De vermetele versmalde rijstrook

 Leestijd: 4 minuten0

“Uit mijn weg!” Als u met de auto rijdt, is deze zin waarschijnlijk al wel eens over uw lippen gekomen. (En mocht u hem niet luidop hebben uitgesproken, dan is hij u vast door het hoofd geschoten.) Een manier van spreken? Of duidt het gebruik van het bezittelijk voornaamwoord dat we – zelfs al was het maar een klein beetje – de weg voor ons als ‘van ons’ beschouwen?

Een reden daarvoor is dat ruimte op de weg schaars is. Wanneer twee bestuurders gelijktijdig proberen hetzelfde stuk rijbaan te gebruiken, dan loopt dat meestal niet goed af. Het is dus niet zo opmerkelijk dat we een deel van de weg als het onze opeisen. En waar je schaarse middelen en eigendomsrecht ziet, zie je ook economische transacties en economisch gedrag.

Overheden en privé-operatoren kunnen bestuurders een bedrag aanrekenen voor het recht om een bepaalde weg te gebruiken, maar de economie op de weg gaat een eind verder dan het heffen van een tol of een congestietax.

We ‘kopen’ en ‘verkopen’ geen stukken straat aan elkaar, maar dat betekent niet dat we geen mechanismen gebruiken om het uitwisselen van schaarse gedeelten van de rijbaan vlot en doelmatig te laten gebeuren.

Regels in de regel

De meeste landen hebben een verkeersreglement dat de regels en methodes bepaalt die hiervoor de basis leggen. Voertuigen worden verondersteld aan de rechterkant (of de linkerkant!) van de rijbaan te rijden.

Verkeerslichten wijzen eigenaarschap van een kruispunt toe aan een bepaalde verkeersstroom, en verhinderen anderen het op hetzelfde moment te claimen.

Voorrang kan worden verleend door verkeerstekens, wegmarkeringen of expliciete regels (zoals de voorrang van rechts in vele Europese landen), en zo krijgen zekere weggebruikers een prioritaire status wanneer wegruimte moet worden toebedeeld.

Zulke lichten, tekens en regels zijn een belangrijk hulpmiddel. Zonder hen zou het verkeer een heel wat lastiger karwei zijn, zoals hier:

Maar verkeersregels zijn niet het volledige verhaal. Bestuurders die een parkeerplaats aan de rand van de weg verlaten, moeten bijvoorbeeld voorrang geven aan doorgaand verkeer, maar bij grote drukte kan het lang duren voor er daarvoor voldoende ruimte is.

Op sommige plaatsen gaat het er eerder assertief aan toe: je wringt je in een smal gaatje en dwingt zo de andere bestuurder je voldoende ruimte te geven

Wie niet zoveel geduld heeft, moet dus onderhandelen: je geeft je intentie te kennen en hoopt dat iemand je laat invoegen. En dat gebeurt meestal ook vrij snel – niet alle bestuurders eisen hun voorrangsrecht op.

Op sommige plaatsen gaat dat er eerder assertief aan toe: je wringt je in een smal gaatje en dwingt zo de andere bestuurder je voldoende ruimte te geven. Als dat tot de sociale normen behoort kan dit prima werken.

Elders zijn die normen dan weer gebouwd op hoffelijkheid: wanneer je op een drukke weg een geparkeerde chauffeur zijn knipperlicht ziet, rem je even om invoegruimte te scheppen.

In beide gevallen heeft de bestuurder met de lage status weinig meer te bieden dan een glimlach, vriendelijk wuiven met de hand, of even met de richtingaanwijzers knipperen. Waarom gebeurt deze uitwisseling dan?

Wederkerigheid is een mogelijke verklaring: vandaag helpt u een bestuurder, morgen doet iemand het voor u. Misschien speelt ook rechtvaardigheid een rol. Het voelt unfair aan iemand een eeuwigheid te laten wachten, en dat kan bestuurders met voorrang aanzetten hun voorrangsrecht op te geven.

Toch doet niet iedereen dit – misschien een voorbeeld van het omstandereffect: wij zijn toevallig erg gehaast, maar iemand achter ons kan vast een kleine vertraging aan.

Hoe dan ook zien we hoe de facto informele gewoonten de algemene regels kunnen aanvullen en tot grotere efficiëntie leiden. Of het gedrag van bestuurders nu is ingegeven door hoffelijkheid, medelijden of gewoonweg het volgen van de geldende maatschappelijke normen, de luttele seconden vertraging zijn verwaarloosbaar in vergelijking met de tijdswinst van de voorrangsloze bestuurder, en de autorijdende gemeenschap is dus beter af.

De vermetele afgesloten rijstrook

Niet elk rechtsgebied heeft expliciete regels, en zelfs wanneer er signalisatie is, is er vaak een conflict met het morele instinct van de weggebruikers

Maar soms zijn sociale normen, regelgeving en efficiëntie niet zo goed op elkaar afgestemd. Wanneer een weg met meerdere rijstroken versmalt, en het verkeer zich in een kleiner aantal rijvakken moet wringen, kun je daar op twee manieren mee omgaan. Je kunt vroeg invoegen, zodra de flessenhals wordt aangekondigd; of laat, vlak bij het samenvoegpunt.

Volgens de Amerikaanse Federal Highway Administration is de eerste optie beter bij vlot verkeer, en krijgt laat invoegen de voorkeur bij filevorming, wanneer er weinig of geen ruimte is tussen de voertuigen.

Dat perspectief vind je ook terug in het advies in België en het Verenigd Koninkrijk. Maar niet elk rechtsgebied heeft expliciete regels, en zelfs wanneer er signalisatie is, is er vaak een conflict met het morele instinct van de weggebruikers.

Het fundamentele probleem is dat, wanneer een voldoende groot aantal onder hen bij druk verkeer oordeelt dat vroeg invoegen moreel de juiste keuze is, sociaal conformisme de ideale oplossing – twee even lange files die alternatief invoegen bij de flessenhals – onmogelijk maakt.

Iedereen die de juiste keuze wil maken vanuit een efficiëntie-standpunt zal worden bekeken als een valsspeler. De druk om je te conformeren is overweldigend, zelfs als er geen bemoeial is die vindt dat het zijn plicht is inhalen te verhinderen door schrijlings over beide rijstroken te gaan rijden.

“Wat betekent ‘gebruik beide rijstroken’ eigenlijk?”

Al gauw staat iedereen, behalve een enkele antisociale barbaar, netjes aan te schuiven in een baanvak. Borden die bestuurders aanmanen beide rijstroken te gebruiken zijn te vaag: bedoelen ze nu écht tot aan de versmalling?

Het fenomeen van invoegen op het laatste moment is een kolfje naar de hand van Freakonomics. Toen het onderwerp aan bod kwam vertelde econoom Steven Levitt aan zijn mede-auteur Stephen Dubner dat hij zoiets niet (of althans niet langer) doet.

Ondanks de duidelijke efficiëntiewinst (en het feit dat hij, door vroeg in te voegen, bijdraagt tot het probleem) is hij “niet dat soort persoon”. Maar hij klaagde ook de typische signalisatie aan die het conflict tussen efficiëntie en moraal versterkt. Een bord dat meldt “Invoegen over 1 km. Blijf in uw rijstrook” zou een veel betere, gezaghebbende en ondubbelzinnige nudge zijn voor weggebruikers.

Creatief en destructief denken

Natuurlijk is er niets dat u tegenhoudt uw eigen oplossing uit te proberen. Bij het schrijven van “Why Not?” verzonnen Ian Ayers en Barry Nalebuff een ingenieuze aanpak.

In plaats van links het start-stop verkeer in het rechterbaanvak voorbij te snellen, houdt u zich gewoon aan de snelheid van het laatste voertuig in de file. Ja, er is een hele lege rijstrook voor u, maar naarmate u vordert vult het zich op achter u, en wanneer u de flessenhals bereikt, zijn de perfecte voorwaarden voor efficiënt invoegen een feit.

Natuurlijk riskeert u boos getoeter en flitsen met de lichten achter u (van antisociale barbaren), maar voor het vervullen van zijn burgerplicht moet men bereid zijn tot kleine offers.

“Maar ik was toch in mijn recht!” (foto: cygnus921)

Ayres en Nalebuff verwierpen het idee voor hun boek, maar het is toch een betere optie dan wat ik zelf mocht meemaken in – waar anders – de hoofdstad van mijn dierbare vaderland.

Sommigen zijn bereid de prijs van een gedeukte auto te betalen wanneer ze overtuigd zijn van hun gelijk

Er was bumper-aan-bumper verkeer in twee rijstroken waar er eentje was afgesloten door werken. Het alternerend ritsen werkte prima tot er, enkele auto’s voor mij, onenigheid ontstond tussen twee bestuurders over wie nu aan de beurt was om door de flessenhals te rijden.

Wat volgde was de langzaamste botsing waarvan ik ooit getuige was. Geen van beide bestuurders wilde toegeven, en onafwendbaar naderden de auto’s elkaar, raakten ze elkaar, en persten ze zich dichter en dichter op elkaar, als twee geliefden, maar dan met het geluid van kreukend metaal.

Sommigen zijn bereid de prijs van een gedeukte auto te betalen wanneer ze overtuigd zijn van hun gelijk. Houd dit in gedachten wanneer u de weg opgaat. Veilige rit!

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.