De klacht die Liesbeth Homans niet kan vergeten

 Leestijd: 4 minuten1

Volgens Viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en armoedebestrijding Liesbeth Homans is er “Een groot verschil tussen bouwdossiers aan de kust en in Antwerpen”.

“De zaken aan de kust worden onderzocht door de Raad van State en door het parket op basis van een strafklacht”, zei ze dinsdag. “In Antwerpen is bij mijn weten enkel een klacht bij het integriteitsbureau neergelegd, maar die is niet gelinkt aan een concreet dossier” (bron Belga, 28/11/17 ).

Walter De Smedt

Mevrouw de minister van Binnenlands Bestuur vergeet echter de formele klacht die reeds van 6 oktober 2017 aan de Provinciegouverneur maar ook aan haar dienst Agentschap Binnenlands Bestuur werd overgemaakt.

Weliswaar deed Thomas Goorden deze klacht als burger. Wat maakt het uit: zowel op de provincie als bij het agentschap zijn daar specifieke procedures voor voorzien. Belangrijker is wat er in de klacht staat en wat zowel de minister als de gouverneur daar mee doen.

Als je de website van het agentschap raadpleegt heb je snel door wat er kan gebeuren: een klacht is niet ontvankelijk als deze  ‘politiek gevoelig’ is. Wat is politiek gevoelig en zijn er dan klachten in deze materie die dat niet zijn?

Goorden kreeg dus intussen antwoord van de provincie dat zij er niets aan kunnen doen maar hij wel naar de Raad van State kan stappen. Maar zelfs als zowel de minister als de gouverneur er zich met een ontvankelijkheid van afmaken hebben zij nog niet aan al hun verplichtingen voldaan.

Bij toepassing van artikel 29 van het wetboek van strafvordering is:

“Iedere gestelde overheid, ieder openbaar officier of ambtenaar die in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van een misdaad of van een wanbedrijf, verplicht daarvan dadelijk bericht te geven aan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen wier rechtsgebied die misdaad of dat wanbedrijf is gepleegd of de verdachte zou kunnen worden gevonden, en aan die magistraat alle desbetreffende inlichtingen, processen-verbaal en akten te doen toekomen.”

Vraag is dus wat er in die klacht staat.

De klacht

“Mag ik u met aandrang vragen beide besluiten geheel of gedeeltelijk te schrappen, vanwege hun fundamentele onwettigheid alsook hun maatschappelijke ongewenstheid vanwege het gevaar dat ze vormen voor de volksgezondheid”.

Waar het echt om gaat wordt als volgt omschreven:

”Eén van de bevoegde adviesraden, de GECORO, heeft hiervoor herhaaldelijk een ontegensprekelijk negatief (ongunstig) advies over uitgebracht. In gemeenteraadsbesluit 2017_GR_00556 wordt dit advies plots als “gunstig met voorwaarden” voorgesteld. Dit is een flagrante vervalsing van de feiten. Alleen al daarom dient dit besluit in zijn geheel geschrapt te worden”.

Nu zijn er wel meer burgers die overdrijven en al te snel in betwiste feiten een misdrijf zien. Vandaar dat het hier aangewezen is de ernst van de beweerde “flagrante vervalsing” aan andere elementen te meten.

En dat kan omdat ook andere burgers, die als leden van de GECORO tevens met een officiële opdracht zijn gelast, zich intussen publiekelijk over het dossier hebben uitgelaten.

In een artikel van De Morgen van 27-11-17 kwamen meerdere GECORO-leden aan het woord:

“Het verschil met het vorige stadsbestuur is echt dag en nacht (…) De schepen luistert niet naar ons. Hij begrijpt het ook vaak gewoon niet. We worden in Antwerpen teruggeworpen naar de jaren vijftig. Nochtans heeft iedereen in de stad toch recht op een veilige en gezonde omgeving? (…) Het was een uitgebreid en erg kritisch advies. Na de zomer bleek echter dat dit kritisch advies door de administratie de quotering ‘gunstig onder voorwaarden had gekregen’ (…) Omdat dit niet strookte met de inhoud van het advies, was er grote onrust binnen de GECORO. Meerdere leden vermoeden politieke druk.”

GECORO-lid Heylen sprak in “De zevende dag” zelfs over “de liaison dangereuse tussen enkele bouwpromotoren en de Antwerpse politiek”. “Onze burgervader is niet lief voor vele kindjes, maar voor één welbepaald kindje (…) De politieke beïnvloeding sijpelt zelfs binnen in onze adviesraad”, zei Heylen nog.

Evaluatie

De kritiek van de GECORO-leden kwam ook niet onverwacht. De Vlaamse overheid werd voordien reeds geconfronteerd met dezelfde kritiek en vroeg daarom aan Prof. Dr. Tom Coppens, Artesis-UA, en Prof. Dr. Joris Voets, UGent een evaluatie te maken.

De bedoeling van de evaluatie lag voor de hand:

“Vandaag – 12 jaar of twee lokale legislaturen later – beschikt het overgrote deel van de gemeenten, de vijf provincies en het Vlaamse gewest over dergelijke adviesraad. De inzet van lokale GECORO- en PROCORO-leden gedurende die 12 jaar kan niet onderschat worden. In talloze avondvergaderingen werden structuurplannen en uitvoeringsplannen besproken, bezwaarschriften gedelibereerd en standpunten geformuleerd. Pakken studiemateriaal werden daartoe verwerkt tegen vaak beperkte zitpenningen. Na al die jaren van GECORO-werking is er daarom nood aan een evaluatie. In welke mate heeft de inzet van mensen en middelen in de gemeentelijke en provinciale commissies van advies geresulteerd in een meerwaarde voor het ruimtelijke beleid? Of zijn ze, zoals sommigen soms durven suggereren, praatbarakken die weinig invloed hebben op het beleid? Verdienen het huidige decreet en de uitvoeringsbesluiten een correctie of werkt alles naar behoren?”

Het besluit was niet bemoedigend:

“Ondanks de geleverde inspanningen blijkt de doorwerking van de GECORO’s op het gemeentelijk beleid vrij mager. Uit onze antwoorden konden we opmaken dat we veelal te maken hadden met volgzame of slaafse GECORO’s, terwijl besturen niet altijd even overtuigd zijn van het nut van participatie via adviesraden. Verschillende mechanismen spelen hierbij wellicht een rol. Vooreerst wordt de samenstelling vanuit het College gestuurd, zodat te kritische stemmen misschien geweerd worden. Vervolgens is er de techniciteit van de dossiers, die vaak weinig deliberatie toelaten door niet-experten. En tenslotte zijn er de procedures, die de adviezen pas zeer laat in de besluitvorming toelaten, waardoor fundamentele bijsturing onmogelijk wordt.”

Zijn er uit de beschikbare elementen dan geen samenlopende, eenduidige en ernstige aanwijzingen dat er inderdaad valsheid zou gepleegd zijn? En moet iedere instelling of iedere ambtenaar die daar kennis van krijgt dan geen melding doen bij het parket?

Procureur

De volgende vraag is wat de procureur moet doen wanneer hij een soortgelijke aangifte krijgt. Dat staat in de omzendbrief nr 11/2015 van 1 oktober 2015 van het College van Procureurs-generaal: “Deze dossiers moeten prioritair behandeld worden”, is de duidelijke boodschap. “Corruptie verstoort ernstig het vertrouwen van de burgers in de overheidsinstellingen en vertekent de sociale en economische relaties.”

De omzendbrief bevat concrete maatregelen om te verhinderen dat justitie witwaspraktijken nog te laks aanpakt. Onderzoeken naar omkoping en corruptie mogen niet meer worden stopgezet omdat er te weinig mensen of middelen zijn.

Vlaams minister Liesbeth Homans (N-VA) (Foto: Reporters)

Parketten zullen ze als prioriteit moeten behandelen en er dus mensen voor moeten vrijmaken. Onderzoeken naar omkoping en corruptie zullen alleen nog mogen worden geseponeerd als een overste, dus een procureur of een procureur-generaal daar de toestemmingen voor geeft.

Onderzoeken naar corruptie door ambtenaren mogen alleen nog door ervaren magistraten gevoerd worden. Speurders van het parket moeten zich in hun onderzoeken meer beperken tot de kern van de zaak, om zo vertraging te vermijden door allerlei extra speurwerk (De Redactie.be 10/11/2015 ).

Tijd

Eigenlijk is het nog enkel een kwestie van tijd. De nu gereveleerde feiten bevestigen dat het nog erger is dan in de evaluatie van de werking van GECORO werd vastgesteld. Niet alleen de leden van die commissie maar ook de andere burgers zullen nu begrijpen dat er over wat hen erg aangaat, leven en wonen in de stad, een kloof is gegroeid tussen het stadsbestuur en de gemeenschap.

Als het bestuur daarin het been stijf houdt, zullen daar allerlei betwistingen en procedures uit voortkomen.

En als de bestuurlijke weg, het integriteitsbureau, de deontologische commissie en de klachtenafhandeling door de provincie en het agentschap Binnenlands Bestuur, niet helpt, zal de gerechtelijke weg worden gevolgd. De keuze ligt niet alleen bij de burger maar bij de verschillende bestuurlijke niveaus zelf.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Is gewezen raadslid van Comité I en Comité P