Essers maakt parking van waardevol Antwerps bos

 Leestijd: 3 minuten7

In 2013 kreeg transportbedrijf Essers een vergunning om eeuwenoud bos te kappen in ruil voor een “urgente economische ontwikkeling”. Vier jaar later ligt er een grotendeels lege parking. Essers paved paradise to put up a parking lot.

September 2013. Logistiek dienstverlener Essers NV kapt het Ferrarisbos in Antwerpen “omwille van een urgente economische ontwikkeling die honderden nieuwe jobs zal creëren” en maakt daarmee een einde aan maandenlang protest tegen de vernietiging van dit waardevolle bosgebied.

Een intrieste, nutteloze bestemming voor een locatie waar een paar jaar geleden nog eeuwenoude bomen wortelden.

December 2017. De dringende economische ontwikkeling en de jobcreatie waarmee Essers in 2013 zijn vergunningsaanvraag had beargumenteerd, bleek op lucht gebaseerd. Recent heeft Essers nu toch maar de betonmolens aangezet en er een oversized, grotendeels lege parkeerplaats van gemaakt. Een intrieste, nutteloze bestemming voor een locatie waar een paar jaar geleden nog eeuwenoude bomen wortelden. En dat in één van de meest volgebouwde steden van het bosarme Vlaanderen.

Steriel parkeerterrein

Het Ferrarisbos in Wilrijk had tot kort voor zijn vernietiging een groene bestemming op het gewestplan, waardoor het relatief goed beschermd was. Door middel van een zogenaamd beperkt plan van aanleg (BPA) werd het omstreeks 2005 ingekleurd als bedrijfszone.

De rest is geschiedenis: eigenaar Essers diende een aanvraag tot ontbossing in en argumenteerde dat de kap nodig was voor een dringende economische ontwikkeling die honderden nieuwe jobs zou genereren. Stad Antwerpen verleende de
ontbossingsvergunning. In september 2013 gingen de bomen onherroepelijk voor de bijl.

Op het moment van de kap wist Essers verdomd goed dat zijn klant – Veritas – al lang had afgehaakt voor het verdeelcentrum dat Essers op deze site wilde bouwen. Iedereen die de voorbije jaren de Fotografielaan in Wilrijk bezocht, stelde dan ook vast dat het perceel er ongebruikt en troosteloos bij lag.

Essers paved paradise and put up a parking lot (© Johan Peeters)

Daar is nu verandering in gekomen, want Essers heeft recent dan toch zijn betonmolens in gang gezet. Het resultaat is een steriel en veel te groot parkeerterrein op een plek waar er helemaal geen parkeernood blijkt te zijn. Essers paved paradise and put up a parking lot.

Zelden gebeurde de vernietiging van waardevolle natuur achtelozer en zinlozer dan in dit dossier. De compleet nodeloze destructie van dit bos is niet alleen een ontzettende blamage voor Essers zelf, het illustreert ook op treffende wijze de totale mislukking van het Vlaamse bosbeleid, en – ondanks aankondigingen over een betonstop – het failliet van onze ruimtelijke ordening.

Nog meer bos rooien

De verontwaardiging bij de publieke opinie over de nonchalance waarmee in dit en vele andere dossiers nog steeds met onze schaarse bossen wordt omgesprongen, neemt intussen hand over hand toe. Maar tegelijkertijd lobbyt Essers achter de schermen wel nog bij het Antwerpse stadsbestuur om ook wat nog rest van het Ferrarisbos te mogen rooien, en hebben ze natuurlijk ook hun zinnen gezet op Europees beschermde natuur in het Limburgse Genk.

Uit de manier waarop dit bedrijf omgaat met de natuur in haar omgeving spreekt niet alleen een ontginningsgedachte die de natuur nog altijd als oneindig voorradig en dus waardeloos en zelfs hinderlijk lijkt te beschouwen, maar het ademt ook een diep misprijzen voor de maatschappelijke meerwaarde die de natuur ons biedt.

Het is een benadering die niet meer van deze tijd is, en gelukkig zijn er ook andere voorbeelden, zoals duurzaamheidsplatform The Shift treffend bewees toen ze vorige maand tientallen creatieve sustainable partnerships tussen het bedrijfsleven en het middenveld in de bloemetjes zette.

Dit ademt een diep misprijzen voor de maatschappelijke meerwaarde die de natuur ons biedt.

Het Antwerpse ontbossingstraject van Essers doet bovendien heel wat vragen rijzen over de gegrondheid van de argumentatie in hun tweede overbekende ontbossingsdossier, in het Limburgse Genk. Ook daar zwaait Essers namelijk met de belofte van honderden nieuwe jobs als argument om – dit keer Europees beschermde – natuur te kunnen vernietigen.

Op zich is het al ongelooflijk dat Minister Joke Schauvliege, bevoegd voor de ruimtelijke ordening en het bosbehoud, de eerdere engagementen van de Vlaamse overheid én de Europese natuurwetgeving compleet negeert in dit dossier.

Daarvoor werd Schauvliege recent al teruggefloten door de Raad van State die het ruimtelijke uitvoeringsplan dat deze ontbossing mogelijk moest maken, schorste.

Dat Schauvliege bovendien ook blind blijft voor de overduidelijke parallellen met het precedent van Essers in Antwerpen, en desondanks toch buitengewone hand- en spandiensten blijft leveren om Essers het ontbossen mogelijk te maken, tot en met het inschakelen van toch wel twijfelachtige expertises, is niet meer of niet minder dan hallucinant te noemen.

Komiek Wouter Deprez stelde treffend vast dat “met zulke vrienden de bossen geen vijanden nodig hebben”.

Bosbeleid?

De daadkracht van Schauvliege in dit ontbossingsdossier staat in zeer schril contrast met de ondertussen talloze Boskaarten (geschrapt door minister-president Bourgeois), boswijzers (na jaren mist spuiten over de bosoppervlakte gaf minister Schauvliege recent toe dat verdere bijsturing nu toch noodzakelijk is), mislukte Boscompensatiemechanismen (het Rekenhof maakte in 2016 in een vernietigende studie brandhout van dit systeem), niet-gerealiseerde Bosuitbreidingen (waarop we inmiddels al 20 jaar wachten) en Omgekeerde Toegankelijkheden (een ogenschijnlijk sympathieke maatregel om meer toegankelijke natuur te creëren, die op het terrein echter niet realiseerbaar zal zijn).

Het Vlaamse bosbeleid rijdt zichzelf keer op keer vakkundig de gracht in.

Een objectieve waarnemer kan alleen maar vaststellen dat het Vlaamse bosbeleid zichzelf keer op keer vakkundig de gracht in rijdt. Na bijna tien jaar deze bevoegdheid in handen te hebben, is het bilan van de minister er een waar bijna 2000 hectare bos met vergunning is verdwenen, de boscompensatie hopeloos achterloopt, en er op tal van aspecten van bosbeheer en ruimtelijke ordening een brokkenparcours is gelopen van discutabele, slecht onderbouwde en vaak contraproductieve keuzes.

De Ferrarisparking van Essers is slechts één schrijnend voorbeeld uit deze lange reeks. Het maakt één ding duidelijk: onze ruimtelijke ordening en ons bosareaal zijn er slecht aan toe en ze worden beleidsmatig nog altijd stiefmoederlijk behandeld. Onbegrijpelijk, want de kostprijs van onze ruimtelijke wanorde wordt stilaan exorbitant hoog (en zadelt ons op met een competitieve achterstand ten opzichte van de ons omringende regio’s).

Uit tal van studies blijkt dat de maatschappelijke en economische voordelen van een voldoende aanbod aan (toegankelijk) bos, natuur en groen enorm zijn. Het merendeel van de publieke opinie beseft dit. Laat ons hopen dat ook de politici die het komende regeerakkoord zullen onderhandelen, ons bos, natuur en ruimtelijke ordening niet langer als een ondergeschoven kind behandelen.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Bert De Somviele

Bert De Somviele is directeur van BOS+, een belangenorganisatie die zich inzet voor meer en beter bos, in Vlaanderen én wereldwijd.