België heeft nood aan eigen anticorruptieorganisatie

 Leestijd: 6 minuten1

Oud-rechter Walter De Smedt pleit voor de oprichting van een organisatie die strijdt tegen corruptie en vóór ethiek. De beweging zou het vertrouwen van de burger in politiek en andere bestuursniveaus moeten herstellen. De Smedt spiegelt zich daarbij aan het Franse Anticor.

Ons land werd de voorbije maanden onafgebroken geteisterd door aanhoudende schandalen: Arco, Kazachgate, Land Invest, Optima, Publifin, Samusocial, de Panama- en andere papers en nog meerdere andere kleinere en lokale schandaaltjes.

Al deze dossiers hebben vijf gemene kenmerken:

  • Duidelijke aanwijzingen van corruptie
  • Bestuurlijke en/of gerechtelijke onderzoeken
  • Ernstige ‘dysfuncties’ aangetoond
  • De vastgestelde wantoestanden werden niet aangepakt
  • Het gaat niet enkel over handelingen die individuele schade hebben veroorzaakt maar om daden die een grote weerslag hebben op het gehele maatschappelijk leven

Kazachgate, het parlementair onderzoek over de wet op de uitgebreide minnelijke schikking – gemeenzaam de afkoopwet genoemd – kan als voorbeeld gelden. Het onderzoek toonde aan dat de drie grondwettelijke machten op het hoogste niveau werden ontwricht.

Maar in het onderzoeksverslag werden die vaststellingen weggelaten zodat er geen sancties kunnen volgen en er geen duidelijke lessen uit gehaald kunnen worden.

De parketten tonen een opmerkelijk ‘pleinvrees’ voor het opstarten of doorzetten van de opsporing en het onderzoek

Controle versterken

De voorgaande vaststellingen staan in schril contrast met de recente pogingen van de verschillende wetgevers om het toezicht op dergelijke overheidshandelingen te versterken.

Ze richtten de Vaste Comité’s van Toezicht P en I op, de anti-witwascel, de beurswaakhond FSMA, de GECORO’s (gemeentelijke commissies ruimtelijke ordening) en deontologische commissies. Ze stelden ook allerlei deontologische codes op voor het Vlaamse of gemeentelijke niveau.

Maar anderzijds tonen de parketten, en vooral het voor witwaspraktijken bevoegd Federaal Parket, een opmerkelijk ‘pleinvrees’ bij het opstarten of het doorzetten van de opsporing en het onderzoek in deze dossiers: wat gebeurde met de vele door de witwascel aan dat parket overgemaakte aangiften? Lopen er in Antwerpen opsporingsonderzoeken over de uitgebreid publiek gemaakte aanwijzingen van belangenvermenging bij Land Invest?

Hoe moet de burger hier tegenaan kijken? Kan hij enkel lijdzaam toezien hoe het van kwaad naar erger gaat?

Nicolas Sarkozy (Foto: (cc) Adam Tinworth / Flickr)

Nicolas Sarkozy (Foto: (cc) Adam Tinworth / Flickr)

Anticor

In Frankrijk werd in 2002 door Eric Halphen, een magistraat en politieker, en Séverine Tessier, gemeenteraadslid voor de socialistische partij, een vereniging opgericht die tot doel heeft te strijden tegen de corruptie, voor het herstel van de ethiek in de politiek en van het vertrouwen van de burger in de politieke en bestuurlijke vertegenwoordigers.

De vereniging, Anticor genoemd, brengt burgers en verkozenen van alle politieke strekkingen samen om de niet partijdige democratische vereisten en het openbaar belang te doen eerbiedigen. Anticor komt ook tussen in belangrijke gerechtelijke dossiers en signaleert aan de parketten feiten die van strafrechtelijke aard zijn. Om geheel onafhankelijk te blijven verkoos de vereniging om geen enkele subsidie te verkrijgen en enkel beroep te doen op giften en bijdragen van de leden.

Anticor brengt burgers en verkozenen samen om het openbaar belang te doen eerbiedigen

Anticor reikt regelmatig prijzen uit aan verdienstelijke actoren in de strijd tegen corruptie, steunt klokkenluiders en geeft ook des casseroles aan wie met corruptie betrokken is. De vereniging werd in 2015 erkend door het ministerie van Justitie om de rechten als burgerlijke partij te kunnen uitoefenen en werd in 2016 erkend door de Hoge Overheid voor de transparantie van het openbaar leven zodat er ook bij deze instelling aangifte kan gedaan worden van inbreuken op de wet op de transparantie van het openbaar leven.

Anticor ligt aan de basis van meerdere belangrijke onderzoeken als onder meer het dossier over de opiniepeilingen van het Elysee ten tijde van president Sarkozy, de belangenvermenging in het kabinet van justitieminister Christiane Taubira, de communicatieuitgaven van de regering Fillon. In juni 2018 werd aan het parket in Parijs nog gevraagd een onderzoek te openen om de eerlijkheid van de verkiezingsuitgaven van Emmanuel Macron, Benoît Hamon, Jean-Luc Mélenchon en Marine Le Pen te onderzoeken.

Navelstreng

Onder de titel ‘Quand personne ne contrôle, la corruption s’installe’ gaf de voorzitter van Anticor, Jean-Christophe Picard, een interview over de corruptie in Frankrijk waarin hij voorstellen deed om een einde te maken aan de aanhoudende schandalen in de Franse politiek.

Het interview geeft niet alleen een inzicht in de Franse toestanden en de economische en maatschappelijke gevolgen van het fenomeen corruptie, het is eveneens belangrijk omdat het ook voor de schandalen in ons land mogelijke oplossingen aanreikt.

Picard stelt vast dat volgens een bevraging, na het trauma van het succes van extreem-rechts bij de verkiezingen van 2002, 75% van de kiezers oordeelden dat de politici corrupt zijn. Hij wijst ook op het economisch element: 20 miljard euro voor de corruptie en 80 miljard voor de fraude en de fiscale vlucht. Het antwoord van justitie op de affaires is volgens Picard de democratie niet waardig en zal het niet zijn zo lang de navelstreng tussen de justitieminister en de procureurs van de Republiek niet wordt doorgesneden.

Weinig Franse burgers kennen het bestaan van deze hiërarchische band, die nochtans concrete gevolgen heeft. Een andere remedie zit in de systematische dépaysement judiciaire, de onttrekking van een gevoelige zaak aan de rechtbank van de plaats van het misdrijf, waardoor de vervolgde verkozenen niet op eigen terrein moeten beoordeeld worden. Picard heeft het ook over wat in Frankrijk des procédures Baillons wordt genoemd: intimidatieprocedures waarin schadevergoeding wordt geëist wegens het aanklagen van wantoestanden, de Franse versie van de Amerikaanse SLAPPs ( Strategic Lawsuits Against Public Participation).

Ook in ons land is het vertrouwen in de politiek zoek

België

Ook in ons land is het vertrouwen in de politiek zoek. In de aanhoudende schandalen bleken alle politieke strekkingen een schuldige vinger in de pap te hebben. Een bevraging toonde ook dat Justitie erg laag scoort. Onze Justitie geeft, in tegenstelling tot Frankrijk, waar zelfs meerdere onderzoeken tegen de gewezen president Sarkozy inverdenkingstellingen tot gevolg hadden, tekenen van pleinvrees: hoeveel onderzoeken lopen er over welke schandalen, wat gebeurde er in, wie wordt er in vervolgd of in verdenking gesteld?

Ook het Parlement slaagt er niet in enige vastberadenheid te tonen ten overstaan van de nochtans duidelijk vatsgestelde dysfuncties.

En wat deed het federaal parket met de vele dossiers die door de anti-witwascel werden overgemaakt?

De vraag is dus meer dan gewettigd: is er ook hier een ‘navelstreng’ tussen de justitieminister en de procureurs? Is ook die een democratie onwaardig en kan enige verandering pas gebeuren indien die wordt doorgeknipt? Zou ook bij ons een behandeling in een ander arrondissement dan dat van de verkozene voor beterschap kunnen zorgen? En ook de SLAPPs zijn bij ons een gebruikte techniek: Apache werd gedagvaard in schadevergoeding voor de onthullingen over Land Invest.

Onafhankelijk?

Niet alleen de rechters zijn bij ons onafhankelijk, ook de procureurs worden verondersteld dat te zijn. Het gaat hier niet over een persoonlijke ingesteldheid maar over de werkingsmodaliteiten, de voorschriften, die het principe van onafhankelijkheid van het Openbaar Ministerie moeten garanderen. Dat de procureurs in ons land onafhankelijk kunnen beslissen over de vervolging is een algemeen aanvaard en lang gerespecteerd principe.

Door de invoering in 2007 van artikel 143 quater van het gerechtelijk wetboek is daar een gevoelige wijziging in gebracht:

“De minister van Justitie legt de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid vast, inclusief die van het opsporings- en vervolgingsbeleid, nadat hij het advies van het college van procureurs-generaal heeft ingewonnen. Deze richtlijnen zijn bindend voor alle leden van het openbaar ministerie. De procureurs-generaal bij de Hoven van beroep staan in voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijnen binnen hun rechtsgebied.”

Hier geldt wat Picard over zijn landgenoten zei: Weinig Belgische burgers kennen het bestaan van deze hiërarchische band, die nochtans concrete gevolgen heeft. De concrete gevolgen zijn duidelijk: de door onze justitieminister gegeven ‘richtlijnen’ moeten door de procureur verplicht worden uitgevoerd.

De justitieminister wou deze hiërarchische band nog uitbreiden: onder de onjuiste bewering dat het Openbaar Ministerie het monopolie van de vervolging heeft wou hij door invoering van de uitgebreide minnelijke schikking aan het openbaar ministerie de bevoegdheid geven om de vervolging naar de ‘opportuniteit’ te beoordelen. Maar wat is ‘opportuun’?: kan de concrete invulling van dit niets zeggend begrip anders zijn dan wat de richtlijnen van de minister verplicht voorschrijven?

Ook het plan van de justitieminister om de onderzoeksrechter af te schaffen verwijst naar een Franse toestand, de poging van de Franse president Sarkozy om hetzelfde te doen. Dat lukte Sarkozy niet met gevolg dat hij nu door meerdere onderzoeksrechters in verdenking gesteld werd, onder meer van corruptie: wat is oorzaak en wat gevolg?

Nog een ander plan van onze justitieminister ligt in dezelfde lijn: de afschaffing van de burgerlijke partijstelling waardoor iedere burger die kan aantonen door een misdrijf te zijn benadeeld de vervolging en een gerechtelijk onderzoek kan doen opstarten. Mocht dat lukken dan zou een vereniging als Anticor, die zich regelmatig burgerlijke partij stelt wanneer de Franse procureurs geen vervolging instellen of zij een misdrijf van corruptie seponeren, in ons land voor goed onmogelijk worden.

Een vereniging als Anticor zou ook bij ons geen overbodige luxe zijn

Corruptie

Op 2 mei 2005 bracht het persagentschap Belga ter kennis wat in een rapport van de GRECO, de anticorruptiewerkgroep van de Raad van Europa werd gemeld:

“Ons land heeft amper vooruitgang geboekt bij de preventie van corruptie van parlementsleden, rechters en procureurs. Het nieuwe tussentijdse ‘conformiteitsverslag’ volgt op het verslag dat begin 2017 bekend raakte en waarin stond dat ons land maatregelen die al in 2014 waren gevraagd niet uitvoerde. De Greco is de voorbije maanden opnieuw nagegaan hoe het zit met het voorkomen van corruptie ten aanzien van parlementsleden, rechters en procureurs. Nu blijkt dat er sinds vorig jaar amper iets veranderd is. Eén aanbeveling, met betrekking tot de managerfunctie bij rechtbanken en het openbaar ministerie, werd omgezet. Zeven aanbevelingen zijn gedeeltelijk uitgevoerd, zeven andere zijn nog steeds niet uitgevoerd.”

Blijkbaar is het de Greco ontgaan wat vele Belgische burgers, de instemmende parlementsleden incluis, niet opmerkten: de door onze justitieminister genomen maatregelen waardoor de onafhankelijkheid van de procureurs gevoelig aan banden werd gelegd, waardoor de vervolging zijn richtlijnen moet uitvoeren, en de beoordeling er van een kwestie van ‘opportuniteit’ moest worden. Dat het één en het ander door het Grondwettelijk Hof werd afgekeurd is voor dezelfde burgers en vertegenwoordigers blijkbaar eveneens onbelangrijk.

Uit voorgaande vaststellingen kan maar één besluit worden gehaald: een vereniging als Anticor zou ook bij ons geen overbodige luxe zijn. En als de procureurs hun eens zo geroemde onafhankelijkheid willen herwinnen zouden zij er goed aan doen te pleiten voor het doorsnijden van de navelstreng die hen aan de justitieminister bindt.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Is gewezen raadslid van Comité I en Comité P