Kranten benadelen zelf ook vrouwelijke verkiezingskandidaten

 Leestijd: 3 minuten0

Op 27 september verscheen in het Nieuwsblad een artikel met Laurette Onkelinx (PS), Assita Kanko (MR), Meyrem Almaci (Groen) en Zuhal Demir (N-VA). De politici halen er de moeilijkheden in aan die vrouwen ervaren in de politiek. Eerder berichtten de Vlaamse kranten over het lage percentage aan vrouwelijke lijsttrekkers voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Onderzoek toont nu aan dat de kranten zelf bijdragen aan de ongelijkheid die vrouwelijke politici ervaren. Zowel naar aanloop van de federale (2007, 2014) als de lokale verkiezingen (2012, 2018) werden vrouwelijke kandidaten op een nadelige wijze gerepresenteerd.     

Wanneer we stemmen houden we al dan niet bewust rekening met wat we in de media gehoord, gelezen en gezien hebben. We gaan uit van een zekere objectiviteit en creëren mede op basis van nieuwsberichten een beeld van politici en partijen. Het is dan ook belangrijk rekening te houden met de rol van de pers wanneer een thema als genderongelijkheid in de verkiezingen wordt besproken. Genderongelijkheid kan door kranten in stand gehouden worden bij de representatie van verkiezingskandidaten, oftewel de manier waarop de kandidaten in het nieuws komen.

Niet alleen wordt er minder berichtgegeven over vrouwelijke dan over mannelijke kandidaten, ook inhoudelijk ondervinden de vrouwen een nadeel

Eerdere, voornamelijk Amerikaanse studies hebben aangetoond dat de pers vrouwelijke kandidaten anders behandelt dan mannelijke kandidaten. Niet alleen wordt er minder berichtgegeven over vrouwelijke dan over mannelijke kandidaten, ook inhoudelijk ondervinden de vrouwen een nadeel. Kranten rapporteren bij vrouwelijke kandidaten vaker over de leeftijd, het uiterlijk, de burgerlijke stand en de ouderlijke rol. In vergelijking met mannelijke kandidaten wordt het geslacht van vrouwelijke kandidaten sterker benadrukt, is de berichtgeving negatiever en worden politieke kwesties minder vaak aangehaald.  

Vlaamse genderquota baten niet

De voorbeelden van stereotyperingen in Amerikaans onderzoek zijn opvallend. In de Verenigde Staten ging heel wat aandacht naar de mantelpakken van Democratisch presidentskandidaat Hillary Clinton. Gedurende de campagne van Sarah Palin in 2008 verwezen verschillende kranten naar haar als ‘Caribou Barbie’ (o.a. New York Times). Ook verwijzingen naar haar eerdere deelnames aan schoonheidswedstrijden werden regelmatig gemaakt.

Voorbeelden dichter bij huis, in onze eigen media, zijn moeilijker op te noemen. Bij de aanstelling van Maggie De Block als federaal minister van Volksgezondheid in 2014 kwam er kritiek op deze keuze wegens haar overgewicht. Hoewel de kritiek haar oorsprong niet kende in de traditionele media, berichtten deze er wel over. Minister De Block kaartte tijdens het gebeuren de verschillende behandeling van vrouwelijke en mannelijke politici met overgewicht aan.  

Onderzoek toont nu aan dat Vlaamse vrouwelijke politici wel degelijk een nadeel ondervinden in de krantenberichtgeving over hun kandidaturen. 390 nieuwsstukken over nieuw aangekondigde kandidaturen uit 4 kranten werden onderzocht: De Morgen, Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad en De Standaard. Zowel het regionaal als het nationaal nieuws van de kranten werd in het onderzoek opgenomen naar aanloop van 2 federale (2007, 2014) en 2 lokale verkiezingen (2012, 2018). 

Uit de analyse van de nieuwsstukken blijkt dat er bijna dubbel zoveel gerapporteerd werd over mannelijke (65,4%) dan over vrouwelijke kandidaten (34,6%). Dit is opvallend, aangezien de lijstopstelling in België onderhevig is aan genderquota waardoor vrouwen en mannen in gelijke mate op de kieslijsten vertegenwoordigd moeten zijn. Een deel van de verklaring vindt het onderzoek in de grotere aanwezigheid van mannelijke politici bij meer belangrijke kandidaturen, zoals lijsttrekker en -duwer. Deze kandidaturen kunnen gewoonlijk van meer persaandacht genieten. Het verklaart ook deels het verschil in artikellengte, zo waren de artikels over vrouwelijke kandidaten over het algemeen korter in lengte dan de artikels over mannelijke kandidaten. 

Minister van Volksgezondheid Maggie De Block

Op inhoudelijk vlak legt het onderzoek enkele vormen van stereotyperende berichtgeving bloot. De burgerlijke stand van vrouwelijke politici werd bijna drie keer zo vaak vermeld in vergelijking met die van mannelijke politici. Dit omvatte vooral verwijzingen naar de politici hun man/vrouw. Daarnaast ontvingen vrouwelijke kandidaten ook meer berichtgeving over hun ouderlijke rol. In 14,1% van alle artikels over vrouwelijke kandidaten werd naar hun kinderen verwezen, tegenover 3,5% van de artikels over mannelijke kandidaten. 

In meer dan de helft van de artikels over vrouwelijke kandidaten werd hun leeftijd vermeld

In meer dan de helft van de artikels over vrouwelijke kandidaten werd hun leeftijd vermeld, iets wat duidelijk minder vaak gebeurde bij mannelijke kandidaten (38,8% van de gevallen). Bovendien werd de leeftijd van vrouwelijke politici het vaakst aangehaald bij de jongste leeftijdscategorieën. Ten slotte werd er bij mannelijke kandidaten vaker vermelding gemaakt van politieke info (69% t.o.v. 63% bij vrouwen) en bij vrouwelijke kandidaten van persoonlijke info (47,4% t.o.v. 45,5% bij mannen). Hoewel deze laatste bevinding zich niet opvallend of significant toonde in het onderzoek, illustreert het desalniettemin een zekere trend.

Niet onschuldig

Dergelijke representaties kunnen onschuldig lijken, maar dat zijn ze allesbehalve. Wanneer kiezers al volgens bepaalde genderstereotypen denken, ondersteunen stereotiep vrouwelijke representaties in het nieuws deze denkbeelden. Dit kan vervolgens leiden tot minder stemmen.

Door de burgerlijke stand en moederrol van vrouwelijke politici te benadrukken, worden vrouwelijke politici binnen de private of huiselijke sfeer geplaatst. Dit kan het oude idee met zich meebrengen dat vrouwen niet in de publieke of politieke sfeer zouden thuishoren. 

Hillary en Bill Clinton met hun kleindochter

Ook de kleinere numerieke representatie van vrouwelijke politici blijft niet zonder gevolgen. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat hoe vaker een bepaalde politicus in het nieuws komt, hoe groter de mogelijkheid van kiezers is om hem/haar te herkennen. Een grotere herkenning van een politicus wordt gelinkt met een groter aantal stemmen.

Aangezien het onderzoek aantoonde dat mannelijke kandidaten bijna dubbel zo vaak gerepresenteerd worden, wordt een pessimistisch beeld geschetst. Kleine lichtpunten zijn dat er zowel binnen de federale als lokale verkiezingen een stijging op te merken is in het percentage artikels over vrouwelijke kandidaten. Zo steeg het percentage bij de federale verkiezingen van 32,6% in 2007 naar 41,1% in 2014, en bij de lokale verkiezingen van 26% in 2012 naar 39% in 2018. Negatiever is dat de inhoudelijk stereotiepe representaties zich in elk verkiezingsjaar duidelijk bleven manifesteren.

De invloed van nieuwsmedia op kiezers is reëel

Daarom is er nood aan meer bewustwording bij journalisten en nieuwsorganisaties. Wanneer beperkte en stereotiepe krantenberichtgeving over vrouwelijke politici zorgt voor minder stemmen, heeft dat een invloed op hoe de regering eruitziet. Minder vrouwelijke politici in een regering heeft dan weer een invloed op wat voor beleid gevoerd wordt.

Hoewel de sprongen groot kunnen lijken, is de invloed van nieuwsmedia op kiezers reëel. Dat kranten berichten over genderongelijkheden bij de komende verkiezingen is positief, maar berichten alleen is niet meer voldoende. Vandaag heerst onder journalisten het bewustzijn al dat politieke partijen naar aanloop van de verkiezingen in een gelijke mate vertegenwoordigd moeten worden. Nu nog hetzelfde voor vrouwelijke politici. 

Meer lezen? Hier vind je de volledige masterproef van Joke D’Heer 

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Joke D'Heer

Joke D’Heer schreef haar thesis over de representatie van vrouwelijke politici als masterstudente Communicatiewetenschappen (Journalistiek) aan de UGent. Sinds oktober is ze gestart met een doctoraat over hetzelfde onderwerp, aan dezelfde onderwijsinstelling. In het doctoraat legt ze de focus meer op de achterliggende redenen voor de ongelijke representatie. Dit doet ze door dieper in te gaan op de aanwezigheid van genderstereotypen bij journalisten die berichten over politiek nieuws.