Wil Koen Geens belastingsfraude ‘depenaliseren’?

 Leestijd: 5 minuten1

Na de Panama Papers hebben wij nu de Paradise Papers: welke naam gaan wij bedenken voor het volgende schandaal? De brave burger bekijkt het als een sprookje van duizend en één nacht. Maar dat is het niet. Intussen betaalt hij zich blauw aan belastingen en krijgt hij zo goed als niets voor zijn eigen spaargeld, net het omgekeerde van wat de papers van vandaag en die van morgen reveleren. Hoe is dat toch mogelijk?

Concurrentie

Walter De Smedt

Zowel in Europa als in de gehele wereld woedt een hardnekkige concurrentiestrijd. Onder het mom van tewerkstelling, braderen landen met belastingvoordelen. Een win-win operatie is dat niet, het voordeel dat je uit tewerkstelling kan halen, verlies je door wat je aan belastingen weggeeft.

Uiteindelijk is het de tewerkgestelde, de brave burger, die het gat moet dichten. Bovendien komt er wellicht een nieuwe crisis, alweer als gevolg van nieuwe rommelkredieten. Ook daar is de oorzaak gekend: aandeelhouders die twintig procent return willen en CEO’s die met bonussen worden betaald om te besparen ten koste van de werknemer.

Straffeloosheid

Benjamin Franklin: ‘We weten dat er slechts twee zekerheden zijn in het leven, en dat is de dood en dat wij ieder jaar belastingen moeten betalen’

Benjamin Franklin zei al in de 18de eeuw: “We weten dat er slechts twee zekerheden zijn in het leven, en dat is de dood en dat wij ieder jaar belastingen moeten betalen”. Het is zo oud als de mensheid. Wie zijn tienden niet betaalde, werd er voor gestraft: als je met opzet nalaat belasting te betalen noemt dat fraude.

Het probleem zit echter niet bij wie niet wil betalen, het zit bij wie niet wil ontvangen: de staat is zelf schuldig omdat deze in de concurrentiestrijd allerlei achterpoortjes open zet en omdat fraude met twee maten en twee gewichten wordt gewogen. Wie een loon ontvangt, krijgt zelfs niet de kans om te frauderen: de staat int reeds op voorhand, aan de bron.

Voor het grote geld is dat anders: notoire intrest en rulings. Wat doe je er aan? Voor de gewone burger is het antwoord gekend: moet je eens wagen wat in de aangifte te vergeten of niet te betalen wat je in de bus krijgt. Je zou dan kunnen denken dat het voor iedereen zo is: de staat laat toch niets liggen?

Afkopen

Op de algemeen verspreide bewering dat in deze wereld alles te koop is had de rechtsstaat een uitzondering bedacht: schuld aan een misdrijf kan je niet afkopen. Dat was ook een verworvenheid van de welvaartstaat: de welvaart was voor iedereen bedoeld.

Omdat een procureur zich niet met de kleine dingen kon bezig houden, werd de vervolging van overtredingen omgezet in de betaling van een schikking en werd dat nadien een contributie, een financiële bijdrage, genoemd.

De advocaten van de grote fraudeurs zagen er een kans in om aan de vervolging en bestraffing van hun cliënten te ontsnappen: laten wij het ook voor ‘de grote dingen’ doen. Daarvoor moest evenwel een basisprincipe van de rechtsstaat en de welvaartstaat worden weggewerkt. De gelijkheid tussen alle burgers, groot en klein.

Niet eenvoudig want daarvoor moet je eerst langs de wetgever gaan en er bovendien ook de procureurs van overtuigen.

The Gate

Door de zakenadvocaten werd in de muur van de rechtsstaat een opening gevonden: ‘too big to prosecute’, grote bedrijven zijn te groot, te machtig, om te vervolgen. Het is zoveel als geïnstitutionaliseerde afdreiging: als je mij vervolgt, maak ik een eind aan de tewerkstelling.

Maar justitieminister Holder kon er in het land van de extremen zijn slag mee slaan: hij maakte schikkingen met de cliënten van zijn vroeger zakenkantoor Covington & Burling, waarvoor hij toen de rommelkredieten had bedacht, en zette ze daardoor volledig uit de strafrechtelijke wind.

Zoals dat nu de gewoonte is waaide ook deze wind tot over de grote plas: ook hier werd de methode door de grote zakenkantoren overgenomen. En het gebeurde precies op dezelfde manier.

Minister van Justitie Koen Geens (Foto: Reporters – Danny Gys)

Meester Koen Geens, de oprichter van het grootste Belgische zakenkantoor Eubelius, werd achtereenvolgens minister van financiën en justitieminister. Al verbrak hij de banden met zijn kantoor, dan bleef hij wat hij in hart en nieren is: een zakenadvocaat.

De schikking werd de basisfilosofie van zijn groot hervormingsplan: ‘een goede gewoonte die moet worden uitgebreid’. Maar wat doe je dan met de procureurs, de magistraten die onafhankelijk van de minister kunnen handelen?

Kazachgate

Het parlementair onderzoek op de afkoopwet toonde niet alleen hoe je langs de wetgever om kan gaan, naar de terminologie van Koen Geens zelf: ‘met hinkstap sprongen en pot pourris’.

Het parlementair onderzoek op de afkoopwet toonde niet alleen hoe je langs de wetgever om kan gaan, naar de terminologie van Koen Geens zelf: ‘met hinkstap sprongen en pot pourris’. Het kwam ook uit hoe de procureurs er in betrokken werden.

Daarvoor werd een ander principe van de rechtsstaat opzij gezet: de integriteit. Integriteit betekent dat je zegt wat je doet en je doet wat je zegt. De Antwerpse procureur-generaal Liégeois ontkende publiekelijk dat hij met de zakenadvocaten overlegde en beweerde zelfs dat hij ze aan de deur had gezet.

Uit de eigen parketdocumenten bleek het tegendeel: gelobbyd met dezelfde zakenadvocaten om de politieke besluitvorming te beïnvloeden. Zijn Brusselse collega de le Court deed het zoals procureurs-generaal het plegen te doen, met een omzendbrief. Hij wees vooreerst op de wettelijke onmogelijkheid om een niet gestemde wet toe te passen en gaf vervolgens de weg om het toch te doen: in bijzonder uitzonderlijke omstandigheden en na persoonlijk overleg.

Andere omzendbrief

Eén jaar nadat het Grondwettelijk Hof de Afkoopwet afkeurde, heeft de justitieminister nog steeds geen reparatiewet gemaakt. Hij wacht op de uitkomst van de Kazachgate.

Daarom volgden de procureurs-generaal het voorbeeld van hun gewezen collega de le Court: bij ontstentenis van de wet maakten zij een omzendbrief. Daarin houden zij wél rekening met de uitspraak van het Grondwettelijk Hof: de rechter moet niet alleen oordelen over de wettigheid van een schikking maar ook of het bedrag in verhouding staat met het misdrijf.

Vraag is over welk bedrag het gaat, want er zijn er twee: het bedrag van de te betalen belasting en dat van de op te leggen straf. Dat de rechter bevoegd is om ook het eerste te beoordelen kan niet worden betwist: dat is nu reeds het geval doordat je tegen een beslissing van de belastingdirecteur kan opkomen bij de rechtbank van eerste aanleg en er ook nog beroep kan tegen worden aangetekend.

Vraag is dus hoe de rechter dat in de strafprocedure gaat doen. Twee elementen zijn daarbij niet te ontzien: de schuldvraag en de schadevergoeding.

Schuld en schade

Het was één van de handigheden die bij de bespreking van de afkoopwet in de senaat door de professoren-experten werden gebruikt: zij stelden het voor dat er een voorafgaande schulderkenning noodzakelijk was en konden daardoor de tegenstand van de senatoren sussen. Hoe zit dat nu? Kan je nog steeds schikken zonder schulderkenning?

En welke schade moet worden vergoed? Het minste wat kan betaald worden, is wat iedere andere burger zo wie zo moet ophoesten: de gehele belasting. Dan pas komt de vraag wat je er als sanctie voor de aangerichte schade moet bij betalen. Als deze redenering geldt blijft er echter weinig ruimte voor de invulling van het begrip ‘schikking’.

Als de éne burger kan schikken, moeten wij dat allemaal wegens het gelijkheidsprincipe ook kunnen

En daarmee zijn wij opnieuw bij het echte probleem: het perfide van het fenomeen ‘schikking’ in de strafrechtelijke sfeer. Als de éne burger kan schikken, moeten wij dat allemaal wegens het gelijkheidsprincipe ook kunnen. Bovendien verkrijgt één soort burgers een gunstiger regiem dan al de anderen: de fraudeur wordt bevoordeligd. Als basis voor een strafrechtelijk beleid kan dat tellen.

Hoe je het ook draait of keert altijd blijft het aanvankelijk opzet, het bevoordelen van grote fraudeurs, op ernstige bezwaren stuiten. Dat kan ook niet anders zolang als je aanneemt dat frauderen een misdrijf is.

Misschien heeft onze justitieminister in zijn beleid van ‘depenalisering’ daar een andere kijk op? Gaat hij, bij de door hem aangekondigde herziening van wat strafbaar moet zijn belasting fraude uit het strafrecht halen?

Dat zou voor een justitieminister geworden zakenadvocaat echt geen verrassing zijn.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Is gewezen raadslid van Comité I en Comité P