. Maar dan niet om het sociaal overleg onderuit te halen, wel om het te versterken. Dat hoeft niet veel te zijn, want na vijftig jaar zit die wet nog altijd behoorlijk goed. Zo goed dat we ze vooral moeten verbreden. Laat ons het vacuüm tussen overheid en privé volledig wegwerken.

We slaagden er als ACV recentelijk in het ambassadepersoneel ook onder te brengen in de cao-wet. Maar dat moet nu ook doorgetrokken worden naar andere Europese en internationale instellingen, in zover de internationale en Europese afspraken dit toelaten. En waarom de werknemers in de PWA’s (wijkwerkers in het Vlaamse Gewest) blijven uitsluiten? En laat ons de karwei afwerken om alle werknemers onder een cao te brengen.

Bijna alle werknemers hebben inmiddels een werkend paritair comité. En in haast alle paritaire comités werden cao’s bereikt

We zijn er bijna. Bijna alle werknemers hebben inmiddels een werkend paritair comité. En in haast alle paritaire comités werden cao’s bereikt. Waardoor we nu samen met Oostenrijk aan de wereldtop zitten qua zogenaamde dekkingsgraad van de cao’s; 96% berekende de OESO. En dan niet om België op de vingers te tikken, maar als graadmeter voor een gezond sociaaleconomisch model.

Laat ons daar vandaag ook even trots op zijn. En bekijken wat nodig is om Oostenrijk (met 98%) voorbij te steken. Is het voor de rest rozengeur en maneschijn? Neen, verre van, maar die problemen zitten niet in de cao-wet, vooral in evoluties daarbuiten. Ik stip, er vier kort aan, voor voortschrijdend inzicht.

Macro-economisch taylorisme

Eén. Het is van langsom duidelijker dat de nieuwe Loonnormwet het sociale overleg in een absurde en almaar minder werkbare dwangbuis gespt, elke autonomie van de sociale partners wegnemend. Macro-economisch taylorisme, noemde Paul Soete het ooit, voormalig topman van de metaalwerkgevers en tot gisteren ook bemiddelaar voor minister van Pensioenen Bacquelaine.

Werknemers worden al maanden bestookt met de peptalk van de regering dat groei en werkgelegenheid aantrekken en de knelpunten op de arbeidsmarkt toenemen

In 2017 was dat iets minder een probleem, omdat de wet nog een verhoging toeliet van 1,1% boven index. Maar wat als die marge verschrompelt? En dat terwijl de werknemers al maanden worden bestookt met de peptalk van de regering dat groei en werkgelegenheid aantrekken en de knelpunten op de arbeidsmarkt toenemen. De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) laat ingrepen toe in uitzonderlijke omstandigheden, maar in elk geval geen permanente ingrepen. En zeker niet in situaties waarin zelfs de regering beweert dat we niet meer in crisis zijn.

Bedilzucht

Twee. Deze regering heeft er een aardje van weg in te grijpen in de cao’s. Nog los van de Loonnormwet kregen we een wettelijk kader dat voor een deel van de jobs toelaat onder de cao-barema’s te duiken, eerst voor de verloning van de flexijobs, nadien voor de lonen voor jongeren van 18 tot 20 jaar. Met bovenop herhaalde ingrepen in cao’s van de NAR, van de bonusplannen tot de cao’s voor brugpensioenen (SWT), landingsbanen en tijdkrediet.

Drie en erger. Met de nieuwe wet op het bijklussen, tot 6.1300 euro per jaar, werd zelfs het recht op onderhandelen om te komen tot goed beschermde cao-afspraken met de voeten getreden, door vergoed vrijwilligerswerk (‘verenigingswerk’), occasionele klussen van burger tot burger en digitale platformen expliciet uit te sluiten van cao’s. Al is het maar onderdeel van een ruimere evolutie: het duwen van steeds meer werknemers naar andere vormen van tewerkstelling die niet worden gedekt door de cao’s en al evenmin door de cao-wet.

Terwijl het recht op collectieve onderhandeling geen prerogatief is voor de werknemers alleen. De IAO vraagt al zijn lidstaten dit te garanderen voor andere vormen van afhankelijkheid. En dat zelfs voor afhankelijke zelfstandigen, zoals freelancers. Nu worden dergelijke cao’s in Europa door de bewakers van de vrije marktconcurrentie gecontesteerd als zijnde prijsafspraken.

If it looks like a duck

Ierland heeft onder druk van de IAO nu een opening gemaakt voor jobs in de audiovisuele en grafische sector. Hopelijk volgen andere landen en ook Europa. Moet dat leiden tot een aanpassing van de cao-wet? Dat is prematuur, omdat het ook vragen oproept over wie representatief is voor dergelijke cao-onderhandelingen. Maar de marsrichting voor gelijke rechten is er. Mee ondersteund door het groeiende verzet van de rechters tegen omzeiling van de sociale wetgeving met nieuwe arbeidsvormen.

Het Europese Hof van Justitie vond laatst dat een vrijwillige brandweerman van Nijvel onder de Europese arbeidstijdlijn viel, ook al had hij geen arbeidsovereenkomst of benoeming

Het Europese Hof van Justitie vond laatst dat een vrijwillige brandweerman van Nijvel onder de Europese arbeidstijdlijn viel, ook al had hij geen arbeidsovereenkomst of benoeming. Terwijl het Franse Hof van Cassatie nog op 28 november laatst de fietskoeriers van digitaal platform Take Eat Easy herkwalificeerde als werknemers. Hopelijk volgen de Belgische rechtbanken binnenkort voor Deliveroo. If it looks like a duck, swims like a duck and quacks like a duck, then it probably is a duck.

Cao gaat internationaal

En tenslotte: de cao-wet regelt nationale afspraken tussen nationale sociale partners. Daarmee dekken we wel de Belgische vestigingen van multinationals. Maar daarmee heb je nog geen kader voor het groeiend aantal internationale afspraken met multinationals, van de internationale kaderakkoorden vanuit de Global Unions tot de Europese cao’s met multinationals. Het juridisch statuut van dergelijke overeenkomsten ontbreekt. Dat was vóór de wet van 1968 niet anders voor de nationale overeenkomsten. Maar als we Europese en internationale overeenkomsten nuttig vinden, waarom ze dan niet vooruithelpen met een duidelijk statuut, ook voor een betere handhaving van de afspraken.

Kortom, laat ons de cao-wet bij zijn vijftigste verjaardag koesteren. En in één beweging versterken en verbreden. Meer moet dat niet zijn.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Chris Serroyen

Chris Serroyen is hoofd van de studiedienst van het ACV.