Daklozen worden niet altijd geholpen door het OCMW

 Leestijd: 4 minuten0

Er is een wooncrisis aan de gang. Betaalbaar wonen is dan ook één van de verkiezingsthema’s bij de lokale verkiezingen. Dak- en thuislozen die opgevangen worden door kennissen riskeren echter nog steeds administratieve en financiële nadelen. Het Daklozen Aktie Komitee roept in deze gastbijdrage lokale politici op om een beleid te voeren die iedereen toegang geeft tot een woning.

Er woedt een enorme wooncrisis die steeds maar erger wordt. Er zijn veel te weinig betaalbare woningen. De huurprijzen worden onbetaalbaar voor mensen in armoede. Vele personen in armoede worden dakloos omdat ze de huur niet meer kunnen betalen. Er is een groot tekort aan noodstructuren. Er is te weinig crisisopvang voor korte duur. Er zijn te weinig doorgangswoningen. Er is te weinig residentiële opvang. Nachtopvang is héél beperkt.

Kennissen

De meeste dakloze personen worden tijdelijk opgevangen door kennissen. Omdat er te weinig noodstructuren zijn wordt zulks ook aangeraden door het OCMW. Maar deze personen riskeren dan om door hetzelfde OCMW en/of de gemeentelijke bevolkingsdienst niet als dakloos beschouwd te worden maar wel als deel uitmakend van het gezin waar ze een tijdelijk onderdak vonden, met alle nadelen dat zulks met zich meebrengt. Dikwijls weigert het OCMW een referentieadres te geven aan deze personen, waardoor ze geen geldige identiteitskaart krijgen en hun burgerrechten en sociale rechten verliezen. Deze mensen én degenen die ze onderdak verlenen riskeren dat hun sociale uitkeringen of werkloosheidsvergoedingen worden gehalveerd en dat ze gesanctioneerd worden voor het plegen van sociale fraude.

Veel dakloze mensen weten niet waar ze de volgende nacht zullen doorbrengen en komen op straat terecht. Ze hebben geen familie, vrienden of kennissen waar ze tijdelijk bij terecht kunnen. Ze slapen waar ze kunnen: op het openbaar vervoer, in parkings, wassalons, cafés, inloopcentra, parken, leegstaande gebouwen, bouwwerven, braakliggende gronden, enzovoort. Occasioneel kunnen ze bij iemand op de bank slapen. Die mensen worden ook niet altijd geholpen. Om hulp te kunnen krijgen moeten ze aan het OCMW bewijzen dat ze zich in de gemeente bevinden en dat ze buiten slapen, wat dikwijls een onmogelijke taak is. Dan worden ze niet als dakloos beschouwd. Jongeren wordt de raad gegeven om naar huis te gaan. 

Dakloze personen moeten tijdelijk kunnen opgevangen worden bij familie, vrienden of kennissen. Zij en de burgers die hen onderdak verschaffen mogen daar niet voor gesanctioneerd worden.

Van opvang naar woongerichte oplossingen

De ‘Europese consensusconferentie over dak-en thuisloosheid’ in 2010 luidde een koerswijziging in in de Europese politiek. “De jury roept op om over te gaan van het gebruik van tijdelijke opvangstructuren als voornaamste oplossing voor dak- en thuisloosheid naar ‘woongerichte oplossingen’ (housing-led)”, klonk één van de beleidsaanbevelingen. “Hiermee wordt bedoeld dat de toegang tot een permanente woning moet toenemen en dat de capaciteit van woonbegeleiding voor de personen in hun eigen woning moet toenemen, in functie van hun eigen noden.”

Deze verandering van politiek past binnen de paradigmaverschuiving van het woonladder- of herankeringsmodel naar het burgerschapsmodel. Het burgerschapsmodel is een model dat zich heeft ontwikkeld onder invloed van de vermaatschappelijking van de zorg. Deze overgang gaat gepaard met een proces van vermaatschappelijking: reconversie en/of afbouw van instellingen.

Aan de ene kant wordt de residentiële opvang stelselmatig afgebouwd. Maar aan de andere kant beperken de woongerichte oplossingen (Housing-Led) zich echter praktisch uitsluitend tot Housing First, een woongerichte oplossing bedoeld voor de ‘dak- en thuislozen met een multiproblematiek’, namelijk personen met psychische- én gewenningsproblemen.

Vlaanderen creëerde een regelluwe omgeving zodat buiten stelsel en buiten de wooncode innovatieve en goedkope woonvormen kunnen opgezet worden. Er is zelfs een Vlaams ‘gedoogbeleid voor het ‘kraken’ van leegstaande gebouwen voor laagdrempelige vormen van groepswonen’ (VAPA 2011-2014).

In Antwerpen worden personen die beantwoorden aan de nauwe definitie van dakloosheid en van thuisloosheid gelogeerd in zowel leegstaande sociale woningen, SVK’s, zorghostels als in ‘kraakpanden’.

Ketenaanpak

Ketenaanpak is Federaal beleid. In het Regeerakkoord staat: “Wat betreft de daklozen en de bedelaars met een multiproblematiek, zal de regering een wettelijk kader creëren met het oog op de versterking van de lokale autoriteiten via een ketenaanpak (o.m. justitie, gezondheid, veiligheid,…).” In dit verband kunnen hulpverlening en residentiële opvang worden voorzien met het oog op re-integratie.

Er is ook Vlaams beleid. In het Vlaams Actieplan Armoede (VAPA 2014-2018) staat: “De aanpak van dak-en thuisloosheid is een uitgesproken intersectoraal en interbestuurlijk gegeven.”

Homeless' Hotel (Foto: Maurizio, CC BY-NC 2.0)

Homeless’ Hotel (Foto: Maurizio, CC BY-NC 2.0)

Voortrekkersrol

Antwerpen speelt een voortrekkersrol in de implementatie van ketenaanpak. KADANS (Ketenaanpak Dak- en thuislozen Antwerpen Stad) is Housing First voor dak-en thuislozen met een multiproblematiek die overlast veroorzaken of die strafrechtelijke feiten hebben gepleegd. Het autonome stadsbedrijf Samen Leven, voert de regie en justitie doet de casemanagement van de persoonsgerichte trajecten binnen het concept van Ketenaanpak waarbij verscheidene beleidsdomeinen en diensten betrokken zijn, gezondheidszorg, drughulpverlening, OCMW, hulpverlening, politie, procureur. Daarbij primeert het beleidsdomein veiligheid. Hulpverlening functioneert als flankerend aan de bestuurlijke maatregelen, namelijk GAS-boetes en administratieve aanhoudingen in verband met de bestrijding van drugsoverlast.

Politieke aanbevelingen

  • Het fenomeen van dakloosheid moet erkend worden voor wat het is. De overheid moet een politiek voeren die op termijn aan ieder toegang geeft tot een betaalbare woning. Zulks is ook de preventie tegen dakloosheid. Woongerichte programma’s moeten opgestart worden die toegankelijk zijn voor álle dakloze personen.
    De overheid moet een politiek voeren die op termijn aan ieder toegang geeft tot een betaalbare woning.
  • Om deze woongerichte politiek te kunnen voeren moeten er wel genoeg betaalbare woningen beschikbaar zijn. Zolang dat niet het geval is, moet de overheid  noodstructuren creëren. Zowel crisisopvang, doorgangswoningen als residentiële opvang. Een kwaliteitsvolle nachtopvang moet het hele jaar door beschikbaar zijn.
  • Dakloze personen moeten tijdelijk kunnen opgevangen worden bij familie, vrienden of kennissen. Deze personen en de burgers die hen onderdak verschaffen mogen daar niet voor gesanctioneerd worden. Integendeel moeten burgers die hun dakloze medeburgers bijstaan ondersteund worden daarin.
  • Acute en jonge dakloze personen moeten geholpen worden. Anders riskeren ze chronisch thuisloos te worden.
  • Mensen die dat wensen moeten zich kunnen verenigen in solidaire woonvormen. De autoriteiten moeten daar een wettelijk kader voor creëren en een reglementering opstellen, zowel extern als intern. Er moet een doorzichtige procedure zijn voor toegang, sancties en uitzetting. Uitbating moet in handen zijn van professionals, eventueel in samenwerking met ervaringsdeskundigen. De rechten en veiligheid van de bewoners moeten gegarandeerd zijn. Bewoners moeten klacht kunnen indienen bij een onafhankelijke instantie.
  • Geïntegreerd beleid en ketenaanpak moeten in vraag gesteld. Sociale hulp aan dakloze personen mag niet gebonden zijn aan veiligheid en het onzichtbaar maken van drugsoverlast.

Lees ook:

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Daklozen Aktie Komitee

Het Daklozen Aktie Komitee is een steunpunt en drukkingsgroep voor dak- en thuislozen. De vrijwilligersvereniging bestaat sinds 1994 en is gevestigd in Antwerpen.