‘Dwaasheid is de regel, goed bestuur de uitzondering’

 Leestijd: 13 minuten0

Historica en meervoudig winnares van de Pulitzer Prize Barbara Tuchman legt in haar boek ‘The march of folly: from Troy to Vietnam’ bloot hoe de politiek werkt in moeilijke tijden. Een aantal cases bestudeerde ze van dichtbij zoals de wijze waarop de Britten Amerika verspeelden.

Barbara Tuchman trok 30 jaar geleden al de conclusie dat dwaasheid de regel is en goed bestuur de uitzondering. Het thema van bestuurlijk onvermogen blijft actueel, zoals gisteren met de Brexit en vandaag in Catalonië. Verrassend is dat het verhaal van Barbara Tuchman leest als een Brexit- en Catalonië-scenario avant la lettre.

Eigenbelang is dominant

De ingrediënten zijn telkens van eenzelfde soort. Soevereiniteit versus vrijheid is waar het om gaat, geld speelt een rol, eigenbelang is dominant. Een gevaarlijke cocktail die ervoor zorgde dat de Britse regering in de 18e eeuw de controle over de kolonies in Amerika kwijt speelde.

Het principe van de soevereiniteit van het Britse parlement botste toen met het eigenbelang nl. het behouden van een goede band met Amerika die noodzakelijk werd geacht voor de welvaart van Groot-Brittannië.

Tuchman geeft de feiten weer, legt verbanden en trekt conclusies. Zij is ook niet bang er een mening op na te houden. Zij waagt zich alles behalve aan speculatie of wat als-en, een verleidelijke hedendaagse toepassing van geschiedenis. Zoals ze het zelf stelde: ‘Het hypothetische heeft zijn charme maar de geschiedenis heeft te maken met de feitelijkheid van de politiek.’

Ze hanteerde in haar onderzoek duidelijke criteria. Haar onderzoek betreft de dwaasheid die erin bestaat een politiek te voeren die in strijd is met het eigenbelang. Dit moet op het ogenblik van de feiten al duidelijk zijn en niet achteraf.

Niets is oneerlijker dan de mensen van vroeger te beoordelen naar de huidige maatstaven. Er moet ook een alternatief beleid voorhanden geweest zijn terwijl men toch koppig vasthoudt aan zijn politiek.

Derde criterium: de gevoerde politiek moet deze geweest zijn van een groep en niet van één persoon zoals een dictator die zich alles kan veroorloven. Ergens halverwege de 18e eeuw, 1763. Moderne tijden lonkten. Zoals niet ongebruikelijk voerden de toenmalige Europese grootmachten weer eens oorlog. In de zevenjarige oorlog zegevierde Engeland ter land, ter zee en overzee over grote rivaal Frankrijk.

Amerika

De oorlog werd ook gevoerd op het Amerikaanse continent waar de betrokken landen elk hun eigen kolonies hadden. Engeland verkreeg territoriale uitbreidingen in Amerika. De oorlog had echter een gat in de begroting geslagen. Om dat gat te dichten wilde de Engelse regering o.a. de kolonies in Amerika belastingen opleggen om ze te laten bijdragen in de kosten van hun beveiliging, lees in het onderhoud van de in Amerika gestationeerde Engelse troepen.

Dat zagen de Amerikaanse kolonisten anders. Zij waren niet vertegenwoordigd in dat verre parlement in Londen. ‘No taxation witout representation’.

Een princiepskwestie voor de Engelse politici. Belastingen opleggen was immers een prerogatief van het soevereine Engelse parlement. Dat zagen de Amerikaanse kolonisten anders. Zij waren niet vertegenwoordigd in dat verre parlement in Londen. ‘No taxation witout representation’. Een princiepskwestie voor de Amerikaanse kolonisten. Een conflict was geboren.

Het Britse eigenbelang betekende het handhaven van de soevereiniteit met instemming van de kolonies. Dat was goed voor handel, vrede en welvaart aldus Barbara Tuchman. Zoals een toenmalig toonaangevend politicus het uitdrukte: het behoud van Amerika was economisch, politiek en moreel voor het moederland meer waard dan enig bedrag aan belastingheffing zou kunnen opleveren.

De adel maakte traditioneel de dienst uit in de Britse regeringen en in het ambtenarenkorps. Bekwaamheid of ervaring was geen noodzaak, een titel des te meer. In een sfeer van ons kent ons trokken een 200-tal zeer rijke, bevoorrechte families aan de touwtjes. Port en jicht, paardenraces en gokken, feesten en de jacht bepaalden aanzienlijk hun dagelijks leven.

Noblesse oblige

Het landsbestuur was een zaak van noblesse oblige. Verantwoordelijkheidszin was hun motivatie om het landsbestuur op te nemen. Het uitdelen van postjes aan minder fortuinlijke familieleden was meegenomen. Macht en status hadden ook hun aantrekkingskracht.

Er bestond in Engeland een beperkte parlementaire traditie zij het voor de happy few. De eerste minister had nog niet de macht die hij later zou krijgen. Politieke partijen zoals we die vandaag kennen, waren er niet. Leden van het Lagerhuis hadden hun zetel bekomen via hun connecties of gewoon gekocht.

George III, (foto: (c) wikimedia)

In ruil voor een overheidsfunctie steunden zij de regering. Aan het hoofd stond de koning, George III, bevooroordeeld, amper opgeleid en naar eigen zeggen besluiteloos. Nog steeds in staat ministers te benoemen en te ontslaan, probeerde George het politieke spel naar zijn hand te zetten en dit tegen de tijdsgeest in.

Aan beide kanten van de oceaan werd steeds vaker om vrijheid geroepen. De afstand tussen Londen en de kolonisten was groot, ook mentaal. Het was de drang naar vrijheid die velen uit Engeland naar Amerika had gedreven. De band met het moederland werd geleidelijk aan dunner.

In Londen stond Amerika niet hoog op de politieke agenda. De nieuwe regering Grenville gaf in november 1763 opdracht de bestaande invoerrechten te innen tot de laatste cent. Er kwam belasting op de suiker die in Amerika werd ingevoerd en een zegelbelasting, een belasting op bepaalde documenten, boeken en kranten enz., een belasting die overigens ook in Engeland zelf al bestond.

Belasting

De kolonies waren het echter niet gewoon om een belasting opgelegd te krijgen door Londen. Dat zij zouden bijdragen in de kosten van hun verdediging was één zaak, dat Londen besliste over de wijze waarop een andere. Volgens Barbara Tuchman was toen een alternatief voorhanden: de kolonies zelf laten beslissen over een belasting.

Dat dit niet gebeurde had te maken met het feit dat het voor Grenville om een princiepskwestie ging: het recht van het Britse parlement om belastingen op te leggen. Kranten, pamfletten, verzoekschriften, rapporten uit de kolonies logen echter niet. Allen waarschuwden voor het verzet van Amerika tegen een door Londen opgelegde belasting.

Tegen beter weten in zette Grenville door. In Londen overheerste de mening dat de kolonies best wat dankbaar mochten zijn voor de weldaden vanuit Engeland. De Amerikanen zagen in de Britse plannen een poging hen tot slavernij te brengen. Amerika reageerde met een boycot. Een eigen vertegenwoordiging in het Britse parlement interesseerde de kolonisten niet.

Cultureel was de band nog nauw maar politiek hoe langer hoe minder. Amerikanen vonden het Britse politieke systeem corrupt en de kloof tussen arm en rijk stuitend. Eenmaal zetelend in het Britse parlement zouden ze nog weinig argumenten hebben om zich tegen een belasting te verzetten.

‘Rijk, paardenliefhebber en onervaren’

En geld speelde zoals steeds een belangrijke rol. Door de boycot verloren de Engelse havens werk en geld. De opgelegde belastingen kostten meer dan dat ze ooit konden opbrengen. Een nieuw Engels kabinet onder leiding van de markies van Rockingham, rijk, paardenliefhebber en onervaren, was verdeeld.

Niet wetende wat te doen, verliet Rockingham zich op het oordeel van zijn secretaris, Edmund Burke die later als politicus hoge ogen zou gooien. Hij was voorstander van het intrekken van de wet om zo de goede verstandhouding met de kolonies te herstellen. Het eerste gebeurde, het tweede niet.

Na heftige debatten in het parlement waarbij de nadruk kwam te liggen op de economische gevolgen van de wet, werd zij ingetrokken. Tegelijk werd een verklaring van parlementaire soevereiniteit afgekondigd waarbij het recht van het Britse parlement werd bevestigd om wetten af te kondigen die ook in de Amerikaanse kolonies bindend waren.

Handel heeft zijn prijs, trots ook. Noch de wet zelf noch de intrekking ervan was dwaasheid aldus Barbara Tuchman. Er waren argumenten voor de wet zoals het proberen verkrijgen van inkomsten uit de kolonies. Een argument voor de intrekking ervan was de onmogelijkheid ze uit te voeren.

Verzet

Wanneer regeringen worden geconfronteerd met bedreigingen zullen ze proberen die dreiging ongedaan te maken zonder ze te onderzoeken stelt Barbara Tuchman. Dat is precies wat de Britse regering deed. Zij zag niet het falen van haar beleid, zij zag enkel de rebellie.

Een precedent was echter geschapen. De kolonisten zagen dat verzet het gezag van het Britse parlement kon ondermijnen. Zonder nieuwe provocaties leek verzoening evenwel niet onmogelijk. Wanneer regeringen worden geconfronteerd met bedreigingen zullen ze proberen die dreiging ongedaan te maken zonder ze te onderzoeken stelt Barbara Tuchman. Dat is precies wat de Britse regering deed. Zij zag niet het falen van haar beleid, zij zag enkel de rebellie.

Een les in soevereiniteit was wat op de agenda van de Britse regering stond. Een wet van 1766 verplichtte de kolonies mee in te staan voor het onderhoud van het Britse leger in Amerika. New York, waar het gros van de troepen gelegerd was, weigerde te betalen. Het Engelse parlement in Londen verklaarde daarop alle besluiten van de plaatselijke volksvertegenwoordiging in New York nietig totdat zij het geld ter beschikking had gesteld.

Het weinige krediet dat sommige regeringsleden probeerden op te bouwen in de kolonies werd definitief verspeeld door het eigenzinnige optreden van minister van Financiën Townshend.

Om politieke redenen van populariteit stemde hij zonder overleg binnen de regering in 1767 in met een verlaging van de grondbelasting in Engeland. Dit was volgens hem mogelijk indien de kosten voor het bestuur van de kolonies in Amerika door de kolonies zelf werden gefinancierd.

Er werd o.a. een heffing op het invoeren van thee in Amerika opgelegd. Uit vrees voor de val van het kabinet stemden de andere ministers in. Townshend kon zijn zin doordrijven bij afwezigheid van de formele eerste minister, Pitt, gekweld door jicht en depressie.

Eigenbelang voor alles: de ambitie van Townshend om zelf eerste minister te worden, de belastingverlaging die door de lagerhuisleden in dank werd aanvaard, het behoud van de eigen positie door de andere ministers. Townshend peperde het de Amerikanen nog eens in bij het indienen van de wet in het parlement door met zoveel woorden te zeggen dat de inkomsten bedoeld waren ter dekking van de kosten van de koloniale defensie en het ambtelijke apparaat.

De provocatie te veel

De provocatie te veel. De volksvertegenwoordiging van Massachusetts riep de andere kolonies op zich tegen elke belastingheffing te verzetten. De andere kolonies sloten zich hier pas bij aan nadat de nieuwe Engelse minister voor koloniën ermee gedreigd had de volksvertegenwoordiging van Massachusetts te ontbinden evenals dat van elke andere kolonie dat zijn voorbeeld zou volgen.

De Customs Board, belast met de inning van de belastingen, vroeg in februari 1768 bescherming van een oorlogsschip en troepen. Het gebruik van geweld deed zijn intrede voor iemand er erg in had. De hertog van Bedford die achter de schermen aan heel wat touwtjes trok, had een duidelijk standpunt over Amerika: zes fregatten en een brigade volstaan om de onbeschaamde Amerikanen eronder te krijgen.

Opnieuw werd de invoer uit Engeland in Amerika geboycot door de kolonisten. In Engeland zelf kreeg de regering af te rekenen met een algemene drang naar meer vrijheid wat tot uiting kwam in de zaak Wilkes.

Na kritiek op de koning werd hij, nochtans lid van het Lagerhuis, door het koningsgezinde parlement vogelvrij verklaard. Een aanslag op de vrijheid en het parlement, schreeuwde de oppositie. Na verloop van tijd dook Wilkes weer op als kandidaat bij verkiezingen en een carrousel van verkiezing en schorsing begon.

Rellen en plunderingen waren het gevolg. Aan beide zijden van de oceaan werd dezelfde strijd om vrijheid gevoerd. Wanneer de Engelse export naar Amerika door de boycot kelderde, begon ook de regering in te zien dat de belastingen dwaasheid waren geweest. De gebeurtenissen in Engeland en Amerika zorgden voor enkele portefeuillewisselingen totdat lord North op de stoel van eerste minister terecht kwam.

Compromis

Hij zou twaalf cruciale jaren aan de macht blijven. Hij genoot de voorkeur van de koning maar niet van zichzelf. Hij vond dat de functie grote talenten vereiste van iemand die in staat was verstandige plannen te formuleren en dat hijzelf in elk geval niet zo iemand was.

Hij zocht een manier om de wet Townshend in te trekken zonder de schijn op te wekken dat Londen zijn recht tot belastingheffing in Amerika opgaf. Een wet uit de tijd van Hendrik VIII die bepaalde dat verraders uit het buitenland (Amerika) in Engeland moesten worden berecht, werd vanonder het stof vandaan gehaald maar nooit uitgevoerd.

Belastingen opleggen en ze vervolgens intrekken, troepen sturen en terugtrekken, dreigementen uitten maar ze niet hard maken. Geloofwaardig kwam het beleid niet meer over. Een debat in het Lagerhuis verzandde in het spel om de macht tussen regering en een verdeelde oppositie. Geleidelijk aan werden echter ook in Amerika de handelaars de boycot beu en in 1772 gingen de Amerikaanse havens terug open voor Britse handel.

Dit betekende een periode van rust waarin men had kunnen zoeken naar een compromis. Het woord creativiteit stond echter niet in het woordenboek van lord North en de zijnen. Toen de Gaspée, een schip van de Engelse douane dat controleerde op smokkel, vastliep voor de kust van Rhode Island werd het prompt tot zinken gebracht door de kolonisten.

Landverraad volgens de Engelsen en ze eisten de uitlevering en overbrenging naar Engeland van de schuldigen. Beloningen voor informatie werd beloofd. Geen enkele informant daagde op. Geen enkele schuldige werd dus gevonden. Andermaal kon Londen wat zij haar recht achtte niet waarmaken.

Boston Tea Party (foto: (c) wikipedia)

Boston Tea Party

En dan was er de Boston Tea Party. De Britse Oost Indische Compagnie zat op een berg thee omdat de Amerikanen massaal Nederlandse thee smokkelden om zo de invoerheffingen te vermijden. De Tea Act van mei 1773 maakte het de Oost Indische Compagnie mogelijk haar thee te dumpen aan lagere prijzen dankzij drastisch verlaagde heffingen. Andere theehandelaars en smokkelaars waren niet opgezet.

Politieke agitatoren vervoegden hun rijen en algauw schrikte de Oost Indische Compagnie ervoor terug haar thee aan land te brengen in de Amerikaanse havens. In Boston meerden de schepen wel aan waarop kolonisten in de nacht van 16 december 1773 de theekisten in zee kieperden.

Londen zag maar één weg: strafmaatregelen. Deze wakkerden de vijandigheid alleen maar aan. Het Britse parlement sloot de haven van Boston tot nader order. Londen nam zo goed als het volledige binnenlandse bestuur van Massachusetts over. Het werd mogelijk om Engelse ambtenaren beschuldigd van een misdrijf in Massachusetts te berechten in een andere kolonie of in Engeland.

Bij gebrek aan beschikbare kazernes kon het leger ingekwartierd worden bij particulieren. Een generaal werd naar Massachusetts gestuurd als nieuwe gouverneur. Tegelijkertijd kregen de Canadese kolonies allerlei gunsten zoals het tolereren van het katholicisme en het verleggen van de grenzen van Canada ten koste van Amerika. Qua timing bijzonder ongelukkig.

Waarom dachten de Britse beleidmakers dat deze maatregelen rust zouden brengen gezien de reactie van de kolonisten op eerdere strafmaatregelen? Onwetendheid of doelbewuste provocatie? Waarschuwingen van mogelijk geweld kreeg de regering voldoende van de oppositie, van generaals en van gouverneurs.

Solidariteit

Waarschuwingen leiden echter tot niets wanneer de toehoorder er anders wenst over te denken aldus Barbara Tuchman. Solidariteit overspoelde Amerika. Wat Massachusetts overkomt kan ons ook overkomen, redeneerden de andere kolonies. Steeds meer werd in de Engelse maatregelen een doelbewust plan gezien om hen tot slavernij te brengen. De kolonies stuurden aan op een openlijke breuk.

Een eerste continentaal congres van kolonies riep in 1774 op tot zelfbestuur met inbegrip van eigen belastingen en intrekking van de Engelse maatregelen. De Britse minister van oorlog was ondertussen al tot de conclusie gekomen dat een landoorlog in Amerika zinloos, kostbaar en niet te winnen was.

Oorlog als bewijs van de Engelse suprematie zonder een overwinning te kunnen waarmaken hoefde hij niet. ‘Oorlog zal meer kosten dan zelfs succes kan opbrengen. De strijd gaat enkel om eer.’ Hij diende zijn ontslag in wat geweigerd werd door de koning en North. Kwestie van eensgezindheid uit te stralen.

‘Leuk of niet: de Amerikaanse vrijheidsdrang is een feit’

Eén van de oppositieleiders, Burke, waarschuwde de regering: ‘Leuk of niet, de Amerikaanse vrijheidsdrang is een feit. Ze kan niet worden teniet gedaan en daarom rest ons maar één ding: ons ermee verzoenen, ons erbij neerleggen als een noodzakelijk kwaad.

Op dezelfde wijze als ze politiek bedreef, voerde de Engelse regering oorlog: verdeeld, wispelturig, blind voor informatie zonder de genoegens, de gemakzucht en de vrienden te verwaarlozen.

Dat vereist grootmoedigheid wat enkel grote geesten is weggelegd.’ Koning, regering en de meerderheid in het parlement gingen voor de militaire optie. Vanuit hun denken van de eigen suprematie leek de overwinning op dat geteisem vanzelfsprekend. Op dezelfde wijze als ze politiek bedreef, voerde de Engelse regering oorlog: verdeeld, wispelturig, blind voor informatie zonder de genoegens, de gemakzucht en de vrienden te verwaarlozen.

De jacht en het vissen op zalm eisten hun tijd op. Zelfbedrog ook. Op 23 augustus 1775 liet de regering een verklaring uitgaan over de onderdrukking van de rebellie ervan uitgaande dat de opstand het werk was van een kleine groep van gevaarlijke lieden. Niets was minder waar. Rapporten waarschuwden dat alle klassen van de bevolking erbij betrokken waren.

In eigen land was de oorlog niet populair. Aangezien de regering niet voldoende rekruten in eigen land vond, was men aangewezen op Duitse huursoldaten. Meer dan één generaal of admiraal weigerde dienst. De overheersende mening bleef echter dat de Britse suprematie tot gelding moest worden gebracht.

Terwijl eerste minister North nog twijfelde of er al dan niet een vredesmissie zou worden gestuurd, riepen de kolonies hun onafhankelijkheid uit. De hardliners binnen de regering kregen definitief de overhand. Wilden de kolonies oorlog, dan zouden ze die krijgen. De strijd verliep met wisselend succes totdat de Engelsen een zware nederlaag leden bij Saratoga. Oorzaak was dat de ene bevelhebber niet op de hoogte was van het offensief van de andere.

Een aanmoediging voor de Amerikanen, een zware morele en materiële klap voor de Britten: een onvervangbaar leger van 8000 man ging verloren. Lord George Germain, minister voor koloniën, was verantwoordelijk voor het gebrek aan coördinatie. Hij kreeg bakken kritiek maar bleef aan.

Frankrijk

Bovenal dook een oud spook op: Frankrijk. Deze traditionele vijand van Engeland sloot een bondgenootschap met de Amerikanen en erkende hun onafhankelijkheid.

Bovenal dook een oud spook op: Frankrijk. Deze traditionele vijand van Engeland sloot een bondgenootschap met de Amerikanen en erkende hun onafhankelijkheid. Eerste minister North was nu wel bereid tot concessies die, als ze gedaan zouden zijn vóór de oorlog, de oorlog heel goed hadden kunnen vermijden.

Alles leek bespreekbaar behalve de onafhankelijkheid en de controle op de handel. Het land, meerderheid en oppositie, moesten nog wennen aan het idee dat Amerika verloren was. Met het idee van Amerika te verliezen hing de gedachtegang samen dat Engeland zelf zou ten onder gaan omdat de handel met Amerika van essentieel belang werd geacht voor de welvaart van Engeland en omdat Frankrijk een bedreiging vormde voor Engeland.

De marge om te onderhandelen slipte weg toen Germain een deel van de overgebleven troepen uit Amerika terugtrok ter verdediging van West-Indië tegen de Fransen. De oorlog duurde nog vier jaar voort.

Parlement en publiek keerden zich meer en meer tegen de oorlog. Koning George daarentegen weigerde in te zien dat hij zou verliezen. De schande die verliezen zou brengen en de gedachte dat het onder zijn bewind gebeurde waren ondragelijk.

De Amerikaanse opstand bracht ook inspiratie in Engeland zelf met bewegingen en petities tot politieke hervormingen. In Londen braken rellen uit. Het duurde drie dagen vooraleer het leger de situatie onder controle kreeg.

De Amerikaanse opstand bracht ook inspiratie in Engeland zelf met bewegingen en petities tot politieke hervormingen. In Londen braken rellen uit. Het duurde drie dagen vooraleer het leger de situatie onder controle kreeg. Spanje verklaarde de oorlog, Nederland hielp de rebellen. In oktober 1781 werden de Engelse troepen in Yorktown tot overgave gedwongen na een omsingeling ter land en ter zee door Amerikanen en Fransen.

Gevoel van superioriteit

Het spel was over, tot grote opluchting van lord North. Uiteindelijk kon hij de koning overtuigen zijn ontslag te aanvaarden. De oppositie trad aan. De nieuwe regering sleepte zich naar de onderhandelingen om daar moeizaam toch de onafhankelijkheid van de VS te erkennen.

De conclusie van Barbara Tuchman is onthutsend: de Britse dwaasheid was gelegen in een gevoel van superioriteit waar niets en niemand afbreuk aan kon doen. Zulke mentaliteit leidt tot onwetendheid omtrent de wereld en anderen omdat ze de nieuwsgierigheid onderdrukt. Geen minister had ooit voet gezet op Amerikaanse bodem. Ze waren niet geïnteresseerd in de Amerikanen.

Het politieke systeem bracht een klasse voort voor wie macht een evidentie was. Een bevoorrechte maar zelfgenoegzame klasse is niet per definitie geschikt voor een competent bestuur.

Andere conclusie: het politieke systeem bracht een klasse voort voor wie macht een evidentie was. Een bevoorrechte maar zelfgenoegzame klasse is niet per definitie geschikt voor een competent bestuur. Barbara Tuchman geeft hoog op over het Amerikaanse bestuurssysteem zoals het was ontworpen door de founding fathers en dat twee eeuwen lang bestand was tegen elke crisis.

Ze formuleert echter onmiddellijk een bedenking: natuurlijk kan hierin verandering komen als de incompetentie hand over hand zou toenemen. Ook: misplaatste waarde hechten aan eer, het haalbare opofferen aan het principe. Verliezen of winnen, het eindresultaat druiste hoe dan ook in tegen hun eigenbelang nl. goede relaties onderhouden met de kolonies.

Lichtpunten waren er ook. Vijftig jaar na Amerika verleende Groot-Brittannië aan Canada de Gemenebest-status om daar een herhaling van de Amerikaanse opstand te voorkomen. Hoewel het verlies van Amerika als een doemscenario voor Groot-Brittannië zelf gold, belette dat verlies niet dat Groot-Brittannië de volgende eeuw het wereldtoneel beheerste. Uiteindelijk groeiden Groot-Brittannië en de VS opnieuw naar elkaar toe in een special relationship waarbij Groot-Brittannië zich schikte in de rol van junior partner.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Dirk Vander Peypen

Er is geen biografische informatie beschikbaar voor deze auteur.