Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De Stand van het Land (1): 'De woedebank loopt vol'

2 oktober 2017 Stephen Bouquin
OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Sculptuur van een engel op het Martelaarsplein: een symbool voor de persvrijheid (Foto: Flickr cc Dr. Les)

Begin dit jaar mocht ik eindelijk een grootschalig onderzoek over de stand van het land inzake opvattingen en opinies afronden. Hoe kijken mensen vandaag naar het maatschappelijk gebeuren? Welke opvattingen zijn in opmars en wat verwacht men nog van de overheid of de instellingen die een samenleving bij elkaar houdt?

De voornaamste bevinding van het onderzoek is het feit dat de ‘woedebank’ waarover Peter Sloterdijk het had in zijn boek ‘Woede en tijd’ stilaan volloopt.

In dit eerste deel geven we een overzicht van opvattingen inzake politiek, globalisering, economie en hoe men de eigen positie binnen het maatschappelijk gebeuren situeert.

Een diepe afkeer van het politiek bestel

De eerste bevinding wijst op een zeer diep ongenoegen of wantrouwen jegens het politiek bestel. Meer dan 60 % stelt dat het politiek aanbod niet aan hun verwachtingen beantwoordt en dat het politiek bestel als dusdanig slecht functioneert. Een op twee (56%) meent dat de regering met andere zaken bezig is dan met de verbeteren van de levenskwaliteit van de bevolking!

Schermafbeelding 2017-09-27 om 12.52.20 (1)

'Van de respondenten stelt 60% dat het politiek aanbod niet aan hun verwachtingen voldoet.'

De diepe vertrouwenscrisis jegens het politiek bestel en politieke partijen is het resultaat van een samenspel van allerlei ervaringen en opvattingen. Toch bestaat er één opvatting die ver boven alle andere uitsteekt: 80% van de respondenten meent dat ‘de politieke leiders het financiewezen de macht hebben laten grijpen’. Terwijl deze opvatting tot 85% stijgt bij werklozen is ze nog steeds sterk aanwezig bij hoger opgeleiden (77%). In Vlaanderen denkt men er niet écht anders over dan in het zuiden van het land (78% tegenover 85% in Wallonië).

De globalisering is problematisch

Op nummer twee in de hitparade van wat mensen dwars zit vinden we de globalisering terug. De manier hoe deze wordt begrepen is natuurlijk verre van eenduidig: 56% meent dat globalisering 'een gevaar is voor ons sociaal model' en 64% aanziet de globalisering ook als een ‘bedreiging voor onze identiteit’. Een nog grotere groep van 76% is van mening dat globalisering ‘de rijken verrijkt en de armen verarmt’.

2 De politieke leiders

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
(Foto: Flickr cc Dr. Les)

Een explosieve mix van toenemende sociale ongelijkheid en afkalvende sociale bescherming

De huidige sociale bescherming wordt als ontoereikend aanzien. In feite menen heel wat mensen dat de verzorgingsstaat haar functie niet meer op volwaardige wijze vervult terwijl ze dat net wél zou moeten doen.

3 Werkloosheidsuitkeringen

Significant is het feit dat zeven op tien respondenten menen dat de sociale ongelijkheid ‘onaanvaardbaar’ is terwijl één op twee ‘ooit zelf in bestaansonzekerheid vreest te vervallen’. De mate waarin men bestaansonzekerheid als een persoonlijk risico ervaart is in Vlaanderen of Wallonië bijna gelijklopend. Zelfs onder de hoger opgeleiden bestaat er nog steeds een vrees voor precarisering (40%).

4 de sociale ongelijkheid

Hetzelfde kan gezegd worden over werkloosheid, al is de vrees om er persoonlijk mee geconfronteerd te worden iets lager in Vlaanderen (38%) dan in Wallonië (48%) en vooral Brussel (58%).

Werken is afzien

Met betrekking tot werk en arbeid vinden we dezelfde explosieve cocktail van angst, onzekerheid en ongenoegen terug.

5 In mijn beroepsleven

Stress wordt ervaren door één op twee; de vrees voor een ‘burn out’ treft vier op tien van de respondenten. Het is duidelijk dat gejaagdheid, de hoge werkdruk, de constante evaluaties en alles wat met ‘high performance work systems’ te maken heeft negatief doorweegt op de arbeidsvreugde en de werkervaring.

Deze aspecten wordt natuurlijk niet onmiddellijk met het politiek gebeuren gerelateerd maar in de mate dat machtsbekleders er doof voor blijven zal dit zeker doorwegen in het algemene klimaat van ongenoegen.

Neerwaartse sociale mobiliteit

We hebben in het onderzoek ook gevraagd hoe men zich situeert ten opzichte van de sociale situatie van de ouders en welke toekomst men verwacht voor de eigen kinderen. Het resultaat is weinig opbeurend want slechts een minderheid ziet het heden als een verbetering op het verleden en verwacht voor de kinderen een nog betere situatie.

Voor velen is er een stagnatie en vooral een sociale achtergang gaande. Naar de toekomst toe verwachten er aanzienlijk veel dat hun kinderen het minder goed zullen hebben.

Onder de 40-plussers stelt één op twee dat ze het ‘beter hebben’ dan hun ouders maar dat betekent ook dat de andere helft het anders ervaart. Intussen heeft zowat één vijfde van de 40-plussers het minder goed dan hun ouders en verwachten de meesten onder hen dat het met hun kinderen nog slechter zal gaan. Onder al diegene die vóór 1976 geboren zijn, vinden we een belangrijke minderheid terug die moeilijkheden heeft ondervonden om de opwaartse sociale mobiliteit door te zetten.

6 levensvoorwaarden

Als we nu kijken naar de antwoorden van al wie na 1976 is geboren, dan stellen we vast dat nagenoeg één op twee het minder goed heeft dat hun ouders en dat zeer weinig (amper 10%) nog de hoop koesteren dat hun kinderen het opnieuw beter dan hen zullen hebben.

Slechts een minderheid van de respondenten (amper 2 op 10) stelt dat onderwijs nog gelijke kansen geeft (veel hangt af van de school en van de familiale achtergrond) en goeie diploma’s of hard werken volstaan om de sociale ladder op te klimmen. Deze bevindingen wijzen op een diepe crisis van het meritocratisch ideaal waarbij sociale promotie toegankelijk is van zodra men talenten combineert met hard labeur, inzet en volharding.

Deze resultaten zullen waarschijnlijk bij sommigen de wenkbrauwen doen fronsen. Toch zijn ze gelijklopend met het studiewerk van Louis Chauvel, een demograaf die in een vergelijkende studie VS en Frankrijk aantoont dat in beide landen de baby boomers (geboren in de jaren 60) de laatste generatie vormt die het significant beter had dan de voorgaande. De XYZ cohorten (al wie geboren is in 1970, 1980 en 1990), tendeert het systematisch minder goed te hebben inzake inkomen en het opbouwen van vermogen dan de voorgaande generatie. Er is dus sprake van ‘sociale declassering’ vermits we de sociale klasse waarin we opgroeien naar beneden toe tenderen te verlaten. Het fenomeen is het meest zichtbaar in de VS waar men sinds kort ook van een ‘meltdown’ van de middenklasse spreekt.

Tussen gelatenheid en woede

De mix van ongenoegen, ressentiment en woede geven aanleiding tot een reeks opvattingen die elkaar ook tegenspreken. Zo zijn 66% van de respondenten ervan overtuigd dat er een sterke overheid nodig is om orde op zaken te stellen. Maar tegelijkertijd zijn er bijna evenveel mensen (55%) die niets meer verwachten van de overheid.

7 Een sterke overheid

Onder de respondenten die niet veel meer verwachten van de overheid vinden we een sterke minderheid terug (20 à 25%) die zelf verandering in gang wil zetten. Deze groep heeft zo zijn eigen kenmerken: de meesten zijn redelijk tot hoger geschoold, voelen zich minder kwetsbaar op sociaaleconomisch vlak en ontwikkelen een vorm van collectieve zelfredzaamheid die gericht is op een sociaalecologische vernieuwing. We komen hier later op terug.

Fundamenteel is dat een ruime meerderheid stel van 74% stelt dat mensen in ‘de samenleving door de elites aan hun lot worden overgelaten’.

Deze mening drukt dus een sterke kritiek uit op de elites. Het betekent ook dat een meerderheid van onze respondenten een causaal verband legt tussen de maatschappelijke achteruitgang en de wijze waarop elites omgaan met de macht. De machtsbekleders worden aanzien als bezig zijnde met van alles, behalve met het welzijn van de bevolking en de welvaart van de maatschappij in haar geheel.

Het valt dus niet te verwonderen dat kritieken op het establishment en the powers that be weerklank vinden onder de bevolking, los van het feit of ze nu aan de rechterzijde of de linkerzijde van het politiek spectrum uitgesproken worden.

Laat ons om af te sluiten even terugkeren naar Peter Sloterdijk. Volgens hem heeft de ‘thymische woede’ beschavingen in het verleden op de been gehouden. Die woede is een ecosysteem dat volgens hem grote invloed heeft op cultuur en politiek. En samen met de woede is er de trots, de geldingsdrang, het ressentiment die zin en inhoud zouden geven aan het menselijk bestaan en de sociale energie produceren die naar een betere toekomst leiden. Volgens Sloterdijk zou de thymische woede vandaag verdwenen zijn. De woede zou haar beste tijd hebben gehad.

Welnu, voor zover het concept van enig nut is ben ik als socioloog eerder geneigd de filosoof tegen te spreken. De woedebank is de laatste tien jaar goed aangevuld en gaandeweg begint ze over te lopen.

Methodologische fiche

De onderzoeksopzet van de studie ‘Tussen wanhoop en revolte’ (in het frans Noir-Jaune-Blues) bouwde verder op een gelijkaardig opinieonderzoek dat kort na de affaire Dutroux werd uitgevoerd. Uitgevoerd in opdracht van Le Soir peilde men destijds naar de percepties en opvattingen over het gerecht en het politiek en maatschappelijk gebeuren.  De nieuwe studie betreft een breed gamma van thema’s, gaande van visies over het economisch gebeuren, het politiek bestel, de plaats van geloof, de relatie tot de anderen(migranten), voeding, gezondheid, cultuur en de media. Het vooronderzoek vond plaats in 2015 waarna een eerste survey werd uitgevoerd in het najaar toen de eerste terreuraanslagen plaats vonden. Noodgedwongen werd er dan een tweede bevraging georganiseerd in het najaar van 2016. We hebben tweemaal 2000 respondenten bevraagd en bij de tweede bevraging werd ook een extra-staal van 450 moslims bevraagd.

Link naar volledig rapport in het Frans.

Morgen: ‘Identiteitskoorts als symptoom van een gekrenkte samenleving’.

LEES OOK