‘Alle resterende open ruimte zomaar volbouwen is geen optie’

 Leestijd: 4 minuten0

Vastgoeddossiers rond verdichting roepen meer dan eens conflict op tussen de lokale overheid enerzijds en burgergroeperingen en de civiele samenleving anderzijds. Veelal verloopt dat conflict langs discursieve breuklijnen waarbij de overheid zich bedient van een verhaal rond verantwoordelijkheid en noodzakelijkheid. En waarbij burgers al te vaak reageren vanuit het NIMBY-syndroom: niet in mijn achtertuin. De praktijk staat vaak haaks op dat zwart-wit discours.

Die praktijk is immers veel grijzer, wat ruimte biedt voor compromissen en voor een deliberatieve democratie. Lokale overheden kunnen veel pedagogischer omgaan met lokale noden om die te verzoenen met een stedelijke agenda van verdichting.

In Vlaanderen moeten we ook inzetten op de verdichting in onze steden. Het verder aansnijden van onze al te versnipperde open ruimte is geen optie meer. Auto-onafhankelijk wonen nabij voorzieningen is de toekomst.

Verdichting vraagt een slimme aanpak in functie van de leefbaarheid van de ruime omgeving en niet alleen vanuit een focus op de opbrengst van een enkele bouwlocatie. Alle nog resterende open ruimte zomaar volbouwen is geen optie, zeker niet in nu al dichtbebouwde wijken.

Verdichting vraagt om maatwerk. Als dit fenomeen optreedt, kunnen lokale besturen het verschil maken wanneer zij de kwaliteit van het openbaar domein verhogen én tezelfdertijd de leefbaarheid verbeteren.

Verdichting vraagt om maatwerk. Als dit fenomeen optreedt, kunnen lokale besturen het verschil maken wanneer zij de kwaliteit van het openbaar domein verhogen én tezelfdertijd de leefbaarheid verbeteren.

RUP Groen

Een belangrijk aspect van leefbaarheid is de aanwezigheid van voldoende en toegankelijk groen in de directe woonomgeving. Uit diverse studies blijkt de positieve invloed hiervan op ons welzijn en gezondheid.

Het is ook een rem voor veel jonge gezinnen op stadsvlucht. Parken, bossen, water en (kleinschalig) buurtgroen spelen bovendien een belangrijke rol om de gevolgen op te vangen van de klimaatverandering, die zich juist in de steden extra hard manifesteren. Niet verwonderlijk dat de VN een gezonde leefomgeving, die al een grondrecht is volgens artikel 23 van de Belgische Grondwet, tot mensenrecht wil maken.[1]

Ook in Gent speelt dit vraagstuk. Het initiatief van de stad Gent tot de opmaak van een RUP Groen past binnen de ambitie om bestaande groengebieden en parken in de stad te beschermen en nieuwe mogelijk te maken.

Het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) geeft daarmee invulling aan de Gentse doelstellingen om ook binnen de stad sterke groenstructuren, inclusief wijkparken binnen 400 meter van elke woning, uit te bouwen.

Zeer positief, maar willen we echt slim verdichten, dan moeten we, zowel vanuit ecologisch als sociaal oogpunt, ook resoluut kiezen om bestaand groen maximaal te vrijwaren.

Hoewel de startnota voor het RUP Groen ambitieus is, stellen we vast dat een aantal kleinere zeer belangrijke parken niet zijn meegenomen

Hoewel de startnota voor het RUP Groen ambitieus is en een 100-tal voorstellen omvat, stellen we vast dat een aantal kleinere zeer belangrijke buurt- en wijkparken niet zijn meegenomen.

In Sint-Amandsberg zijn rondom het park aan de Sleutelbloemstraat de afgelopen jaren diverse inbreidingsprojecten gerealiseerd. Verdedigbaar, indien ook wordt ingezet op behoud en ontwikkeling van het overig waardevol groen, zoals het Sleutelbloempark dat door de stad Gent is aangeduid als wijkpark.

Schepen Filip Watteeuw op bezoek bij Wilde Bernadette (Sint-Amandsberg)

Schepen Filip Watteeuw op bezoek bij Wilde Bernadette (Sint-Amandsberg)

Het wijkpark ligt tussen een nieuwe lagere school ‘Het Tandwiel’, de scoutslokalen én de sociale woonwijk Sint-Bernadette.

Een groen-as wordt op dit moment aangelegd doorheen het park. Mede onder impuls van het burgerbudget is daar een brede beweging van buurtbewoners en organisaties ontstaan die van het huidige grasveld én het bosje een echt buurtpark willen maken met de focus op spelen en ontmoeting in het groen.

Een deel van dat park is echter aangeduid als woonzone. De eventuele ontwikkeling hiervan legt een hypotheek op zowel de leefbaarheid van de buurt als het ecologisch functioneren.

In de Sas- en Bassijnwijk plant Stad Gent bijkomende bebouwing op de schaarse open ruimte, uitgerekend aan de rand van het meest dichtbebouwde deel van de volledige stad.

Het Driemasterpark in Wondelgem is ontwikkeld door de buurt en voorziet in de behoefte aan speel- en ontmoetingsgroen. De woonbuurt rondom is dichtbebouwd. Een groot deel woningen heeft geen of erg smalle tuinen, of slechts “een koerke”.

De omliggende straten zijn geen veilige speelplekken. Het huidige ‘park’ is zo’n 1,2 hectare, en heeft momenteel nog altijd een industriële bestemming. Er is  geen ander resterend publiek terrein op 400 meter afstand. Op ongeveer een kilometer ligt het erfgoeddomein aan Vroonstallendries, waar sinds kort enkele speelprikkels werden aangebracht.

De groenruimte aan Meulestedebrug, die kan ontwikkeld worden als groene buffer tegen de haven, dreigt op korte termijn grotendeels te worden bebouwd. De bereikbaarheid van beide groenruimtes wordt onmogelijk gemaakt voor kinderen door de ruimtelijk-fysieke barrières: respectievelijk de Wiedauwkaai, de Meulestedebrug, de spoorweg en de onveilige Vierweegsestraat.

Het Driemasterpark kwam participatief tot stand in een superdiverse buurt. In het kader van het commons-rapport van Michel Bauwens en Yurek Onzia werd het park beschreven als een goede praktijk van een buurtpark in buurtbeheer.

Het vergt politieke moed om ook voor deze gebieden te kiezen voor leefbaarheid en monetair minder zichtbare voordelen op de langere termijn.

Zo zijn er nog een aantal kleinere buurtparken die niet werden opgenomen in het Groen RUP, zoals het Boerenhof in het Rabot, het Reigersparkje achter het Sint-Pietersstation en het buurtpark Maria Goretti nabij de Blaisantvest.

Ze zijn alle gegroeid uit buurtinitiatieven met een belangrijke sociale functie, die nu uit de boot dreigen te vallen. Het is deze sociale betrokkenheid van burgers bij hun leefomgeving die niet enkel gekoesterd, maar ook duurzaam beschermd zou moeten worden.

Het vergt politieke moed om ook voor deze gebieden te kiezen voor leefbaarheid en monetair minder zichtbare voordelen op de langere termijn.

(c) De Plezante Doeners (Maria Goretti/Blaisantvest)

Tegelijkertijd is er veel ruimte binnen de stedelijke context die we slimmer kunnen gebruiken. Zo blijkt bijvoorbeeld uit een paper over super(woon)markten van Isabelle Loris en Ann Pisman uit 2016 dat we door stedelijke supermarkten te combineren met woningbouw én groenvoorzieningen de volledige Vlaamse woonbehoefte voor de komende 10 jaar kunnen opvangen.

Enkel al in het licht hiervan lijkt het een evidente keuze om waardevol buurtgroen te beschermen. Zeker in een progressieve stad als Gent.

Kloof

Dit debat over verdichting werd gevoerd naar aanleiding van ‘Ruimte voor Gent’. Maar er gaapt een kloof tussen principes van duurzaam ruimtegebruik op papier en de dagelijkse realiteit van stadsontwikkeling.

We roepen als actieve buurtbewoners op tot een diepgaand stedelijk debat over welk soort verdichting we willen en hoe we die kunnen afstemmen op de leefbaarheid en de menselijke noden in stadswijken.

We roepen als actieve buurtbewoners op tot een diepgaand stedelijk debat over welk soort verdichting we willen en hoe we die kunnen afstemmen op de leefbaarheid en de menselijke noden in stadswijken

Met de Gentse bouwmeester voorop zien we daarvoor heel wat kansen. Een stad heeft meer overleg nodig om met complexe uitdagingen als verdichting om te gaan. Laten we van elkaar leren wanneer we lokale noden afstemmen op stedelijke uitdagingen. En laten we een meer pedagogische aanpak exploreren om te komen tot vruchtbare debatten over verdichting.

 

Deze open brief werd getekend door Buurtgroep Neerscheldestraat, Buurtgroep Driemasterpark, bewoners rond het Boerenhof, Wilde Bernadette, buurtgroep Muide-Meulestede Vandaag, Werkgroep Sint-Pieters-Buiten (Reigersparkje), De Plezante Doeners.

 

[1]              https://www.theguardian.com/environment/2018/mar/09/un-moves-towards-recognising-human-right-to-a-healthy-environment

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Pascal Debruyne

Pascal Debruyne is dr. in de Politieke Wetenschappen en werkt als onderzoeker bij Odisee Hogeschool. Hij is voorzitter van Samenlevingsopbouw Gent en Uit De Marge vzw.