De democratie is dood, wen er niet aan (3)

 Leestijd: 8 minuten2

Als de democratie dood is, zijn wij nog niet dood, bij lange niet. Alive and kicking. Maar het is wel de hoogste tijd om te doordenken wat hier nu gebeurt en er iets aan te doen. Niet iets als een lichtflits maar iets als een solide voetstuk. In dit laatste deel: onze (Nederlandse) gemeenschap.

Verkiezingen in Nederland: keuze te over, maar hoe democratisch zijn ze nog? (Foto: Flickr (cc) © DennisM2)

Verkiezingen in Nederland: keuze te over, maar hoe democratisch zijn ze nog? (Foto: Flickr (cc) © DennisM2)

Het zou bijna vergeten worden: deze samenleving waarin wij leven, is niet van de liberalen, niet van de grote bedrijven en niet van machinerende politici, maar is in werkelijkheid van ons, wij allen samen, als een gemeenschap en niet als een amorfe hoop individuen en getallen. ‘Shopping for votes’, de titel van een boek van Susan Delacourt over het verloop van verkiezingsprocessen, geeft fijntjes weer hoe de politiek ons ziet: als pakjes en artikelen op de plank van hun supermarkt. En dat moeten we in werkelijkheid niet willen worden.

Politieke noodrem

Dat voorkomen en door alternatieven vervangen is een opgave. Er zijn heel wat anderen die eerder al probeerden te sleutelen aan de wijze waarop we participeren. David Van Reybrouck zocht het in het beleidsvoorbereidend overleg: als daarin op een of andere wijze de betere, want gemotiveerde, burger zich zou zetten tot het meedenken en meepraten, zag hij daarin een verbetering, zo niet een garantie voor het tot gelding komen van de stem van de gemeenschap.

Of dat zo is of niet daargelaten, de democratie bestaat helemaal niet uit die politieke top in Den Haag die daarmee geholpen zou zijn. Dat zag Manu Claeys wel goed: het gebrek aan democratie kwam hij in de praktijk, op de werkvloer van de stadspolitiek tegen. En zijn bewonderenswaardige boek ventileert voluit zijn geloof in de overlegstructuren die de groepen om hem heen wisten af te dwingen van een onwillige overheid. Het probleem is alleen dat het ad-hocstructuren zijn, organen die voor de gelegenheid zijn geschapen en niets veranderen aan de werkwijze van de bestaande instituties en instellingen, noch aan de denkwijzen daar.

Niet een oplossing voor de elite herstelt de democratie, maar een oplossing voor ons allemaal

Johan Remkes en zijn Staatscommissie zochten verbetering in de structuur van de bovenlaag, de politieke elite: een constitutioneel hof, een gekozen formateur, en dan nog een politieke noodrem om te voorkomen dat de politieke elite ook het laatste contact met de basis van de samenleving zou verliezen: het correctief referendum. Alles niet ter herstel van de democratie maar om bestaande politieke elitestructuur te verstevigen.

Octopus

En wat al deze benaderingen niet deden, is zich druk maken over the void, de afkering van de politiek, de leegte in het politieke debat, de leegte in de openbaarheid, de leegte in de hoofden van ons mensen, die dodelijke drukkende omhelzing van het nergens meer mee bezig zijn. Niet een oplossing voor de elite herstelt de democratie, maar een oplossing voor ons allemaal.

Manu Claeys stelde voor een octopus te bouwen. Maar dat is een intelligent dier. Als het in het nauw komt, zoals nu, nu onze democratie dood is, kan het zich door dat kleine overblijvende gaatje wringen dat nog over is en dan weer zijn eigen vorm aannemen. Laten we dus eens proberen in vijf punten te formuleren wat dat kleine gaatje aan mogelijkheden bevat.

Wetenschap

Het allereerste punt (1) komt voort uit de opsluiting van de opinie achter de tralies van de wetenschap. Wetenschap is in werkelijkheid in zichzelf niet zo zeker, maar in de boksring van politiek en openbaarheid is het het frame waarbinnen gedacht wordt. Zodra het weer verkiezingstijd wordt, zien we onze superieuren opdraven om tegen elke gesprekspartner te roepen: ‘Dat is niet zo’.

Laten we beginnen met het waarheidsmonopolie dat de politiek opeist, te bestrijden met het recht van ontwerp: iedere burger moet erkend worden als bezitter van een legitiem ontwerprecht

Er wordt gespeeld op de notie van kennis, feiten. ‘Mijn mening bevat feiten’, ‘jouw mening is enkel mening’. Dat is in werkelijkheid een ongegronde manier van discussie voeren. Want dat denken, weten versus opinie, doen wij mensen niet zo. Een beroemd boek van Berger en Luckman heet ‘The Social Construction of reality’, en dat is inderdaad precies wat we doen: we ontwerpen kennis, en we kennen niet, dat wil zeggen, kennis wordt niet als een pakketje in ons hoofd geplaatst, maar, juist omgekeerd, we maken ons voortdurend voorstellingen, beelden, van wat we denken wat is, ook als het als kennis werd voorgesteld.

De burger ontwerpt, voordat hij iets weten noemt. En daar is niks mis mee, integendeel, dat is de basis van het instrumentarium waarmee de mens bestaat. Iedere burger in een democratie brengt dat in de democratie in, zijn ontwerp van hoe hij de realiteit ziet, en precies dat is zijn democratisch kernrecht: geloven en vasthouden wat hij ontwerpt als beeld. Dat kernrecht is nu zwaar onderuitgehaald, niet enkel door het domweg weghalen van veel plekken waar de burger dat kernrecht kon uitoefenen, maar ook en vooral door het illegaal te verklaren als hij dat kernrecht uitoefent in de vorm van zijn opinie.

Tegen feiten, zegt men dan, moet je niet opponeren. Hoezo, mag iemand niet spreken als er geen onderzoek achter staat, is geloof een onredelijke uiting geworden, moet je bevoordeeld zijn met opleiding of specialisme, voordat je iets mag zeggen? Nee, alle mensen in een gemeenschap mogen ontwerpen, dat is het meest eigene dat ze als mensen hebben. Dus laten we beginnen met dat waarheidsmonopolie dat de politiek opeist, te bestrijden met het recht van ontwerp: iedere burger moet erkend worden als bezitter van een legitiem ontwerprecht.

Vrijheden

Het tweede punt: het liberalisme (2) beroept zich op het scheppen van vrijheid, vrijheid van overheidsbemoeienis, vrijheid van dwang, vrijheid van regels, vrijheid van opgelegde meningen. Dat zijn negatieve vrijheden: ze ontstaan doordat we van iets af raken, het weg doen, er een negatieve aanwezigheid aan toe kennen. Maar hoe staat het dan met al die andere vrijheden die we verloren, de positieve vrijheden, de mogelijkheden om mee te doen, op te bouwen, iets tot stand te brengen? Waar zijn die gebleven?

En waar zijn onze mogelijkheden om onze scholen en zorginstellingen mee te bepalen, om de vorm van onze buurt en van onze gemeentes te bepalen, om mee te bouwen aan opvang en integratie van immigranten, om mee uit te maken hoe we onze huizen en installaties willen, om uit te maken wat nu al die kleine ondernemers in gemeenteraden en parlement zonder ons bepalen, waar is onze positieve vrijheid gebleven?

Vergeet de verraderlijke politiek en bouw eigen instituties

De liberale overheid heeft het over een participatiesamenleving, en ze bedoelt daar enkel mee dat ze graag hebben dat wij burgers voor de kosten van overheidswerk opdraaien, niet dat we ook echt zelf zorg kunnen opbouwen of voorzieningen kunnen inrichten. Libertair mag maar sociaal niet, laat staan dat er instituties ontstaan die door de participanten zelf gedragen worden, en ongewenst succesvol zouden kunnen zijn. Maar dat is dus wel precies wat we zouden moeten doen: zelf her-institutionaliseren, zelf de benen van de octopus weer op gaan bouwen. Vergeet de verraderlijke politiek en bouw eigen instituties.

Openbaar debat

De politiek (3), ten derde, heeft alle mogelijke moeite gedaan het openbare debat in te perken. ‘Oranje, gehaktballen, vette jus’ beheersen het tv-scherm. Het krantenaanbod is verschraald en reageren van burgers wordt niet op prijs gesteld. Politieke partijen hebben in de regel ook geen debatfora op internet, en binnen politieke partijen mag geen openbaar debat gevoerd worden. De partij spreekt wel tot ons via studie- en partijbladen en via verklaringen van de leiding: een kritisch openbaar debat (wel overigens gewild door Karl Popper) wordt niet gevoerd.

Het internet is gelukkig nog vrij en internetfora bieden veel meer vrijheid van meningsuiting

Het zogenaamd ‘openbare’ debat gaat over ons maar zonder ons, en het is grotendeels verstomd. De structuurwending van de openbaarheid, die Habermas ooit vaststelde, is ten einde gekomen: in wat openbaarheid genoemd wordt, spreekt nu de elite met de elite. Die meningsaristocratie is slechthorend, zij verneemt niets meer van ons. Dat valt evenwel te bestrijden, het internet is gelukkig nog vrij en internetfora bieden veel meer vrijheid van meningsuiting (wat ook een positieve vrijheid is).

Het openen van debatfora in partijen en organisaties, het systematisch introduceren van onderwerpen waarop keuzes nodig zijn, het levend maken van verzwegen topics, dat alles is de weg om de openbaarheid langzaam te herstellen. Zie het als de blaadjes van Marat c.s. maar dan met vreedzame invulling: we moeten opnieuw leren onze stem te verheffen en echt te praten, ongeacht of we gelijk hebben of niet.

Burgerlijk recht

En verder, ook al bestaat de democratie (4) niet meer, het recht bestaat gelukkig nog wel. Het aloude fundament van de Franse revolutie, dat Napoleon bekwaam het Nederlandse recht inloodste, heeft zich weten te handhaven. Weliswaar is de toegang tot het recht grotendeels beperkt tot hen die het kunnen betalen (met uitzondering van het strafrecht), maar dat burgerlijk recht bestaat en functioneert.

Daarom is de weg tot juridisering van de politiek onbespreekbare kwesties vrij, weliswaar zolang het nog duurt (in Polen en Hongarije en Turkije bijvoorbeeld al niet meer) maar gebruik die dan ook. De zogenaamde class actions zijn methoden waarmee grote groepen belanghebbenden zich tot de rechter kunnen wenden, maar ook ideële organisaties kunnen dat, zoals de kwestie over het Nederlands op de universiteiten liet zien, die voor het eerst door advocaat Bernard Tomlow voor de rechter werd gebracht.

Via het recht kan worden teruggewonnen wat de politiek ons ontneemt

De kern van het belang voor het gebruik van het recht zit nu juist precies in die kernwaarden ervan: we zijn vrij en gelijk. De ongelijkheid die het liberalisme in onze samenleving heeft ingebouwd, gaat voor de rechter (nog) niet op, onze zeggenschap kan ons daar niet ontzegd worden. Daar kan een burger zijn vrijheid realiseren door bij te dragen aan de opbouw van een betere rechtspositie voor het onderwerp dat hij aankaart.

Via het recht kan worden teruggewonnen wat de politiek ons ontneemt. Het is tijd om het recht op eigen organisaties, inspraak in bestaande organisaties, overruling van het negeren van referendumuitspraken, het recht op vrije bladen en de eigen taal, en dergelijke af te dwingen via de rechter. Het bestuursrecht in Nederland is goed ontwikkeld en biedt een luisterend oor, en het is vaak de laatste mogelijkheid om gehoord te worden. We zijn nog altijd vrij en gelijk, laat ze dat dan ook voelen.

Gemeenschap en maatschappij

En tot slot: Ferdinand Tönnies heeft ooit het onderscheid gemeenschap-maatschappij (5) ingevoerd. In een democratie ben je per definitie het eerste, een gemeenschap, want daar wordt, om de doelen van de gemeenschap te bereiken, door iedereen met iedereen overlegd en wordt door iedereen met iedereen samengewerkt.

In een liberale maatschappij gebeurt het omgekeerde: daar probeert iedereen iedereen te overtroeven (survival of the fittest) en is het gesprek nooit iets anders dan een onderhandeling. In een liberale maatschappij bouw je niet met elkaar maar met gebruikmaking van elkaar. Mensen leven er ook niet samen, maar naast elkaar. Beleid wordt er gemaakt om de mensen kunstmatig te dirigeren. Niet om hen te laten spreken.

Het model dat achtereenvolgende Nederlandse liberale en christelijke regeringen hebben doorgevoerd, heeft de gemeenschap goeddeels ontbonden

Managementtechnieken zijn in de regel niets anders dan op kostenbeheersing en inkomstenmaximalisatie gerichte strategieën die de last van des mensen aanwezigheid als een helaas onvermijdelijk maar ongewenst probleem met zich mee dragen. Het model dat achtereenvolgende Nederlandse liberale en christelijke regeringen hebben doorgevoerd, heeft de gemeenschap goeddeels ontbonden. Informatiestromen en overlegvormen zijn vernietigd en het individu is alleen komen te staan.

Dat is bepaald niet wat het solidaire personalisme van Banning en Schermerhorn had beoogd, maar het is wel wat ervan is gekomen. De liberale politiek heeft het organische weefsel van de democratie vernietigd en heeft er een bestuurlijk in een getto afgeschermde elite van politici, grote bedrijven en leiders van grote geprivatiseerde instituten voor terug geplaatst.

Democratisch middenveld

De vraag is hoe we nieuw organisch weefsel kunnen maken, hoe we weer een net van intermediaire organen kunnen bouwen waarin we als burgers kunnen deelnemen. Want hervorming van een bestuur waarin leiders zetelen die we eens per vier jaar al onze zeggenschap afstaan, is natuurlijk geen optie. Het moet gaan om het teruggeven van de macht aan een krachtig en democratisch middenveld, waar brede participatie mogelijk en noodzakelijk is. Daarom: zoals Dutschke al zei, bestorm de instituties, richt er nieuwe op, maar bouw in elk geval een sustainable weefsel dat van ons is, van de gemeenschap. Bouw een nieuwe gemeenschap, in plaats van de anonieme verzameling van data die we nu zijn geworden.

Misschien dat de octopus zo door het nauwe gat van de gestorven democratie komt. Want we moeten een einde maken aan die leegte van de dood van de democratie, we moeten onrustig blijven en er nooit aan wennen, zelfs niet in de slaap die we nu slapen.

Literatuur

Burgerperspectieven, Kwartaalberichten, SCP
Manu Claeys, Red de democratie, Polis, Kalmthout, 2018
Susan Delacourt, Shopping for Votes, Douglas & Mcintyre, Canada, 2013
Paul Dekker c.s., Politiek Cynisme, Stichting Synthesis, Driebergen, 2006
P.H.A. Frissen, De fatale staat, Van Gennep, Amsterdam, 2013
Anthony Giddens, Beyond left and right, Polity Press, 1994
Habermas, Strukturwandel der Öffentlichkeit, Luchterhand, Neuwied und Berlin, 1962
Friedrich Hayek, Individualism & Economic Order, Chicago Press, 1948
Madelon de Keizer, De Gijzelaars van Sint Michielsgestel, Sijthof, Alphen a/d Rijn, 1979
Peter Mair, Ruling the Void, Verso, London, 2013
Ferdinand Mertens, Otto Neurath en de maakbaarheid van de betere samenleving, Aksant, Amsterdam, 2007
Plato, Deel II, Politeia, Bert Bakker, Amsterdam, 2012
Karl Popper, De open samenleving en zijn vijanden, Lemniscaat, Rotterdam, 2009
Friedrich Stadler, Studien zum Wiener Kreiss, Ursprung, Entwicklung und Wirkung des logischen Empirismus im Kontext, Suhrkamp, 1997, Frankfurt a/m Mainz
Jeroen Den Uyl, Powerswitch, Aspekt, 2017
Bij het samenstellen van het essay is gebruik gemaakt van een veelheid aan kranten- en bladenartikelen, eventueel ter inzage.

Lees ook het eerste en het tweede deel dan deze gastbijdrage.

 

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Maarten van den Oever

Maarten van den Oever is schrijver-cultuurcriticus en uitgever. Hij is voorzitter van de stichting Dubitatio Liberat.