“Gij waart toch ook bij hen? Ik herken u aan uw taal”

 Leestijd: 4 minuten4

Het zien van de VRT-documentaire over de ‘verjaardag’ van de financiële crisis (’10 jaar na Lehman Brothers’) van Michael Van Droogenbroeck, brengt me zowaar bij Mattheus hoofdstuk 26, vers 31 tot 35. Daar wordt verteld hoe een van Jezus zijn apostelen, Petrus, door ‘een dienstmaagd’ wordt aangesproken op zijn ‘preferente banden’ met Jezus met de woorden “Maar gij waart toch ook bij hen? Ik herken u aan uw taal”. Waarop Petrus tot twee keer toe ontkent en er vervolgens een haan drie keer kraait.

Maar tegelijkertijd is het een illustratie van het business as usual medicijn dat wel vaker voor collectieve traumaverwerking wordt gebruikt. Iedereen die in beeld komt, wordt blijkbaar overvallen door een “wir haben es nicht gewusst”-gevoel en pleit, godbetert, voor ‘begrip’.

Ik had Michael Van Droogenbroeck graag wat meer in de rol van de dienstmaagd gezien. Dat hij het adagium van elke journalist, dat je een vraag moet stellen tot wanneer je een antwoord krijg, wat steviger gestand zou hebben gedaan. Die vraag – “maar gij waart toch ook bij hen, ik herken u aan uw taal” – zou misschien ook een haan hebben doen kraaien en hebben geleid tot het ‘wenen van bittere tranen’, waar ook Mattheus zijn bijbels verhaal mee afsluit.

Ronduit ergerlijk is dat veel van de Belgische hoofdrolspelers met een zeker kwajongensgevoel terugblikken op 10 jaar bankencrisis

Ronduit ergerlijk is dat veel van de Belgische hoofdrolspelers met een zeker kwajongensgevoel terugblikken op 10 jaar bankencrisis. Zoals bij een van de fameuze Fortis-algemene vergaderingen – “achter dat gordijn stond toen politie, maar dat hebben jullie nooit geweten”. Het wordt besmuikt gedeeld met de journalist zoals twee pubers die aan een jointje trekken. En dat door mensen die nu nog steeds hoge posten in de al even hoge haute finance bekleden en als ‘wijze mannen’ (trouwens allemaal mannen, geen enkele vrouw!) worden ‘geconsulteerd’ voor wijze raad.

In IJsland kregen 26 bankiers in totaal 74 jaar gevangenisstraf. Een aantal daarvan vormden de top van de voormalige Kaupthing Bank, onder meer de directeur kredieten, de voorzitter van de Raad van Bestuur en de directeur van de afdeling onroerend goed. Wat de voorzitter van de Raad van Bestuur betreft ging het onder meer over het bewust verzwijgen van informatie met betrekking tot de risicoblootstelling van de bank en de liquiditeitspositie.

Buddy, can you spare three trillion? (Foto: Alone Golden, CC, flickr)

Hun straffen variëren van 1 jaar gevangenis, tot meer dan 4 (!) jaar, voor misdaden begaan in de vorm van misleidende financiële aandelenverkoop. Hreiðar Már Sigurðsson, een andere directeur van de bank, kreeg bovenop een gevangenisstraf van maar liefst vjif en een half jaar een verlenging opgelegd en kan nu 6 jaar nadenken over zijn financiële (mis)daden.

Bij ons worden de hoofdrolspelers beloond met zetels in raden van advies en raden van bestuur en leiden ze het bestaan van ‘nette burgers’. En komen ze tien jaar later vertellen dat het “allemaal wel spannend was”, “zeer intens” en het “een voorrecht was om het mee te maken”. Je bent hoofdrolspeler in de grootste economische drama van de 21e eeuw, je hebt rechtstreeks verantwoordelijkheid gedragen in het financiële Armageddon dat ten gevolge daarvan is ontstaan, dat geleid heeft tot de grootste collectieve verarming ooit, en tien jaar later vertel je dat het “een voorrecht was om het mee te maken”, waarschijnlijk in een poging om de ramptoerist in ieder van ons aan te spreken.

In de afgelopen vakantie las ik The Marshall Plan. Dawn of the Cold War, waarin de auteur, Benn Steil, onder meer ingaat op de reconstructie van het Duitsland na het nazisme. Op de conferenties van Yalta en Potsdam was het al duidelijk dat Stalin, Roosevelt en Churchill daar een wat andere mening over hadden. Voor Stalin was het duidelijk dat een Nürenberg-proces waarin de schuldigen werden gestraft hooguit een begin was van een grote zuivering. Iedereen die ook maar ergens iets met Nazi-Duitsland te maken had gehad, moest worden gestraft, het liefst nog geëxecuteerd.

Je bent mee verantwoordelijk voor het grootste economische drama van de 21e eeuw dat geleid heeft tot de grootste collectieve verarming ooit, en tien jaar later vertel je dat het “een voorrecht was om het mee te maken”

Toen men hem om meer details vroeg, zei Stalin, die in die materie nogal beslagen was, dat ie het getal 100.000 in zijn hoofd had, maar dat het er natuurlijk ook meer konden zijn. Daar viel allemaal over te spreken. Niemand met ook maar enig spatje Naziverleden kon voor hem nog deel uitmaken van de nieuwe politieke en economische orde van een Duitsland van na de oorlog. Toen Churchill opmerkte dat hij dat soort dingen in zijn parlement niet verkocht kreeg, vroeg Stalin zich af of Churchill als politicus eigenlijk wel serieus te nemen was.

Uiteindelijk ging “Uncle Joe”, zoals Roosevelt en Churchill hun Russische collega liefkozend noemden, overstag. Gevolg was dat heel veel Duitsers rustig konden blijven zitten, de economie terug ging draaien en er terug een ‘normaal’ land ontstond. Met op belangrijke posities toch een aantal mensen waar men vele oogjes moest bij dichtknijpen. Maar goed, al te principieel moet een mens – zeker als het over geld gaat – ook niet willen zijn.

NYC financial district bankruptcy (Foto: Alexandre Syrota, CC, flickr)

Verre van dwalende bankiers op dezelfde lijn van nazimisdadigers te plaatsen, gaat het in essentie natuurlijk over de begrippen ‘schuld’ en ‘verantwoordelijkheid’ en hoe je daar mee omgaat. En vooral hoe (en met wié) je na die Untergang het hele zootje weer opbouwt. En of je dat moet doen met dezelfden die dat hebben bewerkstelligd. Met als belangrijkste vraag waarschijnlijk wel: wat hebben die hoofdrolspelers daar nu eigenlijk uit geleerd? Ik denk, ook na het zien van Van Droogenbroecks reeks en de begeleidende commentaren in de pers, dat het antwoord simpel is. Eigenlijk niets.

Degenen die toen aan de knoppen zaten, zitten er eigenlijk nog steeds en hebben hooguit getuigd van een opmerkelijke overlevingskunst. Tot wanneer er een dienstmaagd langskomt die zegt: “maar die overname van ABN Amro, daar was jij toch ook bij?” “Die aankoop van ‘sub-prime CDO’s‘ die heb jij toch mee goedgekeurd, terwijl je nu, tien jaar later, doodleuk op tv vertelt dat je er nooit een reet van begrepen hebt.” Quod non. De pyromanen van toen zijn eigenlijk gewoon de vuurwerkwinkel blijven leiden. Niets is veranderd, buiten wat gejank in de marge: la caravane passe, les chiens aboient.

Die aankoop van ‘sub-prime CDO’s’ die heb jij toch mee goedgekeurd, terwijl je nu, tien jaar later, doodleuk op tv vertelt dat je er nooit een reet van begrepen hebt

Ondertussen is de koopkracht van de ‘normale mens’ nog steeds niet op het niveau van 2008, zien we in de bankierswereld opnieuw ‘afgeleide producten’ verschijnen, klimmen de bankiersbonussen weer naar stellaire hoogtes en verkopen banken hun herwonnen arrogantie als ‘zelfvertrouwen’. Onvoorstelbaar toch hoe een bepaalde beroepsklasse erin slaagt om blijvende credibiliteit te houden terwijl het ‘Immer das Selbe gelogen’ is.

Op 15 september 2018 was het 10 jaar geleden dat Lehman Brothers failliet ging. Een week later, op 22 september was het 20 jaar geleden dat Maurice De Wilde overleed. Stel je voor dat Maurice De Wilde deze docu zou hebben gemaakt. Hij zou waarschijnlijk zijn eigen gevleugelde uitspraak “ik geloof nooit dat mensen spontaan de waarheid vertellen” gestand hebben willen doen. Je zou dan een interviewer te zien hebben gekregen die de kijker met streng toegeknepen blik zou hebben toegesproken (“hier in dit huis had toen de vergadering plaats waar in het grootste geheim…”).

De geïnterviewden zouden op Wildiaanse manier op de rooster zijn gelegd. En er zou hen met priemende blik het volgende zijn voorgelegd: “Maar gij waart daar toch ook bij, bij die vergadering. Uwen naam staat hier bij de aanwezigen. En ge hebt dat toch mee goedgekeurd. Kijk, het staat hier vanonderen. Awel, wat hebde daarop te zeggen?”. En dan een traag tikkende klok op de achtergrond, camera als een ondervraaglamp gericht op de betrokkene, langzaam inzoemend, en na zeven seconden pauze, van onder de zweetdruppels vandaan: “Niets, meneer De Wilde”.

Juist, ja. Niets, meneer De Wilde.

 

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Dirk De Corte

Dirk De Corte is Managing Partner bij Improvement en deeltijds docent aan de Faculteit Economie van de UAntwerpen.