Gerecht en bestuur struikelen over Grote Moskee

 Leestijd: 6 minuten0

Als het van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken afhangt, dan wordt Abdelhady Sewif, hoofdimam van de Grote Moskee in Brussel, het land uitgezet. Francken vertelde in Knack dat “de imam gevaarlijk is voor onze samenleving en onze nationale veiligheid”. De iman wordt ook verweten een Salafist te zijn. En ook de rol van de Grote Moskee te Brussel als centrum van het Salafisme komt naar voor.

Over wat gaat het? Wat is het gevaar van het Salafisme en de mogelijke rol van de grote moskee? En wat gaat er nu gebeuren, want de iman heeft beroep aangetekend tegen de beslissing tot uitwijzing.

De Grote Moskee in het Jubelpark (Foto Wikipedia)

De Grote Moskee in het Jubelpark (Foto Wikipedia)

Oud zeer

Wie inzicht wil krijgen in deze problematiek kan het zeer uitgebreid onderzoeksverslag lezen dat het Vast Comité I reeds in 2001 maakte onder de titel ‘Rapport van het onderzoek naar de manier waarop de Inlichtingendiensten aandacht hebben voor extremistische en terroristische Islamitische activiteiten’ en de daarop volgende aanvullende verslagen (www.comiteri.be).
Hierin stelde het comité dat de Veiligheid van de Staat onderzoekt “hoe bepaalde islamistische stromingen hun politiek-religieuze kijk op de samenleving proberen op te dringen, meer bepaald door op een manier die ogenschijnlijk de wet niet overtreedt, actief te zijn binnen sommige migrantengemeenschappen in ons land en in de organen van de institutionele islam in België. Deze activiteiten getuigen van het verlangen en van de strategie van deze bewegingen om zich op te werpen als woordvoerder van de moslims ten overstaan van de Belgische overheden. – Dergelijke manoeuvres vormen een reële, ernstige en precieze bedreiging voor het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde in ons land”.

Salafisten (van het Arabisch salaf: voorouder) prediken de grote terugkeer naar de zuiverheid en de eenvoud van de islam ten tijde van de Profeet.

Het Salafisme werd als volgt omschreven: “Salafisten (van het Arabisch salaf: voorouder) prediken de grote terugkeer naar de zuiverheid en de eenvoud van de islam ten tijde van de Profeet. Ze verwerpen alle kritiek op en elke interpretatie van de koran. In deze context wijzen ze ook elk compromis met de moderniteit af, aangezien dit volgens hen strijdig is met de islamitische waarden. Het salafisme is nauwelijks gestructureerd. Ze verkondigen een harde en anti-westerse islam en een puriteinse en conservatieve leer die aansluit op de doctrine van de Moslimbroeders. Ze ontwikkelen echter niet dezelfde strategie, aangezien de Moslimbroeders meer politieke doelstellingen hebben. De strategie van de salafisten is er vooral op gericht hun invloed in de moskeeën te vergroten. Daartoe worden ze financieel gesteund door Saoudi-Arabië, via de Moslim Wereld Liga (zie infra). Ongeveer vijftien moskeeën in België zouden tot het salafisme behoren”.

 Er werden bijzonder virulente preken gehouden, met name tegen Brussel dat de ‘hoofdstad van de kafirs’ (ongelovigen) wordt genoemd. De Dar El Iftah, het hoogste rechtscollege, probeert er leden van de Saudi-Arabische religieuze politie (Al Mutawa’a) te introduceren.

Het comité verwees ook naar de problematiek van de grote moskee: “Volgens de Veiligheid van de Staat controleren de Saoudi’s het Islamitisch en Cultureel Centrum van België. De leden van de ambassade van Saoudi-Arabië die belast zijn met religieuze aangelegenheden, hebben het wahabisme, de strenge en puriteinse officiële religieuze doctrine van dit land, ingevoerd in de Grote Moskee, tot schade van de gematigde moslims die gewoonlijk naar deze moskee komen. Er werden bijzonder virulente preken gehouden, met name tegen Brussel dat de ‘hoofdstad van de kafirs’ (ongelovigen) wordt genoemd. De Dar El Iftah, het hoogste rechtscollege dat in Arabië religieuze en sociale geschillen beslecht, probeert er leden van de Saudi-Arabische religieuze politie (Al Mutawa’a) te introduceren. Deze politie gaat door voor een ultraconservatieve instelling die toezicht houdt op de naleving van de islamitische zeden en de geboden van de koran heel streng oplegt. Onder het personeel van de moskee vindt men ook radicale salafisten die banden hebben met de vereniging ‘Jeunesse bruxelloise sans frontières’. De Belgische overheden stelden zich al gauw vragen bij de representativiteit van de verantwoordelijke van het Islamitisch en Cultureel Centrum. Ze willen het Centrum in zijn rol van gesprekspartner vervangen door een soort consistorie van de moslimgemeenschap.”

Bestuurlijk of gerechtelijk

Dat zowel het Salafisme op zich als de aanwezigheid van Salafisten in de grote moskee een ernstige bedreiging vormen, wist het politiek beleid, door het onderzoek en de verslaggeving van het Vast Comité I, reeds van in 2001. Vraag is dus wat er sindsdien mee gebeurde.
Vooreerst mag er nogmaals op gewezen worden dat dergelijke onderzoeken en vooral de publiek gemaakte verslagen door het politiek beleid, zowel als door de diensten, meermaals niet naar waarde worden geschat. Het eerste verslag van 2001 werd door de toenmalige begeleidingscommissie van het Parlement slechts ‘schoorvoetend’ aanvaard. Dat ook de gerechtelijke overheden en de diensten er niet enthousiast voor zijn blijkt uit de recente commentaar op de rapportering door het comité P aan de parlementaire onderzoekscommissie over de aanslagen: in een vertrouwelijke brief waren Catherine De Bolle van de federale politie, federaal procureur Frédéric Van Leeuw, Brussels procureur-generaal Johan Delmulle en directeur Claude Fontaine van de federale gerechtelijke politie opvallend scherp voor het comité.

Volgens het Comité P zijn er fouten gebeurd in het onderzoek, maar volgens de speurders verlamt het comité P blijkbaar zélf ook het onderzoek. “Omdat uit gelekte rapporten van het Comité P blijkt dat er een batterij kansen gemist is om topterroristen als Salah Abdeslam te vatten verklaarde De Bolle: “Het stoort mij dat alle ogen gericht zijn op de politie. Zodra een dossier naar justitie gaat, stoppen de controles.”  Er moet een nieuw controlesysteem komen, vindt de politiebaas. (De Standaard – 29 Oktober 2016).

Probleem

Terecht vonden de leden van de parlementaire onderzoekscommissie het voorstel van korpschef De Bolle om de ‘parlementaire controle’ te wijzigen niet prioritair. Het echte probleem zit immers anders: de vermenging van de gerechtelijke en de bestuurlijke aanpak. De verslagen van de inlichtingendiensten, die bestuurlijke diensten zijn, aan het politiek beleid hebben tot doel dit beleid in te lichten over het bestaan van bedreigingen zodat het beleid de nodige “bestuurlijke” maatregelen kan nemen. Anders is dat met wat de politiediensten in navolging van hun gerechtelijke opdrachten doen en melden. Hier gaat het om het melden van misdrijven aan de procureur des Konings zodat die mogelijks kan vervolgen, een opsporings- of een gerechtelijk onderzoek kan opstarten met het oog op de bestraffing door de strafrechter. Deze gerechtelijke benadering is geheel verschillend van de bestuurlijke: de politie stelt hierin geen verslagen maar processen-verbaal op waarvan de inhoud tot bewijs van het tegendeel als de waarheid geldt. En aanwijzingen zijn niet voldoende, er moeten ook bewijzen worden geleverd die in een openbaar en tegensprekelijk strafproces naar de vereisten van het ‘eerlijk proces’ door de rechter moeten beoordeeld worden.

Deze tegenstelling tussen de bestuurlijke en de gerechtelijke benadering is het Comité P niet ontgaan. In meerdere verslagen werd er de aandacht op gevestigd en voorgesteld de opdracht van de leden van de inlichtingendiensten wanneer die in een gerechtelijke actie als ‘expert’ optreden te verduidelijken: wat kunnen en mogen zij doen, en hoe wordt dat in een gerechtelijk dossier gebracht? Het is dan ook deze onduidelijkheid die meermaals tot vrijspraken leidde: wat is de waarde van niet controleerbare inlichtingen vooral wanneer deze stuiten op de ‘geclassificeerde geheimhouding’ of nog op de ‘derde regel’ die de inlichtingendiensten oplegt de toelating te vragen van de dienst van oorsprong voor het gebruik van de door de vreemde dienst aangeleverde informatie?

Vermenging

Onder het beleid van procureur Delmulle ging het Federaal Parket resoluut de weg van de vermenging van beide benaderingen op. Uit het dossier Kimyongur bleek dat hij zelfs de bestuurlijke benadering aanwende om de gerechtelijke ‘aan te vullen’.

In de zaak Erdal werd Kimyongur door de rechter in vrijheid gesteld wat federaal procureur Delmulle niet belette andere wegen te bewandelen om de Belg toch aan Turkije te kunnen uitleveren. Deze nieuwe vorm van opsporing bracht meerdere politieofficieren in verontwaardiging: zij vroegen de tussenkomst van de Kamervoorzitter.

Ook het justitiebeleid volgde met overtuiging de vermenging van beide benaderingen. Hoewel er heel wat kritiek kwam op deze vorm van ‘gewapend bestuur’, kon de justitieminister het parlement overtuigen van een wel erg verregaande ingreep. Nadat de inlichtingendiensten hun eigen Bijzondere Inlichtingen Methoden verkregen, werd voor hen ook in een eigen wijze van schending van de grondwettelijke rechten voorzien.

In een interview in Knack van 2 mei 2017 verklaarde de justitieminister Koen Geens : “In een politiestaat voel je je nooit meer veilig. (…) De idee alleen al dat u als journalist of ik als politicus zou worden afgeluisterd zonder dat daar een onderzoeksrechter aan te pas is gekomen, is voor mij pure horror”.

Toch stemde het parlement op zijn initiatief de bevoegdheid van een ‘bestuurlijke commissie’ om grondwettelijke rechten te schenden. En in die geheime procedure is er geen enkel rechterlijke tussenkomst of toezicht mogelijk.

Uitgewezen

Kunnen in een democratische rechtsstaat grondwettelijk beschermde rechten geschonden worden door een enkele machtiging van een ‘bestuurlijke’ commissie waarop geen enkele rechterlijke tussenkomst of toezicht bestaat?

De uitwijzing van Abdelhady Sewif, de hoofdimam van de Grote Moskee in Brussel, stuit nu andermaal op de werkelijke problematiek. Hij heeft beroep aangetekend tegen zijn uitwijzing zodat nu de Raad voor Vreemdelingen moet beslissen.
Als bestuurlijk rechtscollege heeft deze Raad voor Vreemdelingenbetwistingen een rechtsprekende functie maar behoort hij organiek tot de uitvoerende macht en dus niet tot de rechterlijke macht. Deze voor het leven benoemde rechters oefenen wel hun ambt uit met respect voor de beginselen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid bij het rechtspreken.

Ook voor hen wordt een tegensprekelijk debat gehouden en bij hun beoordeling zijn beweringen die afkomstig zijn van geheime inlichtingendiensten niet voldoende om er een gefundeerd oordeel over te vellen. Ook zij kunnen vragen stellen over de behoorlijkheid van het gevoerde onderzoek. Voor zover dat moest gebeurd zijn en de inlichtingendiensten gebruik gemaakt hebben van een machtiging door de  ‘bestuurlijke commissie’ tot huiszoeking, telefoontap, of enige ander ‘methode’ kan de vraag gesteld worden naar de grondwettelijkheid ervan: kunnen in een democratische rechtsstaat grondwettelijk beschermde rechten geschonden worden door een enkele machtiging van een ‘bestuurlijke’ commissie waarop geen enkele rechterlijke tussenkomst of toezicht bestaat?

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Is gewezen raadslid van Comité I en Comité P