Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De kosten van migratie

22 mei 2018 Johan Leman
NYHQ2015-2624
Een bootje met vluchtelingen komt aan op het Griekse eiland Lesbos (© UNICEF/UNI197522/Gilbertson VII)

Het belangrijkste bij migratie is: welke zijn de begeleidende maatregelen? Zijn die constructief, dan is de financiële output positief. Zijn die afwezig of onbeduidend, dan is de financiële output negatief. Belangrijk zijn hierbij: onderwijs en vorming enerzijds en werken aan acceptatie van correcte diversiteit bij de ontvangende bevolking anderzijds. Ik beperk me hier tot twee studies, waar een kwarteeuw verschil tussen ligt.

NYHQ2015-2624
Een bootje met vluchtelingen komt aan op het Griekse eiland Lesbos (© UNICEF/UNI197522/Gilbertson VII)

Een studie uit 1990 (Planbureau en Belgacom)

In december publiceerde het Koninklijk Commissariaat voor het migrantenbeleid zijn cahier 2, onder de titel 'Financieel-economische aspecten van een migrantenbeleid in België' (83 blz.). Bij die studie was geen enkel medewerker van het KCM betrokken. Ze was volledig uit handen gegeven. Wél was de studie ruimer dan de nieuwkomers.

'Van een beleid dat terugkeer op vrijwillige basis aanmoedigt, kunnen geen grote resultaten worden verwacht. De effecten op het gebied van economische ontwikkeling en openbare financiën zijn in elk geval negatief'

Er werd een onderscheid gemaakt tussen drie categorieën: de Belgen, de niet-Belgen afkomstig uit de EU (toen nog EEG), en de overige niet-Belgen. De inbreng van deze groepen werd vervolgens geprojecteerd over de periode 1990-2010.

De beleidsvarianten werden vergeleken op de volgende drie gebieden: globale impact op de Belgische economie; impact op de openbare financiën; economische integratie tussen de verschillende bevolkingsgroepen.

De voornaamste conclusies werden vooraan geplaatst (pagina's 4-5):

  1. Over de periode die wordt bestreken door de studie (1990-2010) zal, zonder nieuwe immigratie, de bevolking van vreemde oorsprong sterker groeien dan de autochtone. Het aandeel van deze bevolkingsgroepen in de actieve leeftijdsklasse stijgt van 9,4% naar 14,2%.
  2. Een beleid dat geen specifieke interventies ten aanzien van deze etnische minderheden omvat, (…), leidt tot het totstandkomen binnen de Belgische samenleving, van een steeds groter wordende bevolkingsgroep die economisch achterop blijft ten opzichte van de Belgische bevolking. (…)
  3. Het wordt mogelijk geacht een onderwijsbeleid te definiëren dat er op termijn in slaagt de grote verschillen te verkleinen die thans bestaan tussen de verschillende etnische groepen op het gebied van schoolresultaten en opleidingsniveau van de beroepsbevolking.
  4. Een beleid gericht op economische integratie van de migrantenbevolking, (…) kan een belangrijke bijdrage leveren in de algemene economische expansie van het land en bijdragen in de openbare financiën. (…)
  5. Van een beleid dat terugkeer op vrijwillige basis aanmoedigt, kunnen geen grote resultaten worden verwacht. De effecten op het gebied van economische ontwikkeling en openbare financiën zijn in elk geval negatief.”

Hierop volgen dan 80 bladzijden technische toelichting. Kern van de studie:

  1. Veel zal afhangen van de resultaten op vlak van onderwijs en beroepsopleiding (c.q. tewerkstelling).
  2. Niets of te weinig doen is fataal.
  3. Op terugkeer focussen is financieel een verliespost.

De studie van Professor Docquier (2015)

25 jaar later vinden wij bij F. Docquier, professor economie aan de UCL, gepubliceerd in het UCL tijdschrift 'Regards économiques' (zie hierover E. Dubuisson, Refugee and immigration crises: at what cost to Belgium?), een studie specifiek over nieuwkomers en asielzoekers, dus een verschillend maar complementair perspectief, dat echter tot gelijklopende advies leidt.

Volgens Docquier kan een migrantencrisis in een opportuniteit omgezet worden telkens als men de nieuwkomers economisch en sociaal kan integreren

Vertrekkend van een vergelijkend OECD-onderzoek, maakt Docquier zijn berekeningen gebaseerd op de hypothese dat twee derden van de niet-individueel identificeerbare publieke uitgaven getekend zijn door de immigratie en een derde niet.

Zijn conclusie is dan dat immigratie tot een fiscale winst leidt van 0,3% van het bruto binnenlands product, of ongeveer 117 euro per inwoner per jaar. Volgens hem kan een migrantencrisis in een opportuniteit omgezet worden telkens als men de nieuwkomers economisch en sociaal kan integreren.

Hij adviseert om migranten zo snel mogelijk een arbeidsvergunning te geven, begeleid door beroeps- en taaltraining, en om de Belgen te informeren over de fiscale en andere mogelijke voordelen van de migranten die tewerkgesteld kunnen worden.

Conclusie: de beleidskwaliteit beslist over winst of verlies

In feite staan beide adviezen niet ver van elkaar af. Migratie op zich is een neutraal proces. Dit proces kan tot meerdere mogelijke uitlopers leiden. De kwaliteit van de uitlopers is grotendeels afhankelijk van het gevoerde beleid, met name op vlak van onderwijs, vorming en van positieve informatie die gegeven wordt aan de opvangende bevolking.

Migratie op zich is een neutraal proces. Dit proces kan tot meerdere mogelijke uitlopers leiden. De kwaliteit van de uitlopers is grotendeels afhankelijk van het gevoerde beleid

Blijkbaar willen sommigen dat nog eens onderzoeken. Als dat echt nog eens moet, dan gebeurt het hopelijk even ernstig en even volledig. Het is enkel jammer dat die sommigen niet eerst eens het bestaande onderzoek raadplegen.

Het kan vermijden om onnodig publiek geld uit te geven.

LEES OOK