Catalonië en Vlaanderen: identiteit en de strijd om de politieke hegemonie

 Leestijd: 4 minuten0

In Catalonië komt het gevecht om de politieke hegemonie over het onafhankelijkheidsgezinde kamp in een hogere versnelling.

Onder impuls van de nog steeds in Duitsland vertoevende ex-minister-president Carles Puigdemont werd op maandag 16 juli de Crida Nacional per la República gelanceerd. Deze ‘Nationale oproep voor de republiek’, een initiatief dat het hele nationalistische kamp wil verenigen, kan alvast op huidig minister-president Quim Torra rekenen en nog een aantal mensen uit de onmiddellijke omgeving van de tandem Puigdemont-Torra.

Daarmee zet deze groep de eigen partij voor het blok. Want al deze mensen maken tot nader order nog steeds deel uit van de rechts-nationalistische PDeCAT. Die partij zag zich maandag verplicht schoorvoetend aan te schuiven bij de voorstelling van het nieuwe project, beseffend dat ze het politiek initiatief zijn kwijtgeraakt

Eind deze week houdt de PDeCAT zijn congres. Eventueel kan nog met de interne putchisten een achterhoedegevecht gevoerd worden om het label Junts per Catalunya, waarmee de PDeCAT – toen nog mét Puigdemont, weliswaar vanuit ballingschap – als grootste partij uit de recentste regioverkiezingen kwam.

Puigdemont wenst kost wat kost een centrale rol te blijven spelen in de Catalaanse politiek. Gesterkt door de uitspraak van het Duitse hof dat hij niet voor rebellie kan uitgeleverd worden en het feit dat de Partido Popular in Madrid door een vertrouwensstemming in de oppositie belandde, aast hij met zijn Crida Nacional op hernieuwd politiek protagonisme.

Hij is niet vergeten dat tijdens de moeizaam verlopen Catalaanse regeringsvorming nogal wat PDeCAT-politici gevoelig werden voor de druk van de centrumlinkse coalitiepartner ERC om snel een nieuwe regering te vormen… en Puigdemont de facto aan de kant te laten.

Bij de centrumlinkse republikeinen van de ERC wilde men via een snelle regeringsvorming af van het artikel 155 dat de autonomie van de Catalaanse instellingen had opgeheven en vooral vermijden dat – bij gebrek aan nieuwe regering – opnieuw naar de stembus moest getrokken worden. In dat laatste geval had de nipte zetelmeerderheid van de Catalaanse nationalisten wel eens kunnen omgevormd worden tot een nipte zetelwinst voor de anti-onafhankelijkheidsgezinden, aangevoerd door de españolistische Inés Arrimadas van het rechtse Ciutatans.

Want alle independentistische claims ten spijt blijft Catalonië een scherp verdeelde en sterk gepolariseerde regio waarbij het zowel voor de catalanisten als voor de españolisten zaak lijkt net ietsje meer dan de fifty-fifty te behalen om dan de volledige representativiteit van het andere kamp te ontkennen.

Transversaliteit en andere populistische recepten

De ERC – Esquerra Republicana de Catalunya – zal alvast niet deelnemen aan het nieuwe initiatief van de groep rond Puigdemont-Torra waartoe ook de gevangen ex-voorzitter van de sociale beweging ANC, Jordi Sánchez, behoort. Als nieuwe initiatief wil Crida Nacional in de Catalaanse samenleving politiek zo breed mogelijk kapitaliseren. Evident is dat niet, gezien de afstand tussen de politiek rechtse initiatiefnemers en het sociologische linkse tot radicaal linkse onafhankelijkheidsgezinde middenveld.

Een sleutelbegrip hierbij is – het bij Podemos gejatte – ‘transversaliteit’. In haar eerste periode van spectaculaire opgang had de linkse formatie onder impuls van Iñigo Errejón een nogal letterlijke toepassing van de theorieën van de Argentijnse politicoloog Ernesto Laclau uitgerold.

Klasse moest plaatsruimen voor het concept ‘volk’ (pueblo) en in schrille tegenstelling geplaatst worden met de ‘overkant’ die als ‘elite’ of  ‘kaste’ werd gediaboliseerd. Met invulling van ‘lege betekenaars’ moest het volk verenigd worden, wat discursief al helpt als je het als een homogeen blok voorstelt. Hiervoor moet je onder meer abstractie maken van de links-rechts tegenstelling. Dàt is precies wat de Crida Nacional nu zal proberen.

Erg origineel is dat dus niet en niet alleen omdat het bij Podemos werd gejat. Vanop rechts ging Ciudadanos methodologisch ook al aan de slag met een toepassing van deze concepten. En op basis van die ervaring stelde ook niemand minder dan Emmanuel Macron met La République en Marche zijn politieke toolkit samen.

Nog kenmerken uit deze populistische toolkit zijn charismatisch leiderschap dat zich zonder al te veel tussenstations (letterlijk media) rechtstreeks tot ‘het volk’ of  ‘de natie’ richt. En het zich afzetten van de ‘traditionele politiek’ door – om te beginnen je project ‘beweging’ en niet ‘partij ‘ te noemen en jezelf te benoemen als ‘outsider’. Wat ‘hacer pueblo’ was bij Podemos werd de ‘start up nation’ bij Macron.

Identiteitsconstructie

Hoe ver al deze politieke experimenten ideologisch ook van elkaar staan, ze hebben de methodologie gemeen. Hoe dieper de crisis inhakte op de welvaart, hoe meer precariteit en onzekerheid lagen van de bevolking kwetsbaar maakten of de meer welgestelden egoïstischer maakten als verdedigingsreflex tegen opkomende turbulentie, hoe meer collectieve identificeringen brozer werden en wegvielen.

In Zuid-Europa, het zogenaamd ‘rijke’ Catalonië inbegrepen, was dit meer het geval dan in landen van Noord- en West-Europa waar een uitgebouwde-sociale-zekerheid-onder-druk nog enigszins soelaas bood. De constructie van een samenhangend collectief ‘verhaal’ wordt dan des te aantrekkelijker als alternatief voor het ‘ieder voor zich’.

Aan politiek doen wordt dan in de eerste plaats de creatie van een ‘identiteit’ die zin geeft, die een sense of belonging genereert waarbinnen problemen en uitdagingen ‘verklaard’ worden. Dit verschaft logica’s en vanzelfsprekendheden die coherentie verlenen zolang men binnen dat identitaire frame blijft. Denk aan de ‘samenhang’ in het beruchte opiniestuk van Bart De Wever waarbij men voor de keuze werd gesteld de sociale zekerheid te redden of de grenzen te openen voor vluchtelingen.

Dat de rechtse catalanisten in hun opzet zullen slagen lijkt weinig waarschijnlijk. De eerste electorale test is die van de gemeenteraadsverkiezingen in het voorjaar van 2019. Vanuit de omgeving van Puigdemont werd met het oog op deze electorale afspraak nog een naam gedeponeerd: de 1 oktober-beweging, naar de datum waarop het referendum over de onafhankelijkheid gehouden werd. Dat werd met 90 procent weliswaar glansrijk gewonnen maar er nam slechts 42 procent van de Catalaanse bevolking deel.

Vlaamse identiteit

De contradictie tussen de discursieve claim van hegemonie en de ontluisterende realiteit onder de bevolking zagen we de afgelopen weken en dagen ook in Vlaanderen. Op 11 juli beklommen tal van flamingantische prominente en minder prominente figuren het spreekgestoelte om het publiek te vertellen wat ‘de Vlaamse identiteit’ is, wat het vraagt om erbij te horen, wie er niet bij hoort.

Identiteitsconstructie blijft immers een zaak van afbakening. Van minister-president Geert Bourgeois tot de fascistoïde voorman van Schild en Vrienden over de mannen van Doorbraak… En uiteraard werd die identiteit terug in de geschiedenis geprojecteerd, tot het mythische 1302, om die identiteit historische roots en dus extra legitimiteit te verlenen. 1302 en de Vlaamse identiteit, het is een mythe die al vele malen door historici doorprikt is, maar – net als over de collaboratie – gaapt er een kloof tussen de historiografische consensus en de polarisering in het maatschappelijke debat. Allen claimden ze te spreken in naam van het ‘volk’, dat wel.

Datzelfde volk bleek toen andere besognes te hebben. Het liep zwart-geel-rood getooid massaal storm voor de prestaties van de Rode Duivels, een mengelmoes van diverse origines die samen de harten van de bevolking in Vlaanderen, Brussel en Wallonië én van de voetbalminnende aardbol stalen.

Om maar te zeggen dat er nog wat werk is aan die ‘Vlaamse identiteit’ als men ze ‘transversaler’ wil overzetten dan louter in de salons van de Vlaamse nouveau chique of muffe studentenlokalen waar men bij het zwelgen van pils het racisme de vrije loop kan laten.

Terecht werd er evenwel op gewezen dat die softe ‘belgitude’ ook een vorm van nationalisme is en nog wel ‘gegenereerd’ door een uit de kluiten gewassen…  bierbrouwer.

Een constructie, dus. En dat sport en politiek gescheiden moeten worden. Zoals tijdens de Ronde Van Vlaanderen wellicht, waar de Vlaamse Volksbeweging krampachtig leeuwenvlaggen in de handen van de toeschouwers drukt in een poging om dat sportevenement naar eigen hand te zetten.

Nee, er is werk. Als zelfs de grootste politieke partij en de eigen regioregering qua identiteitsconstructie niet opkunnen tegen de brouwer is er stront aan de knikker. Of het georganiseerd Vlaams-nationalisme heeft geen geupdate toolkit of… er is sprake van een Belgicistische spontaneïteit par-en-bas die de flaminganten vooralsnog niet kunnen genereren…

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Vincent Scheltiens

Vincent Scheltiens is doctor in de geschiedenis, verbonden aan Power in History, het Centrum voor Politieke Geschiedenis van de Universiteit Antwerpen.