Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Dissonantie en menselijke natuur

19 januari 2018 Koen Smets
cognitive dissonance

De sfeer in de wagon was vredig: sommige passagiers lazen hun krant, anderen zaten gewoon te rusten. Maar dan stapte een man met zijn kinderen op, en de atmosfeer veranderde volkomen. De kinderen waren luidruchtig, gooiden met dingen en grepen naar de kranten. Hun vader, naast Covey gezeten met zijn ogen dicht, en zich schijnbaar onbewust van wat zijn kroost aan het uitspoken was.

Wat voor een onverantwoordelijke, incompetente ouder laat zijn kinderen zo amok maken, zonder zelfs maar de minste poging om in te grijpen? Uiteindelijk richtte Covey zich tot de man naast hem – of hij misschien toch een beetje gezag zou kunnen uitoefenen?

We starten met een bepaalde overtuiging, en worden dan geconfronteerd met een compleet verschillend beeld dat er haaks op staat.

De vader scheen uit een staat van bijna-bewusteloosheid te ontwaken, en sprak zacht, “O, u hebt gelijk. Ik zou er wat moeten aan doen. We komen net uit het ziekenhuis waar hun moeder een uur geleden is overleden. Ik weet niet wat te denken, en ik denk dat zij ook geen idee hebben hoe ze daarop moeten reageren.”

Dit is een mooi voorbeeld van cognitieve dissonantie. We starten met een bepaalde overtuiging, en worden dan geconfronteerd met een compleet verschillend beeld dat er haaks op staat. Deze dissonantie kan behoorlijk oncomfortabel zijn.

Het is moeilijk van gedachten te veranderen

Een manier om met dit soort situatie om te gaan, is je mening bij te sturen. We laten de originele overtuiging varen en nemen een nieuwe aan – de papa is geen onverantwoordelijke ouder, maar iemand die ons begrip en medeleven verdient.

assangeecuador
Twee pure Equadorianen. Maar wie is de goede en wie de slechte? (Foto: Wikimedia)

Maar dat is de uitzondering eerder dan de regel. Wanneer we eenmaal een persoon hebben geclassificeerd, plaatsen we hem of haar niet zomaar in een andere categorie.

Dat is zeker zo wanneer we een sterke positieve of negatieve opinie hebben over een publieke figuur gaat, iemand die we niet persoonlijk kennen, maar waarvan we het karakter en de aard geloven goed te kennen. Dat geloof, die overtuiging is als een waardevolle investering, die we niet gemakkelijk opgeven.

Het schrijven van dit artikel werd ingegeven door een vermelding in het nieuws van Julian Assange, de stichter van WikiLeaks (toen werd gemeld dat hij Equadoriaans staatsburger was geworden).

Als iemand je held is, maar blijkbaar ook een seksueel roofdier, maakt dat hem dan een goede, of een slechte? De cognitieve dissonantie ligt voor de hand.

Assange is een held in de ogen van zijn medestanders: hij onthult geheim materiaal dat de groten der aarde in verlegenheid brengt, en dat de duistere interacties blootlegt die achter de schermen plaatsvinden. Maar hij is ook beschuldigd van aanranding en verkrachting. Als iemand je held is, maar blijkbaar ook een seksueel roofdier, maakt dat hem dan een goede, of een slechte? De cognitieve dissonantie ligt voor de hand.

Sommige aanhangers van de Republikeinse partij in de VS ervaren wellicht iets gelijkaardigs. Ze zouden wellicht niet aarzelen het gedrag en de uitspraken van de president te hekelen, mochten ze van iemand anders (bijvoorbeeld een Democratisch politicus) komen. Maar voor wie zijn kleuren aan de Trumpmast heeft gespeld, betekent zulke kritiek natuurlijk een ondraaglijke cognitieve dissonantie.

Het omgekeerde gebeurt ook. We verwachten dat leden van een andere stam, zeker als dat echt tegenstanders zijn zoals in de politiek, dingen zeggen en doen waarmee we het oneens zijn. Als ze dan uitspraken doen of daden stellen die we, als het om iemand van onze kant, een goede, zou gaan, zouden goedkeuren, dan is dat in strijd met ons diepe geloof. We ondervinden cognitieve dissonantie.

Als we ons niet in staat voelen om ons oordeel over een persoon te herzien op basis van nieuwe informatie – en het is inderdaad we, want dit fenomeen is natuurlijk niet beperkt tot aanhangers van de heren Assange of Trump – dan nemen we onze toevlucht tot andere taktieken. De gemakkelijkste is gewoon de nieuwe informatie te negeren. Confirmation bias helpt daarbij prima: we kijken enkel naar het gedrag en de uitspraken van de persoon dat netjes overeenstemt met onze voorafgaande overtuiging.

Als we niet aan de nieuwe feiten kunnen ontsnappen, dan is motivated reasoning een andere mogelijkheid. We ontwikkelen een verklaring voor de incongruentie dat ons beeld van de persoon in kwestie intact laat. We werken terug van het onwrikbare geloof dat hij of zij een goede (of een slechte) is en komen op de proppen met alternatieve redenen voor die feiten.

Assange wordt erin geluisd door het FBI, Trump doet eigenlijk niets dat een gewone kerel op café zou doen of zeggen, dus, wat is het grote probleem? En wanneer een slechte iets zegt of doet dat eigenlijk best wel goed is, dan is dat natuurlijk omdat ze bijbedoelingen hebben, of ze zijn een hypocriet.

No more, Mr Nice Guy

Het probleem hiermee is de krachtige heuristiek dat de goeden het altijd bij het juiste eind hebben, en de slechten altijd verkeerd zijn. Dit vindt zijn oorsprong in het halo-effect, een denkfout die goede eigenschappen veralgemeent (een gelijkaardige onterechte veralgemening van negatieve trekken is het horn effect). Dat kan natuurlijk ons oordeel vertroebelen en ons het zicht laten verliezen op de werkelijke feiten.

talebtetlockthaler
Taleb, Tetlock, Thaler – wie heeft de halo, en wie de horens? – (Foto’s via Twitter)

Zelfs in de academische wereld, waarvan je misschien zou denken dat feiten en waarheid er overheersen, is het soms moeilijk vol te houden dat er geen spanningsveld bestaat tussen klaarblijkelijk tegenstrijdige kanten van een persoon.

Mag het gedrag van een intellectueel dat, zullen we maar zeggen, een beetje aan fatsoen ontbreekt, een invloed uitoefenen op de hoeveelheid geloof die we hechten aan hun argumentering?

Of zouden we beter aanvaarden dat, als je Mr Right Guy bent, je niet Mr Nice Guy hoeft te zijn? Een recente twittercontroverse met Nassim Taleb, auteur van Fooled by Randomness, Philip Tetlock, auteur van Superforecasting en gedragseconoom Richard Thaler recent Nobel-laureaat economie, vormt een perfect kader om je over deze toch wel belangrijke vragen te buigen.

talebtetlocktweet

We kunnen cognitieve dissonantie niet elimineren. We worden immers constant geconfronteerd met informatie die onze overtuigingen in vraag stelt. Maar we kunnen het ons wel wat gemakkelijker maken, en proberen ons oordeel over onze medemensen niet overmatig te vereenvoudigen. Mensen zijn niet of goed, of slecht, zoals in de oude westerns (waar de kleur van de hoeden altijd voor een handige hint zorgde).

Wat als we erkenden dat mensen in werkelijkheid een stuk genuanceerder zijn? We kunnen toch best iemand gelijktijdig een bron van wijsheid, én een beetje een klootzak vinden?

Wat als we erkenden dat mensen in werkelijkheid een stuk genuanceerder zijn? We kunnen toch best iemand gelijktijdig een bron van wijsheid, én een beetje een klootzak vinden? Het is toch niet omdat iemand een beleid voert dat we goedkeuren, dat we hem niet mogen hekelen voor ongepaste taal of gedrag?

En het is toch niet omdat we het oneens zijn met iemands politieke voorkeuren, dat al wat ze zeggen nonsens of verdacht hoeft te zijn? Helden en booswichten zijn prima in verhalen en films, maar laten we onze waardering van echte mensen niet reduceren tot zulke simplistische termen.

De menselijke aard is, van nature, dissonant.

LEES OOK