Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De Stand van het Land (slot): Kan het tij nog gekeerd worden?

5 oktober 2017 Stephen Bouquin
6032700928_abab9914ca_o
Belgische driekleur (gerafeld) - foto: (c) Flickr Creative Commons

De toepassing van een aantal statistische methodes leidde ons tot een bi-dimensioneel analysemodel waarbij enerzijds ‘vertrouwen’ en ‘angst’ elkaars tegenpolen vormen en anderzijds ook een pro- of antisysteem attitude gemeten wordt.

Links vinden we opvattingen terug van mensen die ‘The Open Society’  – zoals de stichting van George Soros heet – als niet problematisch of zelfs positief ervaren. Ter rechterzijde hebben we opvattingen die hun voorkeur geven aan het afsluiten en begrenzen.

Schema1

 

Terzelfdertijd hebben we een aantal type-antwoorden gebundeld zodat we een index inzake pro of anti-systeem attitude konden opmaken. Eenmaal we de antwoorden op deze twee assen projecteerden werden vier relatief verschillende groepen zichtbaar.

schema2

 

 

Ze ervaren zich als speelbal van omstandigheden, of slachtoffer van een overheid die hen in de steek heeft gelaten.

Uitgeslotenen

Een eerste groep wordt gevormd door de ‘uitgeslotenen’ en zij vertegenwoordigen om en bij de 26%. Wat hen onmiddellijk kenmerkt is de intensiteit van hun standpunten en het gevoel slachtoffer te zijn. Ze ervaren zich als speelbal van omstandigheden, of slachtoffer van een overheid die hen in de steek heeft gelaten. De angst voor ‘de andere’ is het eerste wat naar voren komt, met daarbovenop de wil tot afsluiting. Zij wensen sterke grenzen, hopende dat dit bescherming zal garanderen. We hebben hier alle ingrediënten die het neofascisme een massa-aanhang kan opleveren, tenminste op electoraal vlak. De woede drukt zich uit via het streven naar een sterke overheid ‘om alles op te kuisen’.

We vinden deze wereldvisie voornamelijk terug in volkse middens op eerder oudere leeftijd terwijl jongeren ondervertegenwoordigd zijn. Wanneer ze zich op de links-rechts as plaatsen – wat niet altijd het geval is, velen staan ook ‘nergens’ – situeren ze zich eerder ter rechterzijde of ter uiterst-rechterzijde. Maar velen doen dat ook niet en zijn waarschijnlijk ontgoochelde sociaaldemocratische kiezers.

Ze delen de opvatting dat men niet gedoemd is het lot te ondergaan en dat de situatie kan evolueren.

Vernieuwers

De ‘vernieuwers’ vormt een tweede groep die ongeveer 25% van de respondenten vertegenwoordigt. Ze delen de opvatting dat men niet gedoemd is het lot te ondergaan en dat de situatie kan evolueren. Ze zijn zich zeer bewust van de huidige wereldproblemen maar drukken spontaan ook hun openheid naar anderen uit, onder meer op vlak van migratie (‘hoeft niet negatief te zijn’, ‘kan ook een bron van culturele verrijking zijn’); ze zijn gekant tegen etnisch-nationale voorkeursbehandeling inzake tewerkstelling. Ze menen ook niet dat er teveel wordt ‘gepamperd’ en beleven geen anti-moslim paranoia. Ze staan open voor het wereldgebeuren en zijn tegen het sluiten van grenzen.

Hun verhouding tot de instellingen staat echter onder spanning; en zij hebben nog maar weinig vertrouwen in de elites. Ze zijn zich bewust van de diverse vormen van verknechting of vervreemding die vandaag bestaan (media, geldwezen, politieke macht, consumptiedrang). Een aantal onder hen stelt dat er niet moet gewacht worden op een politiek beleid om verandering in gang te zetten. Verandering zal van onderuit komen. Ze staan los van de huidige institutionele verhoudingen en zijn dus redelijk tot sterk anti-systeem ingesteld. Volgens hen zal de verandering er komen omdat de dagelijkse praktijken worden herzien, onder meer op vlak van consumptie, milieubehoud (energie, mobiliteit) terwijl burgerparticipatie een sleutelrol kan spelen, te beginnen in de onmiddellijke omgeving.

We vinden dit profiel sneller terug bij individuen met een hogere scholingsgraad en een leeftijd tussen de 20 en 45 jaar oud. Dit profiel is in dezelfde mate terug te vinden in Vlaanderen, Brussel of Wallonië. Het goede nieuws is dat deze groep in voorgaande enquêtes reeds terug te vinden was en dat hun aantal is gegroeid sinds 1997 van 17 naar 25%.

Zij zijn behoudsgezind en wensen op te komen voor de ‘westerse waarden’.

Traditionalisten

De derde groep wordt gevormd door ‘traditionalisten’. Ze aanvaarden het systeem en enkel bij hen vonden we een hoog niveau van vertrouwen in de instellingen, het politiek bestel en de economie. Zij zijn behoudsgezind en wensen op te komen voor de ‘westerse waarden’. Volgens hen wordt de christelijke beschaving bedreigd door de Islam, al staan ze ook zeer afkerig tegenover vakbonden en burgerbewegingen – die misschien veel westerser zijn dan een godsdienst waarvan de bakermat geografisch samenvalt met die van het jodendom en de christendom. Voor hen is de Islam een strijdbare en gevaarlijke godsdienst. De identiteit is iets onveranderlijk en moet zuiver blijven. Een Moslim kan geen Belg zijn en multiculturalisme moet vermeden worden. Kolonisaties waren positief en westerse waarden zijn superieur. In tegenstelling tot de ‘uitgeslotenen’ voelen de traditionalisten zich geenszins aan hun lot overgelaten. Ze zijn niet bepaald ongerust naar de toekomst en nemen deel aan het systeem; steunen de globalisering en de ervaren sociale ongelijkheid als onvermijdelijk. Ze menen zeer zelden dat de sociale ongelijkheid toeneemt en dit is volgens hen zeker niet ‘ondraaglijk’. Hun wereldvisie vinden we vooral terug bij hen die een redelijk tot hoog economisch kapitaal hebben. Op de links-rechts schaal situeren ze zich ter rechterzijde en soms ook bij centrumrechts. De links-rechts as is voor hen nog steeds betekenisvol.

Zij hebben over de vele onderwerpen geen uitgesproken mening. Hun opvattingen zijn dikwijls inconsistent en spreken elkaar ook tegen.

Ambivalenten

Een vierde en laatste groep wordt gevormd door de ‘ambivalenten’ of zeg maar ‘twijfelaars’ met een kleine 25% van de respondenten. We vinden deze groep in de grafiek terug in het midden tot links boven. Zij hebben over de vele onderwerpen geen uitgesproken mening. Hun opvattingen zijn dikwijls inconsistent en spreken elkaar ook tegen. Ze komen als ‘twijfelend’ en onzeker over rond heel wat onderwerpen : globalisering, islam, de instellingen, de economie, hun eigen toekomst, hun zelfbeeld. Ze zeggen niet echt dat ze de situatie ondergaan maar ze zijn evenmin actor van hun leven. Ze staan bijvoorbeeld twijfelachtig ten opzichte van het idee dat ons land zou worden ‘overspoeld’ door migraties maar zijn anderzijds niet tegen het sluiten van de grenzen zoals de Hongaarse regering heeft gedaan. Ze kunnen kantelen in het ene of het andere kamp. Hun profiel vinden we voornamelijk terug bij jongeren (min 35 jaar). Het feit dat jongeren oververtegenwoordigd zijn is natuurlijk ook een gevolg van het feit dat hun opvattingen zich pas beginnen uitkristalliseren.

Deze groep zou ook vertwijfeld kunnen blijven en aldus een gematigde groep kunnen vormen die een latente maatschappelijke stabiliteit mogelijk maakt. Maar dat hangt natuurlijk ook af van hoe hun levenscondities evolueren. Hun sociale situatie kan kantelen in de precariteit en de vrees dat ze veel gaan verliezen kan hun opvattingen ook ‘radicaliseren’. Toch staan ze vandaag nog redelijk open voor opvattingen die we voornamelijk bij de vernieuwers terugvinden: solidariteit en gelijkwaardigheid zijn belangrijk. Milieubehoud is dat evenzeer. Ze kunnen dus ook overtuigd worden door een verhaal dat hen bij de ‘vernieuwers’ doet terecht komen, al is de anti-systemische opstelling vandaag marginaal aanwezig.

6032700928_abab9914ca_o
Belgische driekleur (met rafel). Foto: (c) Flickr

 

Deze cartografie van opvattingen zal aanzetten tot verlamming. In het bijzonder onder sociaaldemocratische vrienden. Want, inderdaad, waar is de achterban terecht gekomen?

Deze cartografie van opvattingen zal aanzetten tot verlamming. In het bijzonder onder sociaaldemocratische vrienden. Want, inderdaad, waar is de achterban terecht gekomen? Deels bij de vernieuwers, deels bij de ‘ambivalenten’ alsook bij de ‘uitgeslotenen’. De reden is voldoende gekend: principeloos meebesturen en de neoliberale rationaliteit voorrang geven op de belangen van de historische achterban. Maar deze verlamming is niet onafwendbaar want alles is in beweging. Als we ons baseren op de recente evoluties in Europa en de VS kunnen we desalniettemin enkele mogelijke scenario’s onderscheiden.

Scenario 1: de autoritaire verleiding

scenario1

Dit eerste scenario is er één waarbij het autoritair populisme met een xenofoob identiteitsstreven de bovenhand haalt. De zone van afsluiting verovert gaandeweg een meerderheid. Elites aan de macht nemen de houding aan die past bij de opstelling van de ‘traditionalisten’ en richten zich tot de ‘uitgeslotenen’ om hen gerust te stellen dat er orde op zaken wordt gesteld. Ze dragen een populistisch en autoritair verhaal dat migraties en de islam stigmatiseert – wat in feite de ‘antisysteem’ opstelling van de ‘uitgeslotenen’ moet neutraliseren – en verschaffen zich aldus een breder draagvlak.

Deze strategie gaat angsten en haat legitimeren en deze gaan steeds meer aan de controle ontsnappen van de ‘traditionalisten’ ten voordele van een populistische volkstribuun die de identiteitspaniek op exclusieve (racistische) basis beantwoordt en aldus hegemonisch weet te worden. De afsluitingslogica krijgt steeds meer een ‘eigen volk eerst’ inhoud waarbij een situatie wordt geschapen die best kan ontsporen (fascisme en latente vormen van burgeroorlog).

 

 

Scenario 2: een ‘nieuw begin’

scenario2

Een tweede scenario is er één waarbij de ‘vernieuwers’ numeriek aangroeien en cultureel hegemonisch willen worden. Samengevat: stadstuinen, lokale korte circuits van productie naar consumptie en de deeleconomie worden steeds succesvoller. Voor een belangrijk segment van de bevolking wordt anders consumeren en produceren de nieuwe norm. Sommige ‘ambivalenten’ wordt overtuigd en de ‘traditionalisten’ blijven geïsoleerd achter in hun pro-systeem opstelling terwijl de ‘uitgeslotenen’ hetzelfde isolement ervaren maar in een omgekeerde relatie tot het systeem. Maar de realisatie van dergelijk scenario vergt echter ook belangrijke veranderingen op institutioneel en sociaaleconomisch vlak.

Dit is weinig realistisch behalve op regionaal of stedelijk vlak. Het risico is dus reëel dat dergelijk scenario halverwege stil valt. De noodzaak zich te beperken tot het lokale, om zich terug te plooien op het eigen milieu nemen toe wanneer men er niet in slaagt andere middens te inspireren. De obstakels om kleine veranderingen verder uit te bouwen zullen evenredig toenemen. De culturele hegemonie van de vernieuwing brokkelt snel af en men beperkt zich steeds meer tot zeer kwetsbare micro-lokale experimenten. Een archipel van vernieuwingshaarden (rebelse steden, enkele regio’s hier en daar in Europa) wordt geleidelijk aan verstikt door (supra)nationale autoritaire structuren. Om dit te vermijden is er nood aan een scenario dat zich richt op structurele verandering en een substantiële verbetering van de levenscondities van zij die zich uitgesloten voelen.

Scenario 3: de ‘wederopbouw van de verzorgingsstaat’

scenario3

Het progressieve antwoord op de wil tot afsluiting is immers niet het ‘sluiten van grenzen’ of het ‘uitsluiten van al wie anders’ is. Neen, de juiste antithese van ‘afsluiting’ is eerder ‘bescherming’ of zeg maar ‘sociaaleconomische veiligheid’ met een sterke overheid die haar rol opneemt, en zich verantwoordelijk acht voor het welzijn van de zwakkeren en de kwetsbaren.

De heropbouw van nieuwe vormen van solidariteit en van bescherming zal echter gepaard moeten gaan met het herstellen van de democratie. Het politiek gebeuren of de vertegenwoordiging moet opnieuw vertrouwen inboezemen en duidelijk maken dat het algemeen belang (en niet van eigenbelang of van de financiële oligarchie) laat primeren. Het is onder meer op dat terrein dat men ook onder de ‘uitgeslotenen’ de anti-systeem opstelling op een constructieve wijze kan mobiliseren.

Om dit scenario te bewerkstelligen is er nood aan een sterk verhaal met geloofwaardige boegbeelden. De quasi-overwinning van Jeremy Corbyn’s Labour op de Tories was het resultaat van een brede mobilisatie van kiezers die reeds langs niet meer stemden, van een meerderheid van de jongeren die in toenemende mate de neoliberale ordening in vraag stellen en van een ‘verlinksing’ van georganiseerde of gepolitiseerde lagen van de bevolking. Vandaag Corbyn blijft op koers en belichaamt Labour de hoop dat de neoliberale nachtmerrie eindelijk zal aflopen.

Deze opstelling vergt eerder een sterke kritiek op het establishment dan wel een ‘flinkse aanpak’ die uiteindelijk moeilijk te onderscheiden valt van de zondebokken-politiek die de ‘andere’ viseert. De combinatie van ‘groene’ en ‘rode’ ideologische betekenaars is volgens mij verre van onmogelijk. Het vergt wél dat men de horizon van de te nemen maatregelen niet beperkt tot hetgeen bespreekbaar is voor het VBO of de Europese centrale Bank. Het is net deze ‘begrenzing’ die in vraag moet gesteld worden. Het tij keren is bijgevolg niet enkel een strijd voor herverdeling en heropbouw van bescherming en regulering maar ook een democratische strijd tegen de ‘onverkozen machten’ die besparingen en afbouw van bescherming en regulering dicteren. Het is tot op zekere hoogte een strijd voor volkssoevereiniteit tegen de sluipende dictatuur van het grote geldwezen.

De valkuil voor dergelijk ‘neo-sociaaldemocratisch’ scenario bestaat erin dat zij door de knieën gaat voor de financiële en supranationale machtscentra. De ervaring van Griekenland leert dat dit gevaar reëel is. Dergelijk perspectief heeft nood aan een internationale (Europese) dynamiek en zal zich niet lang binnen nationale of regionale grenzen kunnen handhaven. Indien dit project zowel de ‘vernieuwers’ als de ‘uitgeslotenen’ ontgoochelt komt het initiatief opnieuw in handen van neoconservatieve en autoritaire figuren.

 

LEES OOK