De doodgravers van de rechtsstaat

 Leestijd: 4 minuten2

De eerste voorzitter van het Hof van Cassatie noemde ons land een ‘schurkenstaat’. De hoge magistratuur hult zich meestal in een oorverdovend stilzwijgen als het om publieke stellingnames gaat.

Opdat een man als Ridder de Codt zoiets publiekelijk verklaart, moeten er ernstige reden voor zijn. Die zijn er ook. Nooit waren er tegelijk zoveel schandalen en parlementaire onderzoeken. Maar een staat kan maar een schurkenstaat zijn indien er ‘schurken’ zijn die er dat van maken. Wat is een schurk en wie komt daarvoor in aanmerking? En vooral: mag je dat in dit land wel zeggen of schrijven?

Schurk?

Walter De Smedt

Wat moet je doen om als dienaar van de staat als schurk te worden bestempeld? Het criterium is hetzelfde als voor iedere andere burger. Er zijn regels en voorschriften en als je die stelselmatig en met kennis van zaken naast je legt en daardoor de goede werking van de staat ondermijnt, vraag je zelf om als schurk te worden bekeken.

Het wordt nog erger wanneer je in de staat een hoge functie uitoefent, het voorbeeld zou moeten geven: hoe kan je van de anderen eisen dat zij zich naar de wet zouden gedragen als je dat zelf niet doet.

Eigen mening

Iedereen heeft recht op een eigen mening, en mag deze zeggen en schrijven. Vergissen is ook menselijk. Daar gaat het hier niet over: hier gaat het over een bewuste verdraaiing van de waarheid, het even bewust misleiden van de gemeenschap, en het nemen van maatregelen tegen de werking van de wet.

Wanneer dat gebeurt door politieke mandatarissen, hoge magistraten of ambtenaren is het gevolg daarvan niet te overzien: dan wordt de gehele werking van de staat op losse schroeven gezet, voelt niemand zich nog verplicht te doen wat van hem wordt verlangt, komt er verwarring en eindigt dat alles in een chaos.

Justitie

Justitie heeft als doel recht te maken wat krom is. Indien zij die daarvoor zijn aangesteld zich ‘krom’ gedragen, is er geen justitie meer mogelijk. Wie kan je nog geloven indien de behoeders van de wet zelf de wet aan hun laars lappen?

Dan gelooft geen mens er meer in. Daar staan wij dicht bij: welke burger heeft nog vertrouwen in justitie? In de bevragingen daarover scoort dit departement het laagst van allemaal. De meest dringende hervorming zou dus als doel moeten hebben de nodige maatregelen te nemen om de geloofwaardigheid terug te brengen: integriteit betekent dat je zegt wat je doet en je doet wat je zegt. Eigenlijk is daarvoor geen enkele maatregel nodig: het volstaat je er naar te gedragen.

Hervorming

Reeds een kwarteeuw tracht iedere justitieminister de justitie te hervormen. Daar is ook nood aan: het moet sneller, transparanter en doelmatiger. Aan iedere hervorming zijn er evenwel beperkingen.

Het moet vooreerst eerlijk blijven, en het mag geen wijziging brengen in de principes die zowel in onze grondwet als in de Europese en de universele regelgeving zijn verankerd omdat zij de basis vormen van het maatschappelijk leven zoals wij het in een lange historische evolutie hebben vorm gegeven: een hervorming van justitie mag geen aanleiding zijn om de Welvaartstaat en de Rechtsstaat te hervormen.

Dat het eerlijk moet blijven, betekent dat wie wil hervormen, zegt wat dat juist inhoudt, welke maatregelen tot welke gevolgen leiden. De grondwet wijzigen kan ook enkel op de daarvoor voorziene wijze, met een voorafgaande verklaring en een twee derde meerderheid, en het kan niet door handigheden die daarvan afwijken.

Wie?

Iedere wetswijziging behoeft de goedkeuring van de wetgever, van het parlement. Dat veronderstelt dat de parlementairen met kennis van zaken kunnen oordelen. Daarom worden wel meer experten gehoord. Daarvan wordt verwacht dat zij op onafhankelijke wijze een waarheidsgetrouwe weergave doen van de wettelijke mogelijkheden. Zij mogen daarbij ook een eigen standpunt innemen, zeggen of schrijven wat volgens hen de oplossing is.

Justitiepaleis Brussel (Foto: Kmeron)

Om deze reden vroegen de senatoren die twijfelden aan de wettigheid van de afkoopwet om experten te horen. Het was niet naar de zin van de regering, maar de senatoren hielden hun been stijf. Eén van de gehoorde experten was de befaamde professor Raf Verstraeten.

Hij bracht de senatoren in verwarring en deed hen geloven dat een uitgebreide minnelijke schikking pas mogelijk was na een voorafgaande schulderkenning. Dat stelde de senatoren gerust zodat zij het voorstel stemden.

Nadien bleek dat de professor was opgetreden als advocaat van de diamantairs voor wie de wet werd gemaakt en dat hij zelfs door hen werd betaald. Zou de afkoopwet er ooit zijn gekomen indien de senatoren dit hadden geweten?

In volle diamantoorlog ontkende de toenmalige Antwerpse procureur-generaal Yves Liégeois meermaals dat hij met de diamantairs had overlegd. Hij beweerde zelfs dat hij hen aan de deur had gezet. In de parlementaire onderzoekscommissie kon hij zijn eigen documenten niet weerleggen: daaruit bleek dat hij met de diamantairs had gelobbyd om de politieke besluitvorming te beïnvloeden.

Ook de justitieminister deed meermaals publieke verklaringen over wat hij bezig was en ging doen. Hij beloofde onder meer alle straffen te zullen uitvoeren, maar deed in de werkelijkheid net het omgekeerde. Om stakingen van het personeel te vermijden volgde hij het voorstel van de procureur-generaal: één er in is één er uit.

Maar de minister ging ook veel verder dan dat.

Tegen onze eigen grondwettelijke voorzieningen en de Europese en universele regelgeving in, verving hij in de gerechtelijke afhandeling de rechter door de procureur en het vonnis door een tussen de procespartijen gemaakte en op een opportuniteitsoverweging gesteund compromis.

Nadat het Grondwettelijk Hof deze maatregel had afgekeurd, duurde het een vol jaar vooraleer de minister er een reparatiewet van maakte en dan nog bleef de mogelijkheid tot schikken voor sommige misdrijven bestaan.

Hoewel de assisenprocedure, als verworvenheid van de Franse Revolutie, de meeste waarborgen biedt op een eerlijk proces en het, onbetwist, in de meeste landen de standaardprocedure is, ontnam hij de burger het recht om zelf te oordelen.

Ook de twee andere historische verworvenheden van ons strafrechtstelsel moesten er aan: de door het charter van 1196 van Albert Cuyck ingevoerde bescherming van de woonst en de door de Magna Carta van 1215 ingevoerde bescherming van de persoonlijke vrijheid, het ‘Habeas Corpus’ werden aangetast door het rechterlijk toezicht er in te beperken.

Wat heeft dit nog te maken met een snellere, een transparantere en een meer doelmatige werking van justitie? Waarom moesten juist de meest eminente verworvenheden van een langdurige maatschappelijke evolutie worden aangetast? Wat blijft er nog over van onze democratische rechtsstaat indien de uitvoerende macht ook voor deze fundamentele rechten de macht krijgt?

Dat het Grondwettelijk Hof ook deze veranderingen niet kon dulden en deze nu zelfs vernietigde was voor iedere strafrechtjurist een evidentie, maar niet voor de justitieminister.

Ondergraving

De Europese Commissie staat op het punt voor de eerste maal de sanctie uit te spreken waarbij aan Polen het stemrecht wordt ontnomen.

De Europese Commissie staat op het punt voor de eerste maal de sanctie uit te spreken waarbij aan Polen het stemrecht wordt ontnomen. Reden daarvan ligt in de herhaalde miskenning door dat land van de grondwettelijke en Europese normen.

De miskenning van de uitspraken van het Poolse Grondwettelijk Hof en de wil om de samenstelling van dit Hof te politiseren. Als je er de door het beleid van onze justitieminister genomen maatregelen naast legt is er geen enkel verschil tussen de Belgische en de Poolse wantoestanden. Dat het hier minder brutaal en handiger gebeurt, neemt niet weg dat het gevolg hetzelfde is: onze Rechtsstaat wordt er ernstig door aangetast.

Dat ons land daardoor bevestigt een ‘schurkenstaat’ te zijn geworden, is even duidelijk. Wie daarvoor zorgt, kan evenmin worden ontkend. Het is geen prettige start om aan het nieuwe jaar te beginnen, want er staat ons nog wat anders te wachten: de echte hervorming van de strafrechtprocedure die door dezelfde minister en dezelfde twee experten werd voorbereid zou er dit jaar moeten door geraken.

Het is nu zelfs geen Belgische aangelegenheid meer: gaat Europa voor de Belgische doodgravers van onze democratische Rechtsstaat een uitzondering maken?

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Is gewezen raadslid van Comité I en Comité P