Climate change: wat we vergeten

 Leestijd: 3 minuten0

In de bouwsector, de petrochemische sector, het containervervoer per schip en vrachtwagen, het luchtverkeer en de landbouw: steenkool en petroleum zijn overal. Om precies te zijn: tweederde van de broeikasgasuitstoot komt van die sectoren. We kunnen de elektriciteitsproductie en de opwekking van verwarming wel verduurzamen, maar hoe zorgen we voor een complete revolutie in de economie?

In TerZake (Canvas) van 28 november kwam Eurocraat Jos Delbeke de goednieuwsshow van de Europese Commissie presenteren: de broeikasgasuitstoot zal tegen 2050 naar nul gaan! Er wordt opnieuw gehoopt dat uiteindelijk Carbon Capture and Storage – technologie die koolstof uit de lucht plukt en opslaat soelaas zal brengen.

In het Klimaatakkoord van Parijs (2015) stond geen woord over BECCS, maar de aanname dat dit ons in de toekomst moet redden, is onuitgesproken aanwezig. Een technologisch wondermiddel dat broeikasgassen afvangt en ondergronds opslaat, is er echter niet. Men voert experimenten uit, maar die zijn geen groot succes. Dat ondertussen de broeikasgasuitstoot blijft stijgen, ondanks alle eerdere plannen, inclusief het Akkoord van Parijs, en niet wordt ingegaan op het waarom daarvan, is allicht een bijkomstigheid…

Heel even raakte Jos Delbeke het cruciale probleem aan dat vrijwel nooit de corporate media haalt, namelijk het feit dat de staal- en cementfabrieken veel broeikasgas uitstoten, en dat daaraan iets moet gedaan worden.

Steenkool en petroleum zijn overal

Als Delbeke volledig had willen zijn, dan had ie gezegd dat niet alleen de bouwsector, maar ook de petrochemische sector, het containervervoer per schip en vrachtwagen, het luchtverkeer en de landbouw dat doen. Om precies te zijn: tweederde van de broeikasgasuitstoot komt van die sectoren; slechts eenderde van elektriciteitsproductie en de opwekking van verwarming. (Zie bv. de grafiek voor de VS, bron: United States Environmental Protection Agency, hieronder, of de grafiek in mijn boek ‘Als de laatste boom geveld is eten we ons geld wel op’)

In mijn boek vat ik zo de vijandige relatie tussen onze aan olie en steenkool verslaafde groei-economie en de planeet bloot:

“Vandaag kunnen erg weinig economische sectoren zonder steenkool of
petroleum. Steenkool is essentieel voor de aanmaak van staal, cement en
aluminium. Aardolie en zijn afgeleiden zijn essentieel voor petrochemische
producten zoals plexiglas, nylon, kevlar en plastics. Olie zit in vrijwel
alle verpakkingsmaterialen, maar ook in kledij, auto-onderdelen, vliegtuigen,
meubels, auto’s, verven, brilglazen en nog veel meer. Petroleum
is essentieel voor de vliegtuigsector, het wegtransport en de scheepvaartsector.
De agro-industrie steunt op fossiele energie in elke fase van de productie,
verpakking en distributie. Stikstofmeststof wordt vrijwel volledig
gemaakt van gas. De staalsector drijft op koolstofuitstoot. ArcelorMittal
is een geavanceerde staalproducent, maar toch wordt voor elke ton staal
die het bedrijf aflevert 1 ton schadelijke gassen zoals koolstofmonoxide en
-dioxide geproduceerd. Kortom, de correlatie tussen productie en steenkool-,
petroleum en gasgebruik en -verbruik is vrijwel totaal.”

Hoe haal je de ‘petro’ uit de petrochemie? Het kan technisch, maar het is een dure operatie

Hoe haal je die broeikasgassen uit de economie? Hoe maak je een performant kapitalistisch bedrijf als ArcelorMittal klimaatneutraal? Hoe haal je de ‘petro’ uit de petrochemie bvb? Het kan technisch, maar het is een dure operatie en een petrochemisch complex dat eraan begint zal een concurrentieel nadeel oplopen en verdwijnen. Kortom, je kunt de elektriciteitsproductie en de opwekking van verwarming verduurzamen, maar hoe zorg je voor een complete revolutie in de economie?

Moerdijk aan de horizon (Foto: Frans Schouwenburg, CC, flickr)

Wie op die vraag geen antwoord formuleert, maar toch beweert dat we naar een nuluitstoot kunnen gaan, weet niet waarover hij of zij spreekt, of is een bedrieger. Het enige wat de EU daarover eigenlijk zegt, is te gaan voor energie-efficiëntie van de bedrijven, die moeten “gesensibiliseerd” worden, zoals Delbeke gisteren zei. Efficiënter produceren is wat die bedrijven sowieso doen, de zweepslag van de concurrentie zorgt daarvoor; daarvoor hebben ze de aanmoedigingen van Delbeke niet nodig. Bedrijven “sensibiliseren” om zichzelf dusdanig om te vormen dat ze uit de markt worden geprijsd: begin er maar aan!

Hoe zorg je voor een complete revolutie in de economie? Wie op die vraag geen antwoord formuleert, maar toch beweert dat we naar een nuluitstoot kunnen gaan, weet niet waarover hij of zij spreekt, of is een bedrieger

Traditionele ecologisten en sociaaldemocraten doen niet beter, want ook zij mikken op marktmechanismen om het probleem aan te pakken, zoals Emissions Trading Systems (we zien de inefficiëntie ervan inzake het exponentieel toenemend intra-Europees luchtverkeer…), of de introductie van koolstof- en andere taksen – die in de meeste gevallen de draagkracht voor een efficiënt milieubeleid onder druk zetten, cfr. de gele hesjes.

Wie heeft de moed?

We moeten de olifant in de kamer in de ogen durven kijken, en beseffen dat de chaotische marktwerking ons niet kan redden. Alleen een planmatige transitie, met een centraal opgelegde (maar democratisch besliste en gemanagede) omschakeling biedt soelaas. Een transitie met, enerzijds, de planmatig georganiseerde afbouw van vervuilende, gevaarlijke (wapenindustrie) en parasitaire sectoren (zoals de reclamesector), en anderzijds, de ontwikkeling van koolstofarme openbare diensten: openbaar vervoer, geconcentreerd wonen, uitgebreide welzijnsdiensten, etc. Een democratisch ecosocialisme dus. Wat vereist dat we krachtsverhoudingen opbouwen en de powers that be en hun politieke personeel de wacht aanzeggen…

We moeten de olifant in de kamer in de ogen durven kijken, en beseffen dat de chaotische marktwerking ons niet kan redden

Dat vereist natuurlijk veel moed. Heel wat meer moed dan wat nodig is om terug te plooien op de buurt of de stad. Naomi Klein heeft het ondertussen wel gehad met groeperingen die de grote vervuilers ongemoeid willen laten en alle heil verwachten van technologische wondermiddeltjes of micro-initiatieven. Die mensen, zo schrijft ze,
“vragen zich af hoe wij verandering kunnen creëren zonder dat de mensen die verantwoordelijk zijn voor de crisis zich door de oplossingen bedreigd voelen. Zij vragen zich af hoe we leden van een panikerende, megalomane elite kunnen geruststellen dat zij nog steeds heersers van het universum zijn, ondanks de verpletterende bewijslast van het tegendeel. Het antwoord luidt: dat kan je niet. Je zorgt ervoor dat je genoeg mensen rond je schaart om de machtsverhoudingen te wijzigen en de verantwoordelijken aan te pakken, beseffend dat echt volkse bewegingen altijd zowel op links als op rechts steunen.”

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Ludo De Witte

Ludo De Witte is auteur van het boek ‘Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op’ (EPO, 2017). Eerder publiceerde hij onder meer ‘De moord op Lumumba’ en ‘Wie is bang voor moslims?’