Formaliteiten en moraliteiten

 Leestijd: 4 minuten0

Misschien had ik voor jurist moeten studeren, in plaats van voor ingenieur. Op een dag, toen ik een jaar of acht was, waren mijn beste vriend en ik aan het babbelen in de klas wanneer dat niet mocht, en de meester gaf ons elk 200 lijnen straf (destijds een populaire educatieve methode). Straf schrijven was echter niet hoe wij ons onze vrije tijd na school hadden ingebeeld.

De rest van de schooldag brachten we dus door met het smeden van een plan. Wat waren de feiten? We hadden elk nog ons zakgeld voor de week (dat was 10 frank, zo’n anderhalve euro in geld van vandaag). Mijn vriend had een grote broer – die moet toen zowat 17 jaar oud zijn geweest, en we vermoedden dat hij vast een stuk sneller kon schrijven dan wij. Wat als we hem zouden vragen onze straf te schrijven in ruil voor ons zakgeld?

Zo gezegd, zo gedaan. Toen we de volgende dag ons strafwerk inleverden merkte de meester natuurlijk meteen dat we het niet zelf hadden geschreven. Geen probleem: we waren immers nooit van plan geweest dat te ontkennen. “Maar”, zei ik, “u hebt enkel gezegd dat we vandaag 200 lijnen straf moesten inleveren. U zei niet dat wij ze moesten schrijven.” I kan me de exacte reactie van de meester niet herinneren, maar hoe dan ook hielp deze technische formaliteit ons op dat moment uit de penarie: ‘onze’ straf werd aanvaard.

Bartsimpsonboard2

Deze anekdote kwam me afgelopen week voor de geest, toen een rechter oordeelde dat David Beckham niet zou worden veroordeeld wegens overdreven snelheid omwille van een technische formaliteit. Op 23 januari werd de voormalige voetballer geflitst op een Londense weg tegen 59 mph (95 km/h), waar een maximum toegelaten snelheid geldt van 40 mph (64 km/h). Het verkeersreglement stelt: “een persoon zal niet worden veroordeeld voor een overtreding […] tenzij […]binnen een termijn van veertien dagen na de overtreding de beoogde vervolging werd […] betekend bij hem [of de eigenaar van het voertuig]”. Nu blijkt dat de betekening werd verzonden op 2 februari, maar slechts op 7 februari werd ontvangen door de eigenaar, één dag na de limiet van veertien dagen.

Dit leidde tot enige commotie in de pers en de sociale media. Een woordvoerder voor Brake, een vzw begaan met verkeersveiligheid, zei dat Beckham “zich aan zijn verantwoordelijkheid onttrekt” als rolmodel – een statement dat door talrijke kranten en nieuwssites uitgebreid werd overgenomen. De Daily Mirror citeerde zelfs zijn advocaat (bekend als Mr Loopholemeneer Achterpoortje): Beckham had moeten worden veroordeeld vanuit een “moreel standpunt”. De commentaren op Twitter, bijvoorbeeld onder deze tweet van de BBC, zijn van een vergelijkbare aard.

Morele wettelijkheid…

Deze affaire mag dan al eerder triviaal zijn in vergelijking met andere problemen waarmee het VK momenteel heeft te kampen, ze benadrukt toch twee belangrijke aspecten in het menselijke gedrag: een wettelijke en een morele. Om te beginnen is er de vraag rond de zogenaamde technische formaliteit.

Wordt de wet op een faire manier toegepast door de rechter, omwille van die ene enkele dag? Had Beckham niet, binnen de geest van de wet, zijn straf moeten accepteren? Toen zijn advocaat de dag na de uitspraak werd geconfronteerd met deze vraag in het actualiteitenprogramma Today op de BBC-radio, verwees deze naar de letter van de wet die de termijn van 14 dagen duidelijk stelt, “om goede redenen”.

Laten we ons inbeelden dat er niet zo’n termijn zou zijn: iedereen zou dan kunnen worden vervolgd voor een overtreding, maanden of zelfs jaren na de vermeende feiten. Als buitenstaander kunnen we ons afvragen of dat nu echt zo’n probleem zou zijn – als je het gedaan hebt, dan verdien je je straf toch, niet? Maar je onschuld proberen te bewijzen zou des te moeilijker zijn naarmate de vermeende overtreding verder in het verleden plaatsvond.

Ik kreeg eens een boete voor overdreven snelheid in Namen, op een dag dat ik aan het werk was in Leuven. Noch ik, noch mijn auto konden op dat ogenblik op die plaats zijn geweest. Omdat de overtreding slechts een week eerder zou zijn gebeurd, kon ik mijn baas makkelijk om een formele verklaring vragen dat ik op dat tijdstip op mijn werkplek was. Dat deed hij, en dat was genoeg om de zaak tot een goed einde te brengen. Het zou echter een stuk moeilijker zijn geweest dat maanden of jaren later te doen.

Het lijkt dus niet onredelijk dat de wetgever vereist dat de vermeende overtreder prompt op de hoogte wordt gebracht van de intentie hem te vervolgen. Een termijn van twee weken zou ruim voldoende moeten zijn om het administratieve proces en de verzending te voltooien: er is geen denkbare reden waarom dat langer zou moeten duren. (Je kunt je wel afvragen waarom het 10 dagen kostte om Beckhams betekening te verzenden.)

Deze clausule is net zoveel een deel van de wet als de eigenlijke overtreding van het overschrijden van de snelheidslimiet: de geest van de wet is dat je niet te snel mag rijden, maar ook dat, als je te snel reed, je hier binnen de vastgestelde termijn moet worden verwittigd. De beslissing van de rechter lijkt dus geheel verdedigbaar.

…of wettelijke moraliteit

Maar daarmee is de kous niet af: er is meer dan enkel het juridische perspectief.

Zou David Beckham zijn straf in elk geval hebben moeten aanvaarden op morele gronden, ‘als een goed burger’? We weten allemaal dat hij te snel reed (iets wat hij zelf blijkbaar evenmin betwist).

Je kunt daarvoor inderdaad een stevig maatschappelijk pleidooi opbouwen. Als je wordt betrapt op overdreven snelheid (of een andere overtreding), dan ben je onweerlegbaar moreel in de fout. Juridische formaliteiten veranderen niets aan de morele betekenis van je daden. Zelfs als de wet je, naar de letter en naar de geest, vrijspreekt, dan is daarmee de morele zonde nog niet ongedaan gemaakt. De overeenkomstige straf aanvaarden zou dus toch moreel de juiste keuze zijn.

Handhavers van de wet, EN van de moraal? (foto: Dave Connor CC BY)

Maar wacht even. Ik zei “als je wordt betrapt”. Moeten we onze moraliteit laten afhangen van de vraag of je al dan niet betrapt wordt?

Zo niet, dan volgt dat de morele verplichting je straf te aanvaarden ontstaat zodra we zelf weten dat we een overtreding hebben begaan. Er is geen handhaver van de wet nodig om ons te betrappen. Zodra we de snelheidslimiet overschrijden, door een oranje of rood licht rijden, onwettig parkeren, of zelfs achter het stuur kruipen na een pint of twee, zouden we vrijwillig de boete moeten betalen, vragen dat de strafpunten aan ons rijbewijs worden toegevoegd, of het inleveren voor een vrijwillige schorsing.

Hoeveel mensen zouden bereid zijn zich onvoorwaardelijk en vrijwillig zo’n morele verbintenis aan te gaan? Toch is het een van de fundamentele principes van een fair wettelijk stelsel dat iedereen gelijk is in de ogen van de wet (dit beginsel is verankerd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens).

Misschien moesten we maar eenzelfde standpunt innemen wat betreft morele verplichtingen, en slechts van anderen eisen dat ze ze nakomen als we ons ook zelf verbinden dat ten volle te doen. Want we zijn toch allemaal consistent, niet?

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.