ARIEC-team moet Antwerpen wapenen tegen georganiseerde criminaliteit

 Leestijd: 4 minuten2

Onder impuls van de minister van Binnenlandse zaken Jan Jambon werd zopas in Hasselt de ‘kick-off’ gegeven van het ARIEC, het Arrondissementele Informatie- en Expertisecentrum, dat een proeftuin moet zijn van de uitrol van de bestuurlijke aanpak van de georganiseerde criminaliteit.

Burgemeesters en lokale besturen moeten daarbij meer slagkracht krijgen voor de bestrijding van de georganiseerde misdaad. Naast Limburg krijgen ook Antwerpen en Namen een ARIEC, dat uit drie personen zal bestaan: een coördinator, een jurist en een specialist informatiebeheer.

“Het team staat ter beschikking van de burgemeesters om hen in specifieke dossiers te voeden met informatie van bepaalde inspectie- en veiligheidsdiensten, te helpen bij het opzetten van gecoördineerde controleacties tegen bepaalde winkels, horecazaken of evenementen door zogenaamde ‘flexteams’.” (Knack 5 december ’17).

Walter De Smedt

Dat er ook op lokaal vlak wat moet gedaan worden aan de georganiseerde criminalitet is geen nieuws. Het is integendeel een laattijdige uitvoering van menige studies en vaststellingen door allerhande internationale en nationale instanties en van Europese richtlijnen.

Onze senaat richtte er zelfs in juli 1996 een ‘Onderzoekscommissie naar de georganiseerde criminaliteit’ voor op. Zij kreeg als hoofdopdracht de georganiseerde misdaad in België in kaart te brengen en tegelijkertijd na te gaan met welke wettelijke middelen er tegen kan worden opgetreden.

De secretaris van de commissie, Hugo Coveliers, lichtte toe waarom dat noodzakelijk was:

“De vaststelling dat in steden als Antwerpen en Luik de georganiseerde criminaliteit prominent aanwezig is, wekt verbijstering omdat sommigen nooit hebben willen aanvaarden dat de georganiseerde criminaliteit ook in België bestaat. De georganiseerde criminaliteit is het meest actief in die landen waar zij de minste weerstand ondervindt. Dat was het geval in België omdat men het probleem lange tijd niet heeft willen zien. Nu wel. Hopelijk wordt het daardoor ook beter beheersbaar. Daartegenover staat dat de contrastrategieën nu ook brutaler en gewelddadiger dreigen te worden.” 

Om de vervolging van georganiseerde criminaliteit mogelijk te maken, werden de criteria van het misdrijf vergemakkelijkt. Er moet aan de volgende vier criteria worden voldaan:

  • samenwerking van twee of meer personen
  • de samenwerking heeft plaats over een langere periode
  • om ernstige misdaden te plegen
  • met als doel macht en geldelijk gewin.

Nu wel?

Is de vaststelling die senator Coveliers in 1999 deed nog wel actueel? Beseffen wij wel voldoende waar de gevaren zitten en handelen wij in de praktijk wel naar wat wij in commissies en op studiedagen verklaren? 

Er is alvast één groot onderzoek waarvan de vaststellingen alle kenmerken van georganiseerde criminaliteit vertoont: de Kazachgate

De hoofdverdachte Patok Chodiev, een omstreden Oezbeekse zakenman die volgens de Forbes lijst 1,84 miljard dollar waard is, kwam in 1996 in België in opspraak naar aanleiding van een onderzoek naar schermvenootschappen om vastgoedtransacties te verrichten.

Toen leidde het onderzoek van de Brusselse onderzoeksrechter Roggen niet tot een strafproces. Dat was door een beslissing van de raadkamer van februari 2011 wél het geval: Chodiev stond voor de strafrechter wegens valsheid in geschrifte, gebruik van valse stukken, witwassen en bendevorming.

Maar er werd een wet gemaakt om dergelijke vorm van criminaliteitsbestrijding te ontlopen: hij kreeg een minnelijke schikking van 522.500 euro. Omdat de lekken uit een in Frankrijk gevoerd onderzoek uitwezen dat die schikking ingegeven was door de vraag van het Franse Elysée om een verkoop van gevechtshelikopters mogelijk te maken, besefte het Belgisch Parlement dat het bij de voorbereiding en het maken van de wet om de tuin werd geleid door een criminele organisatie. Het beste voorbeeld van hoe de georganiseerde criminaliteit de werking van de staat op het hoogste niveau kan ontwrichten.

Luik

Vandaag begint te Luik een ander proces: dat van de bouw van de afvaloven van Herstal. Alain Mathot werd op 29 november 2011 in verdenking gesteld wegens passieve corruptie en het witwassen van geld.

Hij ontkent elke betrokkenheid in de zaak. Het Franse bedrijf Inova sleepte het contract van 170 miljoen in de wacht voor de bouw van de verbrandingseenheid van Uvelia op het terrein van de intercommunale Intradel in Herstal. Het onderzoek gaat over steekpenningen die Inova daarbij betaald zou hebben.

Volgens Marianne werden de Waalse belastingbetalers 13 miljoen euro lichter gemaakt om de zakken te vullen van enkele verkozenen, consultants en zakenlui (Het Laatste Nieuws, 12 juli 2013).

Ook in deze zaak zijn de vier voorwaarden voor georganiseerde criminaliteit duidelijk aanwezig: samenwerking van twee of meer personen, over een langere periode, om ernstige misdaden te plegen, met als doel macht en geldelijk gewin.

Bovendien werd in dit proces ook een andere oude gekende in verdenking gesteld: de Luikse zakenman Léon-François Deferm. Zou dat om dezelfde Deferm gaan die ook op de webside van de Bende van Nijvel wordt genoemd?

Luikse zakenman in de farmacie en boezemvriend van PS-kopstuk Guy Mathot, genoemd in Agusta-schandaal en de zaak Cools. Zijn bedrijf Trident Technology Holdings, voortspruitend uit het overgenomen technologiebedrijf Unisys, was verwikkeld in de smeergeldaffaire rond de Agusta-helikopters voor het Belgische leger.

Hoewel er ernstige aanwijzingen werden voorgelegd van mogelijke corruptie, werd geen opheffing van de parlementaire onschendbaarheid verkregen zodat Mathot niet verder kon vervolgd worden

Wellicht waren de parlementairen die over de opheffing van de onschendbaarheid van hun collega Mathot moesten stemmen het verslag van de senatoriele onderzoekscommissie naar de georganiseerde criminaliteit, het Agusta-schandaal en de moord op minister van staat Cools vergeten.

Hoewel er ernstige aanwijzingen werden voorgelegd van mogelijke corruptie ten bedrage van 700.000 euro, werd geen opheffing van de parlementaire onschendbaarheid verkregen zodat Mathot niet verder kon vervolgd worden. Als een andere vorm van ‘uitgebreide schikking’ kan dat tellen! Werd het parlement andermaal om de tuin geleid?

Antwerpen

Antwerpen is in de ban van een ander dossier: de mogelijke banden tussen het stadsbestuur en een bouwpromotor. Ongeacht wat er over deze zaak wordt geschreven is het vanuit een professioneel standpunt belangrijk na te gaan of er elementen zijn die aanleiding kunnen geven tot wat de minister van Binnenlandse zaken met het ARIEC project wil bekomen.

“Het team staat ter beschikking van de burgemeesters om hen in specifieke dossiers te voeden met informatie van bepaalde inspectie- en veiligheidsdiensten; te helpen bij het opzetten van gecoördineerde controleacties tegen bepaalde winkels, horecazaken of evenementen door zogenaamde ‘flexteams’.”

Ook een ander element wettigt deze belangstelling. In de Corruptiebarometer 200532 van Transparency International werd een toename van het fenomeen vastgesteld en ook een toename voor de komende jaren verwacht. Er werd ook aangegeven welke de gevoelige sectoren zijn: “De transportsector blijft tweede, maar de bouw, de horeca en de immobiliënsector volgen hier (samen) heel kort op. Hierna komen, in mindere mate, de detailhandel, de diamant-, dienstverlenings-, textiel- en elektronicasector.”

Het te Antwerpen opgerichte team zou daarom ook kunnen nagaan welke informatie bij bepaalde inspectie- en veiligheidsdiensten aanwezig is. Op de webside van De rijkste Belgen wordt beweerd dat

Wie diep spit in het verhaal van Erik Van der Paal komt terecht in een fascinerend verhaal van vastgoed, groot geld, fraude, corruptie en veel politiek. Apache schreef op 7 november 2017 een artikel onder de titel “De favoriete bouwpromotor van Bart De Wever (2): cocaïne, gijzelingen en faillissementen”.

Bovendien heeft Van der Paal in zijn emotioneel interview met De Standaard zelf toegegeven een zwaar drugprobleem te hebben. Het moet toch mogelijk zijn dat de coördinator, de jurist en de specialist informatiebeheer van het ARIEC team gaan spitten om deze beweringen te toetsen aan wat aan informatie beschikbaar is?

Samen met juiste financiële informatie die onder meer door de depistage commissie van de rechtbank van koophandel kan worden gegeven zijn de andere elementen in een professionele aanpak van corruptie noodzakelijk. Het één gaat veelal samen met het andere.

Het initiatief van minister Jan Jambon om ook in Antwerpen een ARIEC team op te richten komt dus net op tijd: het eerste dossier ligt voor de hand.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Is gewezen raadslid van Comité I en Comité P