De ontastbare economie

 Leestijd: 4 minuten0

Op woensdag 10 januari stapten Philip Hammond, de financiënminister van het VK, en zijn collega David Davis, de minister voor het verlaten van de EU, op het vliegtuig naar Duitsland.

De bedoeling van hun trip was het aankaarten van de Britse kijk op wat een ‘sterke en nauwe’ post-Brexit relatie met de EU, en in het bijzonder met Duitsland, zou moeten zijn.

Dezelfde ochtend verscheen in de Frankfurter Allgemeine Zeitung, een van de vooraanstaande Duitse dagbladen, een gastbijdrage van hun hand. Daarin pleitten ze tegen het oprichten van “onnodige belemmeringen” die bedrijven en de economische groei zouden schaden.

Dat klinkt als een no-brainer – waarom zou iemand onnodige barrières opwerpen? Waarom moet de handel worden bemoeilijkt in vergelijking met de huidige naadloze situatie waarvan het VK geniet dankzij haar lidmaatschap van de EU (en dus van de eengemaakte markt en de douane-unie)? Waarom invoerrechten opleggen of niet tarifaire belemmeringen (zoals grenscontroles) die de handel bemoeilijken en dus tot materieel verlies zouden leiden?

Ziet dit eruit als een onnodige barrière? (foto: distel2610)

Living in an immaterial world

Zo’n materieel verlies komt nochtans niet zelden voor – integendeel, het is courant. Telkens wanneer we iets kopen is onze portemonnee lichter, vermindert het saldo van onze bankrekening, of verhogen we de schuld op onze kredietkaart. Maar dat financieel verlies kan natuurlijk worden gecompenseerd door een overeenkomstige materieel gewin. Wanneer we een wasmachine kopen, winnen we tijd omdat ze zoveel efficiënter is dan wij zouden zijn als we onze kleren met de hand moesten wassen.

Wanneer we ons huis verzekeren levert het betalen van de premie ons evenzeer een duidelijke materiële baat: mocht het in rook opgaan dan kunnen we een schadeclaim indienen die ons helpt materieel verlies te vermijden.

Maar niet elke transactie heeft een puur materiële balans. Wanneer we gordijnen voor de slaapkamer aanschaffen om te verhinderen dat de buren ons in evas- of adamskostuum zouden zien, dan heeft dat geen aantoonbare tastbare baat. Waarom geven we er dan geld aan uit?

Dat doen we om dat het een vorm van spirituele nood lenigt – niet (noodzakelijk) in een religieuze zin, maar in een filosofische. We willen niet dat onze buren ons in ons blootje zien. We zouden ons gegeneerd en beschaamd voelen – en het vermijden van dit gevoel is ons de kost van de gordijnen waard.

Flink wat van ons economische leven wordt bepaald door immateriële overwegingen. Veel van wat we kopen heeft weinig of geen tastbaar nut.

Flink wat van ons economische leven wordt bepaald door dat soort immateriële overwegingen. Veel van wat we kopen heeft weinig of geen tastbaar nut.We zouden het perfect kunnen stellen met een kleine fractie van de kleren in onze kleerkast, met veel goedkoper eten, zonder televisie enzovoort. Allemaal leveren ze ons baten die ontastbaar zijn.

Sommige mensen verkiezen fairtrade producten, ook al geven ze geen superieure tastbare waarde. Sommigen kopen liever producten van eigen bodem – ook weer met hooguit twijfelachtig en gering konkreet voordeel.

Zelfs keuzen die niets met geld te maken hebben worden gemaakt op basis van immateriële overwegingen: misschien gaan we liever bij een krantenman of bakker die wat verderopgelegen is, omdat de meest nabije zo’n knorpot is.

En het is niet anders in Brexitland. De EU-27 willen de integriteit van hun interne regels bewaren, en bijvoorbeeld geen toegiften doen betreffende de vier bewegingsvrijheden: vrij verkeer van kapitaal, goederen, diensten en personen.

Nochtans is het helder dat, als de uiteindelijke deal tussen het VK en de EU-27 deze vrijheden inperkt, er een economische kost bij zal komen kijken. Maar ze zijn bereid die kost te dragen, om wat in essentie een ontastbare waarde is, te vrijwaren.

Is dat vreemd? Niet echt, of toch niet vreemder dan elke andere ruil waarbij het materiële voor het ontastbare wordt ingewisseld. En zeker niet vreemder dan de beslissing van het VK om de EU te verlaten (en de daaropvolgende keuze om ook uit de eengemaakte markt, de douane-unie en de jurisdictie van het Europees Gerechtshof te stappen).

De motivatie hiervoor was schijnbaar “to take back control”. Er is weliswaar een theoretische jaarlijkse financiële nettobaat van 8,5 miljard pond (9,5 miljard euro), maar als de handel hinder ondervindt van een restrictie op het vrije verkeer dan zou de uiteindelijke kost wel eens veel hoger kunnen liggen.

Het kan dan niet anders dan dat deze kost wordt gecompenseerd door de immateriële voordelen die niet langer deel uit te maken van de EU met zich meebrengt: geen Europese wetten meer, en volledige controle over immigratie.

Zowel de EU-27 als het VK nemen dus niet-materiële elementen mee in hun besluitvorming. En in tegenstelling tot materiële elementen kun je die niet objectief naar waarde ramen. De beste schatting die we hebben is gebaseerd op een economisch concept met twijfelachtige validiteit: de revealed preference (geopenbaarde voorkeur). Door hun keuzen zelf ‘openbaren’  beide zijden het ontastbare gedeelte van de vergelijking.

Niet irrationeel

Is het irrationeel voor een klein kind liever twee stukken van 50 cent te krijgen dan een enkel 1-euro munt?

We mogen hier niet zomaar het i-woord gebruiken. Al te vaak wordt slecht begrepen immaterieel nut geïnterpreteerd als irrationaliteit. Is het irrationeel voor een klein kind liever twee stukken van 50 cent te krijgen dan een enkel 1-euro munt? Welneen.

De pagadder ervaart hoogstwaarschijnlijk echt meer plezier met twee muntstukken in de hand dan met slechts een. Tenzij we weten wat de immateriële baat is van wat iemand nastreeft (of, in geval van negatief nut, probeert te vermijden), kunnen we en mogen we niet besluiten dat ze irrationeel handelen.

Maar het probleem met het waarderen van ontastbaar nut is niet beperkt tot onze perceptie van de keuzen van anderen. Wanneer we zelf materiële en niet materiële gevolgen van een keuze moeten afwegen, kunnen we dan werkelijk bepalen wat de ware prijs is van een ontastbaar element? Niet echt.

Of eigenlijk toch wel. Onze fysieke vereisten worden grotendeels bepaald door onze fysiologie. We hebben voedsel nodig, dat een bepaalde energetische inhoud moet hebben, en een bepaalde samenstelling om ons van essentiële nutriënten te voorzien.

We hebben water nodig om onze anatomie te laten functioneren. We hebben nood aan bescherming tegen de elementen zodat we niet prematuur ten onder gaan aan onderkoeling enzoverder. Dit soort noden delen we met alle levende organismen. We hebben er geen controle over – we kunnen niet besluiten dat we zullen overleven met minder calorieën dan we werkelijk nodig hebben, of zonder water of vitamine C.

Wat zoal niet gebeurt achter gesloten gordijnen… (foto: Juergen_G)

Maar onze ontastbare noden? Daar lijken we wel een keuze te hebben. Zitten we ermee in of de koffie en suiker in onze voorraadkast fairtrade zijn? Wij beslissen. Geven we erom of de mensen die in onze straat wonen in ons land zijn geboren of elders? Wat de kleur van hun huid is, of hun godsdienst? Het is aan ons.

We kunnen zelfs beslissen of we het ons aantrekken dat de buren kunnen nagaan dat ook wij (net als zij) beschikken over ondeugende lichaamsdelen, en ons de kost van gordijnen besparen. (We moeten misschien wel nagaan of dat ons niet strijdig maakt met wetten over exhibitionisme.)

De grote econoom John Maynard Keynes had het over animal spirits, verwijzend naar de emoties die ons soms leiden bij economische keuzen.  Maar eigenlijk zijn het precies die ontastbare aspecten van onze economie, en van ons economisch gedrag dat onze menselijkheid weerspiegelt, eerder dan wat we gemeen hebben met de dieren.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.